Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 februari 2015
Bij de SZW begrotingsbehandeling van 4 december 20131 heb ik, op verzoek van de SGP-fractie, aan uw Kamer toegezegd te verkennen of een
alternatief aan de inkomstenkant van de begroting naast of in plaats van een premiekorting
mogelijk is om alle werkgevers een gelijke prikkel te geven om uitkeringsgerechtigden
in dienst te nemen. Het idee achter de premiekortingen is dat het financieel aantrekkelijker
wordt voor werkgevers om werknemers uit kwetsbare groepen, zoals ouderen, arbeidsgehandicapten
en jongeren, aan te nemen. Om het instrument zo effectief mogelijk te laten zijn,
en om er dus voor te zorgen dat zo veel mogelijk werknemers uit kwetsbare groepen
participeren, zouden kleine en grote werkgevers in dezelfde mate van premiekortingen
moeten kunnen profiteren. Bij een loonsom kleiner dan circa € 70.000 ontstaat er namelijk
een verzilveringsprobleem, omdat de af te dragen premies werknemersverzekeringen lager
zijn dan de premiekorting. Het oplossen van deze verzilveringsproblematiek past goed
in het beleid van het kabinet om de arbeidsparticipatie van kwetsbare groepen te bevorderen
en is daarmee ondersteunend aan de Participatiewet en de Wet banenafspraak en quotum
arbeidsbeperkten.
Naar aanleiding van deze toezegging heb ik het afgelopen jaar samen met de Staatssecretaris
van Financiën een verkenning laten uitvoeren. Hieruit is gebleken dat binnen het systeem
van de premiekortingen de mogelijkheden om de verzilveringsproblematiek verder te
beperken zijn uitgeput. Vervolgens is bezien of er binnen het huidige instrumentarium
van de afdrachtverminderingen via de loonaangifte, mogelijkheden zijn om ook kleine
werkgevers volledig te laten profiteren van het financiële voordeel dat hoort bij
het in dienst nemen van werkloze jongeren, oudere werklozen en arbeidsgehandicapten.
In het kader van de zogenaamde «Brede agenda van de Belastingdienst»2, wordt gestreefd naar complexiteitsreductie en het robuuster maken van de werkprocessen.
Een technische omvorming van premiekorting naar afdrachtvermindering, zonder aanpassing
van de huidige normatiek en systematiek van aanvraag per loontijdvak, past niet binnen
deze doelstellingen. Bovendien wordt de verzilveringsproblematiek dan niet geheel
weggenomen.
Het is echter wél mogelijk om via een andere vormgeving de verzilveringsproblematiek
op te lossen. Bovendien is van de gelegenheid gebruik gemaakt te onderzoeken in hoeverre
de complexiteit verminderd en de handhaafbaarheid verbeterd kan worden. De oplossingsrichting
wordt gezocht in een regeling die toegepast kan worden zonder bewerkingen in de loonadministratie,
op basis van bij de overheid reeds beschikbare gegevens zoals die over gewerkte uren
per dienstbetrekking en doelgroep.
Om kleine werkgevers te stimuleren werknemers uit kwetsbare groepen aan te nemen stellen
de Staatssecretaris van Financiën en ik daarom voor de systematiek van het instrument
premiekortingen om te vormen naar een nieuw instrument buiten de loonaangifte om.
Het voornemen is de premiekorting, die thans door de werkgever zelf wordt geclaimd
via de loonaangifte, te wijzigen in een uitbetaling3 door de Belastingdienst na afloop van het kalenderjaar.
Voordeel van deze wijziging is in de eerste plaats dat de verzilveringsproblematiek
van de premiekortingen wordt opgelost, zodat ook de kleine werkgevers optimaal kunnen
profiteren van het financiële voordeel en meer gestimuleerd worden om werknemers uit
kwetsbare groepen in dienst te nemen. Omdat bij de uitbetaling achteraf gebruik wordt
gemaakt van gegevens uit de loonaangiftes van het voorgaande jaar en bij de overheid
bekende informatie over de doelgroep is de regeling robuust, eenvoudig en fraudebestendig.
Met deze variant wordt de handhaafbaarheid vergroot. Op basis van in de polisadministratie
beschikbare gegevens en informatie over de doelgroep wordt door het UWV namelijk een
tegemoetkoming berekend die vervolgens door de Belastingdienst wordt uitbetaald. Tevens
worden met deze werkwijze de administratieve lasten voor werkgevers verminderd. Werkgevers
zijn namelijk niet langer zelf verantwoordelijk voor de berekening en verrekening
via de loonaangifte. Bovendien wordt de financiële prikkel zichtbaarder, omdat het
in één bedrag wordt uitbetaald in plaats van verrekend over 12 maanden. Randvoorwaarde
is dat deze wijziging budgetneutraal wordt uitgevoerd. Dit betekent dat de hoogte
van het financiële voordeel per werknemer per jaar naar beneden wordt bijgesteld.
Nadat de uitvoeringstoetsen van UWV en de Belastingdienst zijn ontvangen, zal duidelijk
worden per wanneer de maatregel zou kunnen worden ingevoerd.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L.F. Asscher