Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529398 nr. 430

29 398 Maatregelen verkeersveiligheid

Nr. 430 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 december 2014

In artikel II van de wet van 4 juni 2010 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de aanpassing van de vorderingsprocedure en de invoering van het alcoholslotprogramma (Stb. 259) is vastgelegd dat de Minister van Infrastructuur en Milieu binnen drie jaar na de invoering van het alcoholslotprogramma een evaluatie stuurt naar de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk aan de Staten-Generaal. Hierbij bied ik u deze evaluatie aan1. In verband met de rapportageverplichting binnen drie jaar en de tijd die nodig is voor het opstellen van de rapportage beslaat de evaluatieperiode niet drie volledige jaren, maar loopt van 1 december 2011 tot en met 31 juli 2014.

De effecten op de verkeersveiligheid van het alcoholslotprogramma kunnen nu nog niet worden vastgesteld, aangezien er nog geen recidivecijfers beschikbaar zijn van deelnemers aan het alcoholslotprogramma. In 2017 worden de eerste cijfers van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) verwacht over de recidive van bestuurders die in 2012 een alcoholslot hadden. Het WODC voert een uitgebreid recidiveonderzoek uit, waarin alle maatregelen (alcoholslotprogramma, LEMA, EMA, onderzoek naar rijgeschiktheid en de EMG) worden meegenomen. In 2022 wordt het eindrapport hiervan opgeleverd. In de komende jaren worden tussentijdse rapportages uitgebracht, zoals het onderzoek Recidivemeting LEMA en EMG 2009–2010 dat u als bijlage van deze brief aantreft2. Hieruit blijkt dat het recidivebeeld van de LEMA-deelnemers en EMG-deelnemers relatief gunstig is ten opzichte van het recidivebeeld in de vergelijkingsgroep.

Belangrijkste conclusie uit de evaluatie is dat alle betrokken instanties erin zijn geslaagd het alcoholslotprogramma in de praktijk goed tot uitvoering te brengen. De samenwerking tussen de uitvoerende organisaties verloopt goed. Ook de contacten met de deelnemers en de informatievoorziening over het alcoholslotprogramma worden positief beoordeeld. Het draagvlak onder de bevolking voor het alcoholslot is groot. Het rapport constateert dat gesignaleerde problemen en

knelpunten adequaat worden opgepakt, zoals misbruik van het slot.

Uit de evaluatie van het alcoholslotprogramma komen enkele aandachtspunten naar voren. Zo kan de gegevensuitwisseling tussen de uitvoerende organisatie op een enkel punt worden verbeterd, zijn de informatiefolders over het alcoholslot niet voor iedereen even gemakkelijk te begrijpen en is de samenloop met het strafrecht nog niet volledig opgelost. Een deel van de deelnemers wijst op de hoge kosten en lange duur van het programma, de invloed van niet-alcohol producten op het blaasresultaat van het alcoholslot, storingen die worden ondervonden met het alcoholslot en het afgeleid zijn van het verkeer bij gebruik van het alcoholslot tijdens het rijden.

De resultaten van de evaluatie zal ik betrekken bij wijzigingen van het alcoholslotprogramma in de toekomst. Zoals ik uw Kamer heb gemeld per brief van 10 oktober jongstleden (Kamerstuk 29 398, nr. 425) ben ik in afwachting van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die mogelijk consequenties heeft voor de uitvoering van het alcoholslotprogramma. In deze brief heb ik u gemeld dat onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheden te komen tot een stelsel waarbij een individuele belangenafweging kan worden gemaakt bij de oplegging van het alcoholslotprogramma. Hierbij wordt gekeken naar mogelijkheden zowel in het strafrecht als in het bestuursrecht.

Ik zal bij de wijzigingen van het alcoholslotprogramma ook de resultaten betrekken van het onderzoek dat ik heb laten uitvoeren door RIKILT Wageningen UR naar de werking van bepaalde stoffen op het alcoholslot. Uit dit onderzoek blijkt dat het alcoholslot onder laboratoriumomstandigheden en bij hoge dosering een positieve uitslag geeft bij diverse stoffen. Van de acht producten die nader zijn onderzocht in de praktijktest blijkt echter dat ze helemaal geen positieve uitslag geven of binnen enkele minuten niet meer. Dit bevestigt dat bij specifieke producten de deelnemers aan het alcoholslotprogramma voorzichtig moeten zijn; hiervoor worden zij reeds gewaarschuwd. Ik wil nog meer stoffen onderzoeken in een praktijktest om te kunnen uitsluiten dat zij een positieve uitslag kunnen geven in de praktijk. Ik zal hiervoor een vervolgonderzoek laten uitvoeren, waarvan ik de resultaten rond de zomer van 2015 verwacht.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.