Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201429279 nr. 177

29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 177 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 november 2013

1. Inleiding

In mijn brief van 5 juli 20131 heb ik toegelicht hoe ik met behulp van innovatieve werkwijzen, vakmanschap en heterdaadkracht strafzaken sneller, slimmer, beter en transparanter wil afhandelen. In deze voortgangsrapportage licht ik u, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, in (paragraaf 3) over de voortgang van de versterking van de prestaties in de strafrechtketen (VPS). VPS richt zich op een structurele en op de toekomst gerichte versterking van de strafrechtketen. Mijn ambities en doelstellingen zijn gericht op het jaar 2016 en hierna. De resultaten van VPS zullen de komende tijd, te beginnen volgend jaar, zichtbaar worden. Er zijn inmiddels diverse ontwikkelingen in gang gezet die ik in deze brief toelicht. Over de stand van zaken met betrekking tot de digitalisering van de strafrechtketen informeer ik u afzonderlijk in een brief over het Geïntegreerd Processysteem Strafrecht (GPS) in relatie tot VPS en KEI. De brief over GPS ontvangt u tegelijk met deze brief.

Naast de ontwikkelingen die VPS in gang zet ondervindt de strafrechtketen ook de gevolgen van de organisatorische veranderingen door de herziening van de gerechtelijke kaart (HGK) en de vorming van de nationale politie. Om het functioneren van en de samenwerking binnen de strafrechtketen tijdens deze transitieperiode te versterken en om aanloopproblemen op te lossen heb ik aanvullende maatregelen getroffen. In deze brief informeer ik u in paragraaf 4 hierover. Ook monitor ik het functioneren van de rechtbanken Gelderland en Overijssel. Dit heb ik uw Kamer bij de behandeling van de Splitsingswet van het arrondissement Oost-Nederland in de arrondissementen Gelderland en Overijssel toegezegd. De eerste kwantitatieve resultaten zijn omstreeks april 2014 beschikbaar. Ik zal over de resultaten zo spoedig mogelijk daarna aan uw Kamer en de Eerste Kamer rapporteren.

2. Samenvatting

Uit deze brief blijkt dat er inmiddels belangrijke ontwikkelingen in gang zijn gezet om de strafrechtketen sneller, slimmer, beter en transparanter te laten presteren. Ik heb maatregelen getroffen waardoor de kwaliteit van de aangifte, intake en opsporing bij de politie verbetert. Met de ZSM-werkwijze heb ik de aanpak van veel voorkomende criminaliteit een nieuwe betekenisvolle vorm gegeven, waarin vele ketenorganisaties direct en hecht samenwerken. De rechtspraak heeft zich hierbij aangesloten met een versnellingstraject voor eerste en tweede aanleg. De ketenorganisaties maken nieuwe kwaliteitsafspraken die de afdoening van zaken moet verbeteren en versnellen. Toegewerkt wordt naar het persoonsgericht, sneller en beter executeren van strafrechtelijke beslissingen door onder meer de start van het Administratie- en Informatie-Centrum voor de Executieketen per 1 januari 2014. De ontwikkeling naar de digitalisering van de strafrechtketen heb ik in gang gezet en in januari 2014 starten hiertoe proeftuinen in Groningen en Rotterdam. Digitalisering is een belangrijke basis voor het beter functioneren van de keten. Met het in consultatie zijnde wetsvoorstel digitale processtukken creëer ik de randvoorwaarde voor de ketenorganisaties om hierop door te pakken. Daarnaast is mijn wetgevingsprogramma dat tot herijking en modernisering van onder meer het Wetboek van strafvordering leidt, in volle gang.

Het voorgaande neemt niet weg dat er transitievraagstukken en problemen zijn die nu het dagelijkse presteren van de strafrechtketen beïnvloeden. Op regionaal niveau worden daarvoor concrete maatregelen getroffen door de ketenorganisaties.

Ik monitor de ontwikkelingen op landelijk niveau en effen waar dat nodig is het pad om actuele knelpunten weg te nemen.

3. Versterking Prestaties Strafrechtketen

In mijn brief van 5 juli jl. heb ik u geïnformeerd dat ik in 2016 het volgende bereikt wil hebben in het kader van de versterking van de prestaties in de strafrechtketen:

  • 1. De ongewenste uitstroom van zaken is geminimaliseerd:

    • a) méér zaken worden succesvol afgerond en

    • b) veroordeelden ondergaan hun straf daadwerkelijk;

  • 2. De in-, door- en uitstroom van zaken in de keten is inzichtelijk en transparant;

  • 3. Digitale informatie-uitwisseling, ook met de advocatuur en de burger is de norm in de keten;

  • 4. De doorlooptijden zijn aanzienlijk verkort;

  • 5. Het aangifteproces is een hoogwaardig dienstverleningsproces waarbij de burger eenvoudig aangifte kan doen en snel en effectief wordt geholpen;

  • 6. Het Wetboek van Strafvordering en relevante wetgeving zijn aangepast.

In gang gezette ontwikkelingen

Er zijn in alle fasen van de strafrechtketen concrete stappen gezet die leiden tot een versterking van de prestaties van de strafrechtketen. Een aantal ontwikkelingen benoem ik hieronder:

  • De dienstverlening in het kader van het aangifteproces is verbeterd: de burger krijgt nu al bij 97% van de aangiften van woninginbraak binnen twee weken een terugkoppeling van de politie;

  • De kwaliteit van het aangifteproces wordt de komende tijd verder verbeterd door onder meer de verhoging van het opleidingsniveau van de intake medewerkers en de verhoging van de kwaliteit van hulpofficieren van justitie;

  • Het nieuwe sepotbeleid van het OM is vastgesteld;

  • De nieuwe Aanwijzing voor de opsporing treedt naar verwachting begin 2014 in werking;

  • Het BOSZ-systeem – dat inzicht geeft in het aantal en de soorten onderhanden zaken, inclusief genomen beslissingen – is bij de politie geïmplementeerd. In de eerste helft van 2014 is dat ook het geval bij OM;

  • De ZSM-werkwijze – waarmee veelvoorkomende criminaliteit op een slimme, snelle en zorgvuldige wijze wordt afgehandeld – is landelijk uitgerold;

  • Het wetsvoorstel digitale processtukken is in consultatie gegaan;

  • De rechtspraak voert een ingrijpende vernieuwingsagenda uit die leidt tot versnelling, vereenvoudiging en digitalisering van het strafproces met een programma KEI2-straf (rechtbank, hof, Hoge Raad);

  • KEI-Straf ontwikkelt kwaliteitsnormen en -criteria waaraan de bij de rechter aan te leveren zaken moeten voldoen. Deze zullen naar verwachting in 2015 landelijke werking krijgen;

  • In 2014 start de rechtspraak in proeftuinen met een werkwijze om regulier snel opvolging te kunnen geven van zaken waarvoor het OM aan de ZSM-tafel besluit om te dagvaarden, of waarin een verdachte verzet aantekent tegen een door het OM opgelegde strafbeschikking, met een systeem van supersnelrecht, snelrecht (binnen 3 respectievelijk 17 dagen) en ZSM-politierechterzittingen. Beoogd wordt deze werkwijze in 2015 in te voeren;

  • Per 1 januari 2014 start het Administratie- en Informatie-Centrum voor de Executieketen (AICE) bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Met het AICE wordt de uitvoering van alle strafrechtelijke beslissingen persoonsgericht, waarmee de uitvoering sterk kan worden versneld en verbeterd en daarmee uitval in de executieketen wordt voorkomen;

  • Een reeks wetsvoorstellen die leiden tot een versterking van de prestaties van de strafrechtketen, zijn in behandeling bij het parlement of in voorbereiding. Het wetsvoorstel herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen dat op 3 november jl. in consultatie is gegaan, betekent de herziening van Boek 5 van het Wetboek van Strafvordering en luidt daarmee de herijking en modernisering van dit wetboek in.

Aangifte en opsporing

Ten behoeve van het aangifteproces heb ik in mijn brief d.d. 9 juli 20133 toegelicht op welke manier het aangifteproces bij de politie wordt verbeterd. Ik doe dit langs twee sporen: het verhogen van de kwaliteit van de intake en het verhogen van de kwaliteit van de afhandeling van de aangifte. Het wordt de burger, maar ook de ondernemer, mogelijk gemaakt wáár dan ook, aangifte te doen. Aangifte op maat: telefonisch, via internet, op het politiebureau of thuis. Met de realisatie van de nationale politie is voor de burger de dienstverlening direct en merkbaar verbeterd. Burgers kunnen sinds 1 januari jl. makkelijker aangifte doen en krijgen nu al bij 97% van de woninginbraken binnen twee weken een telefonische terugkoppeling. In 2014 ontvangen aangevers van high impact crimes (zoals inbraak, overvallen, straatroof) eveneens binnen 14 dagen een persoonlijke terugkoppeling.

Andere maatregelen op dit terrein zijn de verhoging van het opleidingsniveau van de intake medewerkers en de verhoging van de kwaliteit van hulpofficieren van justitie. Deze maatregelen worden voor het jaar 2014 gedekt binnen de begroting van VenJ en vervolgens bekostigd uit een deel van de eerste tranche van € 40 miljoen van de bredere intensivering van € 105 miljoen die conform regeerakkoord beschikbaar is om de prestaties van de politie te versterken. Hierbij is nadrukkelijk oog voor de prestaties van de (strafrecht-)keten in den brede. Ik informeerde u hierover bij brief van 19 juni 20134. Daarnaast wordt personeel aangenomen op het niveau van het Hoger Beroepsonderwijs en Wetenschappelijk Onderwijs om de kwaliteit en het niveau van het personeel te verhogen om onder meer financieel-economische criminaliteit en cybercrime beter aan te pakken.

De handhaving op straat wordt versterkt met digitale middelen. Bij veelvoorkomende overtredingen is het streven vanaf ultimo 2014 geen papieren bonnen meer te overhandigen. Inmiddels is hiertoe op 11 juli 2013 het Wetsvoorstel digitale handhaving veelvoorkomende overtredingen bij uw Kamer ingediend.

Naar verwachting treedt begin 2014 de nieuwe Aanwijzing voor de opsporing in werking. De aanwijzing beschrijft het afwegingskader waarbinnen de keuzes gemaakt worden of in een zaak tot opsporing wordt overgegaan en vormt daarmee de richtlijn voor de reactie van de opsporingsdiensten en het OM op gepleegde strafbare feiten. De Aanwijzing is verdeeld in verschillende type zaken (heterdaad-kant en klaarzaken, veelvoorkomende criminaliteit, High impact crime, ondermijningszaken). Hierdoor kan meer recht worden gedaan aan de specifieke gevoeligheden rondom een zaak, alsmede aan de ernst en het gewicht van delicten en het gewicht van een maatschappelijk probleem waarmee de zaak een relatie heeft.

Bij de politie is inmiddels het BOSZ-systeem geïmplementeerd. Ook het OM is op de ZSM locaties op BOSZ aangesloten en een totale uitrol bij het OM is voorzien in de eerste helft van 2014. Het «zicht op zakensysteem» maakt het mogelijk te voorzien in een sluitende verantwoording van de in-, door-, uit- en retourstroom tussen de politie en het OM. Met ingang van 2014 wordt elke door de politie aan het OM aangeleverde zaak geregistreerd in het BOSZ-systeem. Hiermee wordt gevolg gegeven aan de oproep in het rapport «Prestaties in de strafrechtketen» van de Algemene Rekenkamer om vooral in de opsporingsfase beter zicht en grip te krijgen op de in-, door-, uit- en retourstroom van zaken.

Vervolging en ZSM

In samenhang met de hiervoor genoemde Aanwijzing is het nieuwe sepotbeleid van het OM vastgesteld. Kern van het nieuwe beleid is dat in alle zaken waarin een verdachte is geïdentificeerd, de beslissing over al dan niet vervolgen wordt genomen door het OM. De conclusie van de Algemene Rekenkamer5 dat de politie in sommige gevallen zonder mandaat van het OM zou seponeren is hiermee opgevolgd.

De ZSM-werkwijze, gericht op het snel, selectief en zorgvuldig routeren en afhandelen van strafzaken bij «veel voorkomende criminaliteit» van volwassenen is landelijk uitgerold. Hetzelfde geldt voor de ZSM-jeugdwerkwijze. Alle tien de ZSM-locaties in het land zijn inmiddels 7x14 uur geopend. Steeds aanwezig zijn het OM en de politie. De reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming en Slachtofferhulp Nederland sluiten hierbij aan, per locatie variërend van 5x8 tot 7x12 uur. Op alle locaties levert de Verdachtenmonitor/BOSZ een overzicht van alle aangehouden en deels ook al ontboden verdachten in het ZSM-proces. Zo hebben de betrokken ketenpartners zicht op de actuele status van een verdachte.

Ruim 80% van de maandelijkse potentiële ZSM-instroom stroomt thans bij de ZSM-locaties binnen. Ongeveer 43% van de ZSM-zaken krijgt binnen een dag een eerste beoordeling; na een maand is 87% beoordeeld. Van de zaken waarbij een ZSM-officier beslist tot afdoening wordt ruim de helft ook door de officier afgehandeld, voornamelijk door een OM-strafbeschikking, een Taakstraf-OM-zitting of transactie. De andere helft wordt gedagvaard; 8% daarvan voor een snelrecht- of supersnelrechtzitting. In veel gevallen worden slachtoffers actief benaderd voor eventuele vergoeding van schade.

De ketenpartners – OM, politie, reclassering, Raad voor de Kinderbescherming, Slachtofferhulp Nederland en Halt – werken intensief samen. De partners van de keten – rechtspraak en advocatuur – bereiden zich door middel van ZSM-pilots op nauwere samenwerking voor. ZSM zal stap-voor-stap de staande praktijk zijn voor het routeren en afhandelen van zaken in de sfeer van de veelvoorkomende criminaliteit van volwassenen. De komende tijd worden de ZSM-processen op onderdelen verder ontwikkeld en verankerd binnen de ketenorganisaties. De uitwerking hiervan houdt gelijke tred met de herinrichting die enkele organisaties nu ondergaan en de versterking van de banden tussen alle ketenpartners.

Berechting

Door de rechtspraak wordt een ingrijpende vernieuwingsagenda uitgevoerd die leidt tot versnelling, vereenvoudiging en digitalisering van het strafproces.

In nauwe samenwerking met het OM en de politie en binnen de kaders van VPS voert de rechtspraak het programma KEI-straf uit. Het programma KEI-straf richt zich vooral op innovaties in de zogeheten verticale keten (rechtbank, hof, Hoge Raad) met als doel het strafproces zowel qua logistiek als procesinhoud te vereenvoudigen, te versnellen en minder kwetsbaar te maken.

Het programma KEI-Straf heeft een aantal kansrijke initiatieven geadopteerd die kunnen worden beproefd in een drietal proeftuinen: de rechtbank Noord-Nederland voor het werkproces standaardzaken, de rechtbank Rotterdam voor het werkproces maatwerkzaken en het gerechtshof Den Haag voor het werkproces hoger beroep. Voorbeelden van kansrijke initiatieven die geadopteerd zijn door het programma betreffen de «verkeerstoren» en het «transferium». De digitale ondersteuning van die verkeerstoren maakt een betere planning van zittingen mogelijk door bijvoorbeeld daarbij de verhinderdata van procesdeelnemers te betrekken alsook de voorspellingen die kunnen worden gedaan over de benodigde zittingscapaciteit op basis van de zaakstromen bij de opsporingsinstanties en het OM. Het transferium is een soort zenuwcentrum, naar het voorbeeld van een controlekamer bij een distributiecentrum. Aldaar komt het berichtenverkeer binnen over de zaakstromen alsook over afwijkingen die daar in het transferium snel worden afgehandeld. De verwachting is dat hiermee het aantal aanhoudingen van strafzaken aanzienlijk kan worden teruggebracht en dat vrijkomende zittingscapaciteit direct kan worden opgevuld.

In het kader van dit programma werkt de rechtspraak met ketenpartners aan kwaliteitsnormen en -criteria. Deze kwaliteitsnormen – van overwegend logistieke en/of administratieve aard- richten zich op de tussen- en eindproducten, zoals deskundigheidsrapporten, processen-verbaal en vonnissen. De kwaliteitsnormen worden, voor zover ze niet worden opgenomen in wet of regelgeving, ondergebracht in een geactualiseerd landelijk procesreglement dat naar verwachting in 2015 is vastgesteld en geïmplementeerd.

Voor zaken waarvoor het OM aan de ZSM-tafel besluit te dagvaarden, of waarin een verdachte verzet aantekent tegen een door het OM opgelegde strafbeschikking, zal snelle opvolging bij de rechter plaatsvinden. Het voorstel is om zaken die zich daarvoor lenen via een supersnelrecht- of snelrechtzitting (binnen 3 respectievelijk 17 dagen) af te doen en de overige zaken op een ZSM-politierechterzitting. In 2014 wordt deze werkwijze met de ketenpartners in regionale proeftuinen uitgewerkt. Beoogd wordt deze werkwijze te verankeren in het landelijk Strafprocesreglement voor de rechtbanken in 2015. Ook in tweede aanleg zal een vervolg op ZSM zaken worden ingericht. Daarbij zal worden geput uit de kennis en ervaring die is opgedaan in versnellingsprojecten bij de gerechtshoven Den Haag, Amsterdam («Fast Lane»), Arnhem-Leeuwarden («A12») en ’s-Hertogenbosch («Het Digitale Hof»).

Executie

Per 1 januari 2014 gaat het Administratie- en Informatie-Centrum voor de Executieketen (AICE) bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) van start. Het AICE gaat fungeren als spin in het web in de executieketen en als de administratieve verwerker voor de uitvoering van strafrechtelijke beslissingen. Toegewerkt wordt naar het persoonsgericht, sneller en beter executeren van strafrechtelijke beslissingen, waarmee uitval in de executieketen wordt voorkomen Zo zal bij het AICE straks bij de aanlevering van een executeerbare beslissing onmiddellijk zichtbaar zijn of, en zo ja, welke andere straffen jegens een veroordeelde nog openstaan, waarmee sneller en beter tot executie kan worden overgegaan. Nu komt het bijvoorbeeld voor dat pas bij ontslag uit detentie blijkt dat betrokkene nog een geldboete heeft openstaan.

Daarnaast wordt in 2014 gestart met de bouw van een Centrale Voorziening Executieopdrachten (CVE) bij het AICE. Door deze voorziening worden executieopdrachten richting politie op landelijk niveau aangeboden en is het voor de politie meer inzichtelijk of iemand een strafrechtelijke beslissing heeft openstaan. Door de inzet van mobiel werken (met behulp van een handcomputer) bij de politie kan straks de politieagent op straat zien of de persoon tegenover hem een boete of gevangenisstraf heeft openstaan.

In de executieketen zijn digitale voorzieningen getroffen om de kwaliteit en de snelheid van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen te kunnen verbeteren. Begin september hebben het OM en het CJIB een geautomatiseerde interface in gebruik genomen waarlangs het OM op eenduidige wijze complete vonnissen aanlevert bij het CJIB. Voorheen werden de strafcomponenten uit de vonnissen afzonderlijk aangeleverd. Gelijktijdig implementeert het CJIB administratieve voorzieningen, waarmee de basis wordt gelegd voor volledig (digitaal) zicht en grip op de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen.

In 2014 zullen de interface en de administratieve voorzieningen dusdanig worden ontwikkeld, dat alle (thans via het CJIB geleide) strafrechtelijke beslissingen eenduidig en exclusief via het AICE zullen worden gerouteerd. Daarmee zal een belangrijke stap zijn gezet op weg naar digitale informatie-uitwisseling in de strafrechtketen.

Modernisering en herijking Wetboek van Strafvordering en relevante wetgeving

Zoals ik in mijn brief van 5 juli jl. heb aangekondigd is het project tot herziening en stroomlijning van de regeling van de (bijzondere) opsporingsbevoegdheden van start gegaan. Daarnaast worden ook de regelingen van de overige dwangmiddelen, de vervolging en de berechting en het hoger beroep, inclusief de rechtsmiddelen herzien. Voor deze wetsvoorstellen is een nieuwe indeling en opzet van het Wetboek van Strafvordering noodzakelijk. In het voorjaar van 2014 informeer ik u hier nader over. Met de herziening van Boek 5 (de tenuitvoerlegging) en een deel van Boek 4 (internationale rechtshulp) van het Wetboek van Strafvordering is al reeds een start gemaakt. Dit is mogelijk omdat het goed afgebakende onderdelen van het wetboek zijn, die ook in een nieuwe opzet en indeling van het wetboek, achterin zullen worden geplaatst.

Het concept-wetsvoorstel herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen is op 3 november 2013 in consultatie gegaan. Dit wetsvoorstel heeft betrekking op een algehele herziening van Boek 5 van het Wetboek van Strafvordering, en regelt onder andere de overheveling van de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van het OM naar de Minister van Veiligheid en Justitie. Hierbij wordt de Minister verantwoordelijk voor (de regie op) de tenuitvoerlegging. De meer dan veertig verschillende rechterlijke procedures die zien op het verkrijgen van een (vervolg) beslissing in de tenuitvoerlegging worden met drie kwart teruggebracht door stroomlijning en harmonisatie. Daarmee wordt onder meer beoogd de lasten van het OM en de rechtspraak te verminderen zonder dat dit ten koste gaat van de rechtsbescherming. Het concept-wetsvoorstel bevat tevens een wettelijke basis voor de herziening en modernisering van de betekeningsvoorschriften, waarmee wordt beoogd sneller een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing te verkrijgen. Onder meer wordt digitale betekening mogelijk gemaakt.

Het concept-wetsvoorstel waarmee de regeling inzake internationale rechtshulp in strafzaken in het Wetboek van Strafvordering wordt herzien zal in begin volgend jaar in consultatie gaan. Doel hiervan is om de regeling effectiever toepasbaar te maken. Voorts wordt de regeling op onderdelen gestroomlijnd en een aantal in de praktijk ervaren knelpunten weggenomen.

Naast de herstructurering en modernisering van het Wetboek van Strafvordering is wetgeving in procedure die op onderdelen de prestaties van de keten versterken.

Het wetsvoorstel uitbreiding gronden voorlopige hechtenis (Kamerstuk 33 360) is aanhangig bij de Eerste Kamer. De mogelijkheid een verdachte in voorlopige hechtenis te nemen tot aan de zitting kan zowel een positieve bijdrage leveren aan een snelle rechterlijke beslissing, als aan een snellere tenuitvoerlegging van die rechterlijke beslissing. Het gaat dan om de groep ergerlijke misdrijfplegers in de openbare ruimte of tegen personen in de uitoefening van een publieke taak.

De Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart (33 440 (R 1990) is inmiddels aanhangig bij de Eerste Kamer. In dit wetsvoorstel wordt onder andere een verruiming van de paspoortsignalering geregeld, hetgeen de opsporingskansen van onherroepelijk veroordeelden vergroot en daardoor bijdraagt aan het verkleinen van de uitval bij de tenuitvoerlegging.

Het wetsvoorstel digitale handhaving veelvoorkomende overtredingen (Kamerstuk 33 697) en het wetsvoorstel versterking presterend vermogen (Kamerstuk 33 747) van de politie zijn inmiddels aanhangig bij uw Kamer. Beide wetsvoorstellen beogen de administratieve lasten voor de politie te verminderen onder andere door het afschaffen van de zogenaamde combi-bon en het vereenvoudigen van het opvragen van camerabeelden.

Het wetsvoorstel digitale processtukken (digitaal strafdossier) is in oktober 2013 in consultatie gegaan. Het wetsvoorstel digitale processtukken maakt het mogelijk dat processtukken digitaal beschikbaar worden gesteld in de strafrechtsketen en aan de advocatuur en de burger. Ook regelt het wetsvoorstel het verkeer voor het digitaal doen van aangifte, het digitaal indienen van verzoeken, schrifturen en klaagschriften en het digitaal instellen van rechtsmiddelen.

Het wetsvoorstel dadelijke tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen is inmiddels voor advies voorgelegd aan de ketenpartners en adviesorganen. Het wetsvoorstel regelt dat uitspraken in eerste aanleg dadelijk ten uitvoer worden gelegd, als er sprake is van de oplegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel van een jaar of langer voor delicten en sprake is van een of meer slachtoffers of nabestaanden alsmede in alle gevallen dat een vrijheidsbenemende straf of maatregel van twee jaar of langer is opgelegd. De rechter in hoger beroep kan de tenuitvoerlegging schorsen. De dadelijke tenuitvoerlegging van sancties draagt bij aan een snelle tenuitvoerlegging en vermindering van uitval.

4. Maatregelen tijdens de transitieperiode

VPS ziet op structurele aanpassingen die de prestaties in de strafrechtketen op middellange en langere termijn moeten verbeteren. Daarnaast constateer ik dat er in de keten sprake is van knelpunten die onvermijdelijk samenhangen met de gevolgen van omvangrijke organisatorische veranderingen door de invoering van de nieuwe gerechtelijke kaart en de vorming van de nationale politie. De reorganisaties binnen de rechterlijke organisatie en de politieorganisatie brengen met zich mee dat bestaande werkwijzen ingrijpend worden aangepast en dat er op het gebied van huisvesting en digitalisering aanpassingen plaatsvinden.

De organisatorische knelpunten worden op korte termijn op regionaal niveau door het OM en de Rechtspraak aangepakt en opgelost. Dit zal op korte termijn leiden tot verbetering van concrete organisatorische knelpunten op het gebied van onder meer werkhoeveelheden, kwaliteitstoetsing en de inzet van zittingscapaciteit. Om duidelijk te maken dat in dit verband op regionaal niveau veel activiteiten worden ontplooid, schets ik in het onderstaande enkele voorbeelden:

  • Het incidentenformulier van het arrondissement Noord-Holland. Met behulp van dit formulier kan inzichtelijk worden gemaakt wat de aard en omvang is van logistieke knelpunten die zich tijdens een strafzitting kunnen voordoen. Op basis daarvan voeren de rechtbank en het parket aldaar tactische overleggen om concrete problemen op te lossen;

  • De inzet van extra kwaliteitscontroles door het parket Zeeland-West Brabant. Hiermee wordt getracht om een plotselinge stijging in het nietigheidspercentage van dagvaardingen die zich eerder dit jaar voordeed omlaag te brengen;

  • In de regio’s Den Haag, Rotterdam en Amsterdam wordt gewerkt aan het versnellen van «High Impact Crime» zaken in eerste aanleg en hoger beroep. Hierbij werken verschillende ketenpartners intensief samen;

  • Sneller afdoen van een groot aantal drugszaken met bolletjesslikkers op Schiphol: reductie doorlooptijd van 3 maanden naar 2 weken;

  • In Noord-Nederland is in Groningen de doorlooptijd van TUL zittingen van gemiddeld 86 dagen naar 58 dagen teruggebracht.

In totaal zijn er in de regio’s ongeveer 60 projecten opgestart en door het Ministerie financieel ondersteund. Begin 2014 zal het merendeel van deze projecten resultaten opleveren.

In mijn brief van 5 juli jl. heb ik u geïnformeerd dat het OM en de Rechtspraak een landelijke Task Force hebben opgericht. Inmiddels heeft de Task Force vastgesteld dat sommige knelpunten zich lenen voor een uitwerking op kortere termijn. Hierbij vinden inmiddels op diverse plekken wekelijks lokale afstemmingsoverleggen tussen de rechtbank presidenten en de hoofdofficieren van justitie plaats. Voor de middellange termijn gerichte oplossingen is de Task Force momenteel bezig met een diepgaande gezamenlijke analyse. De Task Force zal begin volgend jaar rapporteren over de stand van zaken.

Opzet OM-monitor

Gedurende de transitieperiode zal ik – zoals toegezegd aan uw Kamer tijdens het debat over de taakstelling bij het OM op 11 september 2013 – de prestaties van het Openbaar Ministerie (OM) aanvullend monitoren.

Daarbij baseer ik me op de Beleidsagenda 2013 in de VenJ-begroting 2013, de reguliere verantwoordingsrapportages van het OM en de monitor strafrechtketen. In de monitor ga ik nader in op de prestaties van het OM bij de aanpak van criminele samenwerkingsverbanden, cybercrime, afpakken, overvallen, kinderporno, criminele jeugdgroepen en ZSM. Immers, dat zijn voor mij de prioriteiten. De monitor met betrekking tot het lopende jaar treft u onderstaand aan.

OM-monitor 2013

Het OM hanteert een integrale sturing op een viertal gebieden. Het gaat om de onderdelen prestaties Beleidsagenda 2013, de transitie, de productie en de financiën. Deze onderdelen worden steeds in hun onderlinge samenhang bezien en bijgestuurd.

1. Beleidsagenda 2013

Als bijlage bij mijn brief d.d. 7 juli 20136heb ik uw Kamer het Jaarbericht van het OM over het jaar 2012 gestuurd. Daarin komt naar voren dat het OM de afgesproken maatschappelijke doelstellingen voor 2012 heeft gerealiseerd, zoals minder overvallen, een zichtbaarder aanpak van de georganiseerde misdaad,

het sneller afhandelen van veelvoorkomende criminaliteit, afpakken van crimineel geld en aandacht voor het slachtoffer.

Ten aanzien van de prestaties van het OM op basis van de beleidsagenda 2013 is het beeld dat deze ook dit jaar gehaald worden. Zo is in juli 2013 reeds twee derde van de cybercrimezaken en de helft van de kinderpornozaken aangepakt. De 100%-aanpak van criminele jeugdgroepen ligt ultimo op 97%;

2. Transitie

Ten aanzien van de brede transitie van het OM naar het jaar 2020, geldt dat deze conform planning verloopt. Zoals met uw Kamer besproken in het debat d.d. 11 september 2013 bereidt het OM zich voor op het realiseren van de taakstelling vanaf 2016 en van transitietrajecten in het kader van HGK en VPS. Het OM werkt systematisch en aan de hand van de randvoorwaarden zoals beschreven in het validatierapport De Galan toe naar een gedegen voorbereiding op de taakstelling en een meerjarige aanpak van de implementatie van de transitie.

3. Productie

Het algemene beeld is dat er ten opzichte van vorig jaar sprake is van een lichte daling van zowel de instroom als de productie. Op onderdelen is het beeld wisselender:

Bij de zwaardere rechtbankzaken is de productie hoger dan geraamd (8%). Dat geldt ook voor de relatief lichte Mulderberoepen (54%). Bij de productie van kantonzaken is de productie lager dan geraamd (–5%) als gevolg van het toegenomen gebruik van de strafbeschikking door de politie.

In 2013 zijn tot 1 september bij ZSM ruim 112.000 zaken ingestroomd. Hiervan zijn ruim 69.000 zaken door middel van ZSM beoordeeld. Zaken die niet door ZSM worden beoordeeld worden ter verdere behandeling overgedragen aan het lokaal parket of het veiligheidshuis.

Verder dient te worden gekeken naar de werkhoeveelheden die in de verschillende stadia van bewerking zijn.

Het betreft drie categorieën, te weten: «te beoordelen werk», «onderhanden werk», en «zittingsgereed». Ten aanzien van al deze categorieën geldt dat er sprake is van fluctuaties in de hoeveelheden. Het OM volgt deze en neemt maatregelen om te voorkomen dat de hoeveelheden te sterk oplopen.

Hoeveelheid onderhanden werk: stabiel

Onderhanden werk zijn zaken waar die bij een officier in behandeling zijn. Ten aanzien van dit type zaken geldt dat er bij de misdrijven sprake is van een lichte afname van de werkhoeveelheid. Bij de overtredingen was in de eerste helft van dit jaar sprake een stijging, maar deze stijging is inmiddels grotendeels weggewerkt.

In september 2013 waren er ca. 45.000 onderhanden zaken misdrijven en ca. 42.000 onderhanden zaken overtredingen.

Hoeveelheid zittingsgerede zaken: lichte stijging

Zittingsgereed zijn zaken die klaar zijn om door een rechter te behandelen. Deze zaken wachten op aanlevering aan en behandeling door de rechter. In 2013 is de hoeveelheid zittingsgerede zaken toegenomen (met ca. 3.600 misdrijfzaken en eveneens ca. 3.600 zaken overtredingen. De voorzitter van het College heeft mij geïnformeerd dat deze toename tijdelijk is en samenhangt met de transitieperiode, alsmede met de inregeling van ZSM, waardoor de inzet van officieren op een nieuwe manier moet worden ingepland en verdeeld over zitting resp. ZSM.

Ik heb OM en ZM verzocht om concrete afspraken te maken over de inzet van officieren van justitie resp. zittingscapaciteit om deze tijdelijke stijging weg te nemen. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de hiervoor genoemde Task Force die met concrete voorstellen zal komen om knelpunten op te lossen.

Van belang is dat er heldere afspraken komen over wanneer een zaak gereed is om op zitting te worden gebracht. De Rechtspraak ontwikkelt daartoe nu professionele standaarden.

Hoeveelheid te beoordelen zaken: stijging

Te beoordelen zaken zijn zaken waarbij door de officier nog besloten moet worden of er sprake zal zijn van een OM-afdoening of een ZM-afdoening. Deze zaken zijn al ingestroomd en de verdachte is bekend. De hoeveelheid te beoordelen misdrijfzaken is in 2013 gestegen met ca. 6.700 zaken, en de overtredingen met ca. 11.000 zaken. Ook hier heeft de voorzitter van het College aangegeven dat het om een tijdelijke stijging gaat. Ik heb u tijdens het debat over de prestaties en taakstelling van het OM d.d. 11 september 2013 toegezegd dat wanneer zich in de uitvoering incidentele problemen voordoen, ik daarvoor samen met het OM een oplossing zal vinden. In dat verband zal ik het OM in staat stellen tijdelijk extra capaciteit aan te trekken voor het afhandelen van deze te beoordelen zaken. Het OM zal nog dit jaar starten met het werven van pas afgestudeerde juristen. Zij krijgen een «training on the job» waardoor zij direct productief zijn. Met deze maatregel draag ik eraan bij dat het te beoordelen werk niet te lang blijft liggen en mogelijk verderop in het proces tot vertraging gaat leiden.

4. Financiën OM 2013

Samen met het OM volg ik de uitvoering 2013 van de OM-begroting van maand tot maand. Ik concludeer dat de prestaties van het OM in 2013 gerealiseerd worden. Dit is mogelijk doordat het OM alle zeilen bijzet om de prestaties te leveren en tegelijkertijd uitvoering te geven aan verschillende transities en kwaliteitsverbeteringen. Wanneer zich – ondanks deze maximale inzet – onverhoopt problemen voordoen dan zoek ik daarvoor met het OM naar een oplossing.

Tenslotte

U ontvangt de eerstvolgende rapportage over de versterking van de prestaties van de strafrechtketen medio 2014. In deze rapportage zal ik u op basis van onder andere de strafrechtketenmonitor nader inzicht geven in de prestaties van de strafrechtketen.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Kamerstuk 29 279, nr. 165.

X Noot
2

Kwaliteit en Innovatie Rechtspraak.

X Noot
3

Kamerstuk 29 628, nr. 404.

X Noot
4

Kamerstuk 29 628, nr. 401.

X Noot
5

Kamerstuk 33 173, nr. 2.

X Noot
6

Kamerstuk 33 400 VI, nr. 109.