Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201629517 nr. 112

29 517 Veiligheidsregio’s

Nr. 112 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 maart 2016

In het AO Nationale Veiligheid van 3 september 2015 (Kamerstuk 29 517, nr. 104) heb ik toegezegd u nader te informeren over de voortgang van de vorming van een landelijke meldkamerorganisatie, C2000 en vragen over locatiebepaling 112. Over de voortgang van de landelijke meldkamerorganisatie en C2000 heb ik u al geïnformeerd in de brieven van respectievelijk 4 januari 2016 «Heroriëntatie landelijke meldkamerorganisatie» (Kamerstuk 29 517, nr. 108) en 16 oktober 2015 «Nieuwe infrastructuur mobiele communicatie C2000» (Kamerstuk 25 124, nr. 77). Hierbij bied ik u de TNO toekomstverkenning aan «Wie belt er nog?»1 en informeer ik u over de voorgenomen vervolgstappen hierop met specifieke aandacht voor locatiebepaling. Tevens informeer ik u over de stand van zaken van de vernieuwing 112. Tot slot informeer ik u over de bereikbaarheid van het alarmnummer 112 voor doven en slechthorenden».

Het nieuwe melden

In het kader van het onderzoeksprogramma «Veilige Maatschappij» heeft TNO in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie een toekomstvisie op nieuwe vormen van (spoedeisend) melden opgesteld. Het rapport beschrijft toekomstscenario’s in 2025, gebaseerd op trends en interpretaties van het nu. Die toekomstscenario’s zijn vertaald in een actiegericht meerjarig perspectief. Hierin worden mogelijke activiteiten beschreven voor de periode van nu tot 2025 om het meldproces verder te ontwikkelen. Het eerste tijdvak 2016–2020 staat hierbij in het teken van onder andere locatiebepaling, het combineren van data en spraak in noodhulpoproepen, het creëren van nieuwe werkwijzen en het waar nodig aanpassen van beleidskaders en regelgeving. Voor nadere uitwerking van deze aanpak vind ik het van belang om inzicht te hebben in hoe de hulpverleningsdiensten de voorgestelde richting wegen en waarderen vanuit hun operationele expertise. Ik heb daarom de politie vanuit haar verantwoordelijkheid voor 112 verzocht om op basis van het rapport en in samenspraak met de andere hulpverleningspartners met voorstellen te komen voor een verder vervolg. Hierover zal ik u op een later tijdstip nader informeren.

Locatiebepaling

In het bovengenoemde rapport is er aandacht voor locatiebepaling en nieuwe manieren van melden op basis van communicatie via het internet en apps. Vooruitlopend op de meerjarige uitwerking die TNO hierbij voorstelt, kan ik u melden dat er voor de behoefte aan locatiebepaling ook korte termijn oplossingen in de meldkamers kunnen en worden toegepast. Een voorwaarde voor deze nieuwe vorm van locatiebepaling is wel dat de beller met een telefoon belt die dit ondersteunt. In een aantal meldkamers wordt reeds gebruik gemaakt van een werkwijze waarbij vanuit de meldkamer een SMS- naar de mobiele telefoon van de melder zal worden gestuurd. Als de beller het SMS bericht opent en de bijgevoegde internetlink activeert genereert de mobiele telefoon zelf de benodigde informatie en stuurt via een mobiele- of internet verbinding door naar de meldkamer. Deze werkwijze heeft als voordeel dat de beller er zelf bewust voor kan kiezen om de locatiegegevens wel of niet door te geven aan de hulpverleningsdiensten(privacy). Er zijn immers ook situaties denkbaar waarbij het doorgeven van locatiebepaling niet gewenst is door de melder. De verantwoordelijkheid voor de gemeenschappelijke meldkamers is zoals u weet decentraal belegd. Om synergie en inkoopvoordeel te bereiken, wordt op dit moment een inkooptraject voorbereid om een gezamenlijke oplossing te verwerven die in de loop van dit jaar in de meldkamers kan worden toegepast.

Doorvoeren veranderingen 112-inrichting

TNO heeft in 2014 in opdracht van mijn ministerie een marktverkenning uitgevoerd met als centrale vraag of (onderdelen van) de 112 inrichting aanbesteed kunnen worden. Het antwoord daarop is positief. Echter, gezien de huidige vervlechting van de 112-inrichting met vooral de meldkamers, is het aanbesteden van de inrichting van 112 nu nog te vroeg. Een aanbesteding en uitrol met een nieuwe leverancier zou momenteel te veel impact hebben op de meldkamers en de politie IV-organisatie, die al belast is met bijdragen aan de vorming van de Nationale politie, de landelijke meldkamerorganisatie en de vernieuwing van C2000. Om de continuïteitsrisico’s van de vernieuwing van 112 tot een minimum te beperken heb ik besloten om de veranderingen die moeten worden uitgevoerd in de huidige inrichting om de continuïteit te waarborgen, door te voeren met de huidige leverancier. Dit kan een financiële onrechtmatigheid tot gevolg hebben. De financiële onrechtmatigheid zal, indien ook als zodanig beoordeeld door de accountant, worden opgenomen in de bedrijfsvoeringparagrafen van de jaarrekeningen van de politie van de betreffende jaren. Er wordt vooraf rekening gehouden met een bedrag van ca € 40 mln. voor deze periode. Met de politie heb ik afgesproken dat de politie in 2019 start met een aanbesteding voor een vernieuwd 112 dat aansluit op het actiegericht meerjarig perspectief uit het TNO onderzoek naar het nieuwe melden.

TNO-rapport «112 voor doven en slechthorenden»

Met het oog op het belang van een goede kwaliteit van de 112-voorziening heb ik TNO opdracht gegeven onderzoek te laten doen naar het stelsel en de mogelijkheden om de bereikbaarheid van 112 voor doven en slechthorenden te verbeteren. Dit onderzoek bevindt zich in een afrondende fase. TNO is met de belangenvereniging in gesprek over het concept-rapport. Wanneer dit is afgerond zal TNO een definitieve versie van het rapport opleveren wat besproken zal worden met alle betrokken partijen.

Daarbij zal ik de Nationale politie vanuit haar verantwoordelijkheid voor 112 verzoeken om met een voorstel voor afgestemde vervolgstappen te komen. Hierover zal ik de Kamer nader informeren.

Tot slot

Voor de goede orde meld ik u nog dat de Minister van Economische zaken in zijn brief van 18 februari jl. (Kamerstuk 29 517, nr. 109) u mede namens mij heeft geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van de mobiele bereikbaarheid van 112. Kortheidshalve verwijs ik u hiervoor naar de inhoud van deze brief.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl