Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201728638 nr. 159

28 638 Mensenhandel

27 062 Alleenstaande minderjarige asielzoekers

Nr. 159 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juni 2017

Met deze brief informeer ik u over een aantal ontwikkelingen op het gebied van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) in relatie tot mensenhandel. Daarmee kom ik tegemoet aan een aantal toezeggingen die door de Minister van Veiligheid en Justitie, mijn ambtsvoorganger en mijzelf zijn gedaan.

Toezegging over alleenstaande minderjarige vreemdelingen in de beschermde opvang

Tijdens het Algemeen Overleg Mensenhandel op 16 februari 2017 (Kamerstuk 28 638, nr. 157) heeft de Minister van Veiligheid en Justitie toegezegd uw Kamer te informeren over de maatregelen die genomen worden om te voorkomen dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) de opvang vroegtijdig verlaten. Daarnaast heeft hij toegezegd u te informeren over het aantal amv’s dat zelfstandig zonder toezicht is vertrokken uit de beschermde opvang. Ik kan u meedelen dat amv’s waarbij op voorhand een reëel vermoeden van voortijdig vertrek is en/of sprake is van een verdachte situatie, in de beschermde opvang worden geplaatst. Hierbij worden extra veiligheidsmaatregelen getroffen, zoals extra beveiliging en toezicht. Verder wordt de (plaatselijke) politie op de hoogte gesteld van eventuele extra risico’s. Het komt voor dat medewerkers weten dat een jongere van plan is om de opvang te verlaten. Als een jongere probeert weg te lopen of de opvang vroegtijdig wil verlaten, proberen de medewerkers de jongere te overtuigen om te blijven. Als een amv toch voortijdig uit de beschermde opvang vertrekt, wordt meteen de politie gewaarschuwd wegens onttrekking aan het gezag. Nidos1 en het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM) worden geïnformeerd. Vervolgens wordt er geschakeld tussen betrokken partijen en wordt er op basis van de beschikbare informatie actie ondernomen om de amv op te sporen. Als de politie de jongere aantreft wordt deze teruggebracht naar de beschermde opvang. Wordt de jongere niet aangetroffen dan doet de voogd (Nidos) aangifte van vermissing. In aanvulling op deze maatregelen, is er een herziene werkwijze die gericht is op een multidisciplinaire risicoanalyse van de kwetsbaarheden van de jongeren in de beschermde opvang. Bij deze multidisciplinaire risicoanalyse zijn Nidos, COA, Jade, het EMM en Expertisecentrum Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel (EVIM) betrokken. Deze risicoanalyse is een middel om te bepalen welke hulpvraag de jongere heeft, welke zorg nodig is, welk soort vervolgopvang geschikt is en of hij of zij daar aanvullende begeleiding en bescherming bij nodig heeft. Ook kunnen de bevindingen die voortkomen uit de analyse als bewijs meegenomen worden in de vreemdeling- en strafrechtelijke procedure. De multidisciplinaire risicoanalyse vindt plaats in de eerste zes weken na plaatsing van een jongere in de beschermde opvang.

In dit kader noem ik ook mijn brief2 van 23 mei 2016 waarin uw Kamer is geïnformeerd over de Nederlandse inzet tijdens de onderhandelingen in de Europese Raad over het voorstel tot herziening van de Eurodac-verordening. Het Kabinet ziet voordelen in de verlaging van de minimumleeftijd waarop biometrie wordt afgenomen ter registratie in Eurodac. De leeftijdsverlaging versterkt de bescherming van amv’s aangezien zij niet altijd een asielverzoek indienen en zich onttrekken aan het toezicht van jeugdzorginstellingen. Momenteel kan hun identiteit niet worden vastgesteld indien zij doorreizen naar andere lidstaten in de EU. Zowel de verlaging van de minimumleeftijd als de registratie van personen die geen asielverzoek hebben ingediend maar zonder reguliere status in de EU verblijven, helpt bij het identificeren van (ongedocumenteerde) kinderen indien zij doorreizen naar andere lidstaten van de EU.

Ik kan uw Kamer mededelen dat in het kader van de onderhandelingen over de Eurodac-verordening tussen de lidstaten binnen de Raad een deelakkoord is bereikt. Onderdeel van dit akkoord is de verlaging van de leeftijdsgrens voor de afname van biometrie naar zes jaar. De onderhandelingen tussen de Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement over dit voorstel moeten weliswaar nog starten, maar de positie van het Europees Parlement ligt op dit punt in het verlengde van de positie van de lidstaten.

Vroegtijdig vertrokken uit de beschermde opvang

Het aantal amv’s dat in 2016 de beschermde opvang vroegtijdig heeft verlaten is ongeveer 303. In de eerste 3 maanden van 2017 waren dit er minder dan 5. Bij de amv’s die sinds 2016 zonder toezicht uit de beschermde opvang zijn vertrokken gaat het overwegend (in 2017 uitsluitend) om één nationaliteit: Vietnamees.

Voor deze specifieke groep is met Nidos naast de bovengenoemde maatregelen de afspraak gemaakt dat Nidos voor jongeren met de Vietnamese nationaliteit een machtiging voor gesloten opvang jeugdzorg aanvraagt bij de rechter als de verwachting er is dat zij de opvang vroegtijdig gaan verlaten. Een dergelijke machtiging is bij enkele jongeren aangevraagd en voor een beperkte termijn verkregen.

Toezegging om de mogelijkheid te bezien om tot een gecombineerde procedure te komen voor een asielaanvraag en een aanvraag van een verblijfsvergunning voor mensenhandel

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft uw Kamer toegezegd om met mij in gesprek te gaan over de mogelijkheid om tot een gecombineerde procedure te komen voor een asielaanvraag en een aanvraag voor een verblijfsvergunning mensenhandel (B8.3). Het Strategisch Overleg Mensenhandel (SOM) signaleert namelijk een aantal knelpunten rondom het verblijfsrecht van slachtoffers van mensenhandel, waaronder het stapelen van procedures, de keuze van slachtoffers mensenhandel om een asielvergunning aan te vragen in plaats van een verblijfsregeling mensenhandel en het lage aantal toekenningen van niet-tijdelijk humanitaire vergunningen (voorheen voortgezet verblijf). Het SOM stelt een geïntegreerde verblijfsregeling, waarin asielgronden en mensenhandel aspecten gelijktijdig getoetst worden, als oplossing voor de geconstateerde knelpunten voor. Naar aanleiding hiervan heeft een overleg plaats gevonden met de leden van het SOM. Hoewel ik de signalen van het SOM deels herken, deel ik de analyse dat een geïntegreerde verblijfsregeling een oplossing biedt voor deze signalen niet. Na de zomer zal een vervolg overleg plaatsvinden om de gestelde problemen en alternatieve oplossingen nader te bespreken.

Toezegging over de situatie van amv’s uit Calais

In mijn brief van 16 november 2016 (Kamerstuk 19 637, nr. 2256) heb ik uw Kamer geïnformeerd over de ontruiming van het illegale migrantenkamp in Calais eind oktober 2016 (Kamerstuk 32 317, nr. 455). Tijdens het Algemeen Overleg Justitie en Binnenlandse Zaken van 8 december 2016 heb ik uw Kamer toegezegd u nader te informeren over de situatie van amv’s uit Calais. Ik heb u deze toezegging gedaan naar aanleiding van een signaal van het Leger des Heils dat minderjarigen afkomstig uit Calais in Nederland zouden zijn aangetroffen. Ik heb uw Kamer medegedeeld dat deze amv’s zijn overgedragen aan Nidos. Nidos heeft inmiddels bevestigd dat een enkele amv eerder in Calais heeft verbleven. Hier zijn verder geen bijzonderheden over te melden.

Beëindiging pilot BO 18+

In het Algemeen Overleg Kinderhandel in januari 2014 (Kamerstuk 28 638, nr. 109) heeft de toenmalige Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie uw Kamer toegezegd om te bezien of er meer maatwerk in de begeleiding van amv's in de beschermde opvang kan plaatsvinden en om te bezien of de voogd als coach kan blijven fungeren na het 18e jaar van amv die in de beschermde opvang heeft verbleven. De aanleiding voor de pilot was dat in de periode 2012–2014 geconstateerd is dat niet alle jongeren woonachtig in de beschermde opvang bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd voldoende waren voorbereid op een verblijf elders. Dit gold met name voor jongeren die net voor hun 18e in de opvang waren geplaatst. In de beschermde opvang krijgen jongeren een traject van zes tot negen maanden aangeboden om ze weerbaarder te maken en zo het risico te beperken dat zij (opnieuw) slachtoffer worden van mensenhandel. Als een jongere echter de leeftijd van 18 jaar bereikt, dient hij of zij de beschermde opvang te verlaten. De pilot had tot doel om het risico voor deze kwetsbare groep amv’s om slachtoffer te worden van mensenhandel of andere onwenselijke situaties ook na het bereiken van de 18-jarige leeftijd zoveel mogelijk te beperken. Daartoe hield de pilot concreet in dat de opvang van de amv in de beschermde opvang na het bereiken van de 18-jarige leeftijd uiterlijk zes maanden werd verlengd tot het traject volledig was doorlopen. Aan de ex-amv die nog niet voldoende weerbaar was en dus erg kwetsbaar voor (hernieuwd) slachtofferschap van mensenhandel is opvang aangeboden in een speciaal daartoe uitgerust asielzoekerscentrum en de zorgcoördinatie over deze meerderjarigen werd bij het Nidos belegd.

Omdat zowel de instroom van amv’s in de beschermde opvang als de gemiddelde instroomleeftijd van deze amv’s te laag waren om op basis daarvan conclusies te kunnen trekken, heeft de toenmalige Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie besloten om de pilot te verlengen met een half jaar. In 2016 bleef dit nagenoeg onveranderd. Slechts van één amv is in 2016 de opvang in de beschermde opvang verlengd tot na het bereiken van de 18-jarige leeftijd.

De doorstroom van kwetsbare ex amv’s naar het speciaal uitgeruste asielzoekerscentrum was eveneens zeer beperkt. Ik heb dan ook besloten om de pilot te beëindigen en voor de enkele amv waarbij de behoefte bestaat om de methodiek af te ronden na de 18-jarige leeftijd dit door middel van maatwerk aan te bieden.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

Voogdij instelling voor amv’s

X Noot
2

Kamerstukken 27 062 en 28 638, nr. 100

X Noot
3

Afgerond op tientallen