Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 januari 2015
Op 7 januari jl. heeft het Veiligheidsberaad (VB) mij zijn landelijk kader Uitruk
op Maat voor de brandweer ter informatie aangeboden. Bijgaand treft u dit kader aan1. Het Veiligheidsberaad heeft in de vergadering van 28 november 2014 unaniem ingestemd
met dit kader. Daarmee wordt richting gegeven aan de mogelijkheid die het Besluit
veiligheidsregio’s biedt om af te wijken van de standaard voertuigbezetting, zoals
opgenomen in artikel 3.1.5 van het Besluit veiligheidsregio’s. Het landelijk kader
Uitruk op Maat van het Veiligheidsberaad betreft geen formele regelgeving. Feitelijke
besluitvorming over Uitruk op Maat vindt plaats door de besturen van de veiligheidsregio’s.
Het VB meldt dat de landelijke uitgangspunten naar verwachting voor meer uniformiteit
in het werken met variabele voertuigbezetting zorgen en dat de regionale besturen
hiermee een kader hebben om besluiten over variabele voertuigbezetting te nemen. Een
actueel overzicht van de wijze waarop de veiligheidsregio’s invulling geven aan Uitruk
op Maat is mede daarom nog niet aanwezig.
Aanleiding tot de ontwikkeling van het landelijk kader Uitruk op Maat vormt het WODC-onderzoek
naar variabele voertuigbezetting, dat ik met mijn brief 19 februari 2014 aan de Tweede
Kamer heb aangeboden2. Op basis van dat rapport heb ik met het VB afgesproken dat het VB een landelijk
gedeelde opvatting (visie) zou ontwikkelen over de inzet van (variabele) voertuigen
en bemensing en hierover landelijke afspraken zou maken.
Veiligheid brandweerpersoneel en draagvlak
Bij een inzet dient de veiligheid van brandweerpersoneel te zijn geborgd. Daarom is
in artikel 3.1.5 van het Besluit veiligheidsregio’s bepaald dat indien het bestuur
van de veiligheidsregio besluit tot een andere samenstelling van basisbrandweereenheden,
geen afbreuk mag worden gedaan aan de veiligheid en gezondheid van het brandweerpersoneel.
Ik heb van de Abvakabo (mede namens de andere vakbonden) en de Vakvereniging voor
Brandweervrijwilligers brieven ontvangen waarin zij kritiek uiten op de veiligheidsaspecten
van het landelijk kader en aangeven zich onvoldoende betrokken te voelen bij de totstandkoming
van dit kader. Mede daarom heb ik na ontvangst van het kader nadere informatie bij
het VB ingewonnen met betrekking tot de veiligheid van het personeel en het draagvlak.
Het VB heeft mij gemeld dat er Risico-inventarisatie en evaluaties (RI&E’s) zijn uitgevoerd
op de koppeling van taken en slagkracht. Volgens het VB is en blijft de veiligheid
van het personeel geborgd. Ook heeft het VB mij gemeld dat de veiligheid van het personeel
in de veiligheidsregio’s extra aandacht krijgt door het als onderwerp op te pakken
binnen de reguliere kanalen: werkinstructies, opleidingen, oefeningen, evaluaties,
aandachtskaarten, etc.
Gezien de kritiek van de vakbonden en de VBV op het landelijk kader met betrekking
tot het veiligheidsaspect, zal ik met de betrokken partijen hierover gezamenlijk in
gesprek gaan.
Ten aanzien van het draagvlak heeft het VB mij gemeld dat de werkvloer en de vakbonden
op diverse manieren betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het kader «Uitruk
op Maat». Het VB licht dit als volgt toe:
«De bonden zijn met name landelijk betrokken op procesmatig niveau. Op 23 en 30 september
2014 en 28 oktober 2014 heeft overleg met de bonden plaatsgevonden. Inhoudelijk is
het kader op regionaal niveau afgestemd met de 25 veiligheidsregio’s in de daarvoor
geëigende overlegorganen op regionaal niveau. Hiertoe behoren ook de overleggen met
de Ondernemingsraad en in sommige gevallen het regionale Georganiseerde Overleg. De
primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het kader ligt op regionaal niveau.
Er is niet voor gekozen met de individuele brandwacht te overleggen. Deze groep is
vertegenwoordigd in de Ondernemingsraden en de Ondernemingsraden zijn zeer zeker betrokken
bij het proces van totstandkoming. Overigens is deze doelgroep nauw betrokken geweest
bij de vele pilots die in het land zijn uitgevoerd.»
Aangezien de VBV en de vakbonden aangeven zich onvoldoende betrokken te voelen bij
de totstandkoming van het landelijk kader Uitruk op Maat, heb ik het VB gevraagd hierover
met hen in overleg te blijven, teneinde het draagvlak te vergroten.
Gegevensverzameling
Om de effecten van Uitruk op Maat in kaart te kunnen brengen, is het van belang om
systematisch gegevens te verzamelen over brandweeroptreden op landelijk niveau, inclusief
gegevens over variabele voertuigbezetting. Dit wordt geconstateerd in het WODC-rapport
over variabele voertuigbezetting. Daarom heb ik het Veiligheidsberaad gevraagd mij
te informeren over de acties die worden ondernomen om gegevens over de inzet van variabele
voertuigbezetting op landelijke schaal met elkaar te vergelijken, en dus te bevorderen
dat gegevens uit de 25 veiligheidsregio’s hierover op vergelijkbare wijze worden verzameld
en beheerd.
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten