Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 februari 2014
Het lid Ouwehand heeft twee moties ingediend, met de strekking om het particulier
gebruik van biociden terug te dringen. Gerichte voorlichting en een verbod voor enkele
specifieke middelen zouden hiervoor ingezet moeten worden. Het kabinet vindt het belangrijk
om het vermijdbaar gebruik van biociden door particulieren terug te dringen. Ik heb
daarom het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb)
en bureau KLB gevraagd naar de mogelijkheden beide moties uit te voeren. De resultaten
hiervan stuur ik u bijgaand toe1. De conclusie van het Ctgb is dat er geen grondslag is voor een algemeen verbod op
middelen met nicotinoïden, en bureau KLB concludeert dat nergens in de EU biociden
voor particulieren alleen achter de toonbank worden verkocht, ook niet in Denemarken,
en dat voor verkoop achter de toonbank onvoldoende draagvlak bestaat. Bovendien zal
het naar verwachting ook niet leiden tot een vermindering van milieu- en gezondheidsrisico’s.
Reactie op beide moties
Ik onderschrijf volmondig het doel van de moties: het terugdringen van het gebruik
van biociden door particulieren door gerichte voorlichting te geven aan particulieren
en ze te wijzen op de risico’s. Gezien de resultaten van de Ctgb analyse en het KLB
onderzoek stel ik voor om het doel van de moties middels de volgende aanpak te bereiken.
-
• Ik zal Milieu Centraal verzoeken om een algemene voorlichtingscampagne te verzorgen
over het gebruik van biociden en mogelijke alternatieven voor het gebruik. Deze campagne
kan aansluiten bij het geven van voorlichting aan particulieren over gewasbeschermingsmiddelen,
die in 2014 zal plaatsvinden.
-
• Ik zal nagaan wat de haalbaarheid en voorwaarden zijn voor het invoeren van een kassa-check,
zoals al bij medicijnen het geval is, in combinatie met de verplichting dat bij elk
verkooppunt minimaal iemand aanwezig is die ter zake deskundige voorlichting kan geven.
-
• Tenslotte is het gewenst dat er uitsluitend gebruiksklare producten op de markt komen,
zodat de consument zo min mogelijk risico’s loopt om het product op een verkeerde
wijze toe te passen. Om dit te bereiken zal ik met het bedrijfsleven gaan overleggen.
Motie verbod biociden met neonicotinoïden voor particulier gebruik
De eerste motie is ingediend tijdens het Algemeen Overleg bijen op 4 juni 2013 (Handelingen
II 2012/13, nr. 90, item 30, blz. 43–47) in de Tweede Kamer, met het verzoek een algeheel verbod af te kondigen
op de verkoop aan particulieren van gewasbeschermingsmiddelen en biociden met neonicotinoïden
(Kamerstuk 27 858, nr. 151). De motie is aangenomen. Ter uitvoering van de motie heb ik het Ctgb om advies gevraagd
over een dergelijk verbod.
Het betreft hier veertien middelen, mierenlokdoosjes, mierenpoeder en vliegenstrips.
Het Ctgb heeft op mijn verzoek uitdrukkelijk gekeken naar mogelijke risico’s voor
bijen en risico’s voor kinderen. Het Ctgb concludeert dat er geen inhoudelijke reden
bestaat om tot een grondige herbeoordeling over te gaan, met andere woorden: de risico’s
voor bijen en mensen zijn verwaarloosbaar.
De conclusie uit het advies is dat er geen probleem geconstateerd is, zodat er geen
grondslag is om over te gaan tot een algemeen verbod voor deze middelen.
Het is echter wel belangrijk dat vermijdbaar gebruik van biociden teruggedrongen wordt.
Motie verkoop achter de toonbank van biociden voor particulier gebruik
De tweede motie is ingediend tijdens het plenair overleg over de Wijziging van de
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ten behoeve van de Biocidenverordening (5 juni
2013, Handelingen II 2012/13, nr. 91, item 3, blz. 8–25): «verzoekt de regering, in navolging van Denemarken de verkoop van bestrijdingsmiddelen
en biociden aan particulieren alleen vanachter de toonbank toe te staan» (Kamerstuk
33 490, nr. 10). Deze motie is aangehouden. Het bureau KLB heeft onderzoek gedaan naar de opvattingen
en mogelijke gevolgen van dit verzoek.
Biociden zijn er in veel soorten. Het gaat bijvoorbeeld om badkamerverf, mierenlokdoosjes,
maar ook om desinfectiemiddelen.
Het rapport concludeert dat nergens in de EU biociden voor particulieren achter de
toonbank worden verkocht, ook in Denemarken bestaan hiervoor geen plannen. Behalve
bij de milieubeweging bestaat er vrijwel geen draagvlak voor dit voorstel. Het zal
naar verwachting ook niet leiden tot een vermindering van milieu- en gezondheidsrisico’s
omdat consumenten naar alternatieven gaan zoeken, omdat ze immers een probleem willen
oplossen.
Deze alternatieven kunnen meer risico’s met zich meebrengen dan het gebruik van de
door het Ctgb toegelaten middelen.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
W.J. Mansveld