29 628 Politie

Nr. 416 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2013

Inleiding

Zoals u bekend heb ik eind 2011 het Aanvalsprogramma Informatievoorziening Politie (AVP) opgestart (Kamerstuk 29 628, nr. 269). Met dit programma wil ik de informatiehuishouding voor de politie op orde brengen. De realisatie van één landelijke uniforme informatiehuishouding is een essentiële voorwaarde voor het realiseren van de lokale- en nationale veiligheidsprioriteiten. Daarnaast is dit essentieel voor het goed functioneren van de nationale politie, ook in haar samenwerking met ketenpartners. Politiemedewerkers moeten door heldere resultaten van het AVP merken dat ze geen (administratieve) last, maar voordeel hebben van de politie ICT systemen. Met het AVP wil ik de volgende doelen bereiken:

  • minder uitval van systemen en verlies van gegevens;

  • meer gebruiksgemak en grotere bruikbaarheid van systemen voor politiemensen;

  • meer en betere informatie-uitwisseling binnen de politie en tussen politie en partners;

  • meer flexibiliteit en toekomstvastheid van de informatievoorziening;

  • lagere kosten van de informatievoorziening en ICT, vooral op het terrein van beheer.

Gezien de urgentie om de continuïteit van de bestaande informatiesystemen te borgen en de schaarse ICT capaciteit bij de politie heb ik moeten prioriteren ten aanzien van de doelen van het AVP. Dit heeft vorig jaar geleid tot het bijgestelde Aanvalsprogramma Informatievoorziening Politie voor de periode 2de helft 2012–1ste helft 2013, dat ik u bij brief van 19 juli 2012 heb aangeboden (Kamerstuk 29 628, nr. 327). Op basis van dat bijgestelde AVP is in de eerste helft 2013 primair gewerkt aan de volgende prioriteiten:

  • borging van de continuïteit van de ICT-systemen;

  • meer gebruiksgemak en grotere bruikbaarheid van de ICT-systemen voor de politieprofessionals in de operatie;

  • het gereed maken van de bedrijfsvoeringssystemen voor de transitie naar de nationale politie.

Zoals toegezegd informeer ik u halfjaarlijks over de voortgang van het AVP. In deze rapportage bericht ik u over de resultaten in de eerste helft van 2013. Daarnaast ga ik in op de voortgang van de verbetermaatregelen die ik in mijn vorige rapportage heb aangekondigd voor de sturing en beheersing van het AVP, onder andere op basis van de adviezen van de Review Board.

Resultaten 1ste helft 2013

Hieronder geef ik de meest aansprekende resultaten in de eerste helft 2013 weer. De overige resultaten zijn opgenomen in bijlage 1 Aanvalsprogramma Informatievoorziening Politie, Voortgangsrapportage Tweede Kamer1.

A. Borging van continuïteit

  • De dalende lijn van het aantal grote storingen («prio-1-incidenten») zet zich in 2013 verder door. Het aantal prio-1-incidenten in het eerste half jaar van 2013 bedraagt 145 ten opzichte van 4067 in 2010, 1454 in 2011 en 415 in 2012. Vorig jaar stond de teller in het eerste kwartaal al op het aantal dat nu over de eerste helft van 2013 is geregistreerd;

  • De beschikbaarheid van de tien ICT-diensten waar de dienders het meest gebruik van maken lag boven de norm van 99%, gebaseerd op een servicetijd van 7 x 24 uur per week;

  • De beheersbaarheid van het applicatiebestand van de politie is verbeterd door de verdere daling van het aantal applicaties van 834 eind 2012 naar 782 afgelopen juni;

  • Met het project Basis voorziening Netwerken (BVN) wordt de bandbreedte op de netwerken tussen alle politielocaties verhoogd. Eind juni waren 560 van de 594 locaties naar de BVN gemigreerd. Nog dit jaar zullen ook de overige locaties naar de BVN worden gemigreerd.

B. Verbetering van systemen voor operationeel gebruik

  • Na de succesvolle uitrol van Basisvoorziening Handhaving (BVH) 1.3 wordt momenteel gewerkt aan de uitrol van BVH 1.3.1. Deze draagt bij aan het verminderen van de administratieve lasten voor de politie. De aangiftemodule via Intranet (AVI) voor de BVH is sterk verbeterd, waardoor aangiftes sneller gemaakt kunnen worden. Ook wordt het opmaken van opsporingsdossiers vereenvoudigd waardoor het gebruiksgemak toeneemt;

  • In Summ-IT, de tijdelijke vervanger van de Basisvoorziening Opsporing, zijn alle belangrijke applicaties voor de opsporing opgenomen in één systeem. Het systeem meldt direct of personen, of andere entiteiten, die worden ingevoerd, gekoppeld zijn aan andere onderzoeken. Voorheen moesten agenten alle andere applicaties apart bevragen en eventuele verbanden zelf achterhalen;

  • De landelijke monitor terug melden woninginbraken is in gebruik genomen. Daarmee kan de korpsleiding conform mijn toezegging beter sturen op het tijdig informeren van aangevers over wat er met hun aangifte is gebeurd;

  • Het automatisch aanleveren van gegevens van verkeersongevallen aan Kenmerkenmelding verkeer is opgeleverd. Deze gegevens worden nu nationaal via de Basisvoorziening Informatie (BVI) aangeleverd aan de verzamelende instanties: Stichting Processen-Verbaal, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid en Rijkswaterstaat. Slachtoffers van verkeersongevallen en hun belangenbehartigers (verzekeraars) kunnen nu bij deze instanties terecht voor de benodigde gegevens. Voorheen werden 26 korpsen benaderd die individueel deze gegevens verzamelden en aanleverden. Hiermee heb ik mijn eerdere toezegging ingelost en voldoet de politie aan de Aanwijzing informatieverstrekking verkeersongevallen (2009AO27) van het Openbaar Ministerie (OM). Bovendien wordt een vermindering van de administratieve lasten behaald;

  • Binnen de politie worden steeds meer agenten in de basispolitiezorg voorzien van een smartphone. De uitrol van deze smartphone leidt tot een significante toename van het aantal bevragingen per dag van het informatiesysteem BVI-Integrale Bevraging (BVI-IB), waarmee de agent zestien bronregisters integraal kan bevragen. Het aantal bevragingen bedraagt momenteel 1,9 mln per maand. In de voortgangsrapportage «Minder regels» die ik op 8 mei 2013 naar uw Kamer heb verstuurd, geef ik een doorkijk naar 2013/2014 en naar de verwachte effecten van het gebruik van BVI-IB (Kamerstuk 29 628, nr. 391). Het beleid is dat iedere politieagent in de nabije toekomst mobiel toegang heeft tot de gegevens die hij nodig heeft. In mijn brief van 24 juni 2013 heb ik u geïnformeerd over de positieve ervaringen tijdens proeftuinen met mobiel werken op straat en heb ik de landelijke uitrol hiervan aangekondigd (Kamerstuk 29 628, nr. 402).

C. Gereed maken van bedrijfsvoeringssystemen voor de transitie naar de nationale politie

In mijn vorige rapportage heb ik u bericht dat de Dag-1 projecten voor de bedrijfsvoering allemaal naar behoren zijn afgerond, waarmee de start van de nationale politie per 1 januari 2013 is gefaciliteerd. In het eerste half jaar van 2013 zijn de eerste middellange termijn producten op het gebied van de ICT voor de bedrijfsvoering opgeleverd, waaronder:

  • Voorbereiding van de implementatie van online personele dienstverlening. Hiermee kunnen alle medewerkers van de politie straks zelf (ook via thuiswerken) HR-diensten afnemen;

  • De ketentest voor de realisatie van landelijke voorzieningen voor registratie van politiewapens is met succes afgerond, waarmee het wapenbeheer van de politie wordt vereenvoudigd.

Naast het genereren van een bijdrage aan de realisatie van de doelen van het AVP leveren de vermelde resultaten tevens een belangrijke bijdrage aan een aantal van mijn bestuurlijke prioriteiten:

  • De resultaten op het gebied van continuïteit en gebruiksgemak ondersteunen de implementatie van de nationale politie en de vermindering van administratieve lasten;

  • De toepassing van BVI-IB versterkt de informatiepositie van de agent op straat en ondersteunt daarmee onder andere het vreemdelingentoezicht. Mijn verwachting is dat ook hierdoor de administratieve lasten zullen verminderen;

  • Het automatisch aanleveren van gegevens aan Kenmerkenmelding verkeer is gerealiseerd en draagt bij aan een Veiliger Nederland.

Verbetermaatregelen voor sturing van het AVP

De sturing op het AVP is in de eerste helft van 2013, mede op basis van de aanbevelingen van de Review Board verder versterkt. Terugkerende elementen in de advisering van de Review Board zijn:

  • Betere sturingsinformatie – om de beheersing van projecten en hun bijdrage aan de doelen van het AVP te verbeteren;

  • Meer Business/ICT alignment – om de producten en diensten van de dienst ICT optimaal te laten aansluiten op de eisen en wensen van de operationele en ondersteunende processen van de nationale politie;

  • Meer executiekracht – het vermogen om het AVP en de reorganisatie nationale politie tegelijkertijd en in samenhang met elkaar uit te voeren.

Aan de aanbevelingen van de Review Board wordt stapsgewijs invulling gegeven. Zij worden structureel geborgd in de aansturing van het AVP en de informatievoorziening in het geheel:

  • De Review Board heeft geadviseerd de rapportage en de sturing nog meer te richten op de doelen van het AVP en heeft daartoe een handreiking gedaan. Mede op basis daarvan is een nieuw rapportagemodel ontwikkeld dat in de Programmaraad van april is vastgesteld. De bijgestelde maandelijkse voortgangsrapportage bevat een dashboard waarin een kwantitatief beeld wordt gegeven van de voortgang op de doelen van het AVP en dat wordt voorzien van een kwalitatieve toelichting, ook waar het betreft de risico’s voor de voortgang. Op basis daarvan kan de Programmaraad indien nodig bijsturen;

  • Het optimaal laten aansluiten van de ICT-systemen op het werk van politiemensen op straat is waar het om draait. Hiertoe heeft de korpsleiding aandachtsgebiedhouders aangewezen op het niveau van regionale politiechefs en stafdirecteuren. Deze politiefunctionarissen hebben ieder een beleidsmatige verantwoordelijkheid voor een bepaald aspect van het politiewerk. Voor dat aspect hebben zij de functionele eisen en wensen, werkprocessen, gewenste ontwikkeling van de IV-voorzieningen en de implementatie daarvan als één dossier onder zich. Zij adviseren de korpsleiding op dat aandachtsgebied en zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het door de korpsleiding vastgestelde beleid, waaronder de standaardisatie van de werkprocessen en de aansluiting van de IV-voorzieningen daarop. Hiermee is focus aangebracht op de belangen van het politiewerk bij de ICT-sturing. De CIO is verantwoordelijk voor de totale ICT maar weet zich nu per aandachtsgebied gesteund door een belanghebbende uit het operationele werk;

  • De executiekracht van het AVP wordt versterkt door maatregelen om de ICT-capaciteit bij de politie binnen de vastgestelde financiële kaders uit te breiden. De werving van eigen personeel wordt geïntensiveerd, de inspanningen voor externe inhuur worden verhoogd en er worden werkzaamheden in de vorm van werkpakketten weggezet in de markt. Op de inzet en omvang hiervan wordt nadrukkelijk gestuurd.

Sinds de start van het AVP in 2011 zijn er flinke stappen gezet. Dat betreft zowel de behaalde resultaten als de sturing en de beheersing van het programma. Wel is het zo dat het tempo van de vernieuwing lager ligt dan aanvankelijk verwacht. Resultaten en investeringen blijven hierdoor achter op de geplande prognoses. Door de bovenvermelde maatregelen ter versterking van de executiekracht moet deze achterstand niet verder oplopen. Er moet de komende jaren nog veel inspanning worden gepleegd om de informatievoorziening bij de politie te optimaliseren.

De voortgang van het AVP is sterk afhankelijk van de beschikbare ICT-capaciteit, zowel kwantitatief als kwalitatief. In de afgelopen jaren is het aantal gerealiseerde uren voor ontwikkelprojecten (verbetering en vernieuwing) verdubbeld van 200.000 naar circa 400.000 uur per jaar. Eén van de verwachte effecten van de verbetering en vernieuwing van de technische infrastructuur is dat de beheerlast omlaag gaat, waardoor meer uren beschikbaar komen voor ontwikkeling. Daardoor zal vernieuwing van de voor de agent zichtbare ICT-systemen met grotere snelheid kunnen worden doorgezet.

Overigens is ook niet-ICT-capaciteit voor het optimaliseren van de informatievoorziening van belang. De politieorganisatie moet in staat zijn actief mee te denken en input te leveren voor IV-wensen, veranderingen te absorberen in de werkprocessen en politiemensen op te leiden. De inspanning voor het AVP wordt afgewogen tegen de inspanning voor de vorming van de nationale politie en tegen de operationele inzet.

In de komende jaren wordt onverkort doorgewerkt aan het waarborgen van de continuïteit op de langere termijn en het verder verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid van de systemen. Gelijktijdig moeten de bestaande systemen worden vervangen. Aan deze ambities wordt nader uitwerking gegeven in het AVP 2013–2017.

In het AVP 2013–2017 worden de doelen van het AVP voor die periode geoperationaliseerd. Tevens wordt daarin verdere uitwerking gegeven aan de aanbevelingen van de Review Board over de Business/ICT alignment en de executiekracht van het AVP. Het is van essentieel belang de verbetering van de informatievoorziening en van de ICT enerzijds en de vorming van de nationale politie en de verbetering/vernieuwing van de politieprocessen anderzijds gelijk met elkaar te laten oplopen, zodat de inspanningen op deze vlakken elkaar wederzijds kunnen versterken.

Gezien de complexiteit van het AVP en de samenhang met de inrichting van de nationale politie vind ik zorgvuldige besluitvorming, waarin een belangrijke plaats is ingeruimd voor consultatie van de Review Board, van belang. Op basis daarvan verwacht ik het AVP 2013–2017 voor het komende kerstreces aan u te kunnen aanbieden.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven