Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201528165 nr. 196

28 165 Deelnemingenbeleid rijksoverheid

Nr. 196 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juni 2015

Tijdens het ordedebat van 14 april jongstleden heeft het lid Tony van Dijck een verzoek gedaan om een brief te ontvangen over de variabele beloningen bij staatsdeelnemingen. Hij heeft daarbij verzocht deze brief te ontvangen voor het AO Deelnemingenbeleid van 3 juni aanstaande (Handelingen II 2014/15, nr. 75, item 28, blz. 6–7). Met voorliggende brief wordt invulling gegeven aan dit verzoek.

Achtergrond beloningsbeleid bij staatsdeelnemingen

De aandelen van staatsdeelnemingen zijn in overheidshanden en met hun activiteiten is een publiek belang verbonden. Daarbij hoort een beloning die niet louter is gerelateerd aan salarissen in de private markt, maar ook oog heeft voor beloningen bij andere instellingen met een publiek belang. Aan de andere kant zijn staatsdeelnemingen private bedrijven; voor het leiden daarvan is specifieke, marktgerelateerde kennis en ervaring noodzakelijk. Staatsdeelnemingen treden in concurrentie met de markt (ook op de arbeidsmarkt), en daarbij hoort ook rekenschap van beloningen bij vergelijkbare bedrijven. Het Ministerie van Financiën probeert als aandeelhouder een evenwicht te vinden tussen beide zaken. Daarom is voor staatsdeelnemingen in 2008 een beloningskader ontwikkeld om te komen tot een afgewogen totale beloning voor bestuurders bij staatsdeelnemingen.1 Het beloningskader is tussen 2008 en 2015 bij alle staatsdeelnemingen toegepast. Gemiddeld werden daarmee de beloningen voor nieuwe bestuurders van staatsdeelnemingen met 28% gematigd. Het beloningskader is in de Nota Deelnemingenbeleid rijksoverheid 2013 herbevestigd en verder aangescherpt.2 Op basis van dit aangescherpte kader zal de komende jaren bij alle staatsdeelnemingen wederom een nieuw beloningsbeleid worden vastgesteld.

Variabele beloningen bij staatsdeelnemingen

Eén van de aanscherpingen uit de Nota Deelnemingenbeleid is dat het nieuw vast te stellen beloningsbeleid van alle staatsdeelnemingen een maximering van 20% voor de variabele beloningen moet bevatten.

Dit uitgangspunt is reeds toegepast bij het vaststellen van het nieuwe beloningsbeleid van Schiphol in 2014. Ook in het beloningsbeleid van NS is de variabele beloning verlaagd naar 20%. Daarnaast zijn met de bestuurders van Gasunie reeds afspraken gemaakt over een maximering van de variabele beloning op 20% (zie ook hierna). Met de overige deelnemingen waar nog sprake is van een variabele beloning van meer dan 20% is reeds het gesprek geopend om de variabele beloning terug te brengen tot maximaal 20%.

In onderstaande tabel zijn de maximale variabele beloningen opgenomen zoals die nu nog onderdeel uitmaken van het beloningsbeleid van de betreffende onderneming. Alle operationele deelnemingen in beheer bij het Ministerie van Financiën zijn hierin opgenomen. De feitelijk uitgekeerde variabele beloning ligt doorgaans lager, afhankelijk van de mate waarin de door de raad van commissarissen gestelde doelstellingen voor de variabele beloning zijn behaald. Zoals blijkt uit de tabel hebben vier staatsdeelnemingen momenteel een beloningsbeleid met een variabele beloning van meer dan 20%: Holland Casino, Gasunie, Tennet en HbR. Zoals hierboven al is genoemd, is met de bestuurders van Gasunie al afgesproken dat de variabele beloning maximaal 20% zal bedragen.

Deelneming

Maximale variabele beloning

Covra

0,0%

UCN

0,0%

FMO

0,0%

KNM

7,2%

SENS

8,3%

NWB

15,0%

BNG

20,0%*

NS

20,0%

Schiphol

20,0%

Holland Casino

25,0%

Gasunie

35,0%**

Tennet

35,0%

HbR

35,0%

* Het beloningsbeleid van BNG bevat geen maximum van de variabele beloning, maar op basis van de Wet beloningsbeleid van financiële ondernemingen (Wbfo) is deze gemaximeerd op 20%.

** Het beloningsbeleid van Gasunie bevat nog een maximale variabele beloning van 35%, maar met ingang van 2014 is er met de bestuurders een afspraak gemaakt dat deze nog maximaal 20% bedraagt.

Staatsdeelnemingen met (nog) een hogere variabele beloning dan 20%

Een hogere variabele beloning dan 20% voor een bestuurder van een staatsdeelneming kan twee oorzaken hebben: wanneer het beloningsbeleid een hogere variabele beloning toestaat (zichtbaar in bovengenoemde tabel), of wanneer de bestuurder beschikt over een ouder contract dat is afgesloten vóór het huidige beloningsbeleid van de desbetreffende deelneming.

Vier deelnemingen hebben momenteel nog een beloningsbeleid met de mogelijkheid tot het geven van hogere variabele beloningen dan 20%, zoals ook blijkt uit bovenstaande tabel: Holland Casino, Gasunie, TenneT, en Havenbedrijf Rotterdam (HbR). Zoals hierboven reeds aan de orde is gekomen, is met Gasunie reeds afgesproken dat de variabele beloningen per 2014 zijn gemaximeerd op 20% voor beide bestuurders. Bij TenneT en HbR kunnen alle bestuurders op basis van het beloningsbeleid een maximale variabele beloning krijgen van 35%. In de praktijk wordt dit maximum niet volledig gehaald. Holland Casino heeft twee bestuurders: een CEO ad interim- en een CFO. De CFO heeft een contract met maximaal 25% variabele beloning, conform het beloningsbeleid van Holland Casino. De CEO ad interim- ontvangt geen variabele beloning.

Het beloningsbeleid van alle operationele deelnemingen in beheer bij het Ministerie van Financiën zal de komende periode worden herijkt. Bij deze herijking wordt de maximale beloning opnieuw bezien, en wordt de variabele beloning gemaximeerd op 20% indien dit nog niet het geval is.

Bij Schiphol en NS hebben bestuurders op basis van een ouder contract nog recht op een hogere variabele beloning dan de maximale variabele beloning van 20% die is vastgelegd in het beloningsbeleid van deze deelnemingen. Bij Schiphol kunnen momenteel twee directieleden (de CEO en CCO) daardoor aanspraak maken op een variabele beloning van maximaal 100%. Ik heb de raad van commissarissen van Schiphol laten weten dat ik van mening ben dat de variabele beloning van de CEO van Schiphol in lijn moet worden gebracht met het vigerende beloningsbeleid. Bij NS zit nog één bestuurder – i.c. de CFO – met een oud contract, waarin een maximaal variabel percentage van 40% is opgenomen. Ik heb NS gevraagd om met deze bestuurder af te spreken dat met ingang van het boekjaar 2014 geen hogere variabele beloning zal worden uitgekeerd dan 20%. De bestuurder heeft inmiddels met deze afspraak ingestemd.

Indien bestuurders een arbeidsovereenkomst hebben waarin een hogere variabele beloning is opgenomen, kunnen zij niet worden gedwongen een lagere maximale variabele beloning te accepteren. Hun contractuele arbeidsrechten dienen immers te worden gerespecteerd. Het ligt daarom in de rede om een deel van de variabele beloning om te zetten in vast salaris, zoals ook in de Nota Deelnemingenbeleid rijksoverheid 2013 is aangekondigd.

Ik ben reeds in gesprek met de raden van commissarissen van de andere deelnemingen, waar nog bestuurders zijn die een hogere variabele beloning hebben dan 20%, waarbij ik hen verzoek om met die bestuurders in gesprek te gaan om de variabele beloning te maximeren op 20%. Het is mijn voornemen om hierbij een standaard conversiefactor te gebruiken van 40%.

De beloningen van de bestuurders worden door de staat als aandeelhouder tenminste jaarlijks besproken met de Raad van Commissarissen. Een vast bespreekpunt in dit gesprek is de beoordeling van de doelstellingen van de bestuurders door de raad van commissarissen. Ook stelt de aandeelhouder de vraag op basis van welke andere overwegingen de Raad van Commissarissen is gekomen tot de vaststelling van de variabele beloning.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem


X Noot
1

Kamerstuk 28 479, nr. 39 en 42, Kamerstuk 28 165, nr. 101, Kamerstuk 28 165, nrs. 111 en 115

X Noot
2

Kamerstuk 28 165, nr. 165