Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529515 nr. 361

29 515 Aanpak regeldruk en administratieve lasten

Nr. 361 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES EN VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juni 2015

Hierbij bieden wij u de voorjaarsrapportage regeldruk aan, zoals aangekondigd in de najaarsrapportage regeldruk van 5 december 2014 (Kamerstuk 29 515, nr. 355).

In deze brief komt de voortgang van de programmabrief «Goed geregeld: een verantwoorde vermindering van regeldruk 2012–2017» aan de orde.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

Voorjaarsrapportage regeldruk

1. Inleiding

Het creëren van meer ruimte voor innovatie, economische groei en maatschappelijke initiatieven is een belangrijke ambitie van het kabinet. Regels zijn nodig, maar daar waar deze leiden tot onnodige irritatie, hoge kosten of het afzien van veelbelovende initiatieven, moet worden bezien of deze kunnen worden aangepast of weggenomen. Daar is de kabinetsaanpak van regeldruk op gericht. De ambitie is om met oog voor publieke belangen te komen tot betere regels die ruimte bieden voor durf en eigen verantwoordelijkheid.

Langs zes sporen werkt het kabinet aan regeldrukvermindering voor bedrijven, burgers en professionals:

  • 1. Minder regeldruk door het verbeteren van de wetgevingskwaliteit;

  • 2. Structurele verlaging van de regeldruk voor bedrijven, burgers en professionals met € 2,5 miljard in de periode 2012- 2017;

  • 3. Merkbare regeldrukvermindering met de maatwerkaanpak;

  • 4. Slimmer, beter en efficiënter toezicht;

  • 5. Minder regeldruk door samenwerking met gemeenten en Europa;

  • 6. Betere (digitale) dienstverlening.

Op alle sporen is het afgelopen half jaar weer voortgang geboekt. Een aantal resultaten in deze brief:

  • De kwantitatieve doelstelling om de regeldruk in de periode 2012–2017 te verminderen is verder ingevuld. Er is nu voor € 2,37 miljard aan maatregelen in kaart gebracht, waarvan inmiddels € 1,35 miljard is gerealiseerd.

  • In de maatwerkaanpakken zijn voor ondernemers de eerste knelpunten opgelost. Zo versnelt het project «ontslakken» in de maatwerkaanpak bouw bouwprojecten en draagt het bij aan de ondernemerstevredenheid. Met de recent gelanceerde maatwerkaanpak winkelambacht zet het kabinet in op regeldrukvermindering voor het mkb, zoals kappers, bloemisten en bakkers.

  • Inmiddels zijn 13 van de 17 in de najaarsrapportage aangekondigde digitale regelhulpen opgeleverd. Regelhulpen helpen ondernemers om te begrijpen welke regels voor hen gelden en komt de naleving hiervan ten goede. Voorbeelden zijn de regelhulpen voor het activiteitenbesluit (milieu), brandveiligheid, legionella en speeltoestellen.

  • De ambitie van ondernemersplein.nl om 500.000 bezoekers per maand te genereren is in december 2014 gerealiseerd. Ondernemersplein.nl draagt bij aan betere digitale dienstverlening aan ondernemers en zorgt voor tijdsbesparing bij het zoeken naar relevante informatie.

  • Op 19 mei 2015 heeft vicepresident van de Europese Commissie, Frans Timmermans, nieuwe plannen gelanceerd om het Europese beleid voor betere regelgeving te versterken. Zo zal de Europese Commissie bij de toetsing van regels ook externe expertise inschakelen en zal het meer aandacht hebben voor het mkb en regelgeving die «digital en competitiveness proof» is. Dit zijn zaken waarvoor het kabinet zich de afgelopen jaren hard heeft gemaakt.

Hoewel er voortgang is geboekt, realiseert het kabinet zich dat er nog stappen te zetten zijn. Zo geven bedrijven, burgers en professionals aan dat de ingezette maatregelen niet altijd tot een merkbare verlichting van regeldruk hebben geleid. Het kabinet werkt in de maatwerkaanpak daarom hard aan de oplossing van knelpunten die door doelgroepen naar voren zijn gebracht. Het realiseren van doorbraken hierin vraagt om blijvend commitment van zowel overheden als bedrijfsleven, instellingen en burgers. Ook de ontwikkeling van het cijferbeeld geeft geen reden om achterover te leunen. Zoals zo vaak geldt ook bij het behalen van de € 2,5 miljard doelstelling dat de laatste loodjes het zwaarst wegen. Het gaat immers niet alleen om het identificeren van voldoende maatregelen, maar vooral ook om de realisatie daarvan. Met een realisatie van inmiddels € 1,35 miljard aan regeldrukvermindering zijn we halverwege het programma goed op weg, maar we hebben nog wel een stuk te gaan. Om verschillende redenen kunnen geplande maatregelen namelijk worden uitgesteld of anders worden ingevuld. Ook nieuwe regels kunnen extra regeldruk veroorzaken. Daarvoor zullen compenserende maatregelen worden gevonden. Departementen blijven daarom kritisch op nut en noodzaak van regels en alert op de mogelijkheden om bestaande regeldruk te verminderen.

In deze brief gaat het kabinet in op de voortgang van alle hierboven genoemde actielijnen, de toezeggingen die in het Algemeen Overleg Ondernemen en gastvrijheidseconomie van 1 april jl. zijn gedaan (Kamerstuk 32 637, nr. 182) en de recentelijk uitgebrachte systeemaudit van Actal.

2. Minder regeldruk door betere wetgevingskwaliteit

Transparantie van het wetgevingsproces en mogelijkheden voor ondernemers, burgers en professionals om te kunnen reageren op een wetsvoorstel kunnen bijdragen aan vermindering van de (ervaren) regeldruk. In april 2015 is de wetgevingskalender (https://wetgevingskalender.overheid.nl) van start gegaan. Hierop kan iedereen de totstandkoming volgen van wetten en algemene maatregelen van bestuur. Ook is er een overzicht te vinden van de door Nederland te implementeren Europese richtlijnen. De verwachting is dat in de loop van 2015 alle ministeries op de wetgevingskalender zijn aangesloten.

Het aantal consultaties op www.internetconsultatie.nl neemt nog steeds toe. In totaal hebben er in 2014 133 internetconsultaties plaatsgevonden ten opzichte van 77 in 2013. Vaak leiden de reacties tot aanscherping van de toelichtingen op regelgeving, een betere onderbouwing van de gemaakte keuzes en soms tot aanpassing van een voorstel (zie tekstbox). In 2015 vindt in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie onderzoek plaats naar de gebruikswaardering van internetconsultatie en de mate waarin de hiermee door het kabinet beoogde doelen worden gerealiseerd.

Voorbeelden regeldrukvermindering door internetconsultatie

  • Energieleveranciers hebben tijdens de consultatie voor het Besluit «Verbruiks- en kostenoverzicht energie» aangegeven dat de eis om daadwerkelijke kosten weer te geven op de periodieke overzichten die ze aan consumenten moeten sturen, zou leiden tot hoge ICT-kosten (nalevingskosten). Op basis hiervan is bepaald dat op het periodieke verbruiks- en kostenoverzicht (in tegenstelling tot de eindafrekening) geen daadwerkelijke kosten hoeven te worden vermeld, maar indicatieve kosten mogen worden genoemd. Hiermee krijgt de consument een voldoende beeld om het gebruiksgedrag op af te stemmen, zonder dat de energiebedrijven disproportioneel hoge kosten hoeven te maken.

  • Naar aanleiding van de internetconsultatie van de aanpassing van de Telecommunicatiewet voor het blokkeren van de netwerktoegang van gestolen mobiele telefoons (IMEI-blokkering) is het wetsvoorstel ingetrokken, omdat marktpartijen twijfelden over de effectiviteit en zorgen hadden over de hoge implementatiekosten (inhoudelijke nalevingskosten) van het voorstel. Er is vervolgens gezocht naar een alternatief in de vorm van blokkering van het toestel zélf. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat dit effectiever en kostenefficiënter is.

De Ministeries van Veiligheid en Justitie, Economische Zaken en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werken de komende jaren samen met de andere departementen actief aan de toekomstbestendigheid van wetgeving en het wetgevingsproces. Wetgeving en het wetgevingsproces moeten ruimte bieden voor overheid, burgers en bedrijven om, rekening houdend met publieke belangen, adequaat in te kunnen spelen op nieuwe maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en op nieuwe beleidskeuzes op nationaal, Europees en internationaal niveau. Dit kan leiden tot een vermindering van de (ervaren) regeldruk. Eén van de oogmerken is ook dat wetgeving techniekneutraal is en geen innovatie belemmert. Belemmeringen voor innovatie in bestaande wetgeving moeten waar mogelijk worden weggenomen.

Het kabinet start hiermee vanuit een aantal concrete moderniserings-vraagstukken, onder andere op het gebied van Data & ICT (Digital Single Market), Smart Innovations (Smart Industry, drones) en digitale platformen, zoals Uber en AirBnB. De Minister van Economische Zaken stuurt de eerste resultaten van deze exercitie medio 2015 naar de Tweede Kamer.

Audit van de regeldrukaanpak

Op 22 april 2015 heeft Actal haar rapport over de systeemaudit van de regeldrukaanpak uitgebracht. Doel van de audit was de mate van verinnerlijking van het onderwerp regeldruk bij departementen te onderzoeken. Deze audit volgt op de systeemtoets uit 2012. Op basis van zijn onderzoek concludeert Actal dat de registratie van regeldrukeffecten verbeterd is, maar nog beter zou moeten. Actal brengt daarbij een rangschikking aan tussen de verschillende departementen als het gaat om de verinnerlijking van regeldruk. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen koplopers, de middengroep en achterblijvers. Actal adviseert dossierhouders bij de registratie van regeldrukeffecten te ondersteunen met een handzame handleiding en een aparte instantie voor ex ante toetsing van wet- en regelgevingseffecten in te richten. Die instantie zou moeten toetsen of voorstellen «rijp voor besluitvorming» zijn.

Binnen het kabinet hebben wij inmiddels aandacht gevraagd voor de verbetering van die verinnerlijking. Dat geldt met name voor de toepassing van de Bedrijfseffectentoets. Departementen zijn nog niet consequent genoeg in het invullen en publiceren hiervan bij internetconsultaties. Zoals ook tijdens het Algemeen Overleg van 1 april jl. door de Minister van Economische Zaken is toegezegd, zal het kabinet hier beter op toezien. Door betere toepassing en publicatie van Bedrijfseffectentoetsen wordt het voor bedrijven en instellingen gemakkelijker om in een relatief vroeg stadium kennis te nemen van de effecten van wet- en regelgeving en hierop te reageren. In lijn met het Actal-advies wordt al gewerkt aan een eenvoudige regeldrukhandleiding voor beleidsambtenaren. Het advies van Actal om een instantie voor ex ante toetsing van voorstellen van wet- en regelgeving op regeldrukeffecten in te richten, wil het kabinet nader onderzoeken. Of dit voldoende toegevoegde waarde heeft, is onder andere afhankelijk van de wijze waarop deze toets wordt georganiseerd en hoe deze binnen het bestaande proces van besluitvorming kan worden gepositioneerd. Dit advies vergt daarom een zorgvuldige afweging en zal worden meegenomen in de evaluatie van Actal die het kabinet later dit jaar zal uitvoeren.

3. Vermindering van regeldruk € 2,5 miljard in periode 2012-2017

Het kabinet is er ondanks een aantal forse tegenvallers in het afgelopen half jaar in geslaagd om tot een verdere invulling van de € 2,5 miljard doelstelling te komen. Op dit moment heeft het kabinet voor € 2,37 miljard aan maatregelen in kaart gebracht, een stijging van € 17 miljoen ten opzichte van de stand in oktober vorig jaar.

Figuur 1: Voortgang kabinetsdoelstelling € 2,5 mld regeldrukvermindering 2012–2017

Figuur 1: Voortgang kabinetsdoelstelling € 2,5 mld regeldrukvermindering 2012–2017

Achter deze geringe verandering in het totaalbeeld gaan evenwel een aantal forse mutaties op dossierniveau schuil. De stijging in het cijferbeeld is onder meer te danken aan de implementatie van de EU-richtlijn jaarrekening die het Nederlandse bedrijfsleven € 333 miljoen aan regeldrukvermindering oplevert (zie tekstbox). Ook de ontwikkeling van de digitale vrachtbrief in de maatwerkaanpak logistiek brengt een grote reductie met zich mee. De digitale vrachtbrief stelt vervoerders en verladers in staat om op een gemakkelijke, snelle manier te communiceren over de vracht. Het gaat om een regeldrukreductie van € 100 miljoen.

In het burgerdomein levert het Nationaal Parkeerregister (NPR) een aanzienlijke reductie op van € 98 miljoen. Het NPR is een landelijke database dat de noodzakelijke basisinfrastructuur biedt om parkeerdiensten te digitaliseren. Dat levert burgers een betere parkeerservice op en gemeenten gunstige tarieven, onder meer door het faciliteren van mobiel parkeren via alle parkeerproviders en het mogelijk maken van digitale parkeerhandhaving.

Lagere lasten voor ondernemers door uitvoeringswet EU-richtlijn jaarrekening

De uitvoeringswet richtlijn jaarrekening maakt zo ruim mogelijk gebruik van de mogelijkheden van de EU-richtlijn jaarrekening om te zorgen voor lastenverlichting voor bedrijven. Dit gebeurt door de grensbedragen voor categorieën van kleine, middelgrote en grote ondernemingen te verhogen, waardoor meer ondernemingen in een lagere categorie met minder of minder zware voorschriften vallen. Daarnaast is gekozen voor de invoering van een verlicht regime voor micro-ondernemingen (als onderdeel van de categorie kleine ondernemingen), waardoor micro-ondernemingen worden vrijgesteld van een aantal verplichtingen. Zo kunnen zij voortaan onder meer een verkorte balans opstellen, de winst- en verliesrekening beperken en ze hoeven geen (beperkte) toelichting te geven op de verkorte balans.

Tegelijkertijd heeft zich een aantal tegenvallers voorgedaan. Zo is een belangrijk deel van de maatregelen gericht op een verdere vereenvoudiging van het bouwproces en versoepeling van de bijbehorende procedures uitgesteld om deze gelijk te laten lopen met de invoering van de Omgevingswet. Met deze maatregel was een regeldrukreductie van € 150 miljoen gemoeid. Omdat ook de beoogde reductie inzake de vervanging van de gemeentelijke vergunningverlening door private toetsing niet geheel gerealiseerd zal worden, ziet het er nu naar uit dat in totaal slechts € 100 miljoen van de beoogde reductie van € 300 miljoen in deze kabinetsperiode zal worden bereikt. Ook het verbod in het Asbestbesluit op het hebben van zogenoemde asbestdaken leidt tot additionele nalevingskosten van € 130 miljoen. Conform de vorig jaar met de Kamer gemaakte afspraak is bovendien de taakstellende compensatie voor de mestwetgeving van € 99 miljoen niet meer meegenomen in het cijferbeeld.

Tot slot zal de elektronische Nederlandse identiteitskaart (eNIK) waarschijnlijk niet binnen deze kabinetsperiode worden gerealiseerd. Deze is daarom ook niet meer meegenomen. Met deze maatregel was een regeldrukreductie van € 9,88 miljoen voor burgers gemoeid. Alvorens het besluit tot invoering van de eNIK te nemen, start het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties eerst een pilot bij een paar gemeenten.

In bijlage I zijn alle onderliggende maatregelen per departement in beeld gebracht met de daarbij ingeschatte regeldrukeffecten1.

Van de genoemde plannen is per 1 april 2015 € 1,35 miljard gerealiseerd (€ 777 miljoen voor bedrijven, € 572 miljoen voor burgers en professionals). Hoewel dit een stijging is van ruim € 470 miljoen ten opzichte van de stand van een half jaar geleden, zijn we er dus nog niet. De inzet de komende tijd is erop gericht om ook de resterende ruim € 1 miljard in deze kabinetsperiode te realiseren.

4. Merkbare regeldrukvermindering door maatwerk

Regeldrukvermindering die ondernemers, professionals en samenleving merken is een belangrijk speerpunt van het kabinet. Het gehele kabinetsprogramma van regeldrukvermindering is daarop gericht. Ook de afgelopen tijd is hier weer een aantal maatregelen van gerealiseerd (zie tekstbox).

Voorbeelden van nieuwe merkbare regeldrukvermindering bij het CBS

CBS: Vermindering lasten statistiekuitvraag Internationale Handel in Goederen

Het CBS heeft veranderingen doorgevoerd in de opgave voor de statistiek Internationale Handel in Goederen. Meer dan de helft van de totale lastendruk door het CBS bij het bedrijfsleven wordt veroorzaakt door de enquête over de Internationale Handel in Goederen. Met ingang van 2014 zijn bedrijven die minder internationale handel hebben dan anderhalf miljoen euro (was voorheen 900.000 euro) vrijgesteld van opgaveplicht voor deze enquête. Door gebruik te maken van nieuwe bronnen en geavanceerde statistische methoden krijgt met ingang van 2015 bijna de helft van de geënquêteerde bedrijven de mogelijkheid om voortaan jaarlijks in plaats van maandelijks opgave te doen. Het CBS kan zodoende de lastendruk voor het midden- en kleinbedrijf aanzienlijk verlagen. Ook voor de bedrijven die een maandelijkse verplichting hebben, wordt de opgave van hun internationale handelsactiviteiten makkelijker gemaakt. Begin 2015 heeft het CBS een nieuwe webapplicatie geïntroduceerd, die het bedrijven makkelijker maakt om hun internationale handelsactiviteiten op te geven. Deze webapplicatie (IDEP: Intrastat Data Entry Package) is zowel geschikt voor jaar- als voor maandopgaves, is gebruikersvriendelijk en wordt door het CBS up-to-date gehouden. Bij het ontwerpen ervan is rekening gehouden met de automatiseringsbehoefte van bedrijven. IDEP wordt gebruikt in diverse andere Europese landen. Ondernemingen die ook opgaves verzorgen voor bedrijven uit andere lidstaten hebben hier voordeel van.

CBS: Voortgang vermindering lastendruk statistiekuitvraag Goederenvervoer

Het CBS heeft, door samen te werken met EVO, TLN en vervoerders en verladers, de enquête voor het goederenvervoer over de weg vereenvoudigd en ingekort. Daarnaast zijn de zogenoemde routing, het jargon en het steekproefdesign in goed overleg met de vervoerders afgestemd. De vragenlijsten zijn daardoor gemakkelijker en ook sneller in te vullen. Daardoor daalde met ingang van 2013 de feitelijke lastendruk door deze enquête met 65% (reductie van 383.000 euro).

Met de maatwerkaanpak geeft het kabinet een extra impuls aan merkbare regeldrukvermindering. In de maatwerkaanpak gaat het kabinet met ondernemers, professionals en burgers in dialoog om te achterhalen waar regels in de praktijk leiden tot ergernissen of onnodige regeldruk. De bedoeling is om in overleg met doelgroepen knelpunten op tafel te krijgen, deze te prioriteren en gezamenlijk te zoeken naar haalbare oplossingen. Om hier tot doorbraken te kunnen komen, blijft het commitment van zowel overheid als bedrijfsleven en instellingen hard nodig. In bijlage 22 is de voortgang van alle zestien maatwerkaanpakken opgenomen. Hieronder lichten we er een aantal uit.

Op 27 januari jl. is het actieplan van de maatwerkaanpak logistiek naar de Tweede Kamer gestuurd3. Het plan beschrijft in totaal 50 knelpunten waarvan er 22 binnen twee jaar kunnen worden aangepakt. De inspanningen hebben inmiddels tot een aantal concrete resultaten geleid:

  • Er worden minder onnodige boetes uitgedeeld door het verlopen van het Eurovignet: de voorlichtingscampagnes van EVO, TLN en de Belastingdienst hebben effect gehad;

  • In de gemeente Amsterdam heeft een proef tot verruiming van generieke venstertijden geleid tot het besluit deze definitief te verruimen. Dat scheelt transportbedrijven tijd en komt de levertijd ten goede;

  • Het voldoen aan gevaarlijke stoffenregelgeving wordt gemakkelijker. Via een nieuw ontwikkelde app is het voor ondernemers mogelijk om op eenvoudige wijze kennis te nemen van relevante wet- en regelgeving;

  • Het gebruik van eerdergenoemde digitale vrachtbrief maakt het voor vervoerders en verladers mogelijk om op een gemakkelijke en snelle manier te communiceren over de vracht (zie tekstbox).

De komende tijd werkt het kabinet samen met het bedrijfsleven en overheidsinstanties aan het oplossen van de 22 knelpunten. Daarnaast informeert de Minister van Infrastructuur en Milieu de Kamer in de tweede helft van 2015 over de stand van zaken van de overige 28 knelpunten die in lopende trajecten worden opgepakt of die pas op (middel)lange termijn tot een oplossing leiden.

Digitale vrachtbrief

Eén van de actiepunten van de maatwerkaanpak logistiek is de uitrol van de digitale vrachtbrief. Deze digitale tool is ontwikkeld in opdracht van verladersorganisatie EVO en TLN in samenspraak met ondermeer de ILT. Het stelt vervoerders en verladers in staat om op een gemakkelijke, snelle manier te communiceren over de vracht. Dit levert hen gemak, tijds- en kostenbesparing op binnen de bedrijfsvoering en in contact met de overheid. Voor toezichthouders betekent dit dat zij eveneens met tijdswinst en lagere kosten kennis kunnen nemen van de vervoersstromen en de te controleren objecten. Dit kan bovendien meer op afstand gebeuren waardoor het toezicht meer toegespitst kan worden uitgevoerd. De toepassing van de digitale vrachtbrief wordt thans getest in een regionale pilot. Om het toezicht beter te laten aanhaken op de digitale vrachtbrief worden toezichthouders uitgerust met de benodigde digitale apparatuur. Verder wordt ter bevordering van het gebruik van de digitale vrachtbrief bilaterale afspraken gemaakt over de toepassing ervan. Zo zijn begin 2015 afspraken gemaakt over het zogenoemde douanetransport per schip binnen de Benelux en wordt ook met de autoriteiten in het Duitse Nord Rhein-Westphalen gesproken over toepassingsmogelijkheden. EVO heeft berekend dat de toepassing van de digitale vrachtbrief het betrokken bedrijfsleven een jaarlijkse besparing oplevert van circa € 675 miljoen. Een eerste inschatting van de regeldruk die hiermee bespaard kan worden, komt uit op een jaarlijkse reductie van € 100 miljoen vanaf 1 januari 2017. De digitale vrachtbrief kan in het binnenland al worden toegepast.

Binnen de maatwerkaanpak bouw is per 1 januari 2015 een expertteam «Vlottrekken» opgericht. Doel is om samen met Bouwend Nederland en VNO-NCW/ MKB-Nederland gemeenten en bedrijven te helpen bij het zo regelluw mogelijk uitvoeren van (rijks)wet- en regelgeving en het terugdringen van lokale regeldruk. Gemeenten en bedrijven die geconfronteerd worden met knelpunten kunnen bij dit team terecht voor kennis en expertise. In januari jl. is de website www.houdheteenvoudig.nl gepresenteerd. Via deze website kan men ondermeer informatie vinden over oplossingen voor een aantal stagnerende bouwprojecten. Ook het invoeringstraject van de Omgevingswet en de verbreding van de Crisis- en Herstelwet komen op de website aan bod. Een ander onderdeel van de maatwerkaanpak bouw is het project «Ontslakken», waarbij de stapeling van overheidsbemoeienis bij bouwprojecten wordt aangepakt. Het doel is om bouwprojecten te versnellen en de dienstverlening aan ondernemers te verbeteren. Momenteel zijn 24 gemeenten bezig met het ontslakken van hun regelgeving, werkwijze, houding en gedrag. Daarnaast is er in 2015 ruimte om nog eens 20 gemeenten te begeleiden bij het ontslakken via het expertteam «Versnellen». De reacties van zowel overheden als ondernemers zijn tot nu toe positief (zie tekstbox).

Ervaringen ondernemers en gemeenten met project Ontslakken

Om de balans op te maken van het project Ontslakken heeft het Ministerie van Economische Zaken de belangrijkste ervaringen van de eerste pilots gebundeld. Als resultaten worden de aangename samenwerking, het efficiënte proces, het duurzame commitment en de realisatie van projecten genoemd. Een greep uit de reacties van ondernemers en gemeenten:

  • ‘De gemeente vormt geen belemmering tijdens projectontwikkeling, maar helpt initiatiefnemer door dit proces ’ – Mosaiek Architecten, pilotproject Hoorn

  • Door ontslakken stijgt het rapportcijfer voor gemeenten van een 3.5 naar een 8.5’ – gemiddelde score uit 12 beoordelingen

  • ‘Door ruimte te bieden en los te laten is de procedure ruim binnen de planning doorlopen’ – VORM Ontwikkeling, pilotproject Leiden

  • ‘Door samenwerking ligt er een plan waar alle initiatiefnemers tevreden over zijn en dat goed in de markt ligt’ – Kelderman Bouw, pilotproject Ede

  • ‘Zonder ontslakken in 3 en 7 jaar niets bereikt en met ontslakken staat het er binnen 2 jaar’ – gemeente Breda en stichting Aakwaa, pilotproject Breda

  • ‘Iedereen van de aanwezige bedrijven en brandweer tot de ambtenaren dacht mee om tot een werkbare en veilige oplossing te komen’ – Wethouder Akinci gemeente Breda (2014)

Bron: ‘Ontslakken doe je zo’, samen eenvoudig ontwikkelen. Februari 2015

Op 18 december 2014 is de Regeldrukagenda Onderwijs 2014–2017, met als doel de ervaren regeldruk in het onderwijs te verminderen4, ondertekend. Deze agenda is tot stand gekomen in drie sectorale werkgroepen (primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) waarin leraren, schooldirecteuren, bestuurders en vertegenwoordigers van sectororganisaties, vakbonden, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, DUO en de Inspectie van het Onderwijs gezamenlijk knelpunten hebben geanalyseerd. Betrokken partijen lossen deze knelpunten gezamenlijk op middels ruim 50 actiepunten op vier terreinen:

  • Het aanpassen of vereenvoudigen van wet- en regelgeving: op dit vlak wordt bijvoorbeeld gekeken of de handtekening van het kenniscentrum op beroepspraktijkvormingsovereenkomsten van bbl-opleidingen (de «vierde handtekening»), anders kan worden vormgegeven of zelfs geheel kan worden afgeschaft.

  • Uitleg van «regels» die leiden tot misverstanden: via diverse kanalen en in samenwerking met de sectorraden en vakbonden wordt voorlichting gegeven over wet- en regelgeving.

  • Bij de totstandkoming van wet- en regelgeving het veld beter betrekken: het gebruik van internetconsultatie wordt bevorderd door er meer bekendheid aan te geven.

  • Slimmer omgaan met regels / interne organisatie: hierbij is onder meer afgesproken dat alle bij de Regeldrukagenda betrokken partijen de professionele dialoog op schoolniveau stimuleren, waarin ook het thema ervaren regeldruk een plek heeft.

Om de voortgang te bewaken en elkaar scherp te houden, worden de sectorale werkgroepen de komende jaren voortgezet.

In 2014 is de maatwerkaanpak regeldruk kinderopvang van start gegaan. Om zicht te krijgen op de omvang en aard van regeldruk in de kinderopvangsector heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek laten doen5. Hieruit komt naar voren dat de totale gemiddelde jaarlijkse regeldruk voor een vestiging waar dagopvang of peuterspeelzaalwerk wordt aangeboden op € 15.640 wordt geraamd. Omdat in de praktijk vaak blijkt dat de grootste regeldruk (in euro’s uitgedrukt) niet per se als de meest hinderlijke ervaren wordt, hebben de onderzoekers ook de ervaren regeldruk in de kinderopvangsector in beeld gebracht. In de top 10 van meest genoemde knelpunten staan de aanvraag van gemeentelijke vergunningen, het instellen van een oudercommissie, regels rondom de basisgroep en de stamgroep, de administratie van de kinderopvangtoeslag, het vier ogen principe, de GGD-inspectie en het jaarlijks uitvoeren van risico-inventarisaties. De onderzoekers concluderen dat de ervaren regeldruk in de kinderopvang vooral komt door de stapeling van regels.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid komt voor de zomer met het actieplan «Agenda aanpak regeldruk kinderopvang», waarin de knelpunten worden geprioriteerd op basis van haalbaarheid en de mate waarin de oplossing bijdraagt aan merkbare regeldrukvermindering in de kinderopvang.

Binnen de maatwerkaanpak vrijwilligers verschijnt in de tweede helft van 2015 een (online) publicatie voor gemeenten en vrijwilligersorganisaties, met handige tips en tricks over hoe om te gaan met regels en procedures omtrent het vrijwilligerswerk. Op deze manier werkt het kabinet ook aan meer ruimte voor maatschappelijke initiatieven van burgers.

Naast de maatwerkprojecten die in 2013 en 2014 zijn gestart, is recent besloten tot een maatwerkaanpak winkelambacht. De Algemene Nederlandse Kappersbranche (ANKO) heeft mede namens een vijftal branche- en koepelorganisaties hiervoor het initiatief genomen. Zij worden hierin gesteund door MKB-Nederland en Detailhandel Nederland. De door ANKO uitgevoerde inventarisatie naar knelpunten is op 1 april jl. aan de Minister van Economische Zaken aangeboden en wordt mede in het kader van de Retailagenda uitgewerkt.

5. Slimmer, beter en efficiënter toezicht

Een groot deel van de Nederlandse bedrijven leeft de wetten en regels structureel goed na. Juist om deze bedrijven niet onnodig te belasten met controles hebben toezichthouders de afgelopen jaren stappen gezet met het invoeren van risicogebaseerd toezicht. Bij deze vorm van toezicht maken toezichthouders onderscheid tussen bedrijven die de wetten regels goed naleven en bedrijven die dat niet doen. Beschikbare toezichtcapaciteit wordt daar ingezet waar de risico’s het grootst zijn, zodat bedrijven met een goed track record worden ontlast.

Toezichttafels

Om een extra impuls te geven aan «beter, slimmer en efficiënter toezicht» wil het kabinet samen met het bedrijfsleven en inspecties op zoek gaan naar nieuwe manieren van toezicht. Uitgangspunt is dat er in aanvulling op het verbeteren van de veiligheidscultuur binnen bedrijven een goede balans in het toezicht wordt gevonden tussen private en publieke belangen en rekening wordt gehouden met de verschillende verantwoordelijkheden.

In de najaarsrapportage regeldruk van december 2014 heeft het kabinet daarom aangekondigd dat vertegenwoordigers van beleidsdepartementen, toezichthouders en bedrijfsleven in een aantal sectoren om de tafel gaan om te komen tot pragmatische oplossingen, verdere afstemming tussen toezichthouders en vernieuwde toezichtarrangementen6. Hiermee geeft het kabinet uitwerking aan de reactie op het WRR-rapport «Toezien op publieke belangen» en de voorstellen van het bedrijfsleven om toezicht beter vorm te geven. Tijdens de Toezichttafels voor chemie en logistiek is door eerstverantwoordelijken vanuit bedrijfsleven, toezicht en beleid gesproken over manieren om te komen tot beter, slimmer en efficiënter toezicht.

Zo is er aan de toezichttafel chemie afgesproken dat toezichthouders en beleid de mogelijkheden zullen verkennen om tot een meer convergente handhavingsstrategie te komen die «maatwerk in toezicht» voor bewezen goed functionerende bedrijven mogelijk maakt. Ook is gesproken over de wijze waarop gedrag en cultuur binnen het bedrijfsleven kunnen worden beïnvloed, zodat het veiligheidsniveau binnen bedrijven verhoogd wordt. Tenslotte wordt gekeken naar de wenselijkheid en mogelijkheid van instrumenten als een «Code Toezichthouders» en/of een «Toezicht-app» waarmee geïnspecteerde bedrijven toezichthouders feedback kunnen geven.

Binnen de toezichttafel logistiek heeft het overleg tussen overheid en bedrijfsleven tot de afspraak geleid om een concreet stappenplan te ontwikkelen die «toezicht op maat» in de vorm van toezichtarrangementen met bedrijven mogelijk maakt. Ook zal binnen de logistieke sector worden bekeken op welke manier het Ondernemingsdossier en regelhulpen breder kunnen worden toegepast. Tenslotte zullen de succesfactoren van goede afstemming tussen de overheid/toezicht en de logistieke sector, zoals het overleg tussen douane en bedrijfsleven en het overleg rondom Smartgate Schiphol, worden geïdentificeerd. Doel is om deze good practices breder binnen de logistieke sector toe te passen.

Voor de zomer 2015 vindt voor beide sectoren een tweede toezichttafel plaats om de uitkomsten te bespreken en waar mogelijk te bekrachtigen. Afhankelijk van de ervaringen met de eerste toezichttafels besluit het kabinet of ook voor de gastvrijheidssector, de uitzendbranche en de financiële sector toezichttafels worden georganiseerd.

6. Regeldrukvermindering door gemeenten en Europa

Regeldrukvermindering door gemeenten

Voor merkbare vermindering van de regeldruk voor ondernemers, instellingen, burgers en professionals is betrokkenheid van alle bestuurslagen van belang. Het Rijk en de VNG startten daarom in 2012 het programma Beter en Concreter om gemeenten te ondersteunen bij de aanpak van lokale regeldruk langs drie sporen: 1) betere uitvoerbaarheid van (rijks)regelgeving, 2) minder toezichtlasten en 3) betere dienstverlening. Met de initiatieven, bijeenkomsten en nieuwsbrieven van het programma zijn binnen deze sporen meer dan 300 gemeenten bereikt.

Het programma Beter en Concreter is tijdens het eindcongres op 25 maart 2015 afgerond. Het programma heeft een aantal concrete initiatieven en instrumenten voor gemeenten opgeleverd om de lokale regeldruk te verminderen.

  • Er zijn 17 factsheets opgeleverd voor ondermeer het digitaliseren van de parkeervergunning, subsidie zonder moeite, indieningsvereisten en de terrasvergunning. Deze factsheets zijn beknopte handreikingen voor gemeenten om regeldruk te verminderen en hun dienstverlening te verbeteren.

  • Het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) heeft begin 2014 met het bedrijfsleven en gemeenten de Ondernemerspeiling ontwikkeld om de tevredenheid van ondernemers met de gemeentelijke dienstverlening en regeldruk te meten. De eerste gemeenten werken nu met de ondernemerspeiling en de reacties zijn positief.

  • Het project Prettig contact met de overheid introduceerde de informele aanpak, waarbij overheden bij klachten van burgers en bedrijven geen brieven meer sturen, maar direct in contact treden en naar oplossingen zoeken. Deze aanpak neemt een belangrijk deel van de irritaties bij de burgers en bedrijven weg en voorkomt zo veel beroeps- en bezwaarprocedures.

  • Met efficiënte en betrokken dienstverlening wordt de dienstverlening van de gemeente nadrukkelijker afgestemd op de behoeften van de inwoners en ondernemers. De kennis en ervaring van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de VNG en het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) op deze terreinen is bijeengebracht in het Kenniscentrum Dienstverlening.

  • Burgemeesters en wethouders hebben als regioambassadeurs de lokale aanpak van regeldruk hoger op de politiek agenda gezet door het organiseren van bestuurlijke bijeenkomsten en uitventen van praktijkvoorbeelden.

  • Veel gemeenten hebben in hun jongste collegeprogramma’s een uitgebreide paragraaf over regeldruk en dienstverlening opgenomen. Hierin kondigen gemeenten maatregelen aan om de lokale economie te stimuleren en de dienstverlening te verbeteren door bijvoorbeeld het inrichten van ondernemershuizen en het aanstellen van accountmanagers voor bedrijven.

De instrumenten en producten die in het kader van Beter en Concreter zijn ontwikkeld, worden in het bestaande Kenniscentrum Dienstverlening geborgd. De reikwijdte van het bestaande Kenniscentrum zal hiervoor worden verbreed naar de doelgroep bedrijven. Het doel van het Kenniscentrum is om met nieuwe vormen van dienstverlening en intensievere samenwerking in te kunnen spelen op decentralisaties, bezuinigingen, e-dienstverlening en toenemende informatisering van de overheid. Het Kenniscentrum draagt daarmee bij aan betere dienstverlening en regeldrukvermindering voor burgers en bedrijven.

Betere regelgeving in Europa

In december 2014 heeft Nederland samen met de andere lidstaten in de Raad voor Concurrentievermogen ambitieuze conclusies aangenomen over het EU-beleid voor betere regelgeving.

Net als de Nederlandse inzet zijn de Raadsconclusies gericht op 2 actielijnen.

De Commissie wordt in de eerste plaats aangemoedigd door te gaan met haar REFIT programma (Regulatory Fitness and Performance Programme) om concrete stukken EU-regelgeving te evalueren, waar nodig te verbeteren en te vereenvoudigen of zelfs in te trekken. De tweede actielijn is gericht op het versterken van het EU-beleid voor betere regelgeving. Het gaat dan om zaken als het beter betrekken van belanghebbenden bij de totstandkoming van EU-regelgeving door middel van consultaties, het inschakelen van externe expertise bij de effectbeoordelingen van conceptregelgeving, het introduceren van reductiedoelstellingen, het beter gebruik maken van digitale oplossingen om regeldruk te verminderen en het meer aandacht geven aan de gevolgen van wetgeving voor het mkb en het concurrentievermogen van de EU.

Deze conclusies die zijn ondersteund door de Europese Raad van december 2014, gelden als een belangrijke richtinggevende leidraad voor vicepresident Frans Timmermans die binnen de Commissie verantwoordelijkheid draagt voor Betere Regelgeving. Nederland wil hem zoveel mogelijk ondersteunen om zijn ambities waar te maken. Aan het begin van zijn termijn heeft vicepresident Timmermans van Commissie-voorzitter Juncker twee opdrachten meegekregen. De eerste opdracht was om zogenaamde «hangende» voorstellen voor regelgeving onder de loep te nemen. Hiervan zijn inmiddels 80 voorstellen ingetrokken. Met deze actie is potentiële nieuwe regeldruk voor bedrijven en burgers voorkomen. Nederland had hiervoor suggesties aangedragen welke positief zijn ontvangen. De tweede opdracht aan Timmermans is om voorstellen te doen om het EU beleid voor Betere Regelgeving en het REFIT-programma te versterken. Onderdeel daarvan is mogelijk ook het identificeren van delen van EU-regelgeving die vereenvoudigd zou kunnen worden. Ten behoeve hiervan heeft het kabinet inmiddels een lijst met suggesties aan het kabinet Timmermans gezonden samen met een notitie met Nederlandse speerpunten ten aanzien van het EU-beleid voor betere regelgeving.

Als invulling van de tweede opdracht heeft de Commissie op 19 mei 2015 een nieuwe REFIT-mededeling gepubliceerd om het Europese beleid voor betere regelgeving te versterken. Zo zet de Europese Commissie onder andere in op effectbeoordelingen gedurende het gehele wetgevingsproces, meer aandacht voor het mkb en regelgeving die «digital en competitiveness proof» is, verbeterde consultatie van belanghebbenden, sterkere kwantificering van de effecten van het EU-beleid en het toevoegen van onafhankelijke externen aan de Impact Assessment Board van de Commissie. De Impact Assessment Board krijgt er ook een aantal taken bij, waaronder het uitvoeren van evaluaties van bestaande regelgeving en zal daarom onder de nieuwe naam Regulatory Scrutiny Board verder gaan. Genoemde maatregelen zijn zaken waarvoor Nederland zich de afgelopen jaren hard heeft gemaakt. De Kamer ontvangt rond de zomer van 2015 een kabinetsreactie op deze REFIT-mededeling.

Ten aanzien van de verbetering van de systematiek van het Europese beleid voor betere regelgeving werkt Nederland samen met gelijkgezinde andere lidstaten. Op Nederlands initiatief is er met 10 andere lidstaten een gezamenlijk paper opgesteld dat op 3 april 2015 aan vicepresident Timmermans is aangeboden. Hierin wordt gevraagd om een snelle implementatie van de Raadsconclusies uit december 2014, maar wordt ook vooruit gekeken naar nieuwe ambities. Zo pleit het paper voor de komst van één onafhankelijke Impact Assessment Board die voor alle EU-instellingen werkt.

Bovengenoemde punten maken ook deel uit van de Nederlandse inzet bij de herziening van het Inter-Institutioneel Akkoord voor Betere Wetgeving. De Commissie heeft op 19 mei 2015, als onderdeel van het pakket aan maatregelen om het EU beleid voor Betere Regelgeving te versterken, een voorstel voor deze herziening gepubliceerd.

Tot slot werkt het kabinet aan een Europese Urban Agenda in het kader van het Nederlandse Europese voorzitterschap in het eerste half jaar van 2016. De Urban Agenda richt zich op het versterken van stedelijke dimensie in EU-beleid via vier sporen: samenwerking, betere regelgeving, betere toepasbare fondsen en kennisdeling en onderzoek. Decentrale overheden ervaren namelijk dat (sectoraal) Europees beleid en regelgeving niet altijd goed aansluit bij een gebiedsgerichte benadering op lokaal en regionaal niveau. Dit is vooral in de stad, waar veel Europees beleid samen komt, sterk merkbaar.

7. Betere (digitale) dienstverlening

Ook betere (digitale) dienstverlening draagt bij aan merkbare vermindering van regeldruk. Door het gebruik van ICT wordt het mogelijk om 24 uur per dag, 7 dagen per week zaken te doen met de overheid. Dat leidt tot meer gemak en tijdsbesparing voor ondernemers en burgers.

Het Regeerakkoord stelt dat burgers en bedrijven uiterlijk in 2017 zaken die zij met de overheid doen digitaal kunnen afhandelen. Het kabinet werkt daarbij samen met het bedrijfsleven aan een nieuwe standaard voor digitale identificatie voor burgers én bedrijven: het eID Stelsel7. In het stelsel worden bestaande publieke en private inlogsystemen, authenticatiemiddelen en machtigingsdiensten opgenomen, zodat burgers en bedrijven straks met hetzelfde inlogmiddel toegang kunnen krijgen tot verschillende webdiensten en eenvoudig machtigingen kunnen regelen. Het resultaat daarbij is: minder wachtwoorden of een kleinere digitale sleutelbos. Het eID-stelsel wordt geleidelijk ingevoerd. Nog dit jaar start het «introductieplateau eID». Dit plateau is gebaseerd op eHerkenning en biedt zo een stevige basis waarop verder kan worden ontwikkeld. Via pilots wordt eerst ervaring opgedaan met het eID Stelsel. eHerkenning blijft na de introductie van eID bruikbaar. Ondernemers kunnen hun eHerkenningsmiddelen in de toekomst gewoon blijven gebruiken.

Sinds het verzenden van de vorige voortgangsrapportage regeldruk aan uw Kamer is in een aantal trajecten voortgang geboekt.

Identificatie

Inmiddels zijn 137 overheidsorganisaties aangesloten bij eHerkenning. Hoe meer organisaties aansluiten op eHerkenning, hoe gemakkelijker het voor ondernemers wordt om zich met één digitale sleutel te identificeren en in te loggen voor één of meer diensten. Tot de 137 aangesloten overheidsorganisaties behoren 114 gemeentes, 4 provincies en 17 uitvoeringsorganisaties van het Rijk. Dit is een toename van 40 organisaties sinds de vorige regeldrukrapportage. De verschillende eigen «inlogsleutels» van die overheidsorganisaties worden uitgefaseerd. Dit is onder andere gebeurd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de NVWA op 1 januari 2015.

Digitaal zakendoen voor burgers op MijnOverheid

MijnOverheid is de persoonlijke website van burgers voor overheidszaken. MijnOverheid bestaat uit drie verschillende functionaliteiten: Persoonlijke Gegevens, Berichtenbox en Lopende Zaken. Via Persoonlijke Zaken kunnen burgers zien hoe zij geregistreerd staan bij de overheid en zo wanneer het hen uitkomt, bijvoorbeeld zien of de verhuizing correct is doorgevoerd of wat de WOZ waarde van het eigen huis is. In de Berichtenbox kan de burger berichten van aangesloten overheidsorganisaties ontvangen. Burgers kunnen berichten krijgen van uiteenlopende organisaties zoals de SVB, Belastingdienst, RDW, tientallen gemeenten, waterschappen en regionale belastingsamenwerkingen. Tenslotte kunnen burgers via Lopende Zaken ook overzicht houden over zaken met de overheid, zoals een omgevingsvergunning of parkeervergunning. Steeds meer burgers melden zich aan en kunnen op een eenvoudigere wijze kennisnemen van persoonlijke overheidsinformatie. In maart 2015 waren er 1,6 miljoen actieve accounts. Dat is een groei van ongeveer 400.000 accounts in het afgelopen jaar. In totaal zijn 85 overheidsorganisaties aangesloten.

Informatie op maat voor burgers

Bij de beleving van regeldruk speelt niet alleen de inhoud maar ook de toegankelijkheid van informatie een belangrijke rol. Als de informatie niet gevonden wordt, kan dit bij de burger een gevoel van regeldruk geven. Binnen het onlangs gestarte project «Informatie op maat» van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt gekeken hoe de overheid de informatie op zo’n manier kan ontsluiten dat het aansluit bij de omstandigheden en daaruit voortvloeiende informatiebehoefte van burgers. De huidige situatie is dat de overheid algemeen generieke informatie aanbiedt die juist niet situationeel of gepersonaliseerd is. Informatie op maat richt zich op vijf domeinen waarbij gekeken wordt vanuit de verschillende burgerrollen, de burger als klant, de burger als onderdaan en als initiatiefnemer/partner. Vanuit de verschillende rollen is verschillende informatie nodig.

Overheidsinformatie voor ondernemers digitaal op ondernemersplein.nl

De uitrol van het ondernemersplein verloopt voorspoedig. Ondernemersplein.nl wordt steeds meer hét informatieportaal voor ondernemers, waardoor zij minder tijd kwijt zijn aan het zoeken naar informatie en producten van de overheid. De aan de Tweede Kamer gecommuniceerde doelstelling om 500.000 bezoeken per maand te realiseren, is vorig jaar december gerealiseerd. De doelstelling voor 2015 is 650.000 bezoekers per maand tegen het einde van het jaar. Het twitteraccount van ondernemersplein.nl is gegroeid naar ruim 40.000 volgers en er zijn nu meer dan 380.000 externe links naar ondernemersplein.nl. Dankzij de goede inzet van de redacties van onder andere de KvK, RVO, de Belastingdienst en CBS is de informatie op ondernemersplein.nl vanuit het perspectief van de ondernemer fors uitgebreid. De eerstelijns voorlichtende informatie van de KvK is inmiddels uniek ontsloten op ondernemersplein.nl en de website van Antwoord voor Bedrijven is geïntegreerd op ondernemersplein.nl. Functionaliteiten en producten van ondernemersplein.nl worden ook uitgebreid. Het meest tevreden zijn ondernemers over de webinars: online seminars over bijvoorbeeld starten als zzp’er of freelancer en starten vanuit de WW. De webinars zijn al enkele tienduizenden keren bekeken. Dit jaar wordt er ook een Engelstalige versie van ondernemersplein.nl ontwikkeld.

www.ondernemersplein.nl/probleem-met-de-overheid

Ondernemers kunnen een probleem met de overheid ervaren. Hiervoor is op het digitale ondernemersplein de pagina ondernemersplein.nl/probleem-met-de-overheid ingericht. Via deze pagina komt de ondernemer terecht bij het meldpunt regeldruk. Deze pagina is bijvoorbeeld bedoeld voor ondernemers die last hebben van tegenstrijdige of onduidelijke regels van de rijksoverheid of van onnodige administratieve lasten. Het meldpunt kan voor de rijksoverheid alle meldingen afhandelen. Voor decentrale overheden kan de ondernemer het beste terecht bij de desbetreffende lokale overheid. Indien een ondernemer de juiste plek voor de melding niet kan vinden, kan hij via het meldpunt op het ondernemersplein verder worden geholpen naar de juiste overheidsinstantie.

Eenmalige gegevensuitvraag met het Ondernemingsdossier

Het Ondernemingsdossier is het generieke platform waarmee ondernemers digitaal zaken doen met de overheid. De focus ligt hierbij op mkb-ondernemers die vaak met de overheid te maken hebben. Inmiddels zijn ruim 7000 ondernemers aan de slag met een Ondernemingsdossier. Zes nieuwe branches zijn actief, zodat inmiddels in totaal tien branches aangesloten zijn. De zes nieuwe branches zijn: Bouwend Nederland, sportbonden, glas- en tuinbouw, bakkers, verf & lijmindustrie en betonfabrikanten. Daarnaast wordt verkend welke nieuwe branches in 2015 kunnen starten met het Ondernemingsdossier, zoals de kinderopvang.

Het afgelopen jaar is de meerwaarde van het Ondernemingsdossier voor de bouwsector vergroot door de koppeling met TenderNed. Dankzij deze koppeling kan een onderneming vanuit het Ondernemingsdossier aan TenderNed bewijsstukken aanleveren, zoals een gedragsverklaring, aanbesteding of certificaat. Bedrijven hoeven dan niet meer een apart bedrijfsdossier in TenderNed actueel te houden, maar kunnen standaarddocumenten hergebruiken en altijd met de meest actuele versies van de bewijsdocumenten werken. Dit verlaagt de administratieve lasten.

Het gezamenlijke overleg van overheden en private partners die betrokken zijn bij de uitrol van het Ondernemingsdossier heeft besloten dat in 2015 ingezet gaat worden op de verhoging van de meerwaarde van het Ondernemingsdossier voor grote groepen ondernemers. Dit wordt de generieke aanpak genoemd. De ambitie is om 10 bestaande generieke digitale tools aan het Ondernemingsdossier te koppelen. Het bedrijfsleven heeft aangegeven dat deze tools prioriteit hebben vanuit het oogpunt van hergebruik van gegevens en frequentie van gebruik. Tot deze top 10 behoren bijvoorbeeld: de CBS-enquêtes, de verzuimmelder online (UWV), aanvraag Verklaring Omtrent Gedrag (Justis) en OmgevingsAlert (gemeenten).

Regelhulpen voor ondernemers

De meerwaarde van het Ondernemingsdossier wordt ook vergroot door de koppeling met regelhulpen. Digitale regelhulpen helpen ondernemers om te begrijpen welke regels voor hen gelden. Vervolgens kunnen ze via hun Ondernemingsdossier de maatregelen efficiënt bewaken en verantwoorden dat ze de regels naleven. Het Beraad Ondernemingsdossier heeft eind 2014 op verzoek van het bedrijfsleven besloten 17 regelhulpen toe te voegen aan het Ondernemingsdossier. Inmiddels zijn er 13 hiervan beschikbaar, de overige regelhulpen worden nu in afstemming met het bedrijfsleven opgesteld en zullen in 2015 beschikbaar komen. Voorbeelden van regelhulpen zijn de regelhulpen voor het activiteitenbesluit (milieu), brandveiligheid, legionella en speeltoestellen.

Omdat regelhulpen de regeldruk verlagen en het voor ondernemers aanzienlijk makkelijker maken om wetten na te leven, worden in 2015 nog eens 10 nieuwe regelhulpen voor grote groepen ondernemers ontwikkeld. Het streven is de eerste vijf hiervan nog in 2015 voor ondernemers beschikbaar te hebben. De overige vijf volgen uiterlijk eerste kwartaal 2016. In totaal worden hiermee in de periode 2014 – 2016 minimaal zevenentwintig regelhulpen gerealiseerd.

Tijdens het Algemeen Overleg van 1 april jl. heeft de Minister van Economische Zaken toegezegd te bezien op welke manier de toepassing van regelhulpen een verdere impuls kan krijgen. Deze ambitie wordt de komende tijd samen met betrokken departementen en bedrijfsleven verder uitgewerkt. Het kabinet komt hier in de najaarsrapportage regeldruk op terug.

Digitale gegevensuitwisseling met Standard Business Reporting

Met Standard Business Reporting (SBR) kunnen bedrijven gestandaardiseerde financiële gegevens digitaal aanleveren bij de overheid en banken. Dat scheelt ondernemers tijd en geld. In 2014 hebben ondernemers bij de Belastingdienst bijna 8 miljoen aangiften gedaan via SBR, voor onder meer inkomstenbelasting en omzetbelasting. Sinds 2014 kunnen jaarrekeningen van kleine rechtspersonen enkel elektronisch worden gedeponeerd in het Handelsregister via SBR of de online service «Zelf deponeren jaarrekening» (ZDJ). In 2014 heeft de Kamer van Koophandel (KvK) meer dan 100.000 jaarrekeningen via SBR en ZDJ ontvangen. Vanaf april 2015 kunnen ook middelgrote en grote rechtspersonen de jaarrekening, inclusief de bijbehorende accountantsverklaring, via SBR deponeren in het handelsregister. Ook een deel van de rapportages aan het CBS kan vanaf 2015 via SBR verlopen, met eveneens reducties in regeldruk tot gevolg.

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft naar aanleiding van een succesvolle pilot medio 2014 besloten om SBR in drie fasen in te voeren voor de verantwoordingsketen voor het onderwijs. In 2015 zullen instellingen voor de sectoren mbo, hbo en wo verantwoordingsinformatie in SBR aanleveren aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). In 2016 zullen instellingen in sectoren po en vo hiertoe overgaan. Voor de derde fase wordt uitgegaan van aanlevering met accountantsverklaring door alle sectoren. De invoering hiervan vindt plaats vanaf 2017, dus voor de jaarverantwoording over 2016.

Tenslotte is van de zijde van het Ministerie van Economische Zaken medio 2014 een maatregel aangekondigd om de informatie over de financierbaarheid van het mkb te verbeteren en te ontsluiten8. In een pilot wordt bekeken of relevante gegevens voor een financieringsaanvraag direct uit de administratie van een ondernemer ontsloten kunnen worden met behulp van SBR. De ondernemer kan met het aanleveren van een beperkte set gegevens een financieringscheck laten uitvoeren door financiers. Dat scheelt de ondernemer en financier tijd en komt de kwaliteit van gegevens ten goede.

Bevorderen gebruik digitaal aanbod gemeenten

Om gemeenten te ondersteunen en het gebruik van digitale dienstverlening te bevorderen heeft KING in het verleden specificaties voor een set elektronische formulieren beschikbaar gesteld. Veel gemeenten maken hier gebruik van of hebben in de loop der jaren een eigen set formulieren ontwikkeld. Hierdoor kunnen veel diensten en producten al online worden aangevraagd.

Om het percentage digitale aanvragen verder omhoog te krijgen zijn goede e-formulieren echter niet genoeg. Misschien nog wel belangrijker is het inrichten van de website via het Toptaken-principe (snel vinden), kostendifferentiatie (een product dat digitaal is aangevraagd kost minder dan een aanvraag aan de balie) of het verstrekken van informatie in huis aan huis bladen over de mogelijkheid 24/7 een aanvraag online te kunnen doen. Bij gemeenten zijn hiervan al veel goede voorbeelden. Op basis van deze voorbeelden gaat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties samen met KING de bestaande set specificaties voor elektronische formulieren herzien. Voorbeelden die gemeenten van elkaar kunnen overnemen om het digitaal aanvragen te bevorderen worden verzameld op de website GoedOpgelost! (http://goedopgelost.overheid.nl/).

Digitaal zakendoen met DUO: programma vernieuwing studiefinanciering

Met de komst van het programma vernieuwing studiefinanciering (PVS) is het voor de student mogelijk om, real time, volledig digitaal zaken met DUO te doen. De student krijgt eenvoudiger inzicht in de studiefinancierings-regels en de effecten worden direct duidelijk. Het gaat nu nog vooral om studentgegevens. DUO werkt aan het ontsluiten van gegevens van ouders en debiteuren, zodat ook de transacties op dit domein via MijnDUO kunnen en daarmee gedigitaliseerd zijn. Het muteren via MijnDUO gebeurt zo'n 2,5 miljoen keer per jaar en zal met de aansluiting van de overige doelgroepen stijgen naar zo'n 3–4 miljoen keer. Over wijziging in studentgegevens ontvangen studenten geen brief meer, maar een e-mail dat de nieuwe beschikking voor ze klaar staat in hun MijnDUO-Portaal. In 2013 zijn er 3 miljoen berichten verzonden; in 2014 waren dat er 4.7 miljoen. Hiervoorgenoemde gebeurt in de huidige situatie via doorontwikkeling van de bestaande functionaliteiten. Via het programma vernieuwing studiefinanciering worden de zelfbedieningsmogelijkheden (functionaliteiten) voor studenten uitgebreid en wordt de snelheid en de transparantie van de communicatie met studenten en personen met een studieschuld vergroot.

Tot slot

Zoals aan het begin van deze voortgangsrapportage al is aangegeven, is de aanpak van de regeldruk goed op weg. Het is zaak de focus te houden op het bieden van meer ruimte aan burgers, bedrijven en professionals door de regeldruk merkbaar te verminderen en de (digitale) dienstverlening aan burgers en ondernemers te verbeteren. Het kabinet is zich hier sterk van bewust en zal daarom langs de zes actielijnen onverminderd blijven sturen op het identificeren en realiseren van maatregelen die daaraan bijdragen.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 29 362, nr. 240.

X Noot
4

Kamerstuk 29 515, nr. 356.

X Noot
5

Kamerstuk 31 322, nr. 263.

X Noot
6

Kamerstuk 29 515 nr. 355.

X Noot
7

Kamerstuk 26 643 nr. 349.

X Noot
8

Kamerstuk 32 637 nr. 147.