Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 september 2017
Op verzoek van de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (12 juli 2017,
Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 5) informeer ik u over het functioneren van het Landelijk Internationaal Rechtshulpcentrum
(LIRC) naar aanleiding van het bericht «Alarm politiedienst: Duizenden tips uit buitenland
worden genegeerd» (AD.nl, 11 juli 2017). Op 12 juli 2017 hebben de leden Helder en
de Graaf (PVV) schriftelijke vragen over dit bericht gesteld. De beantwoording van
deze vragen wordt tegelijkertijd aangeboden.
Voor bestrijding van terrorisme en het signaleren van verdachte personen in ons land
is internationale gegevensuitwisseling essentieel. Nederland maakt zich in Europees
verband dan ook sterk voor de verdere verbetering van de uitwisseling van informatie
tussen EU-lidstaten op het gebied van terrorismebestrijding, zie onder meer Kamerstukken
27 925 en 29 754, nr. 595. Ook op nationaal niveau wordt ingezet op een effectieve aanpak van terrorisme. Daarover
informeer ik u onder meer in de beleidsreacties op de Dreigingsbeelden Terrorisme
Nederland1.
In Nederland vervult het LIRC in de internationale gegevensuitwisseling een centrale
rol. In het LIRC, bestaande uit verschillende teams, zijn taken samengebracht op het
gebied van internationale rechtshulp, internationaal berichtenverkeer en internationale informatie-uitwisseling. Het LIRC is het internationale
loket voor buitenlandse autoriteiten, en het knooppunt voor de informatiekanalen Europol,
INTERPOL, Nederlandse Liaison Officers in het buitenland, Foreign Liaison Officers
(FLO) geaccrediteerd voor Nederland en SIRENE (Schengen gerelateerde zaken – SISII).
Het LIRC voert het beheer over deze vijf officiële internationale informatiekanalen
en ontvangt via deze kanalen politiële rechtshulpverzoeken (signaleringen zijn een
bepaald type rechtshulpverzoeken). Het LIRC vormt samen met de regionale Internationale
Rechtshulpcentra (IRC’s) van de regionale eenheden, het Openbaar Ministerie (OM) en
(geoormerkte) capaciteit van de recherche de rechtshulpvoorziening van Nederland.
Het LIRC, waarin medewerkers van politie en het OM participeren, is onderdeel van
de Dienst Landelijke Informatie-Organisatie (DLIO). De DLIO, onderdeel van de landelijke
eenheid van de politie, is belast met specifieke, landelijke taken zoals internationale
informatie-uitwisseling en nationale informatiecoördinatie. De dienst zorgt voor overzicht
en inzicht in de (inter)nationale veiligheidssituatie ten behoeve van het operationele
politiewerk.
Door de stijging van het aantal verzoeken en signaleringen uit het buitenland, mede
veroorzaakt door de toegenomen terrorismedreiging, is een achterstand ontstaan in
de behandeling van de minder urgente en op kleinere misdrijven gerichte rechtshulpverzoeken
en signaleringen. In juni 2017 bedroeg de werkvoorraad geregistreerd door het LIRC
3927 rechtshulpverzoeken en 5827 signaleringen. De berichtgeving van 11 juli 2017
verwijst hiernaar. Het gaat om zaken variërend van verzoeken in verband met kleine
hoeveelheden softdrugs, verkeersovertredingen, diefstal en bepaalde vermissingen.
Verzoeken en berichten in het kader van terrorisme krijgen de hoogste prioriteit en
worden direct opgepakt. Veelal worden deze al direct door de buitenlandse autoriteiten
als urgent bestempeld. Voor een snelle afhandeling wordt gebruik gemaakt van verschillende
internationale modaliteiten. Zo vindt inzet plaats van flexibele Liaison Officieren
op CTER-vlak. Deze brengen onder meer informatie bijeen en bemiddelen wanneer een
snelle behandeling door onvoldoende informatie bemoeilijkt wordt. Een andere modaliteit
is het Europol Counter Terrorism Centre waar liaisons van EU lidstaten en een aantal
derde landen werken en experts snel bijeen kunnen worden gebracht voor een aanpak
op een concrete zaak en om informatie bij elkaar te leggen over een terrorismedreiging.
Ook de minder urgente en op minder zware misdrijven gerichte rechtshulpverzoeken en
signaleringen moeten voortvarend worden opgepakt.
Allereerst vereist dit een toereikende personele bezetting. Hoewel het LIRC als geheel
een boven-formatieve bezetting heeft, is er binnen enkele teams (team politiële rechtshulp
en het SIRENE bureau) sprake van een onderbezetting. Recent zijn 32 van de 40 vacatures
vervuld, naar verwachting zullen de laatste 8 vacatures uiterlijk begin 2018 zijn
ingevuld.
Daarnaast wordt de sturing en monitoring op de zaken verbeterd door de invoering van
een workflow- en casemanagementsysteem dat de verschillende informatiekanalen combineert
voor alle internationale berichtgeving en rechtshulpverzoeken van het LIRC. De eerste
release van dit systeem is voorzien in 2018.
De politie neemt ook andere maatregelen die de rechtshulpvoorziening versterken en
de intelligencefunctie van de DLIO verbeteren. Zo worden verdere ICT verbeteringen
doorgevoerd en werkprocessen aangepast, zodat de capaciteit beter benut wordt. Als
het aantal verzoeken in de nabije toekomst verder stijgt, mede als gevolg van internationale
afspraken, worden verdere (personele) maatregelen genomen.
De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok