Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201229023 nr. 120

29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie

Nr. 120 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 juni 2012

Tijdens het Algemeen Overleg Energie d.d. 19 juni 2012 is mij door de Vaste Commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie verzocht om de schriftelijke antwoorden op de resterende vragen die gesteld zijn aan uw Kamer te sturen.

In deze brief beantwoord ik achtereenvolgens de gestelde vragen van de verschillende partijen:

CDA

1

Mevrouw Van der Werf heeft een vraag gesteld over de vergoeding voor landeigenaren op het moment dat er een gasleiding onder de grond moet worden aangelegd.

In mijn brief van 21 mei jl. ter beantwoording van Kamervragen van het lid Van der Werf over het vergoeden van grondgebruik door TenneT heb ik aangegeven dat dit in eerste instantie een zaak is tussen twee partijen waarin ik me niet wil mengen. Het betreft hier een privaatrechtelijke overeenkomst. Echter de lopende discussie brengt met zich mee dat het afsluiten van de zakelijk recht overeenkomsten bij grote energieprojecten soms moeizaam verloopt met als gevolg vertraging. LTO en de Federatie Particulier Grondbezit (FPG) hebben mijn ministerie gevraagd om een gesprek te organiseren met alle betrokkenen om te kijken of er voortgang in dit dossier kan worden bereikt. Dit gesprek zal in juli plaatsvinden.

2

Er zijn geluiden dat agrarische mono-vergisters gelijk worden gesteld aan industriële vergisters, terwijl dat niet terecht is.

In de SDE+ moet ik uiteraard verschillende categorieën afbakenen. Ik maak momenteel onderscheid tussen mest-covergisters, allesvergisters en vergisters van riool- en afvalwaterslib. Deze afbakening is gebaseerd op het advies van ECN en KEMA, dat is geconsulteerd met de sector. Indien partijen uit de sector van mening zijn dat deze afbakening niet overeenkomt met de realiteit, kunnen zij dit aangeven bij de technische consultatie van het advies ECN en KEMA. Dat is de plaats waar technische discussies gevoerd kunnen worden met experts.

3

De SDE-vergoeding voor vergisting en met name voor de oude MEP-vergisters loopt niet goed. Het signaal is dat Agentschap NL de warmtebenutting niet uitlegt zoals door het ministerie is bedoeld. Herkent de minister dit signaal en kan hij er op toezien dat er snel een oplossing voor komt?

Dit jaar heb ik voor het eerst een categorie opengesteld voor warmtebenutting bij bestaande vergisters met een MEP-beschikking. De bedoeling daarvan is om warmtebenutting te stimuleren, waar dat nog niet gebeurt. Agentschap NL voert de regeling uit zoals ik deze heb bedoeld.

ChristenUnie

4

Kunnen lokale kerken ook als kleinverbruikers gezien worden, zodat ze subsidie kunnen krijgen voor zonnepanelen?

De subsidieregeling voor zonnepanelen wordt opengesteld voor particulieren. Een kerk is geen particulier en kan als organisatie dan ook niet aanvragen. Als een particulier subsidie aanvraagt voor zonnepanelen op een kerkdak, dan kan dat wel. Voorwaarde is wel dat de particulier toestemming heeft van de eigenaar van de locatie en dat de panelen niet worden aangesloten op een grootverbruikersaansluiting, een aansluiting groter dan 3*80 Ampère. Kerken met een grootverbruikersaansluiting kunnen voor zonne-energie systemen groter dan of gelijk aan 15 kWp subsidie aanvragen in de SDE+.

5

Gaat u de minimale oppervlakte voor zonthermische installaties in de SDE+ verlagen?

In de SDE+ kunnen partijen subsidie aanvragen voor zonthermische installaties (zonneboilers) groter dan 100 m2. Voor kleinere installaties staat het subsidiebedrag niet in verhouding tot de administratieve lasten die met de SDE+ gepaard gaan en de uitvoeringskosten.

In december 2011 heeft uw Kamer dan ook de motie Wiegman (33 000 XIII, nr. 78) met het verzoek om de oppervlaktegrens voor zonthermische systemen te verlagen verworpen. In 2012 zijn subsidieaanvragen binnengekomen voor zonthermische installaties, zelfs voor een veel lager bedrag dan Energie Onderzoek Centrum Nederland (ECN) en KEMA voor deze categorie hadden berekend.

6

Waarom zijn zonneboilers niet opgenomen in de subsidieregeling voor zonne-energie?

Ik heb de regeling ingericht conform wat in het lente-akkoord is afgesproken. Met de vijf partijen is afgesproken dat er een stimuleringsregeling komt voor zonnepanelen. Daar vallen zonneboilers niet onder.

D66

7

Is het mogelijk regulier overleg over energieprojecten te voeren?

Zoals ik in mijn brieven van 26 januari jl. en 10 april jl. heb aangegeven ben ik uiteraard bereid om regulier met uw Kamer van gedachten te wisselen over energieprojecten van nationaal belang op basis van een rapportage met het oog op een consistente en integrale aanpak. Dit overleg zou twee keer per jaar kunnen plaatsvinden.

Ook heb ik mijn brief van 10 april aangegeven dat op dit moment wordt bekeken of aanvullende instrumenten kunnen worden ingezet om participatie van de omgeving te optimaliseren. Daar hoort uiteraard ook het overleg met regionale overheden op bestuurlijk en ambtelijk niveau bij. Overigens benadruk ik dat dit overleg al veelvuldig en vanaf de eerste fase in een project plaatsvindt.

8

Is de piekprijs voldoende voor flexibele gascentrales in Nederland?

Op dit moment draaien sommige centrales niet omdat de elektriciteitsprijs hiervoor te laag is. Andere productiecapaciteit is goedkoper. Dit is niet alleen zo in Nederland maar in heel onze prijsregio in Noordwest Europa.

Onze leveringszekerheid is niet in het geding omdat er voldoende flexibel vermogen is. In omliggende landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zijn er wel discussies of er op termijn nationaal gezien voldoende capaciteit is. Daarom speelt er in deze landen een discussie over het inrichten van capaciteitsmarkten. Ik zet me er in Europa voor in dat mogelijk oplossingen die voortkomen uit de discussies in andere landen passen binnen de interne markt. De Europese commissie heeft hier ook aandacht voor.

9

Wanneer is er fiat vanuit de Europese Commissie voor de verlaagde energiebelasting? Wat gebeurt er wanneer de goedkeuring niet komt?

De staatssteunmelding is in voorbereiding. Het tijdpad is gericht op uitsluitsel vanuit de Europese Commissie voor het eind van 2012.

Wanneer de Europese Commissie niet akkoord gaat met het lage energiebelastingtarief glastuinbouw vanaf 2013, dan zullen alle afspraken uit het convenant in onderling overleg opnieuw worden gewogen en zal zonodig een nieuw convenant worden gemaakt.

10

De vergunningen wind op zee zijn verlengd. Maar is er nu ook financiering? Wat is de stand van zaken inzake de bankgarantie van Typhoon?

De vraag is gesteld of Typhoon het geld heeft om de windparken Gemini te kunnen realiseren. Momenteel bezitten Typhoon (85%) en HVC (15%) de aandelen in beide CV's, die de vergunningen op zee en de subsidiebeschikkingen hebben ontvangen voor beide windparken boven de Wadden. Typhoon is momenteel op zoek naar investeringspartners, die een belangrijk deel van de aandelen willen overnemen. Met de subsidiebeschikking en voldoende zicht op het verkrijgen van de benodigde vergunningen (niet alleen op zee, maar ook voor de kabelaanlanding) en met de inmiddels gemaakte keuzes voor Siemensturbines en bouw door Van Oord kan Typhoon investeerders een nagenoeg compleet financieel beeld geven van de rendementsverwachtingen en risico's. Ik heb begrepen, dat Typhoon momenteel met meerdere serieuze geïnteresseerde investeerders in gesprek is. Het is dus momenteel niet zeker of dat gaat lukken. Tegelijk heb ik ook geen reden om aan te nemen, dat het niet gaat lukken.

Voorts heb ik Typhoon in maart acht weken extra uitstel gegeven voor het stellen van de bankgaranties. Die termijn is inmiddels ook verstreken. Omdat ik de bankgaranties nog niet heb ontvangen, heb ik de Landsadvocaat gevraagd de juridische stappen te zetten om te komen tot nakoming van de uitvoeringsovereenkomsten (i.c. het stellen van de bankgaranties).

11

Gaat de minister een conferentie organiseren voor een net op de Noordzee?

Sinds 2010 werken tien landen samen aan een inventarisatie van mogelijkheden en uitdagingen van een geïntegreerd Europees net op de Noordzee (North Sea Offshore Grid Initiative) In het komende halfjaar zullen de verschillende werkgroepen, die voor de invoering van dit initiatief zijn ingesteld, hun activiteiten afronden. Bespreking van de eindrapportage met de betrokken landen en de Europese Commissie is voorzien en marge van de Energieraad in december van dit jaar. Hiermee wordt gehoord gegeven aan het verzoek van de D66-fractie.

12

Gaat u bij- en meestook verplichten?

Er is mij de vraag gesteld om snel nadere informatie te geven hoe omgegaan kan worden met het stimuleren van bij- en meestook van biomassa in kolencentrales. In oktober 2011 heb ik een Green Deal gesloten met EnergieNederland, waarin onder meer is afgesproken dat we onderzoeken of de introductie van een leveranciersverplichting kan passen binnen de randvoorwaarden zoals die in het Energierapport 2011 zijn geformuleerd. De sector heeft beloofd tot 2015 biomassa te blijven meestoken in kolencentrales op het huidige niveau, omdat vanaf dat moment de leveranciersverplichting het hiertoe geëigende stimuleringsinstrument kan zijn. Ik deel de mening van mevrouw Van Veldhoven, dat alle voors en tegens van een leveranciersverplichting goed in beeld moeten worden gebracht en daartoe heb ik u het onderzoek aangekondigd dat ik samen met het CPB laat uitvoeren. Op dit moment evenwel heb ik geen reden de Green Deal terzijde te schuiven. Het Planbureau voor de Leefomgeving geeft in een recente raming die dient als basispad voor doorrekening van de verkiezingsprogramma's aan dat biomassa verantwoordelijk is voor driekwart van de hernieuwbare energieproductie. Dit aandeel neemt richting 2020 af, maar zal ook dan nog de belangrijkste bron van hernieuwbare energie zijn. Snelle implementatie van maatregelen of afspraken om de bij- en meestook van biomassa in kolencentrales te stimuleren, is daarom  van doorslaggevend belang voor het realiseren van de verplichte EU-doelstelling voor duurzame energie in 2020.

GroenLinks

13

Is de minister van mening dat de kerncentrale in Tihange gesloten moet worden? Bent u bereid in overleg te treden met het Belgische Kabinet?

Nucleaire veiligheid is een nationale verantwoordelijkheid. In België wordt door de overheid toezicht gehouden op de nucleaire veiligheid en het is aan de Belgische overheid om te beoordelen of de kerncentrale in Tihange veilig is en te beslissen of kernenergie een onderdeel is van de Belgische energiemix. Ik heb veelvuldig contact met de Belgische overheid om elkaar te informeren over de nucleaire veiligheid en om afstemming te regelen tijdens een eventueel ongeval.

Ik heb geen reden om aan de betrouwbaarheid van het toezicht door de Belgische overheid te twijfelen.

De in opdracht van de Europese Commissie uitgevoerde stresstest bij o.a. de kerncentrale in Tihange geeft mij geen aanleiding om daarover in contact te treden met mijn collega in België.

14

Bent u bereid om in Limburg maatregelzones van 80 kilometer vast te stellen?

De maatregelzones worden voorbereid op basis van representatieve scenario’s die door deskundigen worden doorgerekend. De kerncentrale in Tihange is zodanig ver van de Nederlandse grens dat de verwachting is dat in Nederland geen maatregelen nodig zijn. Daarom bereiden we ons daar niet speciaal op voor. Uiteraard zijn plannen om te evacueren en schuilen in de regio al aanwezig voor andere ramptypen, en deze kunnen dus ook bij een kernongeval ingezet worden, mocht dat nodig zijn. Wat betreft de maatregel jodiumprofilaxe; jodiumpillen, die centraal zijn opgeslagen in Zoetermeer, kunnen snel ter plekke zijn. Desondanks zal ik de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verzoeken contact op te nemen met de Provincie om de mogelijkheid van een decentrale opslag in Limburg te bespreken.

Ik heb veelvuldig contact met de Belgische overheid om elkaar te informeren over de nucleaire veiligheid en om afstemming te regelen tijdens een eventueel ongeval. Hiervoor worden ook gezamenlijke oefeningen gehouden. In het kader van dit overleg zal ik bekijken of meer gezamenlijke activiteiten georganiseerd kunnen worden (bijvoorbeeld een oefening rond de kerncentrale in Tihange).

15

Groen Links: Zou het CO2-convenant geen gelegenheid zijn om de staatssteun voor het verlaagde energiebelastingtarief beperkt af te bouwen?

In het CO2-convenant wordt de staatssteun niet beperkt afgebouwd vanwege het behoud van de gelijke behandeling van glastuinbouwbedrijven en andere sectoren van energie-intensieve bedrijven.

16

Kunt u een overzicht geven de aangevraagde en verleende opsporingsvergunningen voor schalie- en steenkoolgas?

Er zijn twee opsporingsvergunningen verleend voor schaliegas (Noord-Brabant en Noordoostpolder) en één opsporingsvergunning voor steenkoolgas (de Peel).

Er zijn drie aanvragen voor opsporingsvergunningen ingediend:

  • Breda-Maas

  • De Kempen

  • Midden-Nederland

In de bijlage1 zijn op een kaart de gebieden weergegeven.

Gedurende de looptijd van het onderzoek zullen geen proefboringen naar schalie- of steenkoolgas geplaatst worden en zal ik geen opsporingsvergunningen voor schalie-of steenkoolgas verlenen. Dit is conform mijn gedane toezegging.

PvdA

17

Welke mogelijkheden ziet de minister voor compensatie van de CO2-prijs voor de energie-intensieve industrie, nu Duitsland heeft aangekondigd te compenseren?

Ik heb altijd gepleit voor een level playing field voor de industrie en het in dat verband invoeren van een prijsdrempel bij het verlenen van steun. De Europese Commissie heeft dat voorstel niet overgenomen en nu lopen we het risico van verstoring van het level playing field.

Als wij de industrie in Nederland zouden moeten gaan compenseren omdat Duitsland dat ook gaat doen, kost dat bij een CO2-prijs van 8 euro per ton, 100 miljoen euro per jaar. Dat geld heb ik niet.

Het is aan een volgend kabinet om te besluiten of men wil compenseren, en zo ja hoe en hoe de uitgaven daarvoor worden gedekt.

PVV

18

Hoe moet het CO2-convenant gezien worden in het licht van het Lenteakkoord? Hoe ziet de boete eruit? Waar gaat de opbrengst naartoe?

Het Lenteakkoord heeft geen effect op het CO2-convenant. De hogere energiebelastingtarieven uit het Lenteakkoord worden naar rato toegepast op het verlaagde energiebelastingtarief glastuinbouw voor gas.

Wanneer de CO2-emissie van de glastuinbouwsector als geheel de CO2-emissieruimte overschrijdt, dan betaalt de sector de overschrijding in ton CO2 vermenigvuldigd met de marktprijs van CO2-emissierechten aan de overheid.

De opbrengst wordt aangewend om CO2-rechten te kopen en daarmee de overschrijding te compenseren. In het geval de compensatie van de overschrijding niet nodig is voor het halen van de Nederlandse CO2-taakstelling, dan gaat de opbrengst naar de Staat.

SP

19

De netbeheerders ontvangen nu te veel inkomsten voor meterhuur, om daarmee een fonds te vormen voor de uitrol van de slimme meter. Wij willen een plafond en een jaarlijkse verantwoording over dit fonds.

De meerjarige ministeriële regeling voor de meettarieven is ingegaan vanaf 2011. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) rondt aan het einde van de zomer de monitoring van het jaar 2011 af, waarbij inzicht ontstaat over hoe de kosten van de netbeheerders zich verhouden ten opzichte van de inkomsten uit de meettarieven. Zoals volgt uit de regeling kan de NMa geconstateerde verschillen in een later stadium verdisconteren als de kosten stijgen tijdens de uitrol van de slimme meter. Over de looptijd van de regeling wordt hiermee per saldo kostenoriëntatie en zo veel mogelijk stabiliteit van het meettarief gerealiseerd. Ik zal uw Kamer in het najaar van 2012 nader informeren aan de hand van de monitoring van de NMa.

20

Buitenlandse contractors kunnen hun activiteiten met dekking van een exportkredietverzekering goedkoper financieren dan Nederlandse contractors.

Onderschrijft de minister dit en zo ja, wat gaat hij doen om deze weg te nemen?

Nederland kent ook export kredietverzekering, dus Nederlandse bedrijven genieten een vergelijkbaar voordeel bij levering aan buitenlandse windparken. Door nu alleen de export kredietverzekering eruit te pakken wordt het beeld van oneerlijke concurrentie geschetst, terwijl het totaalbeeld veel genuanceerder is. Zo zijn er andere zaken, waarin Nederlandse bedrijven wellicht een concurrentievoordeel ten opzichte van buitenlandse bedrijven kunnen halen. Voor een totaalbeeld moet je ook de innovatieregimes van verschillende landen, het vestigingsklimaat en de wetgeving op het gebied arbeid en belastingen vergelijken. Ook vind ik niet dat we andere landen kunnen verbieden wat we zelf ook doen. Wel wil ik het Topconsortium voor kennis en innovatie voor windenergie op zee vragen om aan te geven, in welke mate zij dit als een probleem ervaren.

21

Kan het voorstel van NWEA voor een proeftuin- demonstratiepark voor windenergie op zee niet kan worden versneld?

De sector komt met een voorstel, dus de eerste vraag is, hoe snel NWEA met een concreet voorstel kan komen. Vervolgens is het de vraag of het kabinet middelen heeft om dat voorstel te faciliteren. De afspraak in de Green Deal is erop gericht, dat in de proeftuin c.q. het demonstratiepark ook al enige innovatie kan worden meegenomen, die ook in de Green Deal is afgesproken en dat vergt waarschijnlijk wel enige tijd. Uiteraard is het aan een nieuw kabinet om te besluiten of een voorstel voor een proeftuin of demonstratiepark overheidssteun kan krijgen.

Hierbij doe ik u het antwoord toekomen op vragen van de leden Jansen (SP) en Van Veldhoven (D66) over de gasrotondestrategie. Deze vragen zijn gesteld in het algemeen overleg van 19 juni 2012.

22 en 23

Welke contacten heeft de minister van ELI gehad bij besluiten van de minister van

Financiën over participaties/overnames van Gasunie in Duitsland, en

Wat is de wijze waarop de investeringen van Gasunie getoetst zijn op het publiek belang en hoe verloopt het overleg met de minister van Financiën hierover?

Verantwoordelijkheid gasrotondestrategie

Ik ben verantwoordelijk voor de gasrotondestrategie. Deze strategie is erop gericht om Nederland een knooppunt te maken van internationale gasstromen en een belangrijk onderdeel van het streven van de Nederlandse overheid naar energievoorzieningszekerheid, het creëren van competitie op de gasmarkt en de transitie naar duurzaamheid .

Voor de fysieke investeringen in gasinfrastructuur die in het kader van de gasrotonde dienen plaats te vinden, zijn bedrijven (waaronder staatsdeelnemingen) aan zet. De Nederlandse overheid vervult daarbij een rol als facilitator door bijvoorbeeld het bepalen van de regelgevende kaders waarbinnen investeringen kunnen plaatsvinden, het versterken van de kennisinfrastructuur en het bevorderen van de marktwerking via regelgeving. De fysieke infrastructuur van de gasrotonde moet – als gezegd – door marktpartijen, waaronder ook de staatsdeelnemingen Gasunie/GTS en EBN, worden gerealiseerd. Het gaat om zelfstandige projecten met een eigen commerciële onderbouwing en aansturing. De investeringen in gasinfrastructuur, zoals gasleidingen, LNG-terminals en gasopslagen worden gebaseerd op een onderliggende vraag naar de capaciteit in deze infrastructuur door marktpartijen. Het is gebruikelijk dat hiervoor langlopende contracten afgesloten worden, zodat er vooraf voldoende zekerheid is over de investering in infrastructuur en het risico geminimaliseerd wordt.

Uitvoering gasrotondestrategie: Rol staatsdeelnemingen Gasunie/GTS en EBN

In mijn Voortgangsrapportage Gasrotonde2, in antwoorden op vragen van leden van de Eerste Kamer3, in mijn brief aan de Rekenkamer van 9 mei 20124, als reactie op het rapport van de Rekenkamer van 14 juni 2012 «Gasrotonde: nut, noodzaak en risico’s», heb ik aangegeven dat het voor een goed begrip van de investeringen wenselijk is om bij de staatsdeelnemingen Gasunie/GTS (aandeelhouder de minister van Financiën) en EBN (aandeelhouder de minister van EL&I) onderscheid te maken tussen investeringen die voortvloeien uit wettelijke taken (Gaswet) en neerslaan bij de beheerder van het landelijk gastransportnet (GTS), en overige investeringen in de Gasrotonde die neerslaan bij Gasunie en EBN zelf.

Ten aanzien van Gasunie geldt dat alle investeringen/overnames van boven de respectievelijk € 100 miljoen en € 50 miljoen ter beoordeling aan de minister van Financiën moeten worden voorgelegd. Als het gaat om investeringen die voortvloeien uit de wettelijke taak van GTS en waarvoor een investeringsplicht geldt, is een afzonderlijke toetsing aan het publiek belang niet nodig, aangezien bij de invulling van een wettelijke taak (het realiseren van de vraag naar gastransportcapaciteit op het landelijk gasnet) het per definitie om een publiek belang gaat, tenzij de wet expliciet aangeeft dat een nadere onderbouwing of motivering noodzakelijk is. In de periode 2005–2014 investeert GTS voor in totaal € 3 mrd in het Nederlandse netwerk. Het toegestaan rendement hierop wordt door de NMa vastgesteld.

Als het gaat om de activiteiten van Gasunie (waarvan als gezegd de minister van Financiën aandeelhouder is) die niet voortkomen uit de wettelijke taken van GTS dient een consultatie tussen Financiën en de betrokken vakdepartementen5 (in casu de minister van EL&I, verantwoordelijk voor de gasrotondestrategie) plaats te vinden. Dit is bij alle investeringen van Gasunie gebeurd en gebeurt nog steeds. Bij de investeringen van EBN toets ik zelf hierop. Op basis van de door de minister van EL&I geformuleerde beleidskaders heeft de minister van Financiën in de informatievoorziening richting de Tweede Kamer altijd aangegeven dat de gedane investeringen passen binnen de gasrotondestrategie en in het publiek belang zijn.

Conclusie

Er heeft consultatie plaatsgevonden tussen de minister van Financiën en mij ten aanzien van de investeringen die Gasunie heeft gepleegd. De minister van Financiën heeft de investeringen getoetst aan de door mij geformuleerde beleidskaders en is tot het oordeel gekomen dat de investeringen passen binnen de gasrotondestrategie en in het publiek belang zijn.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Brief van de minister van EL&I van 7 november 2011, Tweede Kamer, 2011–2012, 29 023, nr. 112.

X Noot
3

Eerste Kamer, 2011–2012, 29 023, E.

X Noot
4

www.rekenkamer.nl. Gasrotonde: nut, noodzaak en risico’s. Reacties minister van EL&I en Financiën.

X Noot
5

Conform Nota Staatsdeelnemingenbeleid, aangeboden met brief van de minister van Financiën van 7 december 2007, Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 28 165, nr. 69.