Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 november 2017
In het ordedebat op 1 november (Handelingen II 2017/18, nr. 16, item 5) heeft uw Kamer om een brief gevraagd naar aanleiding van het bericht dat bij 385.000
Nederlanders de ambulance niet op tijd kan zijn (RTLNieuws, 31 oktober 2017).
Kernboodschap
Aangezien de rekenmodellen in de ambulancezorg niet werken met een 100% dekking, is
het voor mij geen verassing dat er 385.000 mensen in Nederland niet binnen 12 minuten
rijtijd kunnen worden bereikt. Hieronder treft u mijn uitgebreide reactie aan.
Ten aanzien van het verband dat door enkele leden werd gelegd met het arbeidsmarkt
vraagstuk in de sector, verwijs ik u graag naar mijn brief over het bericht dat ambulances
vaak te laat zouden zijn door een tekort aan personeel (Kamerstukken 29 282 en 29 247, nr. 290), waar de vaste Kamercommissie van VWS op 27 oktober jongstleden om heeft verzocht.
Spreiding van ambulances – het RIVM model
De spreiding en beschikbaarheid van ambulances in Nederland wordt berekend door het
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Eén van de modellen die het
RIVM daarvoor gebruikt – het rijtijdenmodel – berekent hoe snel een ambulance naar
een willekeurig adres in Nederland kan rijden. Dit model gaat uit van «gemiddelde»
omstandigheden. Dat wil zeggen dat het RIVM in een grootschalige meting snelheden
van ambulances over heel Nederland over een heel jaar heeft geanalyseerd en gemiddeld.
Deze uitkomsten zijn gehanteerd in een routeplanner die leidt tot een schatting van
de rijtijd die een ambulance nodig heeft.
Om te berekenen hoeveel inwoners van Nederland binnen een bepaalde tijd kunnen worden
bereikt is het van belang om te weten vanuit welke standplaatsen de ambulances vertrekken.
Voor de beleidsmatige planning hiervan wordt
uitgegaan van het «Referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg» (kortweg:
het referentiekader). Het referentiekader definieert een minimale spreiding van standplaatsen
en berekent hoeveel ambulances er minimaal nodig zijn per regio, met als uitgangspunt
dat onder normale omstandigheden in ten minste 95% van de A1-meldingen een ambulance
beschikbaar is. Een tweede uitgangspunt is dat hierbij wordt uitgegaan van een geografische spreiding
van standplaatsen waarmee in elke regio minstens 97% van de bevolking binnen 12 minuten
rijtijd kan worden bereikt (met 3 minuten voor meld- en uitruktijd is dat 15 minuten
bereikbaarheid). Het idee van het referentiekader is dat, met bovenstaande twee uitgangspunten,
de Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV’en) voldoende middelen hebben om in 95%
van de A1-meldingen binnen 15 minuten ter plaatse te kunnen zijn.
De genoemde geografische spreidingsnorm in het rekenmodel van het RIVM, heeft inherent
in zich dat er geen geografische spreiding van ambulancestandplaatsen wordt gehanteerd,
waarmee 100% van de bevolking binnen 12 minuten rijtijd wordt bereikt. Het is voor
mij dus geen verassing dat er 385.000 mensen in Nederland niet binnen 12 minuten rijtijd
kunnen worden bereikt. Overigens gaat het model, zowel van het RIVM als van de Geodienst
van de Rijksuniversiteit Groningen (dat de basis is voor het bericht van RTLNieuws),
uit van paraatheid vanaf een vaste standplaats, terwijl er in de praktijk steeds vaker
gebruik wordt gemaakt van dynamisch ambulance management. Met dynamisch ambulancemanagement
worden beschikbare ambulances op strategische plekken in de regio geplaatst om snel
ter plaatse te kunnen zijn. Het effect hiervan is dat responstijden korter kunnen
zijn dan uit het model volgt. Immers: de ambulance vertrekt niet altijd vanaf de vaste
standplaats, maar ook vanuit andere plekken.
De 15-minuten norm
Deze norm heeft – zoals u weet – geen medische onderbouwing, maar het is een norm
die primair op grond van maatschappelijke overwegingen is vastgesteld. De responstijd
is slechts één van de vele bepalende factoren die van invloed zijn op het voorkomen
van blijvende schade of zelfs overleving van een patiënt en is daarnaast voor slechts
een beperkt aantal aandoeningen direct relevant. Voor dat beperkte aantal aandoeningen
is het vervolgens maar zeer de vraag of 15 minuten responstijd de juiste medische
maatstaf is. Daarnaast gaat deze norm uit van normale omstandigheden (dus bijvoorbeeld
niet van extreme files, openstaande bruggen of ijzel op de weg) en geldt hij voor
de veiligheidsregio’s als geheel (en dus niet op landelijk of gemeentelijk niveau).
Dit neemt niet weg dat de 15 minutennorm bij de meerderheid van de RAV’en niet wordt
gehaald. Uw Kamer is hierover op 14 april 2016 geïnformeerd1. Aan de regio’s waar de norm niet wordt gehaald heeft de Nederlandse Zorgautoriteit
(NZa) verbeterplannen gevraagd van de zorgverzekeraars (in samenwerking met de RAV’en),
met daarin oplossingen om aan de norm te gaan voldoen. De NZa houdt de uitvoering
van de verbeterplannen in de gaten en houdt zo toezicht op de zorgplicht.
Afsluitend
Ik vind dat iedereen goede en tijdige ambulancezorg moet krijgen. Maar, de oplossing
moet niet altijd worden gezocht in overal meer ambulances neerzetten. Een extra ambulance
in een afgelegen gebied is geen oplossing als het personeel vervolgens de deskundigheidsnormen
niet haalt vanwege te weinig ritten. Daarom moet op lokaal niveau, in overleg met
de ziekenhuizen en zorgverzekeraars, blijvend gewerkt worden aan de meest optimale
regionale situatie.
De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins