Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 april 2026
Op 9 maart jl. informeerde het kabinet uw Kamer over de artikel 100-inzet in de Middellandse
Zee, met de inzet van een Luchtverdedigings- en Commandofregat (hierna: het fregat)
en de daarop aanwezige militairen, in beginsel tot begin april, voor een defensieve
operatie in het oosten van de Middellandse Zee ter verdediging van de Carrier Strike Group (CSG), Cyprus en het bondgenootschappelijk grondgebied1. Met deze inzet toont Nederland bondgenootschappelijke solidariteit en draagt het
bij aan Europese samenwerking in het kader van de bescherming van de internationale
rechtsorde.
Gelet op de huidige omstandigheden heeft Frankrijk ervoor gekozen de operatie met
een ongewijzigd – defensief – mandaat te continueren. Het oorspronkelijke Franse steunverzoek
blijft onverminderd van kracht. In goed overleg met Frankijk heeft het kabinet er
daarom voor gekozen ook de Nederlandse inzet te continueren. In overeenstemming met
artikel 100 van de Grondwet en met verwijzing naar de Kamerbrief inzake artikel 100-inzet
in de Middellandse Zee (Kamerstuk 29 521, nr. BS d.d. 9 maart 2026), informeert het kabinet u hierbij over het besluit de inzet van
het fregat en de daarop aanwezige militairen te verlengen tot in beginsel begin mei
2026. De verlenging levert geen significante verdringingseffecten op wat betreft personeel
of materieel. Aangezien de verlengde inzet binnen de kaders van het huidige mandaat
blijft, verwijst het kabinet uw Kamer naar eerdergenoemde artikel 100-brief voor onder
andere de contextanalyse, Nederlandse belangen, rechtsbasis, doelstellingen en risico’s
van de Nederlandse inzet. De gevolgen voor de nationale veiligheid, zoals uiteengezet
in de Kamerbrief (Kamerstuk 29 521, nr. BS d.d. 9 maart 2026), blijven eveneens onveranderd gelden voor deze verlengde inzet.
Financiën
De kosten voor de verlenging van de inzet van het fregat binnen het vlootverband was
reeds begroot door Defensie. De kosten van verlenging zijn geraamd op EUR 5 miljoen
en komen ten laste van het Budget Internationale Veiligheid. De totale inzet is daarmee
geraamd op EUR 7,5 miljoen. Indien gebruik wordt gemaakt van kapitale munitie, dan
komen de kosten daarvoor eveneens ten laste van het Budget Internationale Veiligheid.
Straat van Hormuz
Tevens maakt het kabinet van deze gelegenheid gebruik om stil te staan bij de ontwikkelingen
bij de Straat van Hormuz. Zoals uw Kamer bekend veroordeelde Nederland op 19 maart
jl., in een gezamenlijke verklaring met inmiddels meer dan dertig staten, de recente
aanvallen van Iran op onbewapende commerciële vaartuigen, civiele infrastructuur,
alsmede de feitelijke afsluiting van de Straat van Hormuz. (Kamerstuk 23 432, nr. 669 d.d. 20 maart 2026). Mocht uit het daarmee samenhangende internationaal overleg over
inzet in de volgende fase na het beëindigen van de vijandelijkheden een concreet verzoek
voor een militaire bijdrage aan Nederland volgen, dan zal uw Kamer conform het Toetsingskader
2014 nader worden geïnformeerd.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
De Minister van Defensie,
D. Yeşilgöz-Zegerius