Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201128385 nr. 212

28 385 Evaluatie Meststoffenwet

Nr. 212 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juli 2011

Op 25 mei jl. bereikte mij het verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie om uw Kamer te berichten over de stand van zaken rond de dreigende «mestoorlog» met Duitsland (2011Z10964/2011D27129). Op 1 juni jl. heeft de vaste commissie mij gevraagd te reageren op de berichtgeving in het Agrarisch Dagblad van 31 mei jl. betreffende het mogelijk in de toekomst vervallen van de eis van druksterilisatie voor mestexport (2011Z11569/2011D28921). Met deze brief voldoe ik aan beide verzoeken.

De feitelijke situatie is als volgt. De Duitse deelstaten Nordrhein-Westfalen en Niedersachsen eisen op dit moment druksterilisatie van verwerkte mest op basis van de uitvoeringsverordening dierlijke bijproducten (verordening (EU) nr. 142/2011). De uitvoeringsverordening is op het punt van eisen die aan verwerkte mest kunnen worden gesteld niet in lijn met de onderliggende verordening dierlijke bijproducten (verordening (EG) nr. 1069/2009). Nu ligt er een wijziging van de uitvoeringsverordening voor bij de Europese Raad en het Europees Parlement. Nederland en Duitsland hebben gezamenlijk de Europese Commissie om uitsluitsel gevraagd over de vraag of er na deze wijziging nog een juridische basis bestaat voor het eisen van druksterilisatie van verwerkte mest. De Commissie heeft aangegeven dat deze basis er niet meer zal zijn, als deze wijziging inderdaad doorgevoerd wordt.

De contacten met de deelstaten Nordrhein-Westfalen en Niedersachsen zijn de laatste tijd geïntensiveerd. De gesprekken spitsen zich op dit moment toe op gegevensuitwisseling over grensoverschrijdende mesttransporten en de bestrijding van fraude met deze transporten. Uit een gesprek op hoogambtelijk niveau, waarover ik u eerder berichtte1, bleek dat beide deelstaten prijs stellen op een intensievere samenwerking met Nederland op dit vlak. Er zijn contacten tussen onze controlediensten om dat vorm te geven. Gezamenlijk kunnen wij effectiever optreden tegen deze vorm van fraude.

Ook in het vervolg zal ik met Nordrhein-Westfalen en Niedersachsen in gesprek blijven over genoemde thema’s en daarbij inzetten op een goede samenwerking.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker


X Noot
1

Kamerstukken II 2010–2011, 28 385, nr. 202.