Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201628676 nr. 243

28 676 NAVO

Nr. 243 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 mei 2016

Agenda

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de bijeenkomst van de NAVO-Ministers van Buitenlandse Zaken op 19 en 20 mei a.s. in Brussel. Deze zal beginnen met de ondertekening van het toetredingsprotocol van Montenegro tot de NAVO. Hierna volgt een werksessie over de ontwikkelingen aan de zuidflank van het NAVO-verdragsgebied. Tijdens het diner op 19 mei zal worden gesproken over Rusland. Op 20 mei wordt begonnen met een werksessie over de Resolute Support Missie (RSM) in Afghanistan, waarbij, naast de landen die aan RSM bijdragen, ook de Ministers van Buitenlandse Zaken van Afghanistan, Japan en Zuid-Korea, evenals de Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie, aanwezig zullen zijn. De ministeriële bijeenkomst wordt afgesloten met een discussie over EU-NAVO samenwerking in aanwezigheid van de Ministers van Buitenlandse Zaken van Zweden en Finland, evenals de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie.

Oostflank

De Ministers zullen, in aanloop naar de NAVO-Top in Warschau (8–9 juli a.s.), een strategische discussie voeren over de relaties met Rusland en de oostelijke partners van de NAVO. Tevens zal worden teruggekeken op de bijeenkomst van de NAVO-Rusland Raad (NRR) op 20 april jl. en wordt de stand van zaken besproken inzake het verminderen van risico’s op incidenten en ongevallen als gevolg van de toegenomen militaire activiteiten van Rusland.

Het optreden van Rusland aan de oostflank van de NAVO blijft zorgen baren. Door de geïntegreerde inzet van verschillende wapen- en detectiesystemen is Rusland in staat delen van het Balticum en de Zwarte Zee effectief te controleren. Daarnaast is er nog altijd sprake van onaangekondigde militaire oefeningen en waren er recent opnieuw incidenten in het militaire domein, waarbij Russische gevechtsvliegtuigen waren betrokken. Er blijft van NAVO-zijde, en ook voor Nederland, dus een noodzaak om aan deze dreigingen het hoofd te bieden.

Van verbetering van de situatie in het oosten van Oekraïne is evenmin sprake. Er vinden helaas nog tal van schendingen plaats van het staakt-het-vuren. Een politieke oplossing voor het conflict in het oosten van Oekraïne is in de afgelopen maanden niet dichterbij gekomen. Vanwege de illegale annexatie van de Krim, de militaire activiteiten en de onwil van de door Rusland gesteunde groeperingen om de in februari 2015 in Minsk gemaakte afspraken na te komen blijft de praktische en militaire samenwerking van de NAVO met Rusland opgeschort.

Gezien deze bedreigingen aan de oostflank van het NAVO-verdragsgebied is op 10 en 11 februari jl. door de NAVO Ministers van Defensie besloten om over te gaan tot de vooruitgeschoven aanwezigheid van NAVO-eenheden in Oost-Europa. U bent hierover geïnformeerd middels het verslag van die bijeenkomst door de Minister van Defensie van 12 februari 2016 (Kamerstuk 28 676, nr. 238). Deze aanwezigheid is niet in strijd met de «NATO Russia Founding Act» (NRFA) uit 1997, omdat het gaat om een aanwezigheid op rotatiebasis van eenheden met een beperkte omvang. De NRFA stipuleert namelijk dat er geen «substantiële gevechtseenheden» op permanente basis op het grondgebied van NAVO-lidstaten in Oost-Europa worden geplaatst. Nederland zal in de aanloop naar de NAVO-Top bezien welke concrete bijdrage het kan leveren aan deze stationering.

Naast deze militaire adaptatie is van het belang dat de NAVO concreet invulling blijft geven aan het gaande houden van de dialoog met Rusland. Het is positief dat, mede op aandringen van Nederland, voor het eerst sinds twee jaar, de NAVO-Rusland Raad op 20 april jl. op ambassadeursniveau bijeen is geweest. Er is tijdens deze Raad gesproken over de situatie in Oekraïne, over het verminderen van risico’s als gevolg van de toegenomen militaire activiteiten van Rusland en over de ontwikkelingen in Afghanistan. Hoewel is gebleken dat de standpunten van de NAVO en Rusland over met name Oekraïne en de militaire activiteiten uit elkaar liggen, acht Nederland het van belang dat de dialoog binnen de NAVO-Rusland Raad op regelmatige basis wordt voortgezet. Dit is nodig om zorgpunten richting Rusland te communiceren en misverstanden te voorkomen. Voorts blijft een veiligheidsdialoog met Rusland nodig voor een aantal grote vraagstukken (waaronder non-proliferatie en terrorismebestrijding). Ministers zullen bespreken of voorafgaand aan de NAVO-Top deze Raad nogmaals op ambassadeursniveau bijeen zal komen.

Nederland zal tijdens de bijeenkomst verder naar voren brengen dat het noodzakelijk is om, zowel in NAVO-verband als daarbuiten, met Rusland in gesprek te blijven over nucleaire en conventionele wapenbeheersing. Ondanks de gecompliceerde politieke omstandigheden dient dit onderwerp stevig op de agenda te blijven.

Zuidflank

De Ministers zullen een werksessie wijden aan de situatie aan de zuidflank van het NAVO-verdragsgebied. De toegenomen instabiliteit aan die flank heeft directe gevolgen voor de veiligheid van het Bondgenootschap, zoals de vluchtelingencrisis en de problematiek van terugkerende «foreign terrorist fighters» laten zien. Het Bondgenootschap beziet momenteel op welke wijze landen in de regio beter kunnen worden ondersteund en welke rol de NAVO moet spelen in deze ontwikkelingen. Nederland en enkele andere Bondgenoten plaatsen nog vraagtekens bij een formele rol van de NAVO in de anti-ISIS coalitie (zie ook het verslag d.d. 16 december 2015, Kamerstuk 28 676, nr. 235, van de bijeenkomst van de NAVO Ministers van Buitenlandse Zaken op 1–2 december 2015).

De ondersteuning van partnerlanden in de regio (momenteel Irak en Jordanië) krijgt primair vorm via het «Defense Capacity Building» (DCB) initiatief van de NAVO. Op deze wijze exporteert de NAVO stabiliteit naar partnerlanden aan de zuidflank. DCB is overigens ook van toepassing op partnerlanden elders, waaronder aan de oostflank. Het DCB-initiatief richt zich vooral op ondersteuning van deze partnerlanden door middel van training en advisering en draagt zodoende bij aan de verhoging van hun weerbaarheid.

De discussie zal ondermeer gaan over een mogelijke (grotere) NAVO-rol in Libië en Irak bij versterking van de veiligheidssector in deze landen. Nederland wil daarbij in beginsel opereren op basis van het reeds bestaande DCB initiatief. Bovendien dienen activiteiten goed te worden afgestemd met andere internationale actoren, vooral de EU.

Het kabinet is positief over de bijdrage die de NAVO levert in de migratiecrisis, door middel van de Standing NATO Maritime Group (SNMG-2) in de Egeïsche Zee, waarin Nederland participeert met het fregat «Zr. Ms. Van Amstel». Dankzij een pakket aan maatregelen (waaronder de EU-Turkije afspraken alsmede de inzet van NAVO-capaciteiten voor surveillance doeleinden) zijn de illegale migratiestromen in het gebied ingedamd. Tijdens de ministeriële bijeenkomst zal worden bekeken hoe de NAVO met de inzet van maritieme capaciteiten verder kan bijdragen aan de inspanningen van de internationale gemeenschap in relatie tot de migratiecrisis. Nederland is van mening dat NAVO-schepen actief moeten blijven in de Egeïsche Zee om illegale migratiestromen in kaart te brengen, zo lang deze inzet effectief plaatsvindt en op basis van het internationale recht en voorzover er behoefte aan bestaat.

EU-NAVO samenwerking

Mede in de hoedanigheid als Voorzitter van de Raad van de Europese Unie heeft Nederland in de afgelopen maanden aangedrongen op intensievere en concretere samenwerking tussen de EU en NAVO. Daarbij moet ondermeer worden gedacht aan thema’s als het bestrijden van «hybride dreigingen», bedreigingen op cybergebied, gezamenlijke oefeningen, opbouw van militaire capaciteiten, maritieme samenwerking en capaciteitsopbouw van de veiligheidssector in derde landen.

De intensieve samenwerking tussen de EU en de NAVO bij de bestrijding van de migratiecrisis en de gezamenlijke (EU-NAVO) Scenario Based Policy Discussion over hybride dreigingen tijdens het Nederlands EU-Voorzitterschap hebben aangetoond dat veel nauwere samenwerking mogelijk is. In aanloop naar de NAVO Top zal Nederland er zich sterk voor maken dat aan deze samenwerking tussen de EU en NAVO op politiek niveau een krachtige impuls wordt gegeven.

Montenegro

Tijdens de ministeriële bijeenkomst zal het toetredingsprotocol van Montenegro tot de NAVO worden getekend. Formeel gaat het hierbij om een aanvulling op het Verdrag van Washington uit 1949, die ook aan uw Kamer ter goedkeuring wordt voorgelegd. Het NAVO-lidmaatschap van Montenegro draagt bij aan een verdere stabilisatie van de Westelijke Balkan en de integratie van deze regio in de Euro-Atlantische structuren. Montenegro werd in december 2015 uitgenodigd om te starten met de toetredingsonderhandelingen met de NAVO. Deze zijn inmiddels afgerond. Nederland heeft tijdens deze gesprekken ingezet op het maken van afspraken met Montenegro over nog uitstaande hervormingen, vooral op het gebied van mediavrijheid en de rechtsstaat. Montenegro heeft zich aan deze afspraken gecommitteerd. Daarnaast zal Nederland, ook binnen het kader van de toetredingsonderhandelingen die de EU met Montenegro voert, aandacht voor deze onderwerpen blijven vragen.

Afghanistan

Afghanistan is sinds 2015 voor het eerst weer geheel zelf verantwoordelijk voor de veiligheidssituatie in het land. Mede omdat de Afghaanse strijdkrachten er niet overal in slagen om de opstandelingen effectief te bestrijden, stellen vele Bondgenoten een continuering van een rol van de NAVO voor. Tijdens de NAVO-Top zullen de staatshoofden en regeringsleiders aan dit proces verdere politieke sturing geven. De formele besluitvorming zal naar verwachting in het najaar plaatsvinden. De ministeriële bijeenkomst zal zich richten op twee onderwerpen. Ten eerste de vraag of, en zo ja hoe, de betrokkenheid van de NAVO in Afghanistan in 2017 dient te worden voortgezet en welke middelen Bondgenoten daartoe ter beschikking kunnen stellen. Ten tweede de vraag welke financiële bijdragen Bondgenoten willen geven aan de verdere capaciteitsopbouw van de Afghaanse strijdkrachten. In de aanloop naar de Top zal uw Kamer hierover nader worden geïnformeerd. De Nederlandse bijdrage aan RSM loopt tot 31 december 2016.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders