Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juni 2017
Volgens Richtlijn 2014/45/EU betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen
en aanhangwagens vallen landbouw- of bosbouwtrekkers (LBT’s) met een maximum-constructiesnelheid
van meer dan 40 km/u vanaf 20 mei 2018 onder de APK-plicht. De noodzakelijke aanpassingen
van wet- en regelgeving moeten uiterlijk 20 mei 2017 zijn gerealiseerd. Door de verwerping
van het wetsvoorstel voor een kentekenplicht voor LBT’s (Handelingen II 2016/17, nr. 34, item 10) is er geen wettelijke basis voor de APK-plicht voor deze categorie voertuigen en
kan de lagere regelgeving met betrekking tot de APK-eisen niet in werking treden.
Gelet op de gestelde deadlines is het niet meer mogelijk dit tijdig te realiseren
en is het risico op een infractieprocedure hoog. Om de negatieve gevolgen hiervan
zo veel mogelijk te beperken is het van belang zo snel mogelijk alsnog een wettelijke
basis voor de APK-plicht te regelen.
Alternatieve oplossingsrichtingen
Samen met de RDW heb ik bekeken op welke alternatieve wijze dit vorm kan krijgen.
Hiervoor is -naast de praktische zaken om een APK uit te kunnen voeren- een registratiesysteem
en een registratieplicht voor LBT’s nodig. Zonder registratie is de APK-plicht namelijk
niet te handhaven. In dit registratiesysteem worden alle voertuigen met de benodigde
technische gegevens geregistreerd, alsmede de houder/eigenaar van het voertuig. Twee
varianten kunnen worden onderscheiden:
-
• Registratie van alleen APK-plichtige LBT’s. Deze variant lijkt voor de hand te liggen,
maar is feitelijk een papieren exercitie, omdat de verwachting is dat de registratie-
en APK-plicht massaal ontweken zullen worden; het is namelijk bij staandehoudingen
niet te controleren welke maximum-constructiesnelheid een LBT heeft. Het is eveneens
mogelijk het voertuig aan te merken als motorrijtuig met beperkte snelheid (MMBS)
waarvoor de registratieplicht niet geldt. De RDW zal aanvullende investeringen moeten
doen voor de ontwikkeling van een registratiesysteem. Deze kosten moeten door de overheid
worden gedragen, omdat het aantal LBT’s te klein is voor een redelijk kostendekkend
(registratie)tarief; deze kosten kunnen in het slechtste geval oplopen tot ruim € 5,–
mln. Belangrijk aspect van deze variant is dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de
Europese Commissie akkoord zal gaan met deze magere invulling van de APK plicht.
-
• Registratie van alle LBT’s. Alleen met een volledige registratie van alle circa 270.000
LBT’s is mogelijk een sluitend systeem te maken voor de administratieve handhaving
van de APK-plicht, waarmee de richtlijn afdoende kan worden geïmplementeerd. Dit betekent
dat ook de niet APK-plichtige LBT’s de lasten van een registratie zullen dragen maar
geen enkel voordeel hebben van deze registratie. Het risico op ontduiken van de registratie-
en APK-plicht blijft net als in de andere variant groot omdat geen uiterlijke kenmerken
verplicht worden gesteld. Handhaving blijft immers afhankelijk van staandehoudingen.
De kosten van het registratiesysteem kunnen hierdoor mogelijk niet worden gedekt uit
de registratietarieven van de RDW. Deze zullen dan ten laste van de overheid komen.
Met deze tweede vorm van registratie wordt invulling gegeven aan de Europese verplichting
een APK-plicht te introduceren voor snelle LBT’s, maar deze kent nadelen ten opzichte
van het oorspronkelijke wetsvoorstel voor kentekening. De door uw Kamer gewenste snelheidsverhoging
naar 40 km/u1 kan ik niet realiseren. De decentrale wegbeheerders (IPO, VNG en UvW) hebben alle
drie aan mij onlangs nogmaals aangegeven tegenstander te zijn van snelheidsverhoging
zonder kentekening. De belangrijkste argumenten zijn dat handhaving op straat nauwelijks
mogelijk is en de technische geschiktheid voor dergelijke snelheid niet geborgd is.
De verwachting is dat wegbeheerders zeer kritisch zullen zijn op het toelaten van
LBT’s op hun wegen. Ook heeft de ontwikkeling van een centraal ontheffingensysteem
door de RDW beperkte meerwaarde, omdat een groot deel van de ontheffingplichtige voertuigen,
zoals MMBS’en, niet worden geregistreerd. De branche heeft juist behoefte voor deze
voertuigen een systeem te hebben voor eenvoudige en goedkope ontheffingen. Zonder
kentekening is er geen verbeterde verkeershandhaving te verwachten (snelheid, verzekeringsplicht).
Ook is een registratiesysteem fraudegevoeliger en brengt daarmee grote financiële
risico’s voor de overheid met zich mee. Naar mijn mening blijft kentekening een veel
beter alternatief zoals ook alle marktpartijen aangeven.
Ik ben mij er van bewust dat uw Kamer het wetsvoorstel kentekening LBT’s heeft verworpen,
maar gelet op genoemde nadelen van een alternatief registratiesysteem en de brede
wens van de partijen in het veld voor kentekening heb ik het voornemen het wetsvoorstel
LBT’s opnieuw in te dienen. Ik kan dan ook voornoemde moties met betrekking tot de
snelheidsverhoging en het centraal ontheffingsysteem conform de wensen van uw Kamer
uitvoeren. Ik heb de noodzakelijke voorbereidingen in gang gezet en verwacht u op
korte termijn het wetsvoorstel aan te kunnen bieden.
De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus