Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201527859 nr. 73

27 859 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA)

Nr. 73 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 oktober 2014

Sinds 6 januari 2014 is met de inwerkingtreding van de wet Basisregistratie personen (Wet Brp) een nieuwe fase in de bevolkingsregistratie ingegaan. Tevens is in de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de kwaliteitsagenda GBA/Brp. In deze brief informeer ik u over de voortgang van de Kwaliteitsagenda, over de anti- fraudeaanpak in verband met adreskwaliteit en ontwikkeling met betrekking tot de registratie van arbeidsmigranten. Ik ga in deze brief in op de toezeggingen omtrent inzage in gebruik van persoonsgegevens uit de Brp. Tot slot een toelichting op de inwerkingtreding van de beëindiging van de registratie van gegevens over de vreemde nationaliteit naast de Nederlandse.

Kwaliteit van de Brp

Begin 2012 is de Kwaliteitsagenda opgesteld om te komen tot een hogere kwaliteit van de registratie. De Kwaliteitsagenda is een samenwerkingsagenda geworden waarbij met betrokken partijen nieuwe methodieken zijn ontwikkeld en uitgerold.

Inmiddels zijn een aantal resultaten te melden:

  • De gegevens van ingezetenen die niet frequent veranderen – de burgerlijke staat gegevens bijvoorbeeld – zijn nagenoeg 100% betrouwbaar. Daarmee is de norm van 99% betrouwbaarheid van alle gegevens in de Brp1 gehaald.

  • Het landelijk percentage correct geregistreerde adressen is in 2014 bepaald op 95,15%. In 2013 was dat 94,97%.

  • In 2014 is het landelijk percentage correct geregistreerde personen op een adres bepaald op 97,09%.

  • Het aantal in uitvoering zijnde adresonderzoeken bedroeg begin augustus 2014 37.032. In de maand juli 2014 zijn ruim 14.000 adresonderzoeken gestart; dit is 40% meer dan in de maand juli 2013.

  • In ruim een half jaar is het aantal VOW-ers gedaald met ruim 8.000 terwijl het de voorgaande jaren telkens steeg met zo'n 25.000 per jaar (vooral door feitelijke emigratie van personen). Er zijn 443.068 VOW-ers (telling van 15 september). VOW-ers zijn personen die ambtshalve zijn geregistreerd als geëmigreerd naar een onbekend adres buiten Nederland.

  • In totaal is het aantal briefadressen in Nederland tussen maart 2012 en juli 2014 met 2075 gedaald (naar iets onder de 50.000, op een totaal van ca. 7,5 miljoen adressen).

  • Het aantal terugmeldingen is in de eerste helft van 2014 met 11,5% gestegen ten opzichte van het laatste halfjaar van 2013.

Resultaten van de huisbezoeken

In 2014 hebben, in navolging van de 5000 in 2013, weer extra risicogerichte huisbezoeken plaatsgevonden op 5671 adressen in en door 91 gemeenten. Doel was wederom het bepalen van een kwaliteitspercentage van het adresgegeven (met huisbezoeken op random adressen) en de effectiviteit van de risico-signalen te bepalen (met risicogerichte huisbezoeken). Daarnaast leveren huisbezoeken correcties op van de onjuiste gegevens. Op de onderzochte adressen bleek er in bijna een derde van de gevallen inderdaad een verschil te zijn tussen de ingeschreven personen en de personen die daar feitelijk wonen. Daarmee is aangetoond dat deze vorm van huisbezoek daadwerkelijk een effectief middel is om te komen tot een actuelere en betrouwbaardere adresregistratie.

Daarnaast is de conclusie van deze onderzoeken dat een adreskwaliteit van 98% het maximaal haalbare lijkt: zelfs met steeds verder verfijndere methodiek van risicogerichte huisbezoeken blijft de kwaliteit tussen de 97 en 98%. Het adres blijkt ondermeer een veranderlijk gegeven door verhuisbewegingen van burgers én de tijd die zit tussen de daadwerkelijke verhuizing en de aangifte van burgers bij verhuizing: er zal hierdoor altijd ongeveer 2% frictie zijn tussen de feitelijke situatie en de latere registratie.

Gemeenten en fraudesignalen

Door het speciaal ingerichte fraudeteam zijn er inmiddels meer dan 100 gemeenten bezocht om ze te informeren over fraudesignalen en zo ook bewustwording te creëren van mogelijke fraude aan de gemeentebalie en hoe gemeenten daar mee om kunnen gaan. Er komen bij deze bezoeken een aantal onderwerpen aan de orde zoals samenwerking met (keten)partners, adresonderzoeken, bezwaar en beroep, risicokaarten / profielen, schijnbewoning en schijnverlatingen, overbewoning, briefadressen, terugmelden, VOW, digitale

inschrijvingen en het gebruik van sociale media in adresonderzoek.

Uit deze bezoeken blijkt dat gemeenten alert zijn op mogelijke fraude en daar in toenemende mate hun werkprocessen op afstemmen. Bijna 80 procent van de gemeenten voert huisbezoeken uit. In de overige gemeenten worden vooral administratieve onderzoeken gedaan. Ruim 95 procent van de gemeenten let op signalen van overbewoning. Uit de gesprekken blijkt dat er meer aandacht moet zijn voor schijnverlatingen. Er zal de komende periode gerichte voorlichting over deze vorm van fraude aan gemeenten plaatsvinden.

Aanpak frauduleuze adresaanbieders

Op internet worden adressen aangeboden waarmee mensen zich kunnen inschrijven in de Brp zonder er feitelijk te gaan wonen. Of mensen kunnen er wel wonen maar mogen zich dan niet inschrijven in de Brp. Die praktijk van de frauduleuze adresaanbieders pakt het kabinet aan, want dit illegale aanbod van woon- of briefadressen kan grote gevolgen hebben voor gemeenten en andere overheidsinstanties in de sfeer van misbruik van overheidsvoorzieningen.

Overkoepelende websites, zogenaamde brokers, waarop advertenties met aanbod worden aangetroffen zijn in 2014 rechtstreeks benaderd, om daarop maatregelen te treffen. Ook is een nieuwsbrief aan alle gemeenten gestuurd, met daarin uitleg en mogelijk acties die zij kunnen ondernemen. Dit heeft al resultaat opgeleverd. In totaal zijn twaalf brokers benaderd, indien er illegaal aanbod op de website is aangeboden. Bijna alle brokers die zijn benaderd voeren nu zelf controle uit op het illegale aanbod en weren dergelijk aanbod van hun website. Ook particuliere aanbieders zijn benaderd. Zij zijn gewezen op het in strijd handelen met de wet Brp. In totaal betrof het 20 adressen waar men zich kon inschrijven maar niet wonen en 109 adressen waar inschrijven niet de bedoeling is. Met betrokken gemeenten is contact opgenomen naar aanleiding van deze adressen.

Deskundigheidsbevordering ambtenaren burgerzaken

Het kabinet heeft in 2014 1 miljoen extra beschikbaar gesteld om ambtenaren burgerzaken op te leiden met vernieuwd opleidingsmateriaal. Het doel van het project is om bij te dragen aan betrouwbare persoonsgegevens in de Brp. Onderdeel van het traject is ambtenaren van burgerzaken signalen van fraude eerder te laten herkennen. Een kleine duizend ambtenaren van Nederlandse gemeenten en de openbare lichamen Caribisch Nederland volgt in 2014 deze opleidingen.

Informatie-uitwisseling binnen Europa

Ieder jaar verlaten mensen Nederland zonder daarvan aangifte van vertrek te doen. Dat leidt in de praktijk veelal tot de status VOW (Vertrokken Onbekend Waarheen) en in een aantal gevallen tot het niet kunnen innen van (studie)schulden. Daarbij is de vraag aan de orde of het mogelijk is om internationaal persoonsgegevens uit te wisselen om personen die als VOW staan geregistreerd, te achterhalen. In een aantal landen is sprake van een (centraal of meer decentraal) bevolkingsregister. Dit betreft in hoofdzaak de Noord-Europese landen, de Midden en Oost-Europese landen en de Benelux. Daarnaast zijn er landen zonder een bevolkingregister maar deze beschikken over een register van de burgerlijke stand. Dit zijn Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Portugal en Griekenland. De mogelijkheden voor uitwisseling van persoonsgegevens uit centrale registers zijn op dit moment beperkt vanwege het ontbreken van een overkoepelend juridisch kader maar ook omdat veel landen uitwisseling met derden-landen niet toestaan. Het kabinet streeft er echter wel naar om tussen overheden in brede zin meer informatie uit te wisselen over de adresregistratie van burgers, bijvoorbeeld in het kader van het opsporen van debiteuren. Het kabinet informeert u nader daarover bij de voortgang van Rijksbrede anti-fraude aanpak.

Inzage in verstrekte gegevens en de informatiepositie van de burger

Ik heb u toegezegd om u voor het einde van 2014 de voortgang te rapporteren over de website www.wiekrijgtmijngegevens.nl2. Tevens heeft uw Kamer het kabinet verzocht extra inspanningen te leveren om ervoor te zorgen dat burgers via MijnOverheid kunnen inzien wat de overheid over hen aan persoonlijke informatie beheert3.

Vanuit de doelstelling dat burgers digitaal zaken moeten kunnen doen met de overheid en de versterking van de informatiepositie van de burger noodzakelijk is, werken de betrokken partijen voortdurend aan de uitbreiding van de digitale inzage in de Brp-gegevens. Inzage in het gebruik van de Brp-gegevens kan al aan het loket, maar het streven is dat ook digitaal mogelijk te maken. Op MijnOverheid kunnen alle burgers in Nederland nu al zien welke persoonsgegevens over hen zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen waarvan de gegevens de basis zijn voor overheidsdienstverlening. Daarnaast kunnen alle burgers sinds januari 2014 via de site wiekrijgtmijngegevens.nl ook zien aan welke organisaties persoonsgegevens uit de Brp in het algemeen worden verstrekt, door het invullen van een profiel. Vanaf 6 januari zijn daar ruim 7600 bezoekers geweest. Uw Kamer heeft terecht opgemerkt dat het hier nog niet om daadwerkelijke digitale inzage in feitelijk gebruik gaat. Het bouwen van een landelijke voorziening waarbij burgers via MijnOverheid online inzage krijgen blijkt op dit moment een traject met veel impact op de GBA-V (GBA-Verstrekkingen voor de centrale verstrekking van de gegevens) en het lopende ICT project Operatie Brp. Daarom is in samenwerking met enkele gemeenten op lokaal niveau een voorziening gerealiseerd waarbij de burger digitaal een aanvraag kan doen voor een overzicht van het gebruik van zijn persoonsgegevens uit de Brp. De gemeente Amsterdam heeft deze voorziening sinds begin september operationeel en in navolging daarvan is dit ook bij Utrechtse Heuvelrug gerealiseerd. In Amsterdam kan men niet alleen de aanvraag digitaal doen maar ontvangt men ook het overzicht (met welke organisaties op welke datum de Brp gegevens verstrekt hebben gekregen) digitaal via de Berichtenbox van MijnOverheid. Burgers die geen Berichtenbox van MijnOverheid hebben krijgen het overzicht per post thuis gestuurd en kunnen de aanvraag zowel digitaal als aan het loket doen.

Overheidsbreed is de afspraak gemaakt dat gemeenten zullen aansluiten op de Berichtenbox van MijnOverheid en ik zal gemeenten oproepen om deze aansluiting te benutten voor meer digitalisering in het burgerzakendomein, met name voor het realiseren van een voorziening voor het digitaal aanvragen en verstrekken van het overzicht met betrekking tot het gebruik van de Brp-gegevens.

Met de oproep aan gemeenten een voorziening te realiseren voor het digitaal aanvragen en verstrekken van het overzicht met betrekking tot het gebruik van de Brp-gegevens is de realisatie van een landelijke voorziening zeker niet van de

baan maar zal ik dat nader onderzoeken in afstemming met Operatie Brp.

Registratie van het eerste verblijfsadres (REVA) van arbeidsmigranten

In Bestuurlijke Overleggen tussen kabinet en gemeenten over EU-arbeidsmigratie is door gemeenten aangegeven dat een beter dekkende registratie van EU-arbeidsmigranten essentieel is en hebben zij aangegeven inzicht te willen hebben in het eerste verblijfsadres van niet-ingezetenen in Nederland. Het eerste verblijfsadres kan door gemeenten worden gebruikt voor handhaving, bijvoorbeeld bij controle op overbewoning. Ook kan volgens gemeenten dit adres worden gebruikt om niet-ingezetenen die uiteindelijk toch langer dan vier maanden in Nederland verblijven te benaderen om hen als ingezetenen in te kunnen schrijven.

Het kabinet heeft het initiatief van de gemeenten ondersteund met een pilot die is gestart op 6 januari jl. bij de gemeenten Rotterdam, Den Haag, Westland, Schiedam en Vlaardingen. Momenteel doen er acht gemeenten mee en hebben meer gemeenten belangstelling getoond. De ervaringen bij gemeenten met REVA zijn met name positief in de handhaving (overbewoning, betere adresregistratie). Ik heb daarom besloten een wetswijziging voor te bereiden zodat het eerste verblijfsadres van niet-ingezetenen kan worden geregistreerd in de Brp (in de Registratie Niet ingezetenen) en kan worden verstrekt aan gebruikers van de Brp.

Beëindigen registratie gegevens over vreemde nationaliteit naast de Nederlandse in de Brp

Met de inwerkingtreding van de wet Brp wordt in de bevolkingsadministratie de vreemde nationaliteit naast de Nederlandse niet meer geregistreerd. Er verandert niets aan het feit dat een geregistreerde naast de Nederlandse nog een andere nationaliteit kan hebben, maar registratie van eventuele vreemde nationaliteit(en) in de Brp blijft achterwege. Reden hiervoor is dat het ongewenst wordt geacht dat burgers die Nederlander zijn en tevens een of meer vreemde nationaliteiten bezitten, maar zich uitsluitend Nederlander voelen, ongewild en voortdurend, over meerdere generaties, vanuit de Brp worden geconfronteerd met hun vreemde nationaliteit(en).

Sinds de inwerkingtreding van de Wet Brp blijft bij alle nieuwe inschrijvingen de registratie van gegevens over de vreemde nationaliteit(en) naast de Nederlandse in de BRP dan ook achterwege. Voor de bestaande registratie van gegevens over de vreemde nationaliteit die nog onder de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA) heeft plaatsgevonden, is nader onderzocht welke wijzigingen in de Brp noodzakelijk zijn.4 Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in samenspraak met gebruikers van de gegevens uit de Brp.

De uitvoering van de Wet Brp gebeurt voorlopig nog op basis van de bestaande GBA-systemen. De wijzigingen gaan in op het moment dat Logisch Ontwerp 3.9 (LO 3.9) GBA wordt geïmplementeerd. Die implementatie was voorzien in oktober 2014. Ik voer nog overleg met de gebruikers van de BRP over het LO over hun aanvullende wensen en het voorstel voor financiering. Daarom, en om overige noodzakelijke ICT wijzigingen in het najaar in verband met de Brp niet te laten vertragen, is mijn streven de implementatie begin 2015 te laten plaatsvinden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Motie Heijnen-Bilder, 29 november 2007 (Kamerstuk 31 200 VII, nr. 34)

X Noot
2

Kamerstuk 26 643, nr. 254

X Noot
3

Kamerstuk 33 750 VI, nr. 55

X Noot
4

Dit is in de derde nota van wijziging bij het wetsvoorstel Basisregistratie personen toegelicht (Kamerstuk 33 219, nr. 11).