29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

BY BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de Minister van Buitenlandse Zaken

Den Haag, 3 juni 2026

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) heeft op 26 mei 2026 de brief inzake de artikel 100-inzet in de Middellandse Zee van 9 maart 20261 en de brief inzake de aanvullende artikel 100-inzet in de Middellandse Zee van 2 april 20262 en het daaropvolgende verslag schriftelijk overleg3 besproken. Zij heeft daarover advies aan de Kamer uitgebracht.

Ondanks het feit dat de missie in de Middellandse Zee zoals omschreven in de bovengenoemde brieven inmiddels is afgerond, hecht de Kamer eraan om de artikel 100-procedure van de Eerste Kamer formeel af te ronden.

Ik meld u dan ook bij dezen dat de Kamer het advies van de commissie BDO heeft overgenomen om de genoemde brieven en het gevoerde schriftelijke overleg voor kennisgeving aan te nemen.

Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, M.L. Vos


X Noot
1

Kamerstukken I, 2025–2026, 29 521, BS.

X Noot
2

Kamerstukken I, 2025–2026, 29 521, BT.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2025–2026, 29 521, BW.


X Noot
1

Kamerstukken I, 2025–2026, 29 521, BS.

X Noot
2

Kamerstukken I, 2025–2026, 29 521, BT.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2025–2026, 29 521, BW.

Naar boven