29 389 Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid

Nr. 74 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2014

Hierbij informeer ik u, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, over verschillende maatregelen die betrekking hebben op ouderen.

Huishoudentoeslag

Medio april heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd (Kamerstuk 31 066 nr. 199) dat de huishoudentoeslag in de vormgeving zoals was opgenomen in de Miljoenennota en de SZW begroting 2014 niet uitvoerbaar is. De ingeboekte bezuiniging bedraagt € 620 mln in 2015 oplopend tot € 1,2 mld structureel. Hiervoor wordt alternatieve dekking gezocht.

De dekking van het tekort in 2015 zal bezien worden in augustus en belanden in de Miljoenennota 2015. Met deze brief informeren wij u alvast over twee structurele maatregelen die hiermee samenhangen en vanwege noodzakelijk overgangsrecht rond 1 juli 2014 in het Staatsblad en de Staatscourant worden gepubliceerd.

MKOB

Het kabinet heeft besloten dat de koopkrachttegemoetkoming op basis van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen (Wet MKOB) per 2015 wordt afgeschaft, net zoals het geval zou zijn bij invoering van de huishoudentoeslag. Om ervoor te zorgen dat mensen voldoende tijd hebben om hierop te anticiperen is het kabinet voornemens een overgangsperiode van circa 6 maanden in acht te nemen door rond 1 juli 2014 te regelen dat de koopkrachttegemoetkoming feitelijk wordt beëindigd per 1 januari 2015 door deze in het Uitvoeringsbesluit koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen op € 0 te zetten. Later dit jaar wordt een wetsvoorstel met het intrekken van de Wet MKOB aan uw Kamer aangeboden. Het op € 0 zetten van de koopkrachttegemoetkoming levert in 2015 een besparing op de uitkeringslasten op van € 987 mln.

Inkomensondersteuning AOW

De MKOB wordt vervangen door een nieuwe regeling inkomensondersteuning voor AOW-gerechtigden, die is gekoppeld aan de AOW-opbouw. De belangrijkste reden van deze koppeling aan het aantal opbouwjaren is gelegen in het feit dat daarmee recht wordt gedaan aan de veranderende migratiepatronen.

Het is niet meer vanzelfsprekend dat mensen die naar Nederland komen zich hier blijvend vestigen of dat mensen die in Nederland geboren zijn, hier altijd blijven wonen. Voor grote groepen migranten geldt dat de open grenzen hen toestaan om te komen en te gaan. Zowel de emigratie als de immigratie stijgen. Voor veel van de migranten geldt dat de opbouw gering is en de inkomensondersteuning in verhouding tot de AOW-uitkering relatief omvangrijk is, omdat die nu niet gerelateerd is aan de opbouw. Daarbij komt dat deze migranten in de omstandigheid verkeren dat in de jaren dat zij niet in Nederland verzekerd zijn voor de AOW, wel elders pensioen kan zijn opgebouwd. Een extra inkomensondersteuning vanuit Nederland kan zich dus beperken tot het in Nederland opgebouwde AOW-pensioen.

AOW-gerechtigden met volledige AOW-opbouw, dat is circa 90% van alle AOW-gerechtigden in Nederland, zullen er door het afschaffen van de MKOB en het invoeren van de nieuwe regeling inkomensondersteuning AOW niet in inkomen op vooruit of achteruit gaan. AOW-gerechtigden met een onvolledige AOW-opbouw krijgen het bedrag van de nieuwe regeling inkomensondersteuning AOW-pensioengerechtigden van bruto € 301,91 (prijspeil 2014) naar rato van hun AOW-opbouw uitgekeerd. Dit in tegenstelling tot de huidige koopkrachttegemoetkoming op basis van de Wet MKOB, die onafhankelijk is van het aantal AOW-opbouwjaren. De inkomensondersteuning op grond van de nieuwe regeling inkomensondersteuning AOW-gerechtigden wordt buiten de middelentoets van de aio (algemene bijstand voor AOW-pensioengerechtigden) gelaten en conform de AOW gefinancierd uit het Ouderdomsfonds. Dit terwijl de koopkrachttegemoetkoming op grond van de Wet MKOB in 2014 nog wel bij de middelentoets van de aio wordt betrokken.

Het kabinet is voornemens om de nieuwe inkomensondersteuning voor AOW-gerechtigden rond 1 juli 2014 te regelen bij ministeriële regeling met de Tijdelijke regeling inkomensondersteuning AOW-pensioengerechtigden, die per 1 januari 2015 in werking zal treden. Later dit jaar wordt een wetsvoorstel voor het structureel invoeren van de nieuwe regeling inkomensondersteuning AOW-gerechtigden aan uw Kamer aangeboden. Dan wordt ook voorgesteld de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) per 1 januari 2015 te wijzigen om de financiering van de nieuwe regeling inkomensondersteuning AOW-gerechtigden uit het Ouderdomsfonds te regelen. Met de nieuwe inkomensondersteuning voor AOW-gerechtigden is in 2015 een bedrag gemoeid van € 893 mln. De dekking hiervan zal bezien worden in augustus en belanden in de Miljoenennota 2015.

Partnertoeslag

Op 1 november 2013 heb ik de Eerste Kamer verzocht de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene Ouderdomswet teneinde het recht op partnertoeslag van de gehuwde pensioengerechtigde van wie de echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd afhankelijk te maken van het gezamenlijk inkomen van die pensioengerechtigde en diens echtgenoot (Kamerstuk 33 687) aan te houden in afwachting van nadere berichten mijnerzijds. De afgelopen maanden heb ik met de verschillende Eerste Kamerfracties gesproken over het wetsvoorstel. Op basis van deze gesprekken heb ik geconcludeerd dat er in de Eerste Kamer geen meerderheid is voor het wetsvoorstel. Daartoe gemachtigd door de Koning heb ik het voorstel van wet daarom ingetrokken.

Met het wetsvoorstel zou in de periode tot 2019 een besparing van cumulatief € 277 mln op de uitkeringslasten worden gerealiseerd. Daarnaast zouden de extra uitvoeringskosten voor de SVB € 3 mln bedragen. Voor het vervallen van de ingeboekte bezuiniging is ruimte gevonden binnen de begroting van SZW. Er was geen structurele besparing verbonden aan dit wetsvoorstel omdat de partnertoeslag reeds gesloten is voor nieuwe instroom per 1 januari 2015.1

Met het intrekken van het wetsvoorstel vervalt ook de bepaling waarmee werd geregeld dat incidentele inkomsten van de jongere partner niet leiden tot het definitief beëindigen van het recht op partnertoeslag. Vanaf 1 januari 2015 kunnen er geen nieuwe rechten op partnertoeslag ontstaan. Dit zou echter ook betekenen dat als de inkomsten van de jongere partner na 1 januari 2015 incidenteel hoger zijn, waardoor er in die maand geen recht op partnertoeslag is, er geen recht op partnertoeslag meer kan ontstaan. Het zou niet rechtvaardig zijn als een pensioengerechtigde als gevolg van de incidentele inkomsten van zijn echtgenoot zijn recht op toeslag definitief zou verliezen. Daarom wil ik alsnog via nota van wijziging bij het nog in te dienen voorstel van wet Verzamelwet SZW 2015 regelen dat het recht op toeslag weer kan herleven als het recht op toeslag is geëindigd uitsluitend als gevolg van een incidentele stijging van het inkomen van de echtgenoot.

Aan dit voorstel worden geen financiële effecten gekoppeld omdat hiermee de situatie die beoogd is in de wet wordt hersteld. Daarnaast zal ik een technische aanpassing overnemen in het voorstel van wet Verzamelwet SZW 2015.

Aanpassing vaststelling en indexering norm aanvullende inkomensvoorziening ouderen (aio)

Op dit moment is de bijstandsnorm voor pensioengerechtigden (aio-norm) in artikel 22 van de Wet werk en bijstand (WWB) als een nominaal bedrag vastgelegd, waarbij de indexering aansluit bij de indexering van de bijstand voor personen onder de AOW-gerechtigde leeftijd. Deze norm is hoger dan de norm in artikel 21 WWB voor bijstand voor personen onder de AOW-gerechtigde leeftijd tegen de achtergrond dat ouderen in de fiscaliteit voordeel genieten van de ouderenkortingen. Dit heeft ook zijn weerslag gekregen in de aio-norm. Echter, vanwege de huidige nominale bepaling van de aio-norm, worden wijzigingen in de hoogte van de ouderenkortingen daarin niet verdisconteerd. De regering stelt daarom een wijziging van de vaststelling van de aio-norm voor, waarbij deze niet meer nominaal wordt vastgelegd, maar, met een vergelijkbare koppelingssystematiek als de normen van de overige minimumuitkeringen, van het minimumloon wordt afgeleid. In deze koppelingssystematiek voor de aio zal rekening gehouden worden met de ouderenkortingen. Vanwege deze verbetering van de wijze waarop de bijstandsnormen voor pensioengerechtigden worden vastgesteld, zullen pensioengerechtigden met een aio-aanvulling op gelijke wijze als andere ouderen op dit inkomensniveau kunnen profiteren van het financiële voordeel dat de ouderenkortingen bieden.

Door harmonisatie van de normensystematiek in de aio hebben ouderen met een aanvulling vanuit de aio een financieel voordeel van circa € 300 per jaar voor zowel alleenstaanden als paren.

De wijziging van de normensystematiek van de aio per 1 januari 2015 wordt geregeld via een nog in te dienen nota van wijziging bij het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene Ouderdomswet in verband met wijziging van de voorwaarden voor de vrijwillige verzekering over een achterliggende periode (Kamerstukken 33 928), dat momenteel in uw Kamer ligt. De uitkeringslasten van de bijstand stijgen hierdoor met ca. € 16 mln vanaf 2015 en de uitvoeringskosten van de SVB met ca. € 400.000.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma


X Noot
1

Volledigheidshalve wordt er op gewezen dat in het kader van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd deze datum voor pensioengerechtigden die voor 1 januari 2015 zijn gehuwd en in november of december 2014 de leeftijd van 65 jaar bereiken, in artikel 64b AOW is verschoven naar 1 april 2015.

Naar boven