Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201728286 nr. 922

28 286 Dierenwelzijn

Nr. 922 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juli 2017

In deze brief informeer ik u over een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van dierenwelzijn, reageer ik op uw verzoek van 6 juni jl. om inzicht te krijgen in het optreden van de NVWA bij een bokkenmesterij waar misstanden zijn aangetroffen (Handelingen II 2016/17, nr. 83, item 19), geef ik aan hoe de motie Grashoff inzake het beschikbaar stellen van camerabeelden op slachterijen aan de NVWA (Kamerstuk 28 286, nr. 916) en de motie Graus inzake het aanscherpen van het hitteprotocol (Kamerstuk 34 725 XIII, nr. 13) worden opgepakt en beantwoord ik de vraag van het lid Grashoff over het rapport «Naar een veestapel met meer natuurlijke weerstand» (Handelingen II 2016/17, nr. 87, debat over Heffingenstelsel Diergezondheidsfonds). Daarnaast heeft het lid Ouwehand verzocht om een brief over de uitvoering van de motie over transparantie over het leven en sterven van dieren in de vlees-, zuivel- en eierketen (Kamerstuk 28 286, nr. 915). De uitvoering van deze motie vergt overleg met sector. Ik zal uw Kamer hierover in het najaar informeren.

Tevens stuur ik een tweetal rapporten toe1. Het betreft een rapport van de EFSA genaamd «Scientific opinion on animal welfare aspects in respect of the slaughter or killling of pregnant livestock animals» en een rapport van de Wageningen UR genaamd «Effects of food and water deprivation in newly hatched chickens».

Recente ontwikkelingen dierenwelzijn

Met mijn brief van 17 mei jl. (Kamerstuk 28 286, nr. 909) heb ik u geïnformeerd over de uitwerking van de beleidsbrief dierenwelzijn van 4 oktober 2013 (Kamerstuk 28 286, nr.651). Zoals toegezegd in het wetgevingsoverleg over het EZ-jaarverslag 2016 van 28 juni jl. geef ik u een actualisatie van de voortgang.

EU-Platform dierenwelzijn

In mijn brief van 17 mei jl. (Kamerstuk 28 286, nr. 909) heb ik melding gemaakt van de oprichting van het EU-Platform Dierenwelzijn. Op 6 juni jl. vond de openingsvergadering in Brussel plaats. Het Platform is ingesteld als expertgroep van de Europese Commissie en kan dierenwelzijn structureel op de agenda van de Europese Unie houden.

Een eerste prioriteit van het Platform is bijdragen aan betere implementatie en toepassing van bestaande EU-regelgeving. Daarbij zijn op voorstel van de Commissie de regelgeving over varkenswelzijn, transport en bedwelming bij de slacht van pluimvee benoemd. Deze onderwerpen werden door alle deelnemers ondersteund, al werden ook andere onderwerpen genoemd, zoals door Nederland de grensoverschrijdende puppyhandel en cameracontrole en -toezicht in slachterijen.

Tweede prioriteit is het promoten van EU-standaarden in wereldverband. Nederland heeft hierbij gevraagd om de EU-standaarden ook bij de onderhandelingen over vrijhandelsakkoorden naar voren te schuiven om op deze standaarden een gelijk speelveld te bereiken.

Derde prioriteit zijn vrijwillige verbintenissen en bevordering van marktwaarde van welzijnsvriendelijke producten (via bijvoorbeeld etikettering). Hierbij is vanuit Nederland het belang genoemd van communautaire ondersteuning voor de Europese verklaring over alternatieven voor biggencastratie en het voorbeeld van het etiketteringssysteem van het Beter Leven Keurmerk. Ook zijn door verschillende partijen richtsnoeren of andere gidsdocumenten bepleit voor diercategorieën waarvoor specifieke EU-regelgeving ontbreekt. Diercategorieën waarvoor dit ook vanuit Nederland interessant geacht wordt, betreffen onder meer opfokleghennen, paarden en konijnen. De Europese Commissie zal alle input analyseren en samenvatten en met een lijst met onderwerpen komen waarop ze het platform wil richten. De volgende bijeenkomst van het EU-Platform Dierenwelzijn is op 10 november 2017.

Nationaal Plan voor veetransport bij extreme temperaturen

In juli 2016 heeft u het Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen ontvangen (Kamerstuk 28 286, nr. 884). In dit plan geven overheid en bedrijfsleven aan wat ze doen om dierenwelzijn bij transport en slacht zo goed mogelijk te borgen bij extreme temperaturen. Onverlet dit plan geldt de Europese transportverordening, die een grens stelt van 30 graden Celsius gemeten in de wagen (met een mogelijke afwijking van plus of min 5 graden) voor lange transporten. In Nederland is dit in het Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen als volgt afgesproken: alle transporten zijn slechts toegestaan indien de buitentemperatuur niet hoger is dan 35 graden Celsius. Dat betekent dat de NVWA kan verbaliseren en zal optreden bij transporten bij een buitentemperatuur boven de 35 graden. De NVWA zal ook optreden als blijkt dat de conditie van de dieren tijdens het transport als gevolg van de hitte achteruit gaat.

Het Nationaal Plan voor veetransport bij extreme temperaturen wordt twee maal per jaar geëvalueerd door de sector en de NVWA en wordt op basis daarvan aangepast. De huidige aanpassingen, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de motie Graus (Kamerstuk 34 725 XIII, nr. 13) zijn:

  • In gebieden waarvoor het KNMI de code rood heeft afgegeven, vindt in de periode dat deze code van kracht is geen exportcertificering plaats. Dieren mogen dan niet vervoerd worden. Uitgestelde keuringen worden naar de volgende werkdag verschoven, mits de code rood dan is opgeheven.

  • Het tropenrooster biedt de mogelijkheid vroeg in de ochtend en ook laat in de avond dieren ter keuring aan te bieden voor exportcertificering. Gebleken is dat indien exportcertificaten worden afgegeven voor vertrek om 4 uur in de ochtend, de dieren in Duitsland alsnog in de wachtrij voor het slachthuis stil komen te staan. In tegenstelling tot Nederland zijn in Duitsland namelijk nog geen afspraken met slachthuizen om stilstaan van vrachtwagens te voorkomen. Voor exportcertificering van slachtvarkens naar Duitsland geldt derhalve het tropenrooster in de ochtenduren nog niet. Er vindt overleg plaats tussen de sectorpartijen en slachthuizen in Duitsland om tot een oplossing te komen. In de avonduren van het tropenrooster worden op dit moment wel keuringen uitgevoerd. De bedoeling is dat het transport ’s nachts plaatsvindt, waardoor vrachtwagens met dieren ’s ochtends vroeg bij het slachthuis in Duitsland aankomen. Hoe dit in praktijk uitpakt, wordt in de komende tijd beoordeeld.

Internationaal is deze aanpak niet onopgemerkt gebleven. In navolging van Nederland werken de lidstaten in Europees verband aan aanbevelingen voor lidstaten, controlerende instanties en sector over hoe om te gaan met transport onder extreme temperatuuromstandigheden.

De Sectorraad paarden (SRP) heeft een conceptprotocol opgesteld in lijn met de uitgangspunten van het Nationaal plan. Dit is in eerste instantie positief door de NVWA beoordeeld. De SRP werkt nu aan een definitieve versie, waarna dit protocol deel kan uitmaken van het Nationaal Plan.

De pluimveesector heeft een protocol opgesteld, maar wil daarin niet opnemen dat er geen transporten zullen plaatsvinden bij een temperatuur hoger dan 35 graden Celsius. Deze sector kan daarom nog niet aansluiten bij het Nationaal Plan. Dat vind ik spijtig. Ik roep de pluimveesector op hier stappen te zetten. Van de NVWA begrijp ik dat zij binnenkort met de sectoren bespreekt op welke manier werkzaamheden, met inachtneming van het huidige planningskader, dusdanig georganiseerd kunnen worden dat transporten tijdens de koelste uren van de dag kunnen plaatsvinden. Indien sectoren niet bereid zijn stappen te nemen zal ik regelgeving uitwerken.

Zoals toegezegd tijdens het wetgevingsoverleg over het EZ jaarverslag 2016 van 28 juni jl. zal ik in beeld brengen welke maatregelen er getroffen worden om hittestress op de primaire bedrijven tegen te gaan. Hierover zal ik u berichten in de brief over de evaluatie stalbranden die u in de zomer zult ontvangen.

Geitenbokkenmesterijen

Naar aanleiding van door Eyes on Animals gemaakte beelden bij een bokkenmesterij is tijdens de Regeling van werkzaamheden op 6 juni jl. gevraagd om inzicht in het optreden van de NVWA op dit bedrijf. De beelden van Eyes on Animals waren schokkend.

Ik wil benadrukken dat dergelijke situaties, waarin dieren de benodigde zorg wordt onthouden, niet mogen voorkomen. In het geval van lammeren die niet worden ingezet ter vervanging van de melkveestapel (veelal bokjes) moeten de melkgeitenhouders, bokkenmesters en de andere partijen in de geitenzuivel- en vleesveeketen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en gezamenlijk tot een oplossing moeten komen om het welzijn van deze dieren te verbeteren.

De NVWA was, al voor de beelden van Eyes on Animals naar buiten kwamen, actief met controles in de melkgeitenhouderij en op bokkenmesterijen. Uit Identificatie & Registratie (I&R) data-analyse (over 2016) blijkt dat op vrijwel alle bokkenmesterijen sprake is van een hoog sterftecijfer. Het uitvalspercentage ligt bij veel bedrijven boven de 20%, met een uitschieter tot 66%. Daarom is de NVWA in maart 2017 gestart met inspecties bij bokkenmesterijen. Bokkenmesterijen zijn seizoensgebonden en opereren grofweg van december tot juni met de piek in maart. Er zijn zeven bokkenmesterijen in beeld gebracht waar in die periode bokken zijn afgemest. Deze zijn allemaal door de NVWA bezocht. Op twee bokkenmesterijen was de aangetroffen situatie schrijnend en werden zieke, stervende of dode dieren gezien. De NVWA doet momenteel aanvullende controles op de bokkenmesterijen met hoge sterftecijfers. Daarnaast vinden ook controles plaats bij melkgeitenhouders.

Het bedrijf waar Eyes on Animals zwakke en dode dieren aantrof en waarvan zij 29 mei jl. melding maakte bij de NVWA, stond al in de planning voor controle door de NVWA. De NVWA heeft na de melding van Eyes on Animals direct opgetreden op het betreffende bedrijf.

In de voorgaande jaren zijn tijdens controles in de geitensector dergelijke situaties met veel zwakke en/of dode dieren niet aangetroffen. Wel zijn toen overtredingen geconstateerd die zijn gerelateerd aan I&R en diergeneesmiddelen.

Bij dierenwelzijnsproblemen treedt de NVWA bestuursrechtelijk op, gericht op herstel van de situatie en naleving van de dierenwelzijnswelzijnsregels. Bij ernstige dierenwelzijnsproblemen kan de NVWA een procesverbaal opstellen waarmee het Openbaar Ministerie (OM) verdere strafrechtelijke stappen in gang kan zetten.

Op de twee bokkenmesterijen waar zieke, stervende en dode dieren zijn gezien heeft de NVWA een aantal dieren laten euthanaseren en zijn afspraken gemaakt over de verzorging van de andere dieren. De NVWA heeft zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk opgetreden op deze bedrijven. Op bedrijven waar geen overtredingen zijn aangetroffen tijdens de inspectie, maar die wél een hoog sterftepercentage hebben op basis van I&R-data van 2016, vinden nog aanvullende controles plaats.

Naar aanleiding van de data-analyse op basis van cijfers uit 2016 en de inspecties van de NVWA in 2017 is vanuit mijn ministerie het initiatief genomen voor een gesprek. Dat vond plaats op 15 juni jl. met vertegenwoordigers van alle schakels in de geitensector: melkgeitenhouders, bokkenmesters, zuivelorganisaties en handelaren. Hierbij waren ook dierenartsen aanwezig. De partijen spraken uit dat zij een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de lammeren die niet ingezet worden ter vervanging van de melkveestapel. In het gesprek zijn de mogelijke oorzaken van de hoge sterftecijfers en tevens een aantal oplossingsrichtingen besproken, waaronder duurmelken en afmesten bij de melkgeitenhouder op het eigen bedrijf. Bij duurmelken wordt een geit enkele jaren doorgemolken zonder dat zij een nieuw lam krijgt. Door deze methode toe te passen is het (relatieve) aantal geitenbokken afgelopen jaren sterk verminderd. Door het afmesten van lammeren op het primaire bedrijf is de kans op ziekten kleiner (minder stressmomenten door transport en samenvoegen, minder infectiedruk). Naar schatting van LTO mest zo’n 30 tot 35% van de ruim 260 melkgeitenbedrijven met meer dan 500 melkgeiten de eigen bokjes af. Hier liggen nog kansen voor verbetering. Naast deze voor de sector al bekende oplossingsrichtingen zijn ook andere richtingen verkend. Het was een constructief gesprek en met de sector is afgesproken dat ik in september een plan van aanpak met hen bespreek. Ik zal dit daarna met uw Kamer delen. Ik vertrouw erop dat het handhaven van de NVWA, zoals hierboven beschreven, zal leiden tot verbeteringen. Het is absoluut noodzakelijk dat het welzijn van de geitenbokken op korte termijn verbetert door inzet van de sector. Ik zal, samen met de NVWA, de voortgang goed in de gaten blijven houden en optreden indien dat nodig is.

Cameratoezicht

Naar aanleiding van beelden uit een slachthuis in Tielt (B) heb ik met de Nederlandse slachthuizen afspraken gemaakt over vrijwillig cameratoezicht. Daarbij wordt onder andere door middel van een protocol met de slachthuizen vastgelegd op welke wijze de NVWA toegang zal worden gegeven tot het beeldmateriaal. Hierover heb ik met uw Kamer gedebatteerd op 24 mei jl. (Handelingen II 2016/2017, nr. 79, item 4). Via een motie van het lid Grashoff is de regering verzocht in het protocol vast te leggen dat de camerabeelden te allen tijde op eerste verzoek van NVWA en zonder restricties aan NVWA ter beschikking dienen te worden gesteld (Kamerstuk 28 286, nr. 917). Bij het uitwerken van het protocol met de slachthuizen zal rekenschap gegeven worden van deze motie. Hierbij moet echter rekening gehouden worden met de beperkingen die volgen uit de Wet bescherming persoonsgegevens.

Rapport «Naar een veestapel met meer natuurlijke weerstand».

In het plenaire debat van 14 juni jl. over het heffingenstelsel Diergezondheidsfonds vroeg het lid Grashoff naar mijn reactie op het rapport «Naar een veestapel met meer natuurlijke weerstand». Dit rapport is in oktober 2004 gepubliceerd en toenmalig Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft hierop een reactie gestuurd naar uw Kamer (Kamerstuk 29 683, nr. 2). Deze reactie onderschrijf ik. Zoals toegezegd in die brief is bij de onderzoeksprogrammering in de daarop volgende jaren onder andere aandacht besteed aan systeeminnovatie in de veehouderij, vaccinontwikkeling en maatschappelijk aanvaardbare dierziektebestrijding. Dit heeft mede geleid tot een aantal verduurzamingsinitiatieven in veehouderij.

Rapporten

EFSA rapport over het doden van drachtige dieren

Zoals toegezegd zend ik u hierbij het EFSA-rapport over het doden van drachtige dieren. Deze «Scientific opinion on animal welfare aspects in respect of the slaughter or killling of pregnant livestock animals» is gemaakt op verzoek van Denemarken, Duitsland, Zweden en Nederland. Het rapport heeft betrekking op runderen, varkens, schapen, geiten en paarden. Wageningen UR heeft, mede als input voor de EFSA studie, een rapport uitgebracht, genaamd «Effect van verdoven en doden van drachtige dieren op de foetus en vaststellen van de incidentie van doden van (hoog)drachtige dieren in Nederland» (http://edepot.wur.nl/386650). Uit de beknopte inventarisatie naar de incidentie blijkt, net als in de EFSA inventarisatie in andere landen, dat de incidentie weliswaar niet hoog lijkt, maar sterk kan variëren.

De bevindingen en aanbevelingen uit het EFSA-rapport zijn voor mij aanleiding voor het nemen van de volgende stappen. Het is mijn inzet ervoor te zorgen dat dieren in het laatste derde deel van de dracht niet worden aangevoerd op het slachthuis. Ik werk een wettelijk verbod uit op het aanvoeren van drachtige dieren in het laatste derde deel van de dracht naar het slachthuis. Uit het EFSA-rapport komt naar voren dat in deze fase van de dracht het ongeboren dier over een volledig aangelegd pijnperceptiesysteem beschikt. Het rapport geeft daarbij wel aan dat de ongeboren vrucht waarschijnlijk, dankzij de hormonale systemen van het moederdier, ook in deze derde fase geen pijn ervaart. Het Duitse parlement heeft recent wetgeving goedgekeurd met een verbod om runderen en varkens die zich in het laatste derde deel van de dracht bevinden ter slacht aan te bieden.

Gedurende de uitwerking van het verbod zal ik de aanbeveling uit het EFSA-rapport met betrokken partijen bespreken. Daarbij wil ik komen tot afspraken met de slachthuizen over het vastleggen van een procedure hoe er met drachtige dieren wordt omgegaan die zich in het laatste derde deel van de dracht bevinden, mocht dit ondanks een eventueel verbod toch voorkomen. Ook zal ik afspraken maken met de veehouderijsectoren over het voorkómen van de aanvoer van drachtige dieren in het laatste derde deel van de dracht, het beter op orde brengen van de administratie van drachtigheid en het verbeteren van communicatie met hun achterban, zodat veehouders zich bewust worden van dit knelpunt. Daarbij zal ik kijken naar mogelijkheden voor onderzoek naar betere drachtigheidsdiagnostiek. Omdat ik het van belang vindt dit samen met Europese partners op te pakken, zal ik tijdens een van de komende Landbouw- en Visserijraden steun vragen voor een gedeelde Europese aanpak.

Vroege voer- en waterverstrekking kuikens

Zoals toegezegd in de beantwoording op de vragen van het lid Van Dekken over de leefomstandigheden van kuikens in broederijen van 30 juni 2016 (Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 3451) ontvangt u de resultaten van het nieuwe onderzoek dat Wageningen-UR heeft uitgevoerd naar de noodzaak van vroege voer- en waterverstrekking bij kuikens in broederijen. De onderzoekers concluderen dat voer- en waterdeprivatie (onthouden van voer en water) na uitkomen van kuikens leidt tot verminderd lichaamsgewicht en een hogere totale mortaliteit van 0 tot 42 dagen in leeftijd in vergelijking met kuikens die niet werden gedepriveerd. Op basis van de bestaande literatuur kan echter niet het exacte tijdstip worden vastgesteld waarop de mortaliteit significant toeneemt (dit ligt tussen 36 en 60 uur). Het is niet bekend of de vertraagde ontwikkeling van kuikens die na uitkomen gedepriveerd worden van voer en water in vergelijking met niet-gedepriveerde kuikens, de gezondheid (zoals gevoeligheid voor ziekten) het gedrag en de ontwikkeling beïnvloedt op de lange termijn.

Onlangs vond een hoorzitting plaats waarbij Wakker Dier de gelegenheid kreeg om haar visie op dit rapport van de WUR te geven. Tevens heeft de NVWA extra controles op broederijen verricht. Aan de hand van het onderzoek, inspecties en de reactie van Wakker Dier zal er een nieuwe beslissing op bezwaar worden genomen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl