Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029538 nr. 307

29 538 Zorg en maatschappelijke ondersteuning

Nr. 307 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2019

In vervolg op mijn toezegging tijdens het Voortgezet Algemeen Overleg op 3 september jl. (Handelingen II 2018/19, nr. 103, item 8) informeer ik u over de uitkomsten van mijn overleg met de VNG over de invulling van de motie van het lid Kerstens1, over het afgeven van langdurige beschikkingen op basis van de Wmo 2015. Deze brief is ook een reactie op het gedeelte van de motie van het lid Bergkamp2, voor zover die gaat over toekenningsbesluiten voor het Wmo PGB voor een langere duur. Tot slot komt in het webbericht waar deze brief naar verwijst, de uitvoering van de motie van het lid Slootweg Geluk en Poortvliet3 aan de orde. Deze motie roept op gemeenten erop te wijzen in individuele zaken recht te doen aan de uitkomsten van de bezwaar- en beroepsprocedures inzake resultaatgericht beschikken.

Met de VNG bestaat overeenstemming over de wenselijkheid om de duur van de beschikking zoveel mogelijk aan te laten sluiten op de specifieke situatie van de aanvrager. Daar waar sprake is van een beperking die niet tijdelijk is, ligt de afgifte van een kortdurende beschikking als regel niet voor de hand. Het standaard aan iedereen afgeven van beschikkingen met een beperkte duur van (bijvoorbeeld) een jaar past niet bij het uitgangspunt van de Wmo 2015: het bieden van maatwerk in individuele situaties, rekening houdend met de kenmerken van de persoon en diens situatie.

De VNG heeft mij toegezegd in gesprek te gaan met gemeenten om een preciezer beeld te verkrijgen van de huidige uitvoeringspraktijk van het indiceren. Daarbij nodigt de VNG ook de cliëntorganisaties uit om aan te geven over welke gemeenten zij zich met name zorgen maken. Het doel is een beter beeld te krijgen van de (omvang van) de problematiek en de wijze waarop gemeenten daarmee in de praktijk omgaan. De VNG zal vervolgens op basis van dit beeld bezien wat aanvullend nodig is om te borgen dat alle gemeenten uitvoering geven aan de door uw Kamer aanvaarde motie. In dit kader zal – in overleg met mij – ook worden bezien of een meer algemene norm ten behoeve van de duur van indicaties nodig en mogelijk is, met dien verstande dat deze norm zich uiteraard moet verhouden met het uitgangspunt van maatwerk in de Wmo 2015.

VNG heeft inmiddels een bericht4 op haar website geplaatst om gemeenten te informeren over de in de Wmo 2015 aanwezige mogelijkheden om langdurig te beschikken. VNG roept gemeenten in het bericht onder andere op bij het afgeven van een beschikking van bepaalde tijd die beschikking zoveel mogelijk aan te laten sluiten op de specifieke situatie van de cliënt.

Tenslotte deel ik u nog mede dat VNG mij de wens kenbaar heeft gemaakt, in vervolg op de aanvaarding van de motie, een ronde tafeloverleg met uw Kamer te hebben.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge