Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129628 nr. 264

29 628 Politie

Nr. 264 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juli 2011

Met deze brief informeer ik u, in vervolg op mijn brief d.d. 29 juni 2011 betreffende de aanwijzing van de kwartiermakers korpsleiding nationale politie (kamerstuk 29 628, nr. 263), over de aanwijzing van de kwartiermakers van de regionale eenheden en de landelijke eenheid. De aanwijzing vloeit voort uit het Uitvoeringsprogramma vorming nationale politie en de Transitieafspraken. In de bijlage treft u een overzicht van de kwartiermakers aan. Hun aanwijzing steunt op positieve adviezen van de betrokken regioburgemeesters en hoofdofficieren en van die ondernemingsraden die hebben aangegeven van hun adviesrecht gebruik te willen maken. Sommige ondernemingsraden hebben aangegeven nu niet van hun adviesrecht gebruik te willen maken, maar wensen dit te doen voorafgaand aan de (definitieve) benoeming tot politiechef regionale eenheid cq. hoofd landelijke eenheid. De kwartiermakers vangen hun werkzaamheden per 1 augustus 2011 aan.

Geen onomkeerbare stappen

Onder de leiding van de kwartiermaker nationale politie, de heer G.L. Bouman, en de overige kwartiermakers korpsleiding nationale politie, de heer R.G.C. Bik, mevrouw J.A. Van den Berg en de heer L.Th.C. Kuijs, zullen de kwartiermakers regionale eenheden en de kwartiermaker landelijke eenheid de nieuwe politieorganisatie verder voorbereiden. Tot de nieuwe Politiewet door de Tweede en de Eerste Kamer is aanvaard, zullen er vanzelfsprekend geen onomkeerbare stappen worden genomen. De kwartiermakers wordt tijdelijk een samenstel van werkzaamheden opgedragen. De aanwijzing als kwartiermaker regionale (of landelijke) eenheid is dan ook geen benoeming in een functie. Na inwerkingtreding van de nieuwe Politiewet en onder voorbehoud van een goede beoordeling van het functioneren als kwartiermaker, worden de kwartiermakers als «gerede kandidaat» aangewezen voor de formele functie van politiechef regionale eenheid cq. hoofd landelijke eenheid.

Verantwoordelijkheden

Het uitgangspunt in de Transitieafspraken en het Uitvoeringsprogramma is dat de verantwoordelijkheden voor going concern en die voor de voorbereiding van de nationale politie moeten worden onderscheiden. Dit wil niet zeggen dat de uit de verschillende verantwoordelijkheden voortvloeiende werkzaamheden ook door verschillende personen dienen te worden verricht. Kwartiermakers die thans reeds korpschef zijn in een politieregio vallend binnen hun regionale eenheid zullen hun functie als korpschef blijven uitoefenen. Deze kwartiermakers worden tijdens de kwartiermakerfase derhalve niet ontheven van hun korpscheftaken. Voorwaarde daarbij is dat verantwoordelijkheden voor going concern en die voor de voorbereiding van de nationale politie beide de nodige aandacht krijgen en er rolvast wordt gehandeld.

Alle kwartiermakers zullen het kwartiermakerschap uitvoeren onder mijn verantwoordelijkheid en onder aansturing van de kwartiermaker nationale politie. De functie als korpschef blijven zij vanzelfsprekend uitvoeren onder verantwoordelijkheid van de korpsbeheerder. Korpschefs die kwartier gaan maken in een regionale eenheid waarvan hun politieregio geen deel uitmaakt, zullen hun korpscheftaken neerleggen en in hun waarneming zal door de korpsbeheerder worden voorzien.

Taken

Voor de kwartiermaker is door mij een opdracht geformuleerd voor de opbouw van het nationale korps. Ik verwijs u naar het op 31 maart 2011 door mij aan uw Kamer toegezonden Uitvoeringsprogramma vorming nationale politie.

De kwartiermakers regionale eenheden verrichten hun taken met inachtneming van die ene opdracht alsmede vanuit het belang van de gehele regionale eenheid. Hiertoe zullen de kwartiermakers overleg plegen met onder meer alle relevante partijen binnen de regionale eenheid zoals het bestuur en het OM.

Nationale politie moet leiden tot een politie die in staat is beter invulling te geven aan de eisen die de maatschappij stelt. De nationale politie wordt een organisatie waarin de professionele ruimte van de medewerkers groot is en de administratieve lasten beperkt zijn. Een politiekorps waarvan de onderdelen goed met elkaar samenwerken, een korps dat functioneert als één eenheid.

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

Bijlage bij brief betreffende aanwijzing kwartiermakers regionale en landelijke eenheden

Regionale eenheid

(voorlopige werknamen op basis van herziening gerechtelijke kaart)

Regioburgemeester

Kwartiermaker

1. Noord-Nederland

(Groningen, Fryslân, Drenthe)

J.P. Rehwinkel

O.R. Dros

2. Oost-Nederland

(IJsselland, Twente, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid)

Th. C. de Graaf

C.J. Heijsman

3. Noord-West-Nederland

(Kennemerland, Noord-Holland Noord, Zaanstreek-Waterland)

B.B. Schneiders

E.G.M. Huyzer

4. Amsterdam

(Amsterdam-Amstelland)

E.E. van der Laan

P.J. Aalbersberg

5. Flevoland-Utrecht (Midden-Nederland)

(Utrecht, Gooi en Vechtstreek, Flevoland)

A. Wolfsen

M.H.C. Barendse

6. Haaglanden

(Haaglanden, Hollands Midden)

J.J. van Aartsen

H.P. van Essen

7. Rotterdam Rijnmond

(Rotterdam-Rijnmond, Zuid-Holland Zuid)

A. Aboutaleb

F. Paauw

8. Oost-Brabant

(Brabant Zuid-Oost, Brabant-Noord)

R. van Gijzel

F.J. Heeres

9. Limburg

(Limburg-Zuid, Limburg-Noord)

O. Hoes

G.J. Veldhuis

10. Zeeland-West-Brabant

(Midden- en West-Brabant, Zeeland)

P.G.A. Noordanus

J.A.J.T. Vissers

Landelijke eenheid

 

P.M. Zorko