Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201628676 nr. 235

28 676 NAVO

Nr. 235 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 december 2015

Hierbij bied ik u het verslag aan van de bijeenkomst van de Noord-Atlantische Raad (NAR) op het niveau van de Ministers van Buitenlandse Zaken, die op 1 en 2 december jl. in Brussel bijeen kwam. Tijdens deze ministeriële bijeenkomst is gesproken over de continuering van fase 1 van de Resolute Support missie in Afghanistan. Daarnaast werd een sessie gehouden over de bedreigingen aan de zuidflank van het NAVO-verdragsgebied en het bestrijden van hybride dreigingen. Tijdens het diner is gesproken over de relatie met Rusland. Op de tweede dag van de ministeriële bijeenkomst vond een ceremoniële bijeenkomst plaats, waarin Montenegro is uitgenodigd om de toetredingsbesprekingen met de NAVO te beginnen. De ministeriële bijeenkomst werd afgesloten met een bijeenkomst van de NAVO-Oekraïne Commissie.

Resolute Support Missie Afghanistan

De bijeenkomst werd geopend in het bijzijn van de Resolute Support partners en de Afghaanse Minister van Buitenlandse Zaken. SACEUR en de Commandant van Resolute Support, Generaal Campbell, gaven een getrouw beeld van de voortgang van de missie. De training en versterking van het Afghaanse leger en politie vorderen gestaag, doch de veiligheidssituatie in Afghanistan blijft precair. Opstandelingen kunnen nog steeds – weliswaar tijdelijk – toeslaan in bepaalde steden, zoals ook recent bleek in Kunduz.

Nederland heeft het belang van deze missie onderstreept. Nederland is (conform ook het gestelde in de artikel 100 brief terzake) tot eind 2016 gecommitteerd aan deze missie. Nederland benadrukte dat de verbetering van de veiligheidssituatie in Afghanistan gepaard moet gaan met de versterking van het openbaar bestuur, de strijd tegen corruptie en de verbetering van de positie van vrouwen en kinderen. Op al deze vlakken moet de Afghaanse regering een grotere inspanning leveren.

De NAVO besloot de zogenaamde fase 1 van de missie (waarbij er in zowel Kaboel als de regio’s eenheden worden ontplooid) op het huidige niveau en binnen de huidige structuur te verlengen, gezien de fragiele veiligheidssituatie in het land. Op een nader te bepalen moment zal deze moeten overgaan naar fase 2 waarin uitsluitend eenheden in Kaboel worden ontplooid. Dit besluit werd vastgelegd in een verklaring (zie bijlage 1)1.

In een separaat gesprek met de Afghaanse Minister van Buitenlandse Zaken is steun uitgesproken voor de inspanningen van de Afghaanse regering om de veiligheidssituatie in het land te verbeteren. Daarbij is wel aangetekend dat de Afghaanse strijdkrachten op termijn zelf in staat moeten zijn voor de veiligheid in het land zorg te dragen en dat daartoe verdergaande hervormingen noodzakelijk zijn. Verder is van het gesprek gebruik gemaakt om de Afghaanse regering op te roepen volledig samen te werken bij de terugkeer van in Nederland uitgeprocedeerde Afghaanse migranten.

Ontwikkelingen aan de zuidflank en hybride dreigingen

In deze sessie, waarbij ook de Hoge Vertegenwoordiger van de EU aanwezig was, is in de eerste plaats gesproken over welke bedreigingen zich aan de zuidflank van het Bondgenootschap voordoen. Daarbij is eveneens ingegaan op het militaire optreden van Rusland in Syrië en de inspanningen van de anti-ISIS coalitie.

Verschillende Bondgenoten stelden dat het nu urgent is dat ISIS wordt verslagen. Velen stelden dat de strijd tegen ISIS moet worden geïntensiveerd, conform ook het gestelde in VNVR-resolutie 2249. Parallel aan de strijd tegen ISIS, moet het politieke spoor worden versneld, namelijk via het Weens proces en door het bereiken van meer eenheid bij de gematigde Syrische oppositie. De aanslagen in Parijs, Libanon en Sharm-el Sjeik tonen aan dat ISIS bereid is overal toe te slaan. De internationale gemeenschap moet daartegen nu snel en eensgezind optreden. Minister Kerry stelde dat ook Rusland hiervan is overtuigd. Hij kondigde aan dat de VS op korte termijn Bondgenoten individueel zal benaderen om steun te vragen voor de strijd tegen ISIS.

Ook Nederland bracht naar voren dat ISIS moet worden bestreden en herinnerde eraan dat Nederland zeer actief, en op verschillende sporen, aan de anti-ISIS coalitie deelneemt. Nederland onderstreepte dat ISIS ook steun krijgt van actoren elders. Die (financierings)bronnen moeten worden aangepakt. Voorts benadrukte Nederland het grote belang van de totstandkoming van een politiek proces om een einde te maken aan de burgeroorlog in Syrië. De eerste ontwikkelingen op dit vlak, in het kader van het Weens proces, stemmen voorzichtig optimistisch, doch de voortgang is nog maar beperkt. Nederland herinnerde eraan dat het regime van President Assad ook een grote verantwoordelijkheid draagt voor de humanitaire catastrofe in Syrië.

De meeste Bondgenoten kwamen tot de conclusie dat hoewel veel NAVO-landen deel uitmaken van deze coalitie, de NAVO als organisatie (nog) geen rol heeft te spelen in de strijd tegen ISIS. Ook Nederland plaatste vraagtekens bij de toegevoegde waarde van een eventuele NAVO-rol in de anti-ISIS coalitie. Daarnaast hebben de Bondgenoten opnieuw steun uitgesproken aan Turkije, dat zich aan de eigen zuidgrens geconfronteerd ziet met militaire uitdagingen maar ook met terroristische dreigingen (zie bijlage 2)2. De Secretaris-Generaal van de NAVO zal op korte termijn met nadere voorstellen komen als het gaat om geruststellende maatregelen voor Turkije.

Daarnaast heeft de NAVO een strategie aangenomen voor het tegengaan van hybride dreigingen. Hierin wordt ondermeer sterker ingezet op betere inlichtingenvergaring en «early warning». Bovendien zal bij het bestrijden van hybride dreigingen nog nauwer met de EU moeten worden samengewerkt. Nederland heeft in dit kader het belang van het houden van oefeningen benadrukt. Daarnaast is, conform ook de toezegging aan uw Kamer tijdens het Algemeen Overleg op 25 november jl., in deze sessie het belang van EU-NAVO samenwerking op dit onderwerp onderschreven. Voor een adequaat antwoord op bepaalde hybride dreigingen (ondermeer op de terreinen van telecommunicatie, energie en de integriteit van het financiële systeem) zal ook een rol zijn weggelegd voor de Europese Commissie. Het is het voornemen van de Nederlandse regering hieraan tijdens het komende EU-Voorzitterschap een verdere impuls te geven, bijvoorbeeld als het gaat om verbeterde informatie-uitwisseling tussen beide organisaties.

Relatie met Rusland

Tijdens de dinersessie is gesproken over de relatie van de NAVO met Rusland, in het bijzonder de balans tussen afschrikking («deterrence») en dialoog. Bondgenoten waren het er over eens dat gewerkt moet worden aan de (militaire) kracht van NAVO. Tegelijkertijd werd geconstateerd, ook door Nederland, dat samenwerking met Rusland essentieel is voor vraagstukken als non-proliferatie van kernwapens, terrorismebestrijding en het bereiken van een duurzame oplossing voor Syrië. Verschillende Bondgenoten, waaronder Nederland, spraken hun zorg uit over het gebrek aan democratisch pluralisme in Rusland.

Er bestond brede overeenstemming over het belang de risico’s op incidenten en ongevallen, als gevolg van de toegenomen Russische militaire activiteiten, te verminderen. Er is afgesproken dat de NAVO zich zal inzetten om de voorspelbaarheid van de eigen militaire bewegingen te vergroten, maar tegelijkertijd dient ook Rusland te worden aangespoord tot grotere transparantie op dit vlak. De modernisering van het Weens Document (een geheel aan vertrouwenwekkende maatregelen), die binnen de OVSE in het komend jaar ter hand wordt genomen, biedt daartoe een goed kader. Engageren op deze onderwerpen is dus in het belang van NAVO-landen, zo onderschreef ook Nederland.

In het bijzonder kwam de vraag naar voren of de dialoog met Rusland binnen het kader van de NAVO Rusland Raad (NRR) opnieuw vorm moet krijgen. Gezien de brede steun die hiervoor onder Bondgenoten bestaat, is besloten dat de Secretaris-Generaal van de NAVO in de komende periode nadere voorstellen zal uitwerken op welke wijze de dialoog met Rusland kan worden vorm gegeven. Deze uitkomst is conform de inzet van de Nederlandse regering, die eerder met uw Kamer werd gedeeld.

Tijdens de sessie over Rusland is van Nederlandse zijde opnieuw aandacht gevraagd voor het belang van het op de politieke agenda houden van conventionele en nucleaire wapenbeheersing. Hierbij is ook verwezen naar de discussie die hierover eerder met uw Kamer is gevoerd.

Montenegro en open deur beleid

In een korte ceremoniële bijeenkomst, in aanwezigheid van de Montenegrijnse Ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, is Montenegro uitgenodigd om te beginnen met de toetredingsbesprekingen die moeten uitmonden in een toetredingsverdrag dat na ratificatie resulteert in een NAVO lidmaatschap. Uiteraard zullen de nationale parlementen hierover het laatste woord hebben. De toetredingsbesprekingen zullen enkele maanden duren. Veel Bondgenoten complimenteerden Montenegro met de doorgevoerde hervormingen, maar benadrukten eveneens dat er nog enkele onderwerpen de aandacht hebben, zoals een verdere versterking van de rechtstaat en het bestrijden van corruptie. Vele Bondgenoten wezen erop dat toetreding van Montenegro tot de NAVO de stabiliteit op de Westelijke Balkan zal vergroten. Integratie van Montenegro in de Euro-Atlantische structuren is in het belang van de NAVO en van de EU.

De Bondgenoten gingen tenslotte akkoord met een verklaring over het «open deur beleid» van de NAVO (zie bijlage 3)3, waarin werd gesteld dat dit beleid onverkort van kracht zal blijven. Ten aanzien van de toetredingskandidaten Bosnië-Hercegovina, Macedonië en Georgië zijn nu geen verdere beslissingen genomen.

NAVO-Oekraïne Commissie

De NAVO-Oekraïne Commissie kwam op ministerieel niveau bijeen, waarbij Oekraïne werd vertegenwoordigd door Pavlo Klimkin, Minister van Buitenlandse Zaken. In de bijeenkomst kwam de verslechterde veiligheidssituatie in het oosten aan bod, alsmede het feit dat de akkoorden van Minsk slechts zeer gebrekkig worden uitgevoerd. Dit is in zeer belangrijke mate te wijten aan de door Rusland gesteunde groeperingen aldaar, maar ook Oekraïne dient zijn deel van de Minsk-afspraken na te komen. Van de zijde van de NAVO werd steun uitgesproken voor de territoriale integriteit en soevereiniteit van Oekraïne, ook in relatie tot de illegale annexatie van de Krim door Rusland. Oekraïne werd daarnaast aangemoedigd om verder te gaan met het doorvoeren van politieke en economische hervormingen.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl