Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 16, item 5

5 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Dan is nu aan de orde de regeling van werkzaamheden. 

Ik stel voor om de begrotingsbehandelingen als volgt vast te stellen: 

  • -de Financiële Beschouwingen en de begroting Koninkrijksrelaties in de week van 7 november; 

  • -de begrotingen Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken, inclusief Wonen en Rijksdienst, in de week van 14 november; 

  • -de begrotingen Algemene Zaken, Defensie en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in de week van 21 november; 

  • -de begrotingen Justitie en Veiligheid en Infrastructuur en Milieu in de week van 28 november; 

  • -het begrotingsonderdeel Landbouw en de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in de week van 5 december; 

  • -de begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het begrotingsonderdeel Economische Zaken in de week van 12 december; 

  • -de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de week van 19 december. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kooiman namens de SP. 

Mevrouw Kooiman (SP):

Voorzitter. Bij 385.000 Nederlanders kan de ambulance niet op tijd aanwezig zijn. Als het spits is, is dat ruim een half miljoen. Eerstehulpposten worden overal in het land gesloten. De personeelstekorten bij de ambulancezorg zijn echt tergend en de werkdruk is dat ook. Het is een heel groot probleem, dus het is tijd voor een debat met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dan mag ik kiezen, geloof ik, want we hebben er inmiddels twee. En dan wordt het minister Bruins. 

De heer Arno Rutte (VVD):

Voorzitter. Het probleem dat mevrouw Kooiman schetst is heel reëel, maar het is vooral een dringend arbeidsmarktvraagstuk. Ik zou daarom heel graag zo snel mogelijk van het kabinet een brief hierover willen hebben. Het is ook iets breder dan alleen maar de ambulancezorg. Mevrouw Kooiman gaf ook al aan dat er elders ook problemen zijn. Die brief wil ik dan zo snel mogelijk betrekken bij een algemeen overleg over de arbeidsmarkt in de zorg en over de ambulancezorg. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Daar sluit ik me graag bij aan. 

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):

Voorzitter. Voor iedereen moet de ambulance op tijd zijn. Dat is voor een heel groot aantal mensen nu niet het geval. Het lijkt me belangrijk om hierover te spreken met de minister, dus alle steun voor dit verzoek. 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ook ik zou graag een brief van het kabinet zien. Ik zou zeggen: laten we dat inderdaad bij het algemeen overleg over de arbeidsmarkt betrekken. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ook wij willen een kabinetsbrief en het bij dat debat betrekken. Maar geen steun voor een apart debat. 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

De vraag of een ambulance op tijd komt, ja of nee, is een geval van leven en dood. Wat ons betreft is er dus alle reden voor een debat. 

Mevrouw Agema (PVV):

Normaal gesproken zou ik ook zeggen: betrek het bij de begroting. Maar omdat dit probleem erger wordt en het een kwestie is van leven en dood, wil ik dit debat steunen. 

De heer Öztürk (DENK):

Terecht willen mensen in nood een ambulance. Ik zie dat de coalitie met een brief aankomt. Alle steun om het debat hier te voeren. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Het is zeer terecht dat hier aandacht voor gevraagd wordt, dus steun voor de brief. Maar ik denk dat het sneller gaat als het bij het AO wordt betrokken, gezien de plenaire agenda die u zojuist zo ongeveer heeft afgekondigd tot eind december. Dus geen steun voor een apart debat. 

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Dit is echt een groot probleem. Dus alle steun voor een brief en een debat. 

De voorzitter:

Mevrouw Kooiman, u heeft geen meerderheid voor het houden van een meerderheidsdebat. 

Mevrouw Kooiman (SP):

We communiceren al acht maanden met briefjes. Ik ben het gewoon zat. We hebben wel voldoende steun voor een dertigledendebat. Het is een kwestie van leven en dood. Dus we kunnen het ook prima snel inplannen. 

Dank u wel. 

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zal ik dit debat aan de lijst van dertigledendebatten toevoegen. Verder stel ik voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Het woord is aan mevrouw Marijnissen namens de SP. 

Mevrouw Marijnissen (SP):

Voorzitter, dank u wel. Heel kort. De SP vindt dat geld voor zorg ook naar zorg moet. Vandaag stond groot in het FD dat er van het zorggeld miljoenen worden weggesluisd via vage bv-constructies. En het ergste is: dat mag ook nog gewoon bij wet. Wij willen dit aanpakken en daarom snel een debat. 

Mevrouw Agema (PVV):

Namens ons heeft er ook een jaar lang een debat op de langdurige lijst gestaan. Wij wilden dat ook agenderen, maar dat is er toen niet van gekomen. Maar wat er nu veranderd is, is dat de Wet toetreding zorgaanbieders ter vervanging van de Wet toelating zorginstellingen binnenkort wordt behandeld. Ik wil dit onderwerp graag bij die wetsbehandeling agenderen. Ik zou het dus graag dan willen bespreken. 

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun. 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

We gaan straks verder met het debat. Ze willen straks 1,9 miljard inlopen op langdurige zorg. We zien dat het in de zakken verdwijnt van sommige bestuurders. Wat ons betreft houden we zo snel mogelijk een debat hierover. Steun. 

De heer El Yassini (VVD):

Ik vind het punt dat mevrouw Marijnissen op dit moment opgooit, echt een goed en terecht punt. 

De voorzitter:

Maar u steunt het niet. 

Mevrouw Marijnissen (SP):

Nou, voorzitter! 

De heer El Yassini (VVD):

Als ik even mijn verhaal mag afmaken, mevrouw de voorzitter. Zorggelden zijn ook echt bedoeld voor de zorg en niet voor de zelfverrijking van bestuurders. Ik vind het punt dus echt heel goed. Ik wil ook graag een brief van het kabinet, en dan niet een brief met alleen een reactie op het artikel. Ik wil ook graag dat de minister in de brief aangeeft welke haken hij ziet voor het nieuwe wetsvoorstel Wet toetreding zorgaanbieders. Dan wil ik het ook daarbij gaan behandelen, omdat daar de mogelijkheid is om ons de haken te geven om dit echt aan te pakken, want dit is onacceptabel. 

De voorzitter:

U steunt het verzoek dus niet. 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Voorzitter. Ik zou niet willen dat de behandeling van die wet vertraging oploopt doordat we er eerst over gaan debatteren. Ik stel dus ook voor dat we het bij die wetsbehandeling aan de orde stellen, want het is iets wat niemand wil. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Daar kan ik mij helemaal bij aansluiten. Niemand wil dat het geld dat voor zorg bedoeld is, op de verkeerde plek terechtkomt. Ik wil inderdaad een kabinetsbrief. Laten we die kabinetsbrief behandelen bij de Wet toetreding zorgaanbieders. 

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):

Voorzitter. Volgens mij is het niet aan de orde dat we vertraging gaan oplopen met de bespreking van de Wet toetreding zorgaanbieders. Het is heel belangrijk om hier snel over te spreken, dus steun voor het verzoek. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Het is alleen maar irritant om te moeten constateren dat iedere keer toch weer allerlei wegen worden gevonden waardoor het geld toch niet naar de zorg gaat. Maar als we nu een haakje kunnen vinden in de wet die wordt behandeld, willen we het daar graag bij doen. 

De voorzitter:

Dus geen steun. 

Mevrouw Arissen (PvdD):

Voorzitter. We vinden het heel erg belangrijk om hier snel over te praten. Daarom van harte steun namens de Partij voor de Dieren voor het voorstel van de SP. 

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Steun voor het verzoek, voorzitter. 

De voorzitter:

Er is geen meerderheid. 

Mevrouw Marijnissen (SP):

Dat klopt, voorzitter. Een aantal keren werd de Wet toetreding zorgaanbieders genoemd. Natuurlijk gaan we het hierover hebben bij de behandeling daarvan. Dat hebben we in onze schriftelijke inbreng ook al gedaan. Vanzelfsprekend gaan we het daar ook aan de orde stellen. Ik meen echter dat dit niet alleen in die wet besproken en geregeld kan worden. Daarom toch het verzoek om het als dertigledendebat in te plannen. 

De voorzitter:

Dat gaan we doen. Verder stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Het volgende verzoek, mevrouw Marijnissen. 

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ja, voorzitter. Er is 2 miljard tot 4 miljard direct beschikbaar om onze zorgpremies te verlagen. Gisteren ontvingen wij echter het bericht van het CPB dat de zorgpremies de komende jaren met €300 omhooggaan. Wij vinden dat niet kunnen. Op dit moment ligt er 11 miljard op de plank bij zorgverzekeraars. Ook als we de buffereis van Brussel in acht nemen, is er 4 miljard direct beschikbaar om de zorgpremie niet te verhogen maar te verlagen. Deze maand — het is vandaag 1 november — gaan zorgverzekeraars hun premie bekendmaken. Wij denken dus dat er alle reden is om snel een debat hierover te voeren. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Ik ga nu al een paar jaar mee in deze Kamer. Ik weet dat dit typisch een ding is dat we bespreken bij de begrotingsbehandelingen van het departement. Daar zullen we dit dan ook meenemen. 

De heer Arno Rutte (VVD):

Voorzitter. Bij de begroting zal het ongetwijfeld hierover gaan. Los daarvan hebben die reserves ook een functie. Je kunt ze eenmaal aan de zorg uitgeven, maar dan zijn ze weg en vervolgens moeten de premies extra omhoog. Dat vind ik niet verstandig. 

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Voorzitter, ik steun het voorstel van mevrouw Marijnissen. Het lijkt mij dat er alle aanleiding is om hierover te spreken. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Natuurlijk gaan wij hierover spreken, maar dan wel bij de begroting. Geen steun voor een apart debat. 

Mevrouw Arissen (PvdD):

Voorzitter. Volgens de Partij voor de Dieren is dit nu juist wel een onderwerp om snel het debat over te voeren. Dus van harte steun voor het voorstel van de SP. 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Voorzitter, geen steun voor het debat. Maar het betrekken bij de begroting lijkt mij vanzelfsprekend. 

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):

Voorzitter. Ook als we de Europese regels in acht nemen, is het niet nodig dat er zo veel geld bij de zorgverzekeraars blijft liggen. Het lijkt mij belangrijk om te bekijken wat we nu kunnen doen om te voorkomen dat de premies onnodig stijgen. Dus steun voor het debat. 

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Ook wat de SGP betreft is dit typisch een belangrijk onderwerp om te bespreken bij de begroting. Als we nu te veel aparte debatten daarnaast aanvragen en honoreren, zullen we er vast veel later over spreken, juist omdat we de komende weken druk aan de slag moeten met de begroting. 

Mevrouw Marijnissen (SP):

Mag ik opmerken, mijnheer Van der Staaij, dat deze maand de premies bekend worden gemaakt ... 

De voorzitter:

Nee, nee, nee, mevrouw Marijnissen. Aan het eind mag u een opmerking maken. 

Mevrouw Marijnissen (SP):

Het begrotingsdebat is pas in december. 

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Mijn oud-collega Reinette Klever heeft bij heel veel begrotingen heel veel tijd aan dit onderwerp besteed en er veranderde nooit wat. Daarom steun voor dit debat. 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ja, voorzitter, hoewel wij weten dat wat op de begroting staat, eenmalig geld is, vinden wij het zo belangrijk voor de portemonnee van heel veel mensen in Nederland dat we graag dit debat aangaan. 

Mevrouw Marijnissen (SP):

Dank u, voorzitter. Prima om het te bespreken bij de begroting. Gaan we zeker doen, maar daar hebben de mensen in Nederland het komend jaar niks aan, want we hebben net ons schema gekregen. De begroting Zorg is 12, 13 en 14 december en de zorgverzekeraars moeten deze maand, november, hun premie bekendmaken. Dus daarom toch het verzoek om het als dertigledendebat zo snel mogelijk in te plannen. 

De voorzitter:

Dat doen we. Was er om een brief gevraagd? Nee, hoor ik hier. 

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Agema namens de PVV. 

Mevrouw Agema (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Er wordt enorm poenerig gedaan over een te verwachten investering in de verpleeghuizen in 2021, terwijl daar net heel veel mensen zijn ontslagen, tienduizenden, waardoor de mensen nu dagenlang in hun eigen ontlasting in een verpleeghuis liggen. Ik zou daarom op korte termijn met de nieuwe minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport willen debatteren over hoe hij op korte termijn deze wantoestanden denkt op te lossen. 

De voorzitter:

Ik maak het niet vaak mee dat niemand reageert op een verzoek. 

Mevrouw Hermans (VVD):

Voorzitter. Er komen de komende periode voldoende mogelijkheden om over allerlei onderwerpen in de verpleeghuiszorg te spreken, dus geen steun voor dit verzoek. 

De voorzitter:

Dat was mevrouw Hermans namens de VVD. Mevrouw Dijksma. 

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Voorzitter, ik steun mevrouw Agema. 

De voorzitter:

Maar u had ook een vraag over een brief? 

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Ja, voorzitter, maar dat was bij het vorige punt. Dus misschien mag ik dat verzoek straks zelfstandig doen, als u dat oké vindt. Dat ging over de zorgpremies. 

De voorzitter:

U mag het nu doen. 

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Mag ik dat nu doen? Nou, perfect, voorzitter. Nu we inderdaad pas in december een begrotingsbehandeling VWS hebben en er in november door de verzekeraars besloten wordt over de premies, lijkt het mij wel goed dat we ten minste een brief ontvangen van het kabinet wat de eventuele consequenties zijn en om hen te vragen, geen onomkeerbare stappen te zetten tot de begrotingsbehandeling. Want ofwel die begrotingsbehandeling stelt iets voor en wij kunnen ook nog wijzigingen voorstellen, of niet, maar dan hadden we net het verzoek om een debat allemaal moeten steunen. 

De voorzitter:

Goed, dit punt heeft betrekking op het vorige verzoek. Ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Dan ga ik naar mevrouw Pia Dijkstra. 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Voorzitter, geen steun. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Geen steun. Voldoende andere mogelijkheden om dit aan de orde te stellen. 

Mevrouw Marijnissen (SP):

Voorzitter, alle steun voor een debat. 

Mevrouw Kuik (CDA):

Geen steun, voorzitter. 

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):

Steun, voorzitter. 

De voorzitter:

Dan kijk ik even naar het aantal. Nee, u hebt geen meerderheid. Mevrouw Van Brenk! 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

U zag mij over het hoofd. Gelukkig ziet u mij toch. Heel veel steun juist voor dit debat. 

Mevrouw Agema (PVV):

Ruim 50 zetels steun, voorzitter, dank u wel. Het blijkt maar weer dat voor mevrouw Hermans van de VVD de verpleeghuisbewoners alleen campagnemateriaal waren waar zij nu niet meer over wil spreken. 

De voorzitter:

Dank u wel. Wij zullen ook dit debat toevoegen aan de lijst van dertigledendebatten. Verder stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Daarmee zijn we ook aan het eind gekomen van de regeling van werkzaamheden. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.