Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201728140 nr. 100

28 140 Evaluatie orgaandonatie

Nr. 100 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juli 2017

Op 14 maart 2014 heb ik u het rapport van de Gezondheidsraad, getiteld «Naar een duurzame weefselketen», gestuurd en u toegezegd op een later tijdstip van een reactie op het rapport te voorzien1.

De Gezondheidsraad heeft met dit rapport een advies uitgebracht over de toekomstbestendigheid van de postmortale weefselketen, die de landelijke voorziening van weefsel voor transplantatiedoeleinden omvat, verkregen van overleden donoren. In deze brief reageer ik op dit advies.

Ik heb u bij brief van 17 december 2015 geïnformeerd over het later opleveren van mijn reactie op het Gezondheidsraadrapport2. Vanwege het uitgebreide advies, de complexiteit van het onderwerp, de mogelijke gevolgen van de uitwerking van het advies en het noodzakelijke overleg hierover met de diverse betrokken partijen3 om tot een zorgvuldige afronding te komen heeft deze reactie langer op zich laten wachten dan was te voorzien.

Het advies

Het advies van de Gezondheidsraad bestaat uit drie hoofdonderdelen:

  • 1. de toekomstbestendigheid van de postmortale weefselketen;

  • 2. invulling van de regiefunctie binnen de postmortale weefselketen en

  • 3. het wettelijk kader waarbinnen de weefselketen opereert.

De Gezondheidsraad constateert in grote lijnen dat de in 2010 – naar aanleiding van het Conspectrapport uit 20094 – ondernomen herschikking van taken en verantwoordelijkheden wel verbetering heeft opgeleverd, maar dat nog een slag te maken is om de postmortale weefselketen toekomstbestendig te maken.

Reactie

Ik neem de constateringen van de Raad serieus en heb daarom naar aanleiding van het advies gesprekken gevoerd met alle betrokken partijen5 om de toekomstbestendigheid van de postmortale weefselketen te verbeteren. Hieronder ga ik nader in op de drie kernpunten van het rapport.

Toekomstbestendigheid

Om de weefselketen financieel transparanter en duurzamer te maken heb ik voorgesteld de bekostigingsstructuur aan te passen. Samengevat komt de nieuwe structuur neer op het volgende:

  • De taken van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) als orgaancentrum worden via de VWS begroting bekostigd.

  • De uitname van weefsels wordt gefinancierd via een beschikbaarheidbijdrage vanuit de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Deze wordt verstrekt aan één centrale, landelijk opererende uitname-organisatie, waarmee de NTS afspraken heeft gemaakt.

  • De activiteiten van de weefselbanken voor bewerking en opslag van weefsel worden bekostigd door middel van tarieven die zij in rekening brengen bij ziekenhuizen die de weefsels afnemen. De weefsels worden onderdeel van de DBC. De ziekenhuizen kopen de weefsels rechtstreeks in bij de weefselbanken.Ziekenhuizen declareren op basis van onderhandelde DBC-tarieven bij de zorgverzekeraars.

Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de aanbevelingen van de Gezondheidsraad betreffende de scheiding van rollen en het in staat stellen van de weefselbanken tot breder internationaal opereren (binnen de voorwaarden met betrekking tot terugvloeien van winst in de weefselketen, zelfvoorziening en eisen aan veiligheid en kwaliteit) waardoor – zo verwacht de Raad – de nationale weefselvoorziening versterkt en doelmatiger kan worden.

Regiefunctie

De Raad doet in zijn advies een voorstel tot een nieuw organisatiemodel van de weefselketen, waarin een nieuw op te zetten donorcentrum boven het huidige orgaancentrum (NTS) en een nieuw weefselcentrum, waarin de huidige weefselbanken als divisies op zouden moeten gaan.

Deze aanbeveling neem ik niet over omdat het vormen van twee nieuwe organisaties veel tijd en geld zou kosten en het maar de vraag is of het nieuwe model doelmatiger en transparanter is dan de nieuwe structuur die ik hierboven heb geschetst.

Wettelijk kader

Tot slot wijst de Raad op een aantal onduidelijkheden in de huidige wetgeving. Ook deze aanbeveling neem ik serieus. De bevoegdheden ten aanzien van de regievoering in de weefselketen van de NTS zullen worden verduidelijkt door middel van werkafspraken. Bezien zal worden of deze werkafspraken moeten worden vastgelegd in de Wet op de Orgaandonatie (WOD). Ten aanzien van het verbreden van mogelijkheden van gebruik van weefsel voor onderzoeksdoeleinden en geneeskundig gebruik bij ontvangers loopt een traject voor aanpassing van de Wet Zeggenschap Lichaamsmateriaal.

Voorhangbrief

Omdat de nieuw voorziene bekostigingsstructuur een ingrijpende wijziging van de bestaande situatie is, is u vandaag tevens een voorhangbrief toegestuurd met daarin de details van de voorgenomen aanpassingen (Kamerstuk 28 140, nr. 100).

Met deze brief heb ik voldaan aan mijn toezeggingen uit 2014 en 2015.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Kamerstuk 28 140, nr. 84.

X Noot
2

Kamerstuk 34 300 XVI, nr. 150.

X Noot
3

weefselbanken, zorgverzekeraars, ZN, de Nederlandse Transplantatie Stichting, de Federatie Medisch Specialisten, de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Nederlandse Zorgautoriteit.

X Noot
4

Regisseur in de weefselketen. Onderzoek naar de invulling van de regierol in de weefselketen door de Nederlandse Transplantatiestichting. Conspect Business Consultancy, 24 juni 2009.

X Noot
5

weefselbanken, zorgverzekeraars, NTS, Federatie Medisch Specialisten, NFU, NVZ en NZa.