Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-20133203

Vragen van de leden Kerstens en Hamer (beiden PvdA) aan de minister en staatssecretaris van sociale zaken en werkgelegenheid over het stimuleren van «reshoring» en de mogelijkheden daarbij in het kader van de Participatiewet (ingezonden 6 augustus 2013).

Antwoord van minister Asscher en staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) mede namens minister van Economische Zaken (ontvangen 11 september 2013).

Vraag 1

Heeft u kennis genomen van het artikel «Steeds meer bedrijven halen hun productie terug uit lagelonenlanden»?1

Antwoord 1

Ja, daar heb ik kennis van genomen.

Vraag 2

Deelt u de mening met de in bedoeld artikel, in navolging van wat ook de Pvda-fractie eerder heeft gesteld, gedane bewering dat «reshoring» (het terughalen van werkzaamheden naar Nederland) kansen biedt in het kader van de door het kabinet aangekondigde Participatiewet in die zin dat het (vaak) om werkzaamheden gaat die geschikt zijn voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

Bij «offshoring» besteden bedrijven vaak eenvoudige activiteiten uit aan het buitenland, vanwege de lagere loonkosten daar. Omgekeerd betekent dat, dat door «reshoring» er in Nederland meer banen komen voor laaggeschoold werk. Ik ben het er dus zeker mee eens dat «reshoring» kansen biedt in het kader van de door het kabinet aangekondigde Participatiewet.

Het kabinet beoogt met de Participatiewet zoveel mogelijk burgers te laten participeren, bij voorkeur via een reguliere baan. In het bijzonder is het beleid erop gericht om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en een arbeidsbeperking volwaardig mee te laten doen in de maatschappij. Deze mensen zijn vaker aangewezen op laaggeschoolde arbeid.

Er is recent een aantal aansprekende voorbeelden in de media verschenen, waarbij mensen uit de Sociale Werkvoorziening worden ingezet voor productiewerk dat voorheen nog in het buitenland werd gedaan. Zoals het Rotterdams metaalbedrijf Ferro-Fix dat de productie van ondergrondse afvalcontainers uit Polen terughaalde naar Nederland. Dit werk wordt nu gedaan door ruim honderd mensen uit de Sociale Werkvoorziening. Het Tilburgse bedrijf Capi wil de productie van tuinsierpotten binnenkort terughalen uit China. Het afvalbedrijf Sort, ook uit Tilburg, heeft zijn Poolse werknemers vervangen door mensen uit de Sociale Werkvoorziening.

Vraag 3

Indien u de hierboven onder 2. gestelde vraag positief beantwoordt, bent u dan bereid in het kader van dan wel tegen de achtergrond van de Participatiewet aandacht te besteden aan «reshoring» c.q. maatregelen te overwegen die het terughalen van werkzaamheden (met name ook ten gunste van mensen op wie de Participatiewet van toepassing is) stimuleren? Zo ja, aan welke maatregelen denkt u dan?

Antwoord 3

De Participatiewet en «reshoring» versterken elkaar. De Participatiewet maakt het aantrekkelijk om productie in Nederland te laten plaatsvinden, door de loonkosten voor laaggeschoolde arbeid te verlagen. Hiertoe krijgen gemeenten met de Participatiewet instrumenten in handen om de arbeidsparticipatie van deze groep te bevorderen. De werkgever ontvangt een loonkostensubsidie om het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer en het WML te compenseren. De werkgever betaalt het gewone loon (WML of het loon dat overeenkomstig de cao geldt). Andersom leidt «reshoring» tot betere kansen voor mensen die onder de Participatiewet vallen.

In het Sociaal Akkoord hebben werkgevers in de marktsector zich garant gesteld voor op termijn 100.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking. De overheid zal garant staan voor 25.000 extra banen voor deze doelgroep. «Reshoring» kan eraan bijdragen om deze extra banen te genereren.

De genoemde voorbeelden van «reshoring» tonen aan dat juist gemeentes dit soort initiatieven goed kunnen ondersteunen. Het is bemoedigend dat dergelijke bedrijven ervoor kiezen om hun productie in Nederland te laten uitvoeren door mensen met een arbeidsbeperking. Bij de implementatie van de participatiewet gaat de Staatssecretaris van Sociale Zaken expliciet uitdragen welke kansen «reshoring» biedt voor het creëren van werkgelegenheid, met name voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Ook voordat de Participatiewet in werking is getreden zijn er voor bedrijven al mogelijkheden om loonkosten te reduceren voor laaggeschoolde arbeid. Naast het maatwerk in de Wsw uit de voorbeelden, biedt de Regeling Cofinanciering Sectorplannen mogelijkheden tot loonkostensubsidie van het in dienst nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Voor meer informatie hierover verwijs ik naar de antwoorden op Kamervragen van het CDA verderop in deze brief.

Natuurlijk is het zo dat de afweging van ondernemers om hun productie al dan niet in Nederland plaats te laten vinden, niet alleen afhankelijk is van de hoogte van loonkosten, maar van het vestigingsklimaat in het algemeen. Het kabinet wil zorg dragen voor een vestigingsklimaat dat kwalitatief tot de beste ter wereld behoort. Er wordt hard gewerkt aan het verbeteren van verschillende aspecten van het vestigingsklimaat, zoals de kwaliteit van de infrastructuur, de duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking, het onderwijsniveau, het functioneren van de arbeidsmarkt en de kwaliteit van leven.

De totale afweging van kosten en baten van de vestigingslocatie kan worden berekend aan de hand van een «total cost of ownership» model. Voor meer informatie hierover verwijs ik naar de antwoorden op de Kamervragen van het CDA verderop in deze brief(Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 3202).


X Noot
1

Financieel Dagblad, 5 augustus 2013