Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201431066 nr. 199

31 066 Belastingdienst

Nr. 199 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 april 2014

De afgelopen maanden is hard gewerkt aan het uitwerken van de huishoudentoeslag, waarmee het toeslagenstelsel soberder, eenvoudiger en beter gericht zou worden. Bij de uitwerking van de huishoudentoeslag zijn juridische consequenties en uitvoeringsconsequenties aan het licht gekomen op basis waarvan het kabinet concludeert dat invoering van de huishoudentoeslag in zijn huidige vorm niet mogelijk is. Voor 2015 lukt invoering van een huishoudentoeslag niet. Voor de periode na 2015 wordt door het kabinet verkend of een alternatieve vormgeving van de huishoudentoeslag haalbaar is en worden tevens andere opties verkend om het toeslagenstelsel te hervormen.

Juridische consequenties en uitvoeringsconsequenties

Het voornemen was om in de huishoudentoeslag de huidige zorgtoeslag, kindgebonden budget, huurtoeslag en een nieuwe ouderencomponent te integreren tot één toeslag per huishouden met één uniform afbouwpercentage. Bij de uitwerking is gebleken dat de vormgeving aan juridische randvoorwaarden is gebonden. De verschillende toeslagen kennen elk een eigen exportregime. Waar van toepassing is dit thans geregeld in Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en in de diverse bilaterale socialezekerheidsverdragen. Om te voorkomen dat de export fors toe zou nemen zou het nodig zijnom de huishoudentoeslag juridisch op te kunnen delen in componenten (kind, zorg, ouderen en huur). Indien de verschillende componenten van de huishoudentoeslag niet van elkaar zijn te onderscheiden, zullen zij worden beschouwd als één uitkering die in zijn geheel exporteerbaar moet zijn volgens het meest gunstige exportregime van de betrokken toeslagen. Dit zou niet alleen een forse stijging van de uitgaven aan toeslagen in het buitenland betekenen, maar ook leiden tot een complexe uitvoering.

De Belastingdienst is tot het oordeel gekomen dat de, vanwege de hierboven geschetste juridische consequenties, vereiste vormgeving van de huishoudentoeslag met te onderscheiden componenten dermate complex is dat dit voor grote problemen zorgt.

Toevoeging van de huishoudentoeslag in de huidige vorm aan het huidige pakket van werkzaamheden van de Belastingdienst, leidt tot een onverantwoorde stijging van de continuïteitsrisico’s ten aanzien van de belastingheffing en toeslagen.

Op basis hiervan concludeert het kabinet dat invoering van de huishoudentoeslag in de huidige vorm niet mogelijk is.

Alternatieven

Om de doelstellingen van het eenvoudiger en fraudebestendiger maken van het gehele toeslagenstelsel te kunnen realiseren worden door het kabinet opties verkend om het gehele toeslagenstelsel te hervormen. Hierbij kan ook worden bezien of het mogelijk is om een alternatief vormgegeven huishoudentoeslag in te voeren. Daarbij moet gezocht worden naar een vormgeving die uitvoerbaar is en waarbij het juridische probleem omtrent de export wordt ondervangen. Doel zal zijn om al deze kabinetsperiode flinke stappen te zetten die ook passen in een breder eindperspectief. Voor de ingeboekte bezuiniging die oploopt tot structureel € 1,2 mld zal een alternatieve invulling worden gezocht die voldoet aan de oorspronkelijke doelstellingen en die past bij dit eindbeeld. Uw Kamer kan uiterlijk deze zomer de alternatieve dekking voor 2015 tegemoet zien en zal dan ook over de voortgang van de verkenning voor het toekomstperspectief geïnformeerd worden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes