28 684 Naar een veiliger samenleving

Nr. 864 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2026

In deze brief wordt u geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling (per 1 augustus 2026) en de uitvoering van het geactualiseerde handhavingsplan, de internationale aanpak van illegale handel en misbruik van vuurwerk en de opvolging van verscheidene moties en toezeggingen, die daarmee worden afgedaan.

1. Inwerkingtreding Wet veilige jaarwisseling

In 2025 hebben de Eerste en Tweede Kamer de Wet veilige jaarwisseling aangenomen. Voordat de Wet in werking kan treden, moet aan drie voorwaarden voldaan zijn, te weten 1) een effectief handhavingsplan, 2) een algemene maatregel van bestuur (AMvB) waarin de ontheffingsmogelijkheid van de burgemeester is uitgewerkt, en 3) een nette en eerlijke nadeelcompensatieregeling voor de vuurwerkbranche. De drie voorwaarden zijn door het kabinet uitgewerkt en op 8 mei jl. is het Inwerkingtredingsbesluit in het kader van de voorhang aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden. De Eerste Kamer heeft op 2 juni jl. besloten in te stemmen met de uitwerking van de voorwaarden en daarmee met de inwerkingtreding van de Wet op 1 augustus 2026. Ook in de voorhangprocedure van de Tweede Kamer is geen bezwaar gekomen tegen de inwerkingtreding van de wet.

Op dit moment worden de uitgangspunten voor een nadeelcompensatieregeling verder uitgewerkt in een convenant voor de importeurs en een beleidsregel voor de detailhandelaren. Over de concepten worden gesprekken gevoerd met de betrokken partijen waarna het getekende convenant en de vastgestelde beleidsregel door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat gedeeld worden met de Kamer.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een advies uitgebracht over het ontwerpbesluit veilige jaarwisseling. Dit advies had betrekking op veiligheidsafstanden, lokale binding, toezicht en handhaving, kennis en vaardigheden van de supervisor en de ontbranders en de bevoegdheidsverdeling tussen de burgemeester en de gemeenteraad. Zoals is toegezegd in het Tweeminutendebat ontwerpbesluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling van 3 juni jl. is overleg gevoerd met de VNG en het Ministerie van Binnenlandse Zaken over dit advies.1 Mede op basis van dit overleg is in het nader rapport vermeld op welke wijze tegemoet wordt gekomen aan het advies van de Raad van State. Dit betekent dat minimale veiligheidsafstanden worden opgenomen die nu ook al gelden voor professionele toepassers als zij consumentenvuurwerk gebruiken in hun show. Daarnaast is aan de ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester de voorwaarde gekoppeld dat verenigingen en stichtingen een lokale binding moeten hebben met de gemeente waar de ontheffing wordt aangevraagd en is een artikel ingevoegd om de rol van de burgemeester te verduidelijken voor het toekennen en afwijzen van ontheffingen. In de toelichting is nader ingegaan op de bevoegdheidsverdeling tussen de burgemeester en de gemeenteraad. Met het opnemen van lokale binding wordt invulling gegeven aan de motie Zwinkels c.s.2 De VNG heeft aangegeven dat deze wijzigingen de uitvoerbaarheid verbetert. Het nader rapport en het Besluit veilige jaarwisseling zijn op 1 juli 2026 gepubliceerd in het Staatsblad. Het besluit zal op 1 augustus in werking treden.

In aanloop naar de jaarwisseling 2026/2027 wordt nog een aantal acties uitgevoerd om het landelijk vuurwerkverbod goed te kunnen invoeren en diverse partijen hierbij te ondersteunen. Zoals toegezegd door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in het Tweeminutendebat van 3 juni jl. informeren wij u over de acties en de planning.3

Actie

Oplevering

Start landelijke communicatie

Juli/augustus 2026

Handreiking ontheffingsmogelijkheid

Medio juli 2026

Voorlichtingspakket supervisors en ontbranders

Medio juli 2026

Start communicatie inleverdagen

Augustus 2026

Inleverdagen consumentenvuurwerk

September/oktober 2026

Monitoring Wet veilige jaarwisseling

December/januari 2027

In de zomer wordt gestart met een landelijke communicatie campagne en worden hulpmiddelen voor onder meer gemeenten en ontheffinghouders beschikbaar gesteld. Deze brief zet verder uiteen welke acties worden uitgevoerd.

Al jaren monitort VeiligheidNL letsel en schade veroorzaakt door vuurwerk. Onlangs heeft VeiligheidNL het jaarlijkse vervolgonderzoek naar het vuurwerkletsel en type vuurwerk en het onderzoek naar vuurwerk aankoop en -gebruik (zie bijlagen) afgerond. In deze rapporten geeft VeiligheidNL een nadere analyse op de letselcijfers die eerder met de Kamer zijn gedeeld.4, 5 Met de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling en bovenstaande instrumenten wordt een goede stap gezet richting een veiligere viering van oud en nieuw. Net als voorgaande jaren zal de jaarwisseling wederom gemonitord worden. Deze keer betreft dat ook de Wet veilige jaarwisseling en de ontheffingsmogelijkheid. In de komende periode wordt nader uitgewerkt hoe hier invulling aan wordt gegeven en zal de Kamer hierover worden geïnformeerd.

2. Uitvoering handhavingsplan

Een eerdere versie van het handhavingsplan is in november 2025 met uw Kamer gedeeld.6 In maart 2026 is het handhavingsplan naar aanleiding van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling inzake de ontheffingsmogelijkheid, evenals op basis van de ervaringen tijdens afgelopen jaarwisseling, geactualiseerd en waar mogelijk aangescherpt, en opnieuw met uw Kamer gedeeld.7

Handhaving vuurwerkverbod

Met betrekking tot de handhaving op het vuurwerkverbod zijn er gesprekken gevoerd met de politie, het Openbaar Ministerie en de VNG. Door inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling is de politie automatisch bevoegd voor opsporing en handhaving van het bezit en gebruik van categorieën F2 en F3 vuurwerk. Voor de opsporing en handhaving door boa’s is een wijziging van de Regeling Domeinlijsten Buitengewoon Opsporingsambtenaren noodzakelijk. Deze wijziging zal op de datum van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling, of kort daarna, doorgevoerd worden. Hiermee zijn boa’s ook na de wetswijziging bevoegd om onder de nieuwe wetgeving op bezit en gebruik op te sporen en te handhaven. De gemeentelijke boa richt zich in aanloop naar de jaarwisseling op de strafrechtelijke handhaving van kleinschalig bezit en het gebruik van vuurwerk. Uiteraard blijft de politie verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde, ook tijdens de jaarwisseling.

Bij de strafrechtelijke handhaving van de Wet en het Besluit veilige jaarwisseling spelen zowel de politie als boa’s een rol. De inzet en prioritering van zowel de politie als boa’s is aan het bevoegd gezag (de Officier van Justitie en de burgemeester). Zij bepalen wanneer en hoe deze opsporingsambtenaren de Wet veilige jaarwisseling handhaven en strafbare feiten opsporen. Daarbij ligt de nadruk voor de politie op het opsporen van illegale productie, handel, illegaal transport en illegaal grootschalig bezit van categorie F2, F3 en F4 vuurwerk voorafgaand aan de jaarwisseling.

Ten aanzien van de ontheffingsmogelijkheid en de handhaving hierop is het aan het bevoegd gezag om aanvragen voor ontheffingen te verlenen en te bekijken hoe de naleving van de verleende ontheffingen en de openbare orde tijdens de jaarwisseling worden ingericht. Daarbij ligt het in de rede dat aangevraagde ontheffingen vergelijkbaar worden behandeld als evenementen en dat bij de beoordeling rekening wordt gehouden met de risico’s ten aanzien van de veiligheid voor burgers, de gevaarzetting voor opsporingsambtenaren en het risico op openbare ordeverstoringen. Om gemeenten te ondersteunen in dit proces, wordt door de VNG een handreiking opgesteld. In de handreiking worden praktische handvatten voor de inrichting van het proces rondom de ontheffingsmogelijkheid aangeboden. De ontheffing is een bestuursrechtelijk besluit en gemeenten kunnen voor de bestuursrechtelijke naleving van de verleende ontheffing en de daarbij horende voorwaarden toezichthouders aanwijzen. Voor dit toezicht is geen opsporingsbevoegdheid nodig.

Ondersteuning gemeenten

De VNG heeft in samenwerking met IenW, JenV en de politie afgelopen maanden meerdere webinars, zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau, georganiseerd. Hierin is kennis gedeeld over de inhoud van de ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester in het kader van de AMvB veilige jaarwisseling. Daarnaast zijn er ervaringen en best practices gedeeld met betrekking tot eerdere lokale verboden, toen er geen landelijk vuurwerkverbod gold.

De handreiking van de VNG bevat verder een afwegingskader dat gemeenten ondersteunt bij het maken van de afweging om al dan niet ontheffingen te verlenen. De handhaafbaarheid is hier nadrukkelijk onderdeel van. Dit is in lijn met de motie van het lid Mathlouti, die de regering verzoekt om bij de verdere uitwerking van het ontheffingsstelsel handhaafbaarheid nadrukkelijk mee te wegen en hierover in overleg te blijven met gemeenten en burgemeesters.8 Hiermee kan deze motie dan ook als afgedaan worden beschouwd. De handreiking reikt gemeenten daarnaast (juridische) instrumenten aan om invulling te geven aan de beleidsregel voor de burgemeester en de behandeling van ontheffingsaanvragen, inclusief een tijdlijn. De handreiking wordt medio juli verwacht. Omdat de periode tussen de inwerkingtreding van de wet op 1 augustus 2026 en de jaarwisseling relatief kort is, blijft de VNG in gezamenlijkheid met JenV en IenW gemeenten ook na publicatie van de handreiking ondersteunen, onder meer via webinars.

Voor grensgemeenten is in samenwerking met de VNG, gemeente Heerlen, de politie, het Belgisch-Nederlands GrensOverleg (BENEGO) en JenV een aparte bestuurlijke bijeenkomst georganiseerd gezien de specifieke problematiek waarmee zij te maken hebben. Centraal stonden het uitwisselen van ervaringen en best practices, zodat grensgemeenten zich tijdig kunnen voorbereiden en passende maatregelen kunnen treffen. Daarnaast werd ingegaan op de mogelijkheden voor samenwerking met buurgemeenten over de grens.

Inleverdagen

De overgang van toegestaan naar verboden bezit van vuurwerk brengt mee dat particulieren nog vuurwerk in het bezit kunnen hebben en daarmee in overtreding worden. Uit het eerdere onderzoek van VeiligheidNL naar het vuurwerkletsel en type vuurwerk komt naar voren dat een kwart van de respondenten gekocht vuurwerk niet heeft afgestoken en nog bewaard heeft. Vanwege het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van bestuurlijke zorgvuldigheid is het belangrijk om burgers de mogelijkheid te bieden om op een legale wijze afstand van dit vuurwerk te doen, straffeloos en zonder justitiële aantekening. Inleverdagen kunnen zo bijdragen aan het verminderen van de handhavingsdruk in aanloop naar en tijdens de jaarwisseling door te voorkomen dat verboden vuurwerk wordt afgestoken, bewaard of doorverkocht. Ook biedt het organiseren van inleverdagen een extra communicatiemoment om het aankomende vuurwerkverbod bij burgers onder de aandacht brengen.

In september 2026 zullen door heel Nederland inleverdagen worden georganiseerd. Gedurende een aantal aaneengesloten dagen wordt een ronde door het land gedaan waarbij in 30 verschillende gemeenten een tijdelijk inleverpunt wordt gerealiseerd. Met de selectie van gemeenten wordt er rekening mee gehouden dat iedereen binnen 45 minuten rijafstand een inleverpunt kan bezoeken en wordt een goede spreiding van grote en kleine gemeenten en stedelijke en rurale gemeenten geborgd. De gemeenten worden door de inleverdagen op deze wijze te organiseren zo veel mogelijk ontzien.

Communicatie

Voor de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling is, door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Justitie en Veiligheid, in samenwerking met gemeenten, de VNG, het Openbaar Ministier en de politie, een communicatie-aanpak opgesteld die de samenleving meeneemt in de overgang naar een jaarwisseling zonder consumentenvuurwerk. De aanpak is ontwikkeld mede op basis van een gedragsanalyse. Het doel is eenduidige, feitelijke en toegankelijke informatie te bieden, handelingsperspectief te geven en partners te ondersteunen bij hun lokale communicatie.

De aanpak richt zich op twee hoofddoelgroepen: het brede publiek (met extra aandacht voor jongeren en ouders) en partners, zoals gemeenten, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en politie. Met de communicatieaanpak waarborgen we consistentie in communicatie en ondersteunen we de lokale invulling hiervan. Dit gebeurt langs drie lijnen. 1) informeren van algemeen publiek en partners: helder en proactief uitleggen wat het verbod inhoudt, waarom het is ingevoerd en wat dit voor mensen en organisaties betekent, inclusief nuances rond F1-vuurwerk en gemeentelijke ontheffingen. 2) stimuleren van algemeen publiek: mensen helpen gewenst gedrag te vertonen, bijvoorbeeld door het faciliteren en onder de aandacht brengen van inleverdagen voor nog aanwezig. Hier ligt zowel landelijk als lokaal een taak, afhankelijk van de boodschap. Zo zal er landelijk gecommuniceerd worden over inleverdagen, maar is het aan de gemeenten om de communiceren over eventuele alternatieve vieringen. 3) mobiliseren: partners in hun rol met een eenduidige boodschap, handvatten en middelen, zodat lokale communicatie aansluit op de landelijke.

Voorlichtingspakket supervisors en ontbranders

Voor het overbrengen van kennis over het veilig afsteken, transporteren en tijdelijk neerleggen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling ontwikkelt VeiligheidNL een voorlichtingspakket. Het uitgangspunt is dat de voorlichting niet alleen kennis overdraagt, maar vooral ondersteunt tot veilig gedrag in de praktijk. Het doel van dit voorlichtingspakket is drieledig:

  • – het vergroten van kennis over veilig omgaan met vuurwerk;

  • – het ondersteunen van veilig gedrag vóór, tijdens en na het afsteken van vuurwerk;

  • – het verkleinen van risico’s op letsel en schade voor betrokkenen, publiek en omgeving.

3. Internationale aanpak illegale handel en misbruik van vuurwerk

Europese aanpak

Het kabinet zet zich, in nauwe samenwerking met Frankrijk en met steun van Zweden, al geruime tijd op Europees niveau in om de illegale handel in en het misbruik van vuurwerk tegen te gaan en de productconformiteit van vuurwerk te verbeteren. Ook dit jaar komt uit het eerdergenoemde vervolgonderzoek van VeiligheidNL naar voren dat de oorzaken voor letsel divers zijn, maar de ongevallen zijn relatief vaak het gevolg van productfalen.

In 2025 voerde de Europese Commissie de evaluatie van de Pyrorichtlijn uit9 en deed zij een haalbaarheidsstudie naar het tegengaan van veiligheidsrisico’s door crimineel misbruik van pyrotechnische artikelen.10 Nederland droeg hier actief aan bij. Naar aanleiding hiervan hebben Nederland, Frankrijk en Zweden in een gezamenlijke brief aan Eurocommissarissen Brunner (Binnenlandse Zaken en Migratie) en Séjourné (Interne Markt en Diensten) nogmaals het belang om de Pyrorichtlijn te herzien wegens tekortkomingen op het gebied van veiligheid en handhaafbaarheid, benadrukt. Zoals uw Kamer onlangs is geïnformeerd, heeft onze gezamenlijke inzet, ook via het Offensief Tegen Explosies onder voorzitterschap van burgemeester Carola Schouten, geleid tot een mooi resultaat.11 De Europese Commissie heeft recent aangegeven de geuite zorgen en de urgentie van de problematiek te delen en heeft aangekondigd voornemens te zijn de Pyrorichtlijn te herzien, conform de oproep van Nederland, Frankrijk en Zweden. In de komende periode werkt de Europese Commissie aan een impact assessment op basis waarvan naar verwachting in 2027 een voorstel voor de herziening van de Pyrorichtlijn zal worden gepresenteerd. Hiermee is tevens invulling gegeven aan de aanbevelingen van de Onderzoeksraad van Veiligheid.12

NL Voorzitterschap Raad van Europa 2027

Ook buiten de EU worden landen geconfronteerd met misbruik en illegale handel in pyrotechnische artikelen. In afstemming met de EU verkent het kabinet hoe deze problematiek ook binnen de Raad van Europa onder de aandacht te brengen, om de bredere samenwerking met RvE-lidstaten te versterken. Het kabinet beziet de mogelijkheden daartoe in het kader van het aanstaande voorzitterschap van het Comité van Ministers van de Raad van Europa in 2027.

4. Afdoening moties

Ouderbetrokkenheid

De motie van het lid Bikker verzoekt om meer aandacht en zo nodig dwingende invulling te geven aan de betrokkenheid van ouders indien minderjarigen structureel overlast veroorzaken en hiervoor in het najaar een strategie te presenteren.13 De afdoening van deze motie ligt in lijn met de afdoening van een vergelijkbare motie van het voormalige lid Dral in de voortgangsbrief Justitiële jeugd uit januari 2026 om te verkennen welke effectieve dwangmiddelen jegens ouders mogelijk zijn en bij welke instanties deze bevoegdheid moet worden belegd.14 In deze brief is een overzicht gegeven van de wijze waarop ouders momenteel betrokken worden als hun kinderen met justitie te maken krijgen, en wordt aangegeven dat er geen aanvullende mogelijkheden worden gezien vanuit het strafrecht om ouders met dwang te betrekken. Verder is aangegeven dat er wel mogelijkheden voor de burgemeester zijn om, zij het soms indirect, in bepaalde gevallen dwang uit te oefenen op ouders, door middel van bestuurlijke handhaving op lokale verbodsbepalingen met betrekking tot de openbare orde en veiligheid. Ten aanzien van ouders of gezagsdragers van kinderen onder de 12 jaar heeft de burgemeester daarnaast de bevoegdheid om rechtstreeks aan ouders het bevel te geven ervoor te zorgen dat kun kind zich niet onbegeleid op bepaalde plaatsen bevindt of ’s nachts op straat rondhangt.15 De burgemeester kan in geval van overtreding van de APV een last onder dwangsom opleggen ter voorkoming van herhaalde overtreding. Hoewel de last onder dwangsom wordt opgelegd aan de overtreder, zal dit in geval van minderjarigheid van de overtreder naar verwachting ook voor de ouders als dwangmaatregel ervaren worden, aangezien zij een eventuele dwangsom in praktijk vermoedelijk voor hun rekening zullen nemen.

De toenmalig Minister voor Rechtsbescherming heeft in reactie op een voorstel daartoe uit de initiatiefnota van het lid Verkuijlen «Opvoeden die handel», in 2024 een handreiking voor gemeenten beschikbaar gesteld met afwegingskaders voor prudent gebruik van de last onder dwangsom.16 Gelet op bovenstaande kan deze motie als afgedaan worden beschouwd.

Ervaringen last onder dwangsom

De motie van het lid Bikker c.s. vraagt om de goede ervaringen met het opleggen van een last onder dwangsom bij sommige gemeenten breder uit te werken, zodat relschoppers en hooligans in alle gemeenten hiermee geconfronteerd zullen worden. In die motie is daarbij genoemd dat de gemeenten Urk en Deventer, maar ook andere gemeenten, goede ervaringen met dit instrument hebben.17

De burgemeester is belast met de opdracht de openbare orde te handhaven en beschikt daartoe over verschillende bevoegdheden. De Gemeentewet en de Algemene plaatselijke verordening bevatten verschillende instrumenten, zoals het aansturen van de politie en het (laten) geven van de nodige bevelen en de bevoegdheid tot het opleggen van gebiedsverboden en groepsverboden. Ook zijn bepaalde gedragingen in de openbare ruimte strafbaar gesteld. Wanneer overtreding van deze strafbare feiten plaatsvindt, kan naast of in plaats van strafrechtelijke afdoening daarvan ook voor een bestuurlijke maatregel worden gekozen. De burgemeester is op grond van art. 125 Gemeentewet bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom terzake de regels die hij uitvoert. Het is aan de burgemeester om in situaties die zich daarvoor lenen toepassing te geven aan het hem ter beschikking staande handhavingsinstrumentarium, waarbij hij overigens is gehouden een afweging te maken rondom de proportionaliteit en de subsidiariteit van zijn maatregelen. Ook zal hij afwegen of en op welke wijze afdoening van een verstoring van de openbare orde reeds strafrechtelijk plaatsvindt.

Naar aanleiding van deze motie is contact geweest met de betreffende gemeenten en gevraagd op welke wijze hun ervaringen het beste gedeeld kunnen worden. Zij gaven aan dat zij in hun regionale samenwerkingsverbanden hun ervaringen hebben toegelicht. Daarnaast heeft het CCV, dat op verschillende wijzen informatie aan gemeenten verstrekt over onder meer de toepassing van openbare ordebevoegdheden, op zijn website en tijdens online bijeenkomsten ook aan de hand van specifiek deze voorbeelden aandacht gegeven aan de toepassing van bestuurlijke bevoegdheden en de last onder dwangsom. Hiermee kan de motie als afgedaan worden beschouwd.

Nieuwe normstelling

De motie van het lid Kostić c.s. verzoekt de regering om in gesprek te gaan met onder andere gedragswetenschappers, politie en de VNG over welke maatregelen genomen kunnen worden om de nieuwe norm, een oud en nieuw zonder vuurwerk, goed te laten landen.18 Het is belangrijk dat het vuurwerkverbod zo goed mogelijk landt in de samenleving. Voor het opstellen van het handhavingsplan is daarom ook nauw samengewerkt met veel partijen, waaronder de VNG, de politie en gedragswetenschappers, en is input opgehaald bij onder andere het jongerenpanel van HALT en de politie, en de online community «Nederland denkt mee» van de dienst publiek en communicatie van het Ministerie van Algemene Zaken. De samenwerking met deze partners wordt in de uitvoering van de acties van het handhavingsplan voortgezet, bijvoorbeeld bij het organiseren van inleveracties voor vuurwerk en in de uitvoering van een communicatie-aanpak. Deze motie wordt daarmee beschouwd als afgedaan.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.W.H. Bertram


X Noot
1

Toezegging TZ202606-063.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2025–2026, 35 386, nr. 49.

X Noot
3

Toezegging TZ202606-062.

X Noot
4

Hiermee wordt jaarlijks invulling gegeven aan de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid: Veiligheidsrisico’s jaarwisseling - Onderzoeksraad voor Veiligheid.

X Noot
5

Kamerstukken II, 2025–2026, 28 684, nr. 817.

X Noot
6

Kamerstukken II, 2025–2026, 28 684, nr. 813.

X Noot
7

Kamerstukken II, 2026–2026, 35 386, nr. 36.

X Noot
8

Kamerstukken II, 2025–2026, 35 386, nr. 48.

X Noot
11

Kamerstukken II, 2025–2026, 28 684, nr. 862.

X Noot
12

Onderzoeksraad voor Veiligheid, «Veiligheidsrisico’s jaarwisseling», 2017.

X Noot
13

Kamerstukken II, 2025–2026, 28 684, nr. 846.

X Noot
14

Kamerstukken II, 2025–2026, 28 741, nr. 133.

X Noot
15

Artikel 172b van de Gemeentewet.

X Noot
16

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), «Last onder dwangsom» (Tool Openbare orde en Veiligheid).

X Noot
17

Kamerstukken II, 2025–2026, 28 684, nr. 826.

X Noot
18

Kamerstukken II, 2025–2026, 28 684, nr. 841.

Naar boven