Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201828760 nr. 69

28 760 Meerjarenplan Alfabetisering

Nr. 69 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP, VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 november 2017

In 2016 zijn de bewindslieden van OCW, SZW en VWS gezamenlijk het actieprogramma Tel mee met Taal gestart om laaggeletterdheid te voorkomen en aan te pakken.1 Het programma loopt tot eind 2018. Met deze brief, en de meegezonden rapportage, informeren wij u over de resultaten tot zover.2 Verder geven wij in deze brief een reactie op de moties en toezeggingen uit het algemeen overleg over Laaggeletterdheid op 23 november 2016 (Kamerstuk 28 760, nr. 60) en het vao op 15 december 2016 (Handelingen II 2016/17, nr. 36, item 9).

De inzet van de drie ministeries, de forse inspanning van gemeenten en hun partners en de leerwerkloketten hebben er sinds begin 2016 mede toe geleid dat meer dan 46.000 volwassenen met taalscholing zijn gestart en dat ruim 676.000 kinderen zijn bereikt met leesbevorderingsactiviteiten. Daarmee zijn de verwachtingen ruim overtroffen. Maar omdat zoveel meer laaggeletterden nog bereikt moeten worden is het nu zaak om door te pakken. Daarom trekt het kabinet vanaf 2018 jaarlijks € 5 miljoen extra uit voor de aanpak van laaggeletterdheid.

1. Het Tel mee met Taal programma

De groep laaggeletterden is groot en divers, maar niet makkelijk te bereiken. Het gaat in Nederland om 1,3 miljoen mensen tussen de 15 en 65 jaar.

Taal is belangrijk om zelfstandig maatschappelijk te kunnen functioneren. Of het nu gaat om digitaal bankieren of zelfstandig wonen. Laaggeletterden hebben moeite met bijvoorbeeld het begrijpen van overheidscommunicatie, veiligheidsinstructies of bijsluiters van medicijnen. Ook hebben zij minder kansen op de arbeidsmarkt, komen zij vaker in de problemen door schulden en zijn zij minder goed in staat om hun kinderen te ondersteunen in hun school- en studieloopbaan. Laaggeletterdheid hangt zodoende nauw samen met ongelijke kansen, die van generatie op generatie worden doorgegeven.

Veel laaggeletterden schamen zich en weten niet dat ze hulp kunnen krijgen. Ook dragen velen negatieve leerervaringen met zich mee, hebben zij minder toegang tot scholingsopties en meer moeite met leren.

Het programma Tel mee met Taal stimuleert laagdrempelige ondersteuning en cursussen voor laaggeletterden en leesbevordering bij kinderen. Het programma helpt gemeenten, werkgevers, bibliotheken, welzijnsorganisaties en andere partijen om de doelgroep te vinden, door te verwijzen, te motiveren en een passend cursusaanbod te doen. Samen zorgen zij ervoor dat méér laaggeletterden aan de slag gaan met taal, rekenen of computervaardigheden en dat kinderen in een taalrijke omgeving kunnen opgroeien. Want het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid gaan hand in hand.

Doelen Tel mee met Taal

Het programma Tel mee met Taal heeft twee hoofddoelen:

  • 1. In elke (arbeidsmarkt)regio een duurzame samenwerking tussen gemeenten en lokale en regionale partners tot stand brengen van om laaggeletterdheid structureel te voorkomen en te bestrijden.

  • 2. Het verhogen van de zelfredzaamheid, participatie en/of ontwikkelingsmogelijkheden van mensen die hierin worden geremd vanwege beperkte taal,- reken,- en digitale vaardigheden en het bereiken van diverse doelgroepen.

Deze doelen hebben voornamelijk een kwalitatief karakter. Eerder heeft de Minister van OCW aangegeven dat er bij de aanpak van laaggeletterdheid beperkingen zijn aan het stellen van kwantitatieve doelstellingen.3 Ondanks de inspanning van velen zal het aantal laaggeletterden in Nederland de komende jaren namelijk niet snel afnemen. Dat komt onder andere doordat mensen hun taalvaardigheid verliezen als ze weinig lezen of schrijven, zoals bij ouderen. Ook migratie speelt hierbij een rol. Maar misschien nog wel belangrijker is dat veel laaggeletterden niet per definitie als doel hebben om hun niveau te verhogen. Zij hebben vooral behoefte aan praktisch toepasbare vaardigheden, zoals reclames of medicijnbijsluiters lezen, hun (klein)kinderen voorlezen, online winkelen of internetbankieren. De aanpak van Tel mee met Taal is daarom hier voornamelijk op gericht.

Tegelijkertijd hechten wij grote waarde aan een ambitieuze aanpak met meetbaar resultaat. Elk kind en elke volwassene verdient alle kansen om de regie over zijn of haar eigen leven te kunnen voeren. Basisvaardigheden zijn daarvoor onmisbaar. Daarom hechten wij ook aan kwantitatieve resultaten, zowel als het gaat om het bereik van volwassenen en kinderen als om de leeropbrengsten van cursussen:

  • 45 duizend volwassenen beginnen tijdens Tel mee met Taal (2016–2018) aan een taaltraject zodat zij zelfredzamer worden en beter participeren in de maatschappij.

  • 1 miljoen kinderen tot en met de basisschoolleeftijd bereiken met leesbevorderingsactiviteiten, zodat hun taalvaardigheid en leesplezier toenemen.

2. De voortgang van het programma

Doel 1: Opbouwen van een structureel netwerk laaggeletterdheid

Gemeenten hebben een sleutelrol bij het vinden, doorverwijzen en motiveren van laaggeletterden. Zij hebben niet alleen de wettelijke taak om, binnen hun arbeidsmarktregio een dekkend cursusaanbod voor laaggeletterde volwassenen te realiseren, maar spelen samen met bibliotheken en scholen ook een belangrijke rol bij het voorkomen van laaggeletterdheid. Dat doen zij bijvoorbeeld via het ondersteunen van leesbevorderingsactiviteiten, vroeg- en voorschoolse educatie en onderwijsachterstandenbeleid.

Daarnaast hebben gemeenten sinds de decentralisaties in het sociaal domein een regierol in het bedienen van kwetsbare groepen, bijvoorbeeld via de wijk- en thuiszorg, maatschappelijke ondersteuning, re-integratie, het participatiebeleid en de schuldhulpverlening. Onder deze kwetsbare groepen komt laaggeletterdheid relatief veel voor. Verhoging van basisvaardigheden is daarom van belang voor laaggeletterden om hun kansen op maatschappelijke participatie te vergroten.

De ministeries van OCW, SZW en VWS ondersteunen gemeenten op verschillende manieren bij het opzetten en versterken van hun aanpak van laaggeletterdheid. Hiervoor zijn onder meer de volgende instrumenten ingezet:

A. Ondersteuning voor 125 gemeenten

Bij de start van Tel mee met Taal was het aantal gemeenten met een structurele aanpak van laaggeletterdheid beperkt tot de 4 grote steden en enkele kleinere gemeenten. De ambitie was om dit aantal in 3 jaar fors te vergroten door in elke van de 35 arbeidsmarktregio’s tenminste 3 (grotere) gemeenten actief te ondersteunen. De Stichting Lezen & Schrijven geeft deze ondersteuning vorm. Deze stichting zorgt voor bewustwording van het probleem, het verspreiden van kennis en het activeren van lokale partners. Zo helpt de Stichting Lezen & Schrijven bij het organiseren van lokale of regionale bijeenkomsten om het probleem te agenderen en samenwerking tussen organisaties te bevorderen. Daarnaast verzorgt de stichting trainingen voor professionals in het sociaal domein om laaggeletterdheid te herkennen, trainingen voor taalvrijwilligers en ontwikkelt de stichting lesmateriaal.

Het doel is dat gemeenten en hun partners binnen enkele jaren de aanpak van laaggeletterdheid duurzaam voortzetten. De inzet van de Stichting Lezen & Schrijven in een regio is daarom tijdelijk en wordt na een aantal jaren afgebouwd. In de 6 regio’s die in de proefperiode 2012–2015 door de stichting werden ondersteund, is deze afbouw inmiddels ingezet. Het is positief dat gemeenten en hun lokale partners in deze regio’s de aanpak van laaggeletterdheid na 2015 actief hebben voortgezet en hier goede resultaten mee boeken. Ongeveer de helft van alle cursisten die worden geteld via Tel mee met Taal volgt namelijk een cursus in één van deze regio’s.

Op dit moment ondersteunt de Stichting Lezen & Schrijven 125 gemeenten bij hun aanpak van laaggeletterdheid. Onderdeel van deze inzet is het opzetten van een Taalhuis of Taalpunt. Dit zijn fysieke ontmoetingsplekken, vaak in een bibliotheek, ziekenhuis of wijkvoorziening. Iedereen die zijn basisvaardigheden wil verbeteren kan hier terecht kan voor informatie, advies en ondersteuning. Momenteel zijn er 296 Taalhuizen en Taalpunten in Nederland, verdeeld over 34 arbeidsmarktregio’s. Het aantal Taalhuizen is daarmee ruim verdubbeld sinds de start van Tel mee met Taal. In de arbeidsmarktregio waar nog geen Taalhuis is, wordt deze nu opgezet. Daarmee zal de ambitie dat eind 2018 in elke arbeidsmarktregio een Taalhuis is opgezet, ruim voor het einde van het programma zijn gerealiseerd.

Bereik van cursisten en taalvrijwilligers

De ambitie om in drie jaar tijd 45.000 nieuwe cursisten te werven, is reeds na één jaar en negen maanden gehaald. Sinds 1 januari 2016 zijn meer dan 46.000 mensen aan de slag gegaan om hun basisvaardigheden te verbeteren en zijn bovendien ruim 13.500 taalvrijwilligers getraind. Het bereik van Tel mee met Taal is daarmee flink groter dan voorzien. Uit de tussenevaluatie blijkt tot slot dat cursisten, vrijwilligers en samenwerkingspartners de ontwikkelde lesmaterialen en ondersteuning hoog waarderen en dat de uitval van cursisten relatief laag is.4

B. Sluiten van Taalakkoorden

Inmiddels zijn in 12 arbeidsmarktregio’s regionale taalakkoorden gesloten. Hierin leggen verschillende partners, waaronder gemeenten, bibliotheken en scholen, hun gezamenlijke doelstellingen vast en beschrijven zij de acties om deze te behalen. Ook werkgevers sluiten zich in diverse regio’s aan bij de regionale taalakkoorden. Uit de tussenrapportage blijkt dat Tel mee met Taal in meerdere gevallen de directe aanleiding vormde voor de totstandkoming van een taalakkoord. In andere gevallen werd er al vóór Tel mee met Taal aandacht besteed aan de aanpak van laaggeletterdheid, maar was Tel mee met Taal een extra stimulans, of zagen samenwerkingspartners het als een kans om de samenwerking en de activiteiten concreter uit te werken. Ook werd het makkelijker om op gemeentelijk niveau verbinding te leggen tussen onder meer bibliotheekbeleid, onderwijsachterstanden, volwasseneneducatie, ouderbetrokkenheid, gezond leven en het brede sociale domein. Wij verwachten dat de ambitie dat eind 2018 dertig taalakkoorden gesloten zijn, gehaald wordt.

C. Ondersteuning van leesbevordering via bibliotheken

Bibliotheken spelen een sleutelrol bij de lokale inspanningen voor leesbevordering en leesplezier. Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek ondersteunen ruim 90% van de bibliotheken met de ontwikkeling en uitvoering van de programma’s BoekStart en de Bibliotheek op school. Deze ondersteuning bestaat uit lestips, informatiemateriaal, onderzoek en trainingen en cursussen over (voor)lezen en taalontwikkeling voor bibliotheekmedewerkers, leerkrachten en gezondheidsprofessionals.

Bereik van leesbevorderingsprogramma’s onder kinderen

BoekStart is gericht op (ouders van) kinderen van 0 tot en met 4 jaar. Zij krijgen van de bibliotheek na de geboorte van hun kind een gratis BoekStartkoffertje met babyboekjes en een gratis bibliotheeklidmaatschap voor hun kind. Inmiddels werkt 88% van de bibliotheken in het kader van BoekStart samen met meer dan 1.500 kinderopvanginstellingen.

Met de Bibliotheek op school creëert de bibliotheek een aantrekkelijke leesomgeving met een gevarieerde boekencollectie op scholen, adviseert de bibliotheek de school over leesplezier en worden er allerlei activiteiten door de bibliotheek op een school georganiseerd die de taalontwikkeling stimuleren. Eind 2016 deden ruim 2.500 basisscholen (38%) mee aan de Bibliotheek op school. Inmiddels is het programma Bibliotheek op school ook op 50 vmbo-scholen van start gegaan en wordt het programma binnenkort uitgebreid naar het havo en vwo. Ook worden enkele pilots op roc’s en pabo’s gestart.

Het totale bereik van BoekStart en de Bibliotheek op school bedroeg in 2016 676.000 kinderen. De verwachting is dat dit aantal aan het einde van dit jaar zal stijgen naar 860.000 kinderen. De ambitie om 1 miljoen kinderen in 2018 te bereiken tot en met de basisschoolleeftijd zal naar verwachting gehaald worden.

Doel 2: verbeteren zelfredzaamheid, participatie en ontwikkelingsmogelijkheden

Het uiteindelijke doel van Tel mee met Taal is het verbeteren van de zelfredzaamheid, de participatie en ontwikkelingsmogelijkheden van burgers door middel van het verbeteren van de basisvaardigheden. Er wordt daarbij vooral gekeken naar welke stappen mensen zelf willen zetten in werk, opvoeding of scholing. Omdat de doelgroep laaggeletterden zo divers is, is het belangrijk om een divers aanbod, met diverse leermethoden te ontwikkelen. Zo kunnen doelgroepen bereikt worden met scholingsaanbod op maat. Voor al deze vormen van scholingsaanbod wordt onderzocht wordt of cursisten stappen zetten in maatschappelijke participatie. Bij de leesbevorderingsprogramma’s wordt onderzocht of de taalvaardigheid en het leesplezier bij kinderen toeneemt.

Effectmeting bij deelnemers aan taaltrajecten

De Universiteit van Maastricht onderzoekt het effect van de taaltrajecten die vallen onder Tel mee met Taal. Het onderzoek meet de ontwikkeling van de deelnemers op het gebied van maatschappelijke participatie. De tussenrapportage van Tel mee met Taal laat de volgende resultaten zien:

  • Circa 70% van de deelnemers kan zijn of haar taalvaardigheid binnen zes maanden beter toepassen in de praktijk;

  • 40% tot 57% van de deelnemers geeft aan dat zij tijdens het eerste half jaar van de training assertiever zijn, meer activiteiten buitenshuis ondernemen en zich minder eenzaam voelen;

  • 14% tot 30% van de deelnemers geeft aan dat zijn of haar arbeidsmarktpositie is verbeterd.

Een deel van de deelnemers geeft aan geen verandering of zelfs een afname bij zichzelf te zien op het gebied van maatschappelijke- en arbeidsmarktparticipatie. Een reden hiervoor kan zijn dat deelnemers door het volgen van een cursus zich bewuster worden van de beperkingen die worden veroorzaakt door gebrekkige taalvaardigheid. Samen met de Stichting Lezen & Schrijven en de Universiteit Maastricht wordt onderzocht of dit effect ook op langere termijn zichtbaar blijft. Verder wordt dit jaar en komend jaar samen met opleiders en partnerorganisaties extra ingezet op verbetering van de effectiviteit en kwaliteit van het cursusaanbod.

Benadering werkgevers en werknemers

In 2015 heeft de Minister van SZW het initiatief genomen tot het Taalakkoord Werkgevers. Bij het Taalakkoord Werkgevers zijn werkgevers en brancheorganisaties aangesloten die investeren in de taalvaardigheid van hun werknemers en hun ervaringen hierbij delen.

Per 1 juli 2016 heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de uitvoering van het Taalakkoord Werkgevers overgedragen aan de leerwerkloketten. De regionale leerwerkloketten zetten zich in om werkgevers aan te laten sluiten bij het Taalakkoord en taalverhoging bij werknemers te realiseren.

Per oktober 2017 zijn 145 bedrijven, branches en koepelorganisaties aangesloten bij het Taalakkoord Werkgevers. Ook hebben 209 werkgevers subsidie ontvangen voor taalscholing van hun laagtaalvaardige werknemers. In totaal worden hiermee bijna 3.000 deelnemers bereikt. Tijdens de maand van Leren en Werken in september zijn daarnaast in heel Nederland events georganiseerd over taal, waar honderden bedrijven aan hebben deelgenomen.

De Leerwerkloketten hebben aandacht voor taalvaardigheid inmiddels onderdeel gemaakt van hun reguliere advisering aan bedrijven. Wij verwachten daarom dat de ambitie om eind 2018 300 partijen te hebben gecommitteerd, en nog eens bijna 3.000 werknemers scholing te bieden, behaald zal worden.

Projecten gericht op specifieke doelgroepen

Mede op verzoek van de Kamer zijn in het kader van Tel mee met Taal zeven innovatieve projecten gestart, gericht op moeilijk te bereiken groepen. Ook is het project EVA, gericht op vrouwen met afstand tot de arbeidsmarkt, verlengd en uitgebreid naar nieuwe regio’s. De innovatieve projecten leiden tot nieuwe methoden om doelgroepen te bereiken, zoals oudere laaggeletterden, mensen met lage digitale vaardigheden en laaggeletterden met Nederlands als moedertaal.

Laagtaalvaardige ouders

Onder lager opgeleiden komt laaggeletterdheid vaker voor. Om laagtaalvaardige gezinnen beter te bereiken met leesbevordering zijn de Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek verschillende projecten gestart, waaronder de BoekStartcoach. De BoekStartcoach is een opgeleide (voor)leesconsulent van de bibliotheek die laagtaalvaardige ouders op het consultatiebureau informeert en activeert op het gebied van (voor)lezen. In 2017 zijn 10 bibliotheken en lokale jeugdgezondheidszorgorganisaties gestart met de BoekStartcoach.

Uit de tussenrapportage van Tel mee met Taal blijkt ook dat het programma de Bibliotheek op school gemiddeld iets meer leerlingen van lager opgeleide ouders bereikt.5 Het is goed dat juist deze doelgroep van de geboden ondersteuning profiteert.

Educatie voor Vrouwen met Ambitie (EVA)

Educatie voor Vrouwen met Ambitie (EVA) is een apart project voor kwetsbare vrouwen omdat vrouwen vaker dan mannen moeite hebben met basisvaardigheden. Zij maken daardoor minder kans op de arbeidsmarkt. Doelstelling van dit project is om 3.500 vrouwen in 2017 te laten werken aan hun taal-, reken-, en digitale vaardigheden om zo hun mogelijkheden tot (arbeids)participatie en economische zelfstandigheid te vergroten. Inmiddels hebben ruim 3.200 vrouwen via leergroepen deelgenomen aan EVA. Daarnaast is het doel om 7.000 vrouwen via een digitale leeromgeving (www.evaenik.nl) aan hun basisvaardigheden te laten werken ruimschoots behaald. Inmiddels hebben meer dan 20.000 vrouwen samen ruim 24.000 oefeningen gedaan om hun basisvaardigheden te verhogen. Ook zijn ruim 15.000 vrouwen via een Facebook-pagina aan het project verbonden. Op deze pagina gaan vrouwen met elkaar in gesprek over alledaagse onderwerpen en wordt daarnaast aandacht besteed aan het belang van goede basisvaardigheden om je eigen ambities en doelen te kunnen bereiken.

Ouderen en laaggeletterden met Nederlands als moedertaal

In 2016 zijn verschillende pilots gestart om de leervraag en leerstijl van oudere laaggeletterden en laaggeletterden met Nederlands als moedertaal in kaart te brengen. Daarmee kan een aanpak op maat ontwikkeld worden. Zo worden in een woon-zorgcomplex in Lisse ouderen geholpen om hun zelfredzaamheid te verbeteren door een (digi)taalaanbod op maat. Hierbij wordt uitdrukkelijk gekeken naar de kwaliteiten en vaardigheden die ouderen al bezitten en welke zij zelf willen verbeteren. Een andere pilot vindt plaats in Amsterdam. Hier is een «Snap de Brief» app ontwikkeld. Daarmee kunnen inwoners van Amsterdam Noord hulp krijgen als zij een brief van bijvoorbeeld de gemeente niet begrijpen.

In de bijgevoegde tussenrapportage staat een uitgebreide beschrijving van alle projecten.

Onderzoeksprojecten naar motivatie van en drempels voor laaggeletterden

In 2017 is met subsidie van Tel mee met Taal het onderzoek «De laaggeletterden centraal» gestart. Onderzocht wordt wat de belemmeringen zijn die laaggeletterden ervaren om basisvaardigheden te verhogen en welke ondersteuning beter bij hen aansluit. Een tweede onderzoeksproject leidt tot een toolkit voor docenten om gedifferentieerd leesonderwijs aan te bieden aan (v)mbo-leerlingen. Ten derde wordt onderzocht wat de optimale samenwerking is tussen vrijwilligers en professionals bij taalonderwijs aan volwassenen.

Wij informeren u over de uitkomsten van de projecten en onderzoeken in de eindrapportage van Tel mee met Taal.

3. Moties en toezeggingen

Samenwerking tussen SZW, OCW en VWS

In het algemeen overleg Laaggeletterdheid van 23 november 2016 heeft de Minister van OCW toegezegd aan te geven wat de meerwaarde en invulling is van de samenwerking tussen de drie ministeries.

De meerwaarde van de samenwerking is ten eerste dat de betrokken ministeries gezamenlijk hun netwerk inzetten waardoor sinds 2016 een groot aantal nieuwe partijen actief zijn geworden bij de aanpak van laaggeletterdheid. Door de interdepartementale samenwerking wordt makkelijker verbinding gemaakt met andere relevante beleidsonderwerpen. Via het Ministerie van OCW is bijvoorbeeld de link gelegd met de Gelijke Kansen Alliantie. Hierdoor is aandacht en financiering gekomen voor de taalvaardigheid van laagtaalvaardige ouders. Op initiatief van het Ministerie van SZW benaderen de Leerwerkloketten werkgevers om mee te doen met het Taalakkoord. Het Ministerie van VWS agendeert het thema beperkte gezondheidsvaardigheden in beleid en in de zorg door onder andere aandacht voor inbreng van ervaringsdeskundigen en onderzoek naar werkende methoden voor zorgverleners om goed aan te sluiten bij mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden.

De samenwerking van de drie departementen maakte het ook mogelijk om op 20 november 2017 een grote landelijke conferentie over laaggeletterdheid te organiseren in de Meervaart in Amsterdam. Aan het congres namen meer dan 600 gemeenten, scholen, bibliotheken, werkgevers, vrijwilligersorganisaties en gezondheidsinstellingen deel.

Tot slot nemen de ministeries initiatieven om in bijeenkomsten aandacht te vragen voor laaggeletterdheid in relatie tot bepaalde thema’s zoals het voorkomen van onderwijsachterstanden bij kinderen, schuldhulpverlening en de werkzaamheden van professionals in de wijk. Veel gemeenten geven aan dat de samenwerking op landelijk niveau de samenwerking op lokaal niveau bevordert.

Werkt de aanpak laaggeletterdheid voor iedereen?

Tijdens het algemeen overleg Laaggeletterdheid van 23 november 2016 is door de Kamer gevraagd om in deze voortgangsrapportage aandacht te besteden aan laaggeletterden die waarschijnlijk nooit het taalniveau 2F zullen behalen en daarmee laaggeletterd blijven.6 Uit de u eerder toegezonden evaluatie van de wetswijziging volwasseneneducatie blijkt dat gemeenten beperkt zicht hebben op laaggeletterden en op het aantal deelnemers in verschillende trajecten.7 Daardoor is de omvang van de groep voor wie niveauverhoging tot het taalniveau 2F onhaalbaar is, niet precies aan te geven.

Dit betekent overigens niet dat deze groep niet onze aandacht heeft of verdient. Juist voor laaggeletterden voor wie de stap naar niveau 2F nog te groot is, zijn verbeteringen van de zelfredzaamheid, gezondheidswinst en een gevoel van eigenwaarde ontzettend betekenisvol. Gemeenten hebben sinds 2015 meer mogelijkheden om juist deze groep te bedienen met minder schoolse en formele trajecten. Voor de één is dit leren omgaan met de computer, te behalen via een laagdrempelig traject met een (digi)taalmaatje. Een ander streeft naar niveauverhoging om bijvoorbeeld een beroepsopleiding te starten. Het programma Tel mee met Taal ondersteunt gemeenten bij het vormgeven van een dergelijk divers aanbod, met verschillende (les)materialen, wervingsmethoden en trainingen voor taalmaatjes.

Begrijpelijke communicatie

Tijdens het algemeen overleg Laaggeletterdheid van 23 november 2016 heeft de Minister van OCW toegezegd in te gaan op de acties van Tel mee met Taal om de communicatie met burgers begrijpelijker te maken. Het afgelopen jaar spraken wij met ruim 100 communicatieprofessionals van een groot aantal rijksoverheidsorganisaties, waaronder ministeries, de Dienst Uitvoering Onderwijs de Politie, de Voedsel- en Warenautoriteit, het Centraal Bureau voor de Statistiek, de Sociale Verzekeringsbank en de communicatieafdeling van de Tweede Kamer. Samen met ex-laaggeletterden gaat een aantal van deze organisaties actief aan de slag om hun communicatie-uitingen door te lichten en waar nodig beter begrijpelijk te maken. Met het Ministerie van Binnenlandse Zaken wordt samengewerkt om ook de communicatie van de rijksoverheid voor zoveel mogelijk burgers begrijpelijk en toegankelijk te maken. Deze inzet wordt het komend jaar voortgezet.

Negatieve schoolervaringen van laaggeletterden

Middels de motie Straus is het kabinet opgeroepen in gesprek te gaan met de PO- Raad, VO-raad en MBO Raad om de kennis die is opgedaan over de negatieve schoolervaringen van laaggeletterden bij hen onder de aandacht te brengen, met het verzoek deze te betrekken bij het beleid dat zij op dit punt voeren.8

De beschikbare kennis laat zien dat negatieve schoolervaringen een lastig te onderscheiden onderdeel zijn van negatieve leerervaringen van laaggeletterden9. Er zijn ook andere factoren van invloed, zoals de thuisomgeving en individuele kenmerken, waaronder cognitieve capaciteiten en het vermijden van taalgebruik. Het is niet eenduidig wat precies de oorzaak is van negatieve leer- en schoolervaringen. Wel is bekend dat gedifferentieerd (taal)onderwijs, bevorderen van zelfvertrouwen, aansluiten bij motivatie en interesse van leerlingen en het bieden van keuzevrijheid kunnen bijdragen aan een positieve schoolervaring.

Ook is bekend dat volwassenen met een negatieve leerervaring op latere leeftijd alsnog gemotiveerd kunnen worden om aan hun basisvaardigheden te werken door trajecten aan te bieden die aansluiten op de eigen interesse en motivatie. Tel mee met Taal sluit dan ook zoveel mogelijk aan bij de ontwikkeldoelen en motivatie van volwassenen. De beschikbare kennis over negatieve schoolervaringen wordt gedeeld met gemeenten, verantwoordelijk voor het laaggeletterdheidsbeleid, en instellingen die onderwijs op het gebied van taal en rekenen aan volwassenen verzorgen, waaronder roc's.

De beschikbare kennis is ook gedeeld met de PO- Raad, VO-raad en MBO Raad, zodat zij dit kunnen meenemen in trajecten gericht op het bevorderen van positieve schoolervaringen van leerlingen en studenten, bijvoorbeeld het vernieuwde actieplan sociale veiligheid in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs én materialen voor een aanpak op maat voor taalzwakke leerlingen in het mbo.

Bereik aanpak laaggeletterdheid

Middels de motie van Kamerleden Asante en Van Meenen is het kabinet opgeroepen om met gemeenten inzichtelijk te maken op welke wijze voor 2022 minimaal een derde van de laaggeletterden bereikt kan worden met taalcursussen.10 De afgelopen maanden is hierover met taalaanbieders, wethouders, burgemeesters en meer dan 70 educatieambtenaren gesproken. Zij delen de wens voor een stevige ambitie. Zij geven echter aan dat voor hen het doel is om zoveel mogelijk mensen weer mee te laten doen in de samenleving. Het verhogen van basisvaardigheden kan hiervoor een middel zijn, maar is geen doel op zich. Desgevraagd geven de gemeenten aan dat het vergroten van het bereik vraagt om meer regie en meer samenwerking op lokaal en regionaal niveau, vooral binnen het sociaal domein. Een verhoging van het budget voor laaggeletterdheid, én meer bestedingsvrijheid met betrekking tot de uitkering die gemeenten krijgen voor volwasseneneducatie zouden hierbij helpen.

Een eerste stap in deze richting is reeds gezet doordat gemeenten vanaf 2018 naast taal,- en rekencursussen ook opleidingen digitale vaardigheden kunnen bekostigen met het budget voor volwasseneneducatie. Daarnaast wordt door de Minister van OCW in 2018 € 4 miljoen extra ingezet om laagtaalvaardige ouders te helpen hun basisvaardigheden te verhogen en zo de negatieve spiraal te doorbreken van taalachterstanden die van ouder op kind worden doorgegeven. Verder is vanaf 2018 structureel € 5 miljoen extra beschikbaar voor de aanpak van laaggeletterdheid.

Tot slot

Het programma Tel mee met Taal heeft een stevig fundament gelegd voor de aanpak van laaggeletterdheid en het stimuleren van (voor)lezen en leesplezier bij kinderen. Dit is vooral te danken aan de inzet van landelijke en lokale partners, gemeenten, leerwerkloketten, branches, scholingsfondsen, bedrijven, docenten en veel enthousiaste werkgevers en vrijwilligers. Samen hebben zij veel meer mensen bereikt dan verwacht. Bovendien krijgt de lokale en regionale samenwerking op steeds meer plekken een structureel karakter. Het programma Tel mee met Taal loopt nog tot eind 2018. Na afronding van het programma Tel mee met Taal sturen wij u een eindrapportage. Tevens zullen we u in 2018 informeren over de vervolgaanpak van laaggeletterdheid en leesbevordering.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

Bijlage 1: De aanpak van Tel mee met Taal

Tel mee met Taal is de verzamelnaam voor een reeks interventies en projecten om laaggeletterdheid in samenhang, en in samenwerking met gemeenten en hun partners, te verminderen en voorkomen. Onderdeel van «Tel mee met Taal» zijn onder meer de volgende activiteiten:

  • Het helpen organiseren van landelijk, lokale en regionale bijeenkomsten om het probleem te agenderen en samenwerking tussen organisaties te bevorderen;

  • Trainingen verzorgen voor professionals in het sociaal domein om laaggeletterdheid onder hun klanten of cliënten te herkennen en door te verwijzen naar scholing;

  • Het helpen opzetten van een fysieke informatie- en ontmoetingsplek in de vorm van een Taalhuis of Taalpunt;

  • Het ter beschikking stellen van kwalitatief goede cursusmaterialen en toetsen;

  • Het werven en trainen van taalmaatjes/taalvrijwilligers;

  • Het ter beschikking stellen van screeningsinstrumenten zoals de Taalmeter en trainen van baliemedewerkers in het gebruik hiervan;

  • Het ontwikkelen en aan cursusaanbieders ter beschikking stellen van praktijkgerichte lesmethoden gericht op het vinden van werk en regelen van persoonlijke financiën;

  • Het verbeteren van de inzet van taalvrijwilligers via trainingen, coaching en intervisie;

  • Het inzichtelijk maken van het bereik en effect van de lokale of regionale aanpak door onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek;

  • Het opleiden van ex-laaggeletterden tot taalambassadeur;

  • Het opzetten van kwalitatief goede schoolbibliotheken in samenwerking met de lokale bibliotheek;

  • Het trainen van docenten in het basis- en voortgezet onderwijs om te werken aan leesbevordering in de klas;

  • Het ter beschikking stellen van eerste leesboekjes en advies aan ouders van pasgeboren baby’s;

  • Het financieel ondersteunen van taalscholing aan laagtaalvaardige werknemers en laagtaalvaardige ouders;

  • Het ondersteunen van regionale projecten met stimuleringsbijdragen;

  • Het subsidiëren van experimenten om nieuwe methoden te ontwikkelen voor moeilijk bereikbare doelgroepen zoals ouderen en vrouwen met afstand tot de arbeidsmarkt;

  • Het ontwikkelen van materialen om digitale vaardigheden te verbeteren;

  • Het adviseren van werkgevers over de relatie tussen taalvaardigheid en bedrijfsprocessen/return on investment en kennis over taalvaardigheid per branche.

De ondersteuning van gemeenten en bibliotheken wordt uitgevoerd door Stichting Lezen & Schrijven, Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek. Zij ontvangen hiervoor subsidie van ministeries van OCW, SZW en VWS. Landelijke informatievoorziening wordt verzorgd door het Steunpunt Basisvaardigheden. De ondersteuning van werkgevers is belegd bij de Leerwerkloketten. Aanvullend hierop ontvingen tussen 1 januari 2016 en 30 september 2017 acht organisaties subsidie voor het uitvoeren van pilots, 209 werkgevers voor taalscholing van laagtaalvaardige werknemers en 12 regionale samenwerkingsverbanden voor lokale projecten.


X Noot
1

Laaggeletterdheid moet hier gezien worden als een breed begrip waarmee beperkte basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) wordt bedoeld.

X Noot
2

Tussenrapportage Tel mee met Taal

X Noot
3

Reactie van de Minister van OCW op het rapport «Aanpak van laaggeletterdheid», 14 april 2016, Kamerstuk 28 760, nr. 59.

X Noot
4

Onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek wijst uit dat 95% van de deelnemers de hulp die zij krijgen van docenten en vrijwilligers beoordeelt als (heel) goed en 90% van de deelnemers tevreden is met de leermiddelen. Ook samenwerkingspartners, zoals gemeenten, bibliotheken, welzijnsorganisaties zijn tevreden met de ondersteuning van de Stichting Lezen & Schrijven. Zij geven de stichting gemiddeld een 7,9. Zie Tussenrapportage Tel mee met Taal.

X Noot
5

Zie Tussenrapportage Tel mee met Taal

X Noot
6

Toezegging van de Minister van OCW aan het Kamerlid Bisschop tijdens het algemeen overleg Laaggeletterdheid dd. 23 november 2016

X Noot
7

Evaluatie wetswijziging volwasseneneducatie; Kamerstuk 28 760, nr. 68.

X Noot
8

Motie Straus; Kamerstuk 28 760, nr. 65

X Noot
9

Buisman, M. Negatieve leerervaringen van volwassenen met lage basisvaardigheden. September 2017, raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
10

Motie Asante Van Meenen; Kamerstuk 28 760, nr. 63.