29 628 Politie

28 286 Dierenwelzijn

Nr. 520 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 april 2015

Naar aanleiding van het door uw Kamer gedane verzoek bij de Regeling van Werkzaamheden van 17 maart 2015 (Handelingen II 2014/15, nr. 64, item 7), geef ik u hierbij, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, een reactie op het bericht «Meldlijn 144 redt geen dier» (Telegraaf.nl, 15 maart 2015). Op de website van De Telegraaf zijn mensen opgeroepen hun ervaringen met 144 te delen. De uitkomst van deze «mini-enquête» was dat met «driekwart van de meldingen over dieren in nood niets zou zijn gedaan». De exacte methodiek en validatie van de Telegraaf-enquête zijn de Staatssecretaris en mij niet bekend.

Het meldnummer 144 heeft als taak meldingen over dierenleed aan te nemen en door te zetten naar de juiste instanties. Dat kunnen zijn de politie, de NVWA, het Vertrouwensloket van de Dierenbescherming, de brandweer of de dierenambulances. In samenspraak met de ketenpartners is het afgelopen jaar een kwaliteitsplan voor het meldnummer opgesteld. Periodiek wordt de kwaliteit van 144 onderzocht en worden, indien nodig, in samenspraak met de ketenpartners verbetermaatregelen getroffen. In 2014 kwamen ruim 116.000 telefoontjes binnen bij het meldnummer 144. Dit leidde tot bijna 100.000 beantwoorde gesprekken en tot slechts 12 klachten van melders over het functioneren van het meldnummer.

De verschillende instanties die de 144-meldingen ontvangen zijn zelf verantwoordelijk voor het adequaat opvolgen en afhandelen van de meldingen. Het meldnummer beschikt niet over deze informatie. Wel kan het meldnummer aangeven naar welke instantie de melding is doorgezet. Burgers kunnen vervolgens bij die instantie vragen wat er met hun melding is gedaan. Afhankelijk van de terzake geldende regelgeving kan zo nodig, bijvoorbeeld bij het uitblijven van een antwoord, een klachtprocedure worden opgestart.

Zoals gezegd volgt de politie de 144-meldingen op. Uw Kamer heeft met de motie Berndsen-Kuiken (Kamerstuk 29 628, nr. 301) gesteld dat er geen sprake meer moet zijn fulltime inzet van 500 dierenagenten, maar van een taakaccent. Daarbij is overwogen dat voor uitvoering van alle politietaken de volle politiesterkte benodigd is. De politie heeft hieraan uitvoering gegeven. Taakaccenthouders nemen meldingen die hun taakaccent betreffen in behandeling tijdens hun reguliere diensten. Op dit moment zijn er 160 taakaccenthouders handhaving dierenwelzijn. Daarnaast zijn achttien toekomstige taakaccenthouders in opleiding. Conform het inrichtingsplan van de politie zullen aan het eind van de personele reorganisatie minimaal 180 taakaccenthouders actief zijn. De politie heeft daarbij afspraken gemaakt om te waarborgen dat er voldoende kennis en mankracht is in de eenheden om dierenmishandeling en -verwaarlozing aan te pakken.

Dit jaar wordt gebruikt om de samenwerking tussen alle ketenpartners handhaving dierenwelzijn te evalueren. Daarbij zal ook de verhouding tussen het convenant samenwerking dierenhandhaving en de in 2014 gewijzigde Aanwijzing voor de opsporing van het Openbaar Ministerie aan bod komen. Doel hiervan is te komen tot een aanscherping van de onderlinge afspraken over de aanpak van dierenmishandeling en -verwaarlozing. Deze afspraken zullen vervolgens worden vastgelegd in een nieuw convenant samenwerking dierenhandhaving.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

Naar boven