Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 juni 2012
Hierbij ontvangt u een aangepast beleidskader voor de subsidiering van patiënten-
en gehandicaptenorganisaties (subsidiekader voor pg-organisaties) (bijlage 1)1.
Ingevolge dit aangepaste beleidskader krijgen de patiënten- en gehandicaptenorganisaties
tot 2015 de ruimte om zelf te bepalen hoe zij een verdere krachtenbundeling willen
realiseren. Daarnaast heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om de toezegging aan
de Tweede Kamer naar aanleiding van vragen van het Kamerlid Klijnsma (PvdA) te verwerken
betreffende de subsidiering van organisaties die tussen 2009 en 2011 al een slag hebben
gemaakt in de gewenste richting van krachtenbundeling. Tot slot heb ik enkele (redactionele)
verbeteringen doorgevoerd. Deze aanpassingen staan verderop in deze brief toegelicht.
In de visiebrief «Bundel je kracht, samen sterk»2 en in het daarop gebaseerde subsidiekader voor pg-organisaties3 werd het begrip aandoening of beperking als organisatieprincipe gebruikt om pg-organisaties
tot nadere krachtenbundeling aan te sporen. Aangegeven werd dat in de toekomst nog
maximaal één organisatie per aandoening of beperking voor subsidie in aanmerking zou
komen. Verschillende organisaties hebben in brieven en mails hun zorgen geuit over
de definitie van het begrip aandoening en beperking en de mogelijke consequenties
van een te strikte hantering van deze begrippen. Daarbij hebben zowel koepels en platforms
als een aantal afzonderlijke pg-organisaties aangegeven zichzelf verantwoordelijk
te achten voor de ordening en de wijze van samenwerken binnen het veld van pg-organisaties.
Ik heb de opmerkingen ter harte genomen en heb besloten om het voornemen om vanaf
1 januari 2014 nog maar maximaal één organisatie per aandoening of beperking te subsidiëren,
te versoepelen. Ik wil het veld meer tijd en ruimte geven om zelf bundeling en samenwerking
tot stand te brengen.
Op dit moment zie ik de ontwikkeling dat pg-organisaties – mede als gevolg van de
vouchers (waardoor minimaal 7 pg-organisaties gezamenlijk projectsubsidies kunnen
aanvragen voor de onderwerpen die zij zelf van belang achten) – samenwerkingsmogelijkheden
onderzoeken. De geluiden die mij bereiken vanuit de sector stemmen mij hoopvol. De
staatssecretaris en ik laten de wens om tot bundeling en samenwerking van pg-organisaties
te komen niet los maar geven het veld daarvoor nu meer tijd en ruimte. Ik zie als
toekomstperspectief diverse cliëntenorganisaties die hun krachten gebundeld hebben
in samenwerkingsorganisaties. Deze samenwerkingsorganisaties hebben een brede achterban
van mensen met aandoeningen en beperkingen en een zodanige grootte en expertise dat
zij een interessante gesprekspartner zijn van verzekeraars, wetenschappelijke verenigingen,
universiteiten, kennisinstituten, IPO, VNG en VWS (voor specifieke vraagstukken).
Zo kunnen zij zorg en beleid effectief beïnvloeden om deze vanuit het cliëntperspectief
te verbeteren4. Het hierboven omschreven principe heb ik neergelegd in dit aangepaste subsidiekader.
Als in 2015 blijkt dat de samenwerking niet (of onvoldoende) tot stand is gekomen
zal het subsidiekader zo worden aangepast dat de samenwerking alsnog meer directief
wordt voorgeschreven. Hier gaat mijn voorkeur echter niet naar uit.
Organisaties die tussen 2009 en 2011 al een slag hebben gemaakt
Zoals aangekondigd in de beantwoording van de vragen van het Kamerlid Klijnsma (PvdA)
van 16 februari 20125 en mijn brief over organisaties die meerdere aandoeningen vertegenwoordigen, wil
ik organisaties belonen die al een slag in de gewenste richting van krachtenbundeling
hebben gemaakt door te fuseren. Dit betekent dat tussen 2009 en 2011 gefuseerde pg-organisaties
in aanmerking blijven komen voor instellingssubsidies en vouchers op basis van het
oorspronkelijke aantal organisaties.
Vereenvoudigingen van aanvraag- en verantwoordingsprocedures
Met de overige aanpassingen geef ik gehoor aan de roep van het pg-veld om de aanvraag-
en verantwoordingsprocedures te vereenvoudigen en zodoende de administratieve lasten
te verlagen. Dit betreft onder meer een vereenvoudiging van de eisen aan het activiteitenplan
en de begroting die bij de subsidieaanvraag moeten worden ingediend.
Redactionele wijzigingen
De redactionele wijzigingen zijn aangebracht ten behoeve van een consistent begrippenkader
en de leesbaarheid naar verwachting zal verbeteren.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. I. Schippers