Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201727925 nr. 608

27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 608 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 mei 2017

In de voortgangsrapportage van 4 april 2017 (Kamerstuk 27 925, nr. 607) is uw Kamer geïnformeerd dat het kabinet de mogelijkheden onderzoekt om in de tweede helft van 2017 voor de tweede keer een KDC-10 tankervliegtuig en voor de eerste keer een C-130 transportvliegtuig in te zetten in de strijd tegen ISIS. Tijdens een bijeenkomst van Ministers van Defensie van de anti-ISIS coalitie in Kopenhagen op 9 mei 2017 heeft Nederland aangekondigd deze aanvullende bijdragen te gaan leveren. Deze brief licht de voorgenomen inzet toe en gaat tevens in op de doorontwikkeling van de Nederlandse bijdrage met het oog op de veranderingen in de strijd.

Strijd tegen ISIS

De strijd tegen ISIS ontwikkelt zich in rap tempo en is aan verandering onderhevig nu de terreurbeweging nog verder in het defensief wordt gedrongen. Daarmee is ook de veiligheidspolitieke context steeds in beweging. Na de bevrijding van Oost-Mosul in februari van dit jaar hebben de Iraakse strijdkrachten, met steun van de coalitie, inmiddels significante voortgang geboekt met de herovering van West-Mosul. ISIS blijft hevig verzet bieden in de resterende stadsdelen in west-Mosul die nog niet zijn bevrijd, maar de volledige bevrijding van Mosul is in zicht.

In Syrië is de strijd tegen ISIS gecompliceerder. Begin november 2016 zijn eenheden van de Syrian Democratic Forces (SDF) vanuit het noorden begonnen met hun opmars naar Raqqa. Eerder deze maand veroverden zij Tabqa en de strategisch gelegen Tabqa-dam op ISIS. De SDF zijn Raqqa inmiddels op enkele tientallen kilometers genaderd en de omsingeling is een feit. Ook staat de belangrijkste aanvoerroute van ISIS tussen de stad Deir ez Zor en Raqqa onder druk. Op 9 mei jl. kondigde de Verenigde Staten aan Koerdische elementen binnen de SDF met wapenleveranties te gaan steunen bij de bevrijding van Raqqa. De Verenigde Staten zien geen alternatief voor samenwerking met de SDF om Raqqa te bevrijden. De snelle bevrijding van Raqqa is een topprioriteit voor de VS, ook om de mogelijkheid te minimaliseren dat in de toekomst nog langer aanslagen vanuit deze stad worden voorbereid. Het kabinet acht het van groot belang dat snel na de bevrijding van Raqqa de stad wordt bestuurd door een representatieve afspiegeling van de bevolking.

Na de val van Mosul en Raqqa neemt het belang van de Eufraatvallei in West-Irak en Oost-Syrië, als uitvalsbasis voor ISIS, toe. Daarnaast houdt ISIS aanwezigheid in de gebieden rond Tal Afar in Noord-Irak en Hawija in Centraal-Irak. Naar verwachting zal de terreurbeweging in toenemende mate zijn toevlucht nemen tot insurgency-tactieken en gebruik maken van sleeper cells en Improvised Explosive Devices (IED’s). Daarmee blijft ISIS een bedreiging vormen voor de stabiliteit van Irak.

De voortgangsrapportage van 4 april 2017 ging reeds in op de veranderende omstandigheden als gevolg van de ontwikkelingen in de strijd tegen ISIS, en ook op de flexibiliteit die dit vervolgens vraagt van militaire eenheden en middelen evenals de samenstelling daarvan. De veranderende behoefte stond prominent op de agenda tijdens de bijeenkomst van Ministers van Defensie in Kopenhagen op 9 mei 2017 Naast een briefing over de voortgang van de strijd, zowel op militair vlak als op de civiele sporen, spraken de vijftien aanwezige landen onder meer over de toekomst van de militaire campagne. Naar verwachting zal ISIS pas in de loop van 2018 militair verslagen worden. De behoefte aan additionele en flexibele bijdragen van coalitiepartners blijft dan ook groot, zo werd tijdens deze bijeenkomst geconcludeerd.

Nederlandse inzet in de luchtcampagne

Het in de voortgangsrapportage van 4 april jl. aangekondigde onderzoek is inmiddels afgerond. In antwoord op de behoeftestelling van de coalitie zal Nederland vanaf medio juni wederom een KDC-10 tankervliegtuig in zetten om, voor de duur van ruim vijf maanden, de vliegtuigen van de anti-ISIS coalitie in de lucht van brandstof te voorzien. Bij gelegenheid kan het toestel, als het daartoe de opdracht krijgt van de coalitie, ook worden ingezet voor het bijtanken van de AWACS-radarvliegtuigen van de NAVO die in het Turkse en internationale luchtruim informatie verzamelen en delen met de anti-ISIS coalitie. Het detachement van de KDC-10 bestaat uit ongeveer 45 militairen en opereert vanuit Koeweit.

Bovendien zal Nederland in het vierde kwartaal van 2017, voor een periode van ongeveer twee maanden, een C-130 transportvliegtuig inzetten voor het luchtvervoer van materieel en mensen ten behoeve van de coalitie. Het detachement van de C-130 bestaat eveneens uit ongeveer 45 militairen en zal net als de KDC-10 in Koeweit worden gestationeerd.

De bijeenkomst in Kopenhagen maakte tevens nadrukkelijk duidelijk dat de coalitie behoefte houdt aan schaarse jachtvliegtuigen, terwijl het belang van airpower onverminderd groot is. Nederland meldde in lijn met de brief aan uw Kamer over Nederlandse F-16’s in de strijd tegen ISIS (d.d. 27 januari 2017; Kamerstuk 27 925, nr. 606) dat Nederland afhankelijk van de behoefte en na politieke besluitvorming vanaf 1 januari 2018 weer een bijdrage zou kunnen leveren aan de pool van jachtvliegtuigen die de coalitie beschikbaar heeft.

Zoals ook reeds gemeld in de brief van 27 januari jl. is besluitvorming over een eventuele hernieuwde inzet van de F-16’s evenwel pas later aan de orde. Alsdan zal uw Kamer hierover op de gebruikelijke manier worden geïnformeerd.

Sinds begin mei levert Nederland een Target Support Cell (TSC) vanaf vliegbasis Volkel, om tegemoet te komen aan de behoefte aan extra capaciteit voor advanced targeting en battle damage assessment. Geavanceerde doeluitwerking is een niche-capaciteit. De inzet van een TSC draagt bij aan een zorgvuldig targeting proces en biedt Nederland een uitgelezen kans om op dit terrein meer ervaring op te doen.

Nederlandse inzet in capaciteitsopbouw en begeleiding

Zoals gemeld in de voortgangsrapportage van 4 april 2017 wordt, waar mogelijk en binnen het mandaat, getracht om de inzet van Nederlandse militairen steeds weer goed te laten aansluiten op de snel veranderende behoefte van de coalitie. Nederland blijft zich op flexibele locaties in Irak richten op aanvullende en specifieke training van de Iraakse strijdkrachten, inclusief de Peshmerga.

Het Nederlands-Belgische Advise & Assist (A&A-)team wordt per 1 juni 2017 uitgerust met pantservoertuigen en andere beschermende middelen die nodig zijn voor het optreden in gebieden met een grotere dreiging van bijvoorbeeld IED’s en vijandelijke Unmanned Aerial Vehicles (UAV’s). Daarnaast worden binnenkort de RAVEN UAV’s, die de voorwaardelijke inlichtingencapaciteit leveren voor succesvolle inzet van A&A-teams, vervangen door de hoogwaardiger PUMA UAV. Hiermee is het Nederlands-Belgische team beter in staat om op enige afstand van het gevecht ondersteuning te bieden aan de Iraakse partnereenheid. Deze ondersteuning bestaat onder meer uit het voorzien in tactische inlichtingen voor het vergroten van situational awareness (SA) voor zowel de Iraakse partnereenheid als de eigen troepen, en zo ook voor ondersteuning bij het coördineren van vuursteun (grondgebonden en vanuit de lucht). Indien de situatie daarom vraagt, verleent het team door middel van een Joint Terminal Attack Controller (JTAC) assistentie bij doelaanduiding van coalitie-vuursteun. Nederlandse troepen doen overigens niet aan eindgeleiding van vuursteun, tenzij dit voor de bescherming van eigen en coalitie-eenheden noodzakelijk is. In de strijd tegen ISIS gebeurt eindgeleiding door tussenkomst van de daartoe geautoriseerde target engagement approval cell van de coalitie.

De doorontwikkeling van de Nederlandse bijdrage leidt voor een beperkte periode, te weten ongeveer vier maanden, tot een overschrijding van het huidige personeelsplafond van 155 met ongeveer twintig militairen.

Financiën

De kosten voor inzet van de KDC-10 worden geraamd op 10,5 miljoen euro, de kosten die gemoeid zijn met de doorontwikkeling van de bijdrage met speciale eenheden worden geraamd op 7,1 miljoen euro. De kosten voor de inzet van de C-130 worden geraamd op 2,3 miljoen euro. Eerder al bent u geïnformeerd (Kamerstuk 27 925, nr. 607) over de huidige inzet, waarvan de raming 28 miljoen euro is. Daarmee komen de totale additionele kosten voor de inzet in de strijd tegen ISIS in 2017 op 47,9 miljoen euro.

Conform de geldende afspraken worden alleen additionele kosten voor de totale militaire bijdrage gefinancierd uit het BIV. De specifiek aan deze missie gerelateerde additionele uitgaven voor nazorg worden gefinancierd uit de bestaande voorziening voor nazorg in het BIV.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert