Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201628642 nr. 84

28 642 Sociale veiligheid openbaar vervoer

Nr. 84 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juni 2016

Tijdens het VAO Spoor van 28 april 2015 heeft het lid Madlener (PVV) een motie ingediend waarin de regering verzocht wordt een daderprofiel op te stellen van de plegers van geweldsincidenten in het openbaar vervoer.1 De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft in reactie hierop aangegeven met de Minister van Veiligheid en Justitie te zullen overleggen over het opstellen van een dergelijk daderprofiel.2 Bij brief van 2 juli 2015 hebben de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en de Minister van Veiligheid en Justitie aangegeven dat het Ministerie van Veiligheid en Justitie dit onderzoek – in eerste instantie gericht op geweldplegers in de trein – zal uitvoeren.3 Hierbij bied ik u mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu het rapport Daders op het spoor. Een analyse van geweldplegers en geweldsincidenten tegen NS-personeel aan4.

In het onderzoeksrapport is op basis van literatuuronderzoek en analyse van: 1. geregistreerde incidenten door de NS, 2. aangiftes geregistreerd door de politie en 3. boetes geregistreerd door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) in kaart gebracht wat de kenmerken zijn van geweldsincidenten tegen NS-personeel en welke typen geweldplegers hierbij betrokken zijn. Hierbij is ervoor gekozen de analyse te richten op de data over 2014, omdat het onderzoek gestart is in het – op dat moment nog onvoltooide – jaar 2015.

Geweldsincidenten tegen NS-personeel

In het onderzoekjaar 2014 zijn in totaal 1.412 geweldsincidenten door de NS geregistreerd. Dit betreft meldingen van fysiek geweld (slaan, schoppen, bespugen, opzettelijk omverlopen, vastpakken) en anderzijds verbaal geweld, waaronder bedreigingen en verbale agressie (uitschelden). Hierbij is in dit onderzoeksrapport dus breder gekeken dan alleen naar de fysieke agressie incidenten bij NS.

Het onderscheid tussen verbaal en fysiek geweld is relevant, omdat naar gelang de locatie de aard van het geweld kan verschillen. Zo blijkt uit het onderzoek dat hoewel de meeste incidenten in het onderzochte jaar 2014 plaatsvinden in de trein (64%), het geweld hier in meerderheid beperkt blijft tot verbaal geweld. Bij incidenten op het station en in de stationsomgeving is relatief vaker sprake van bedreigingen en fysiek geweld. Hot times voor geweldpleging zijn de maanden juni, augustus en september en de (bijna-)weekenddagen donderdag, vrijdag en zaterdag. Ook de avonduren tussen 18.00 en 24.00 zijn oververtegenwoordigd in de geweldsincidenten. Hot spots voor geweld bevinden zich vooral op trajecten en stations in de Randstad en een enkel traject in Limburg en station in Brabant.

De aanleiding voor het plegen van verbaal en/of fysiek geweld vloeit in bijna 70% van de gevallen voort uit het ontbreken van een geldig vervoersbewijs. Op de tweede plaats staan het aanspreken op overlastgevend gedrag en overtreding van de huisregels. Het gebruik van alcohol en/of drugs is in 3% van de incidenten geregistreerd als primaire aanleiding voor het plegen van «zinloos» geweld, maar middelengebruik speelt ook indirect een escalerende rol bij 8% van het geweld. Wapens, die het risico op zwaar geweld vergroten, komen weinig voor. Merendeels lopen de slachtoffers geen letsel op (83%). Bij de overige 17%, waarbij het NS-personeel wél letsel oploopt, valt op dat dit twee keer zo vaak voorkomt bij degenen die meervoudig slachtoffer zijn dan bij degenen die één keer slachtoffer zijn geworden van geweld.

Kenmerken van geweldplegers

Behalve een analyse van de geweldsincidenten hebben de onderzoekers een profiel van de plegers van verbaal en fysiek geweld tegen het NS-personeel opgesteld. Daaruit blijkt dat 91% man en 90% meerderjarig is. De gemiddelde leeftijd is 28 (mannen) tot 29 (vrouwen) jaar. Een kwart is afkomstig uit een van de vier grote steden. Opvallend is dat een groot deel van de geweldplegers een problematische achtergrond heeft. Zo heeft 68% problemen op het gebied van werk, inkomen en schulden. Bij bijna 20% zijn de scholing en opleiding niet voorspoedig verlopen (spijbelen, voortijdig afbreken). Ook kampt een ruime meerderheid met een problematische thuissituatie, bijvoorbeeld omdat ze dakloos zijn of relationele problemen hebben. Ruim een derde is verslaafd aan alcohol en/of drugs. Bijna de helft (49%) heeft psychische problemen, zoals verstandelijke beperkingen, agressieproblemen en autisme. Bijna een kwart van de geweldplegers voldoet aan de definitie van een verwarde persoon, zoals door het Aanjaagteam Verwarde Personen is geformuleerd.5

De problematische achtergrond vertaalt zich ook in veelvuldige contacten met politie en justitie. Geweldplegers tegen NS-personeel zijn gemiddeld 16 keer door de politie geregistreerd in verband met eerder gepleegde feiten. Meestal gaat het om vermogensdelicten (27%), geweld en bedreiging (17%) en overtredingen van de APV (11%). Bij het CJIB staan zij voor bijna 5.000 feiten geregistreerd, zoals verkeersovertredingen (32%), verstoringen van de openbare orde (19%) en alcoholgerelateerde feiten (19%). Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen plegers van geweld tegen NS-personeel die met één tot vijf feiten relatief weinig registraties op hun naam hebben staan (44%) en geweldplegers van wie zes of meer antecedenten geboekstaafd zijn (56%). Dit onderscheid blijkt relevant voor het opstellen van daderprofielen van geweldplegers tegen NS-personeel.

Het eerste daderprofiel behoort tot de categorie «notoire probleemveroorzakers». Deze geweldplegers kunnen bogen op een groot aantal antecedenten, waaronder eerder geweld tegen functionarissen met een publieke taak, een vroege start met criminele activiteiten vóór hun achttiende jaar en veel problemen op het gebied van opleiding, psychisch welbevinden en middelengebruik. Het geweld tegen NS-personeel kan zowel fysiek als verbaal zijn, is solistisch van aard en heeft vaak te maken met zwartrijden.

Het tweede daderprofiel heeft betrekking op de categorie «jonge geweldplegers», die in groepsverband vooral fysiek geweld plegen. In de meeste gevallen loopt het slachtoffer hierbij letsel op. Van problemen op de diverse leefgebieden zoals psychisch welbevinden en middelengebruik is bij deze categorie amper sprake.

Ten slotte is er een categorie «onverwachte geweldplegers». Hier bevinden zich de geweldplegers die nauwelijks antecedenten hebben en geen problemen op de eerder genoemde leefgebieden. Zij maken zich vooral schuldig aan verbaal geweld tegen NS-personeel.

Aanpak

Dit rapport biedt bouwstenen om in samenwerking met de betrokken partijen de veiligheidsaanpak te verstevigen tegen geweld niet alleen gericht op personeel van de NS, maar ook in het bredere openbaar vervoer, zoals aangekondigd in de brief aan uw Kamer van 11 februari 2016.6 Er zijn in de afgelopen jaren al veel extra, vooral fysieke, maatregelen getroffen om de veiligheid in het openbaar vervoer te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan het pakket van acht maatregelen dat vorig jaar overeengekomen is tussen de NS, de vakbonden en de Ministeries van Infrastructuur en Milieu, Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie ter verbetering van de sociale veiligheid op het spoor.

Voor het eerst zijn nu ook de daderprofielen van deze geweldplegers in kaart gebracht, die nieuwe aanknopingspunten kunnen bieden voor de aanpak. Zo constateer ik dat met name het profiel van de «notoire probleemveroorzakers» veel overeenkomsten vertoont met enerzijds de plegers van high impact crimes (overvallen, inbraken, straatroven, geweld) en anderzijds de verwarde personen voor wie door mijn ministerie samen met VWS en de VNG een aparte aanpak ontwikkeld wordt. Door meer verbindingen te leggen tussen de verschillende dossiers kan ook de aanpak van geweld in het openbaar vervoer versterkt worden. Met de betrokken partijen in het OV is inmiddels het overleg gestart over de ontwikkeling van een brede veiligheidsaanpak. In de loop van dit jaar zal uw Kamer hierover geïnformeerd worden.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


X Noot
1

Kamerstuk 29 984, nr. 597.

X Noot
2

Handelingen II 2014/15, nr. 81. Item 28.

X Noot
3

Kamerstuk 28 642, nr. 63.

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
5

Verwarde personen worden door het Aanjaagteam gedefinieerd als: «mensen die grip op hun leven (dreigen te) verliezen, waardoor het risico aanwezig is dat zij zichzelf of anderen schade berokkenen.»

X Noot
6

Kamerstuk 28 642, nr. 72.