Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201429544 nr. 498

29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 498 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2013

De Commissie SZW heeft in de brief van 28 november gevraagd om de laatste stand van zaken rond de motie van de leden Heerma en Hamer (Kamerstuk 29 544, nr. 455). In de motie worden twee verzoeken gedaan:

  • i) beleid ontwikkelen op het terrein van «reshoring»;

  • ii) inzichtelijk maken van de «total costs of ownership».

In deze brief informeren wij uw kamer over de laatste stand van zaken rond beide verzoeken.

Beleid rond «reshoring»

Het terughalen van activiteiten uit het buitenland (i.e. «reshoring») naar Nederland kan kansen bieden voor de Nederlandse economie en arbeidsmarkt. Volgens het Amerikaanse Reshoring Initiative zijn er sinds 2010 in de Verenigde Staten een half miljoen productiebanen bijgekomen, waarvan 10% (zo’n 50.000 banen) het gevolg zijn van «reshoring». Het kabinet zet in op het stimuleren van «reshoring» via verschillende vormen van beleid. In de brief (Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nrs. 3202 en 3203) die op 10 september aan uw Kamer is gestuurd en in de schriftelijk beantwoording van vraag 4 van het lid Kerstens tijdens de Begrotingsbehandeling SZW 2014 is hier uitgebreid op ingegaan. Recapitulerend gaat het om beleid op vier terreinen.

Ten eerste wordt breed beleid gevoerd om het vestigingsklimaat in Nederland te versterken. Nederland staat in de top tien van meest concurrerende economieën ter wereld. Nederland heeft een gunstige geografische ligging met een goede (ICT-)infrastructuur en erkende internationale knooppunten (Schiphol, de Rotterdamse haven en Brainport Zuid-Oost Nederland), sterke high-tech sectoren, excellente wetenschappers en topondernemers en een open, internationale oriëntatie. Die positie is geen gegeven, maar vraagt om maximale inspanning, bijvoorbeeld via het bedrijvenbeleid. Goede generieke regelingen vormen het hart van dit beleid. Hierbij gaat het onder meer om fiscale stimulering van onderzoek en ontwikkeling via de WBSO en overheidsgaranties op bancair krediet via de BMKB en de GO. Daarnaast profiteren alle bedrijven van vermindering van administratieve lasten en regeldruk. Sommige knelpunten van ondernemers vragen echter om maatwerk. Via het topsectorenbeleid werken ondernemers, onderzoekers en de overheid gezamenlijk aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen die een bron zijn van het verdienvermogen van de Nederlandse economie. Ten tweede is op 2 december de Participatiewet naar de Tweede Kamer verzonden. Met de Participatiewet kunnen bedrijven een loonkostensubsidie ontvangen om het verschil tussen de loonwaarde van werknemers met een arbeidsbeperking en het wettelijk minimumloon te compenseren. Dit maakt de doelgroep van de Participatiewet aantrekkelijker voor bedrijven die laaggeschoolde arbeid naar Nederland willen terughalen of bestaande activiteiten willen uitbreiden. Omgekeerd zorgt «reshoring» ervoor dat de werkgelegenheid voor de doelgroep van de Participatiewet wordt bevorderd.

Ten derde kan een bedrijf dat besluit om additionele werkgelegenheid in Nederland te creëren, bijvoorbeeld via «reshoring», in samenwerking met sociale partners een sectorplan indienen om arbeidsmarktknelpunten op te lossen. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om scholing of het begeleiden van personeel naar nieuw werk. Ook maatregelen om kwetsbare groepen, zoals jongeren, ouderen en arbeidsgehandicapten, aan werk te helpen kunnen rekenen op steun. Het kabinet ondersteunt sectorplannen via de Regeling Cofinanciering Sectorplannen voor in totaal € 600 miljoen (in 2014 en 2015).

Ten vierde heeft de overheid een belangrijke taak als het gaat om de informatievoorziening aan ondernemingen over «reshoring». Ondernemers kunnen voor vragen altijd terecht bij het Agentschap NL (www.antwoordvoorbedrijven.nl ). Ook het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) kan bedrijven van informatie voorzien wanneer zij willen investeren in Nederland (www.nfia.nl ).

Inzichtelijk maken «total costs of ownership»

Op het terrein van de informatievoorziening aan bedrijven wil het kabinet onderzoeken of het mogelijk is om bedrijven inzicht te bieden in de brede kosten en baten van investeren in Nederland. In de VS gebeurt dit op landelijk niveau al langer via het «total costs of ownership»-model, een initiatief van «The Reshoring Initiative» (zie www.reshorenow.org ). Analoog aan het voorbeeld in de VS gaat de gemeente Tilburg met de Universiteit van Tilburg (UvT) samenwerken om in 2014 een «total costs of ownership»-model voor de regio Tilburg te ontwikkelen. Er wordt aan de hand van de ervaringen in Tilburg bezien of het mogelijk en wenselijk is om dit model ook landelijk uit te rollen.

Hoe verder?

Op 13 december is een workshop over «reshoring» georganiseerd door het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Tijdens deze workshop hebben wetenschappers en experts van het Centraal Planbureau, de Universiteit van Tilburg en de Boston Consulting Group hun licht laten schijnen op het relatief nieuwe fenomeen «reshoring». De workshop heeft diverse interessante nieuwe inzichten opgeleverd. Ten eerste levert «offshoring» van activiteiten voor bedrijven lang niet altijd de productiviteitswinst op die vooraf werd verwacht. Een adequate informatievoorziening over de kosten en baten van internationalisering kan dus heel belangrijk zijn om te voorkomen dat bedrijven keuzes maken waar ze in een later stadium op terug moeten komen. Hier kan een landelijk «total costs of ownership»-model mogelijk een rol van betekenis spelen. Ten tweede waren de sprekers het er over eens dat Nederland de slag via significante kostenverlaging van arbeid niet zullen winnen van lagelonenlanden en de VS. De verschillen kunnen niet snel worden ingelopen en de vraag is wat het Nederland oplevert in termen van extra toegevoegde waarde en extra werkgelegenheid. Ten derde kan, indien er sprake is van «reshoring», vooral de onderkant van de arbeidsmarkt hiervan profiteren. Daar waar opportuun kunnen op regionaal niveau de relevante partijen (lokale overheden, kennisinstituten en bedrijven) ondersteuning geven aan interessante «reshoring»-initiatieven.

Wij zullen uw kamer in het voorjaar van 2014 een update sturen hoe met de resultaten van de workshop is omgegaan en wat de stand van zaken is rond de potentiële landelijke uitrol van een «total costs of ownership»-model.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma