Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529398 nr. 425

29 398 Maatregelen verkeersveiligheid

Nr. 425 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 oktober 2014

Tijdens het Algemeen Overleg Wegverkeer en Verkeersveiligheid van 9 oktober 2014 heb ik uw Kamer geïnformeerd dat het CBR heeft besloten het opleggen van het alcoholslot programma (asp) voorlopig aan te houden. De heer De Rouwe heeft tijdens de regeling van werkzaamheden van 9 oktober verzocht om een brief over de onderbouwing van het CBR om het asp per direct stil te leggen (Handelingen II, 2014/15, nr. 12, Regeling van Werkzaamheden).

Ik heb uw Kamer geïnformeerd dat dit het gevolg is van signalen die de Raad van State heeft afgegeven aan het CBR en mij. Deze signalen betreffen enerzijds het advies van de Raad van State op het wetsvoorstel startonderbreker in vrachtwagens en bussen en anderzijds een brief van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met vragen aan het CBR inzake de heropening van een individuele casus. Desgewenst kunt u de stukken vertrouwelijk inzien. Openbaar maken van deze stukken is in deze fase van het proces in strijd met art. 26, tweede lid, Wet op de Raad van State, dan wel kan het CBR in de verdediging in een concrete zaak schaden.

De bovengenoemde signalen van de Raad van State waren voor het CBR, de uitvoerende organisatie die de asp’s oplegt, aanleiding om voorlopig geen onomkeerbare stappen te nemen. In afwachting van een besluit van de Raad van State heeft het CBR besloten zaken die in aanmerking komen voor oplegging van het asp als bestuurlijke maatregel voorlopig aan te houden op basis van juridisch advies. In geval het CBR had besloten door te gaan met het opleggen van het asp zouden mogelijk wel onomkeerbare stappen worden gezet, namelijk onterechte opleggingen.

Uiteraard gaan de huidige asp-zaken die reeds in uitvoering en rechtens onaantastbaar zijn door.

Tenslotte merk ik op dat ik op dit moment samen met de Minister van Veiligheid en Justitie laat onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om te komen tot een stelsel waarbij een belangenafweging kan worden gemaakt bij de oplegging van het asp. Hierbij wordt gekeken naar mogelijkheden in zowel het bestuursrecht als het strafrecht. Ik verwacht dat de Raad van State binnen een of twee maanden

duidelijkheid zal geven. Daarna zal ik samen met mijn collega van Veiligheid en Justitie bezien welk scenario wordt ingezet. Afhankelijk van de beslissing van de Raad van State zal het CBR vervolgens zo snel mogelijk duidelijkheid geven aan de personen die nu wachten op een bestuursrechtelijke maatregel.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus