Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201627406 nr. 223

27 406 Nota «De kenniseconomie in zicht»

32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 223 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 april 2016

In de brief van 10 maart 2016 verzocht de vaste commissie voor Economische Zaken mij om een reactie op het artikel «Laboratoria komen heel veel geld tekort» (Financieele Dagblad, 7 maart 2016).

De berichten op BNR en in het Financieele Dagblad (FD) van 7 maart 2016 over de tekorten bij laboratoria zijn gebaseerd op mijn brief van 12 oktober 20151. Hierin heb ik op verzoek van de heer Van Veen een stand van zaken van de faciliteiten bij de TO2-instellingen gegeven (in de vorm van een inventarisatie van investeringswensen van de TO2-instellingen). Tevens zette ik in deze brief uiteen welke uitdagingen bij de instandhouding en mogelijke vernieuwing van de faciliteiten aan de orde zijn. Op basis van de wensen voor nieuwe faciliteiten van de TO2-instellingen heb ik de schatting gemaakt dat in de periode 2015–2020 circa 165 miljoen euro nodig zal zijn. Voor de instandhouding van bestaande faciliteiten was en is geen betrouwbare schatting te geven. Ik heb aangegeven dat voor een derde van de bestaande faciliteiten een tekort bestaat voor instandhoudingsinvesteringen. Het FD heeft hiervoor zelf een schatting gemaakt en komt daarmee uit op een totaalbedrag aan benodigde (extra) investeringen van € 300 miljoen euro.

In aanvulling op mijn antwoorden op de vragen van het lid Van Veen, die ik u gelijktijdig met deze brief toezend (Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 2149), maak ik van deze gelegenheid graag gebruik om u, conform mijn toezegging in genoemde brief van 12 oktober 2015, te informeren over de aanpak en het tijdpad om te komen tot een Strategische Agenda voor Toepassingsgerichte Onderzoeksfaciliteiten 2017–2021.

Deze Strategische Agenda wordt een geprioriteerde lijst van faciliteiten voor toepassingsgericht onderzoek waarover partijen (te weten kennisinstellingen, bedrijfsleven, overheden) het eens zijn dat het goed is deze faciliteiten in de toekomst beschikbaar te hebben. Nederland heeft al een dergelijke agenda voor wetenschappelijke faciliteiten: de Nationale Roadmap die momenteel door de Permanente Commissie voor Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur wordt herzien. Ter voorbereiding hiervan heeft de Commissie de in Nederland beschikbare grootschalige onderzoeksfaciliteiten in kaart gebracht, inclusief die van de TO2-instellingen en Rijkskennisinstellingen (RKI’s). De Permanente Commissie hanteert zelf een andere, hogere ondergrens van investeringsomvang (vanaf 10 miljoen euro), maar heeft nota genomen van de inventarisatie van de TO2-faciliteiten (vanaf 2 miljoen euro) die ik u met mijn brief van 12 oktober 2015 heb aangeboden.

Met de komst van de Strategische Agenda specifiek voor toepassingsgerichte Onderzoeksfaciliteiten 2017–2021 worden de inhoudelijke kaders geschapen om uitvoering te geven aan het voornemen uit de Wetenschapsvisie2 om op meer strategische en gecoördineerde wijze keuzes te gaan maken. Door samenwerking en wederzijdse toegang tot faciliteiten zijn schaal- en synergievoordelen te bereiken. Ik zal mij bij het zoeken naar synergie inzetten om de toegang tot en het gebruiken van deze faciliteiten te optimaliseren. De beschikbare faciliteiten van universiteiten, TO2 of RKI’s moeten breed benut kunnen worden. Hiervoor is (in de toekomst) één gezamenlijke, nationale investeringsagenda nodig om uiteindelijk in samenhang (wetenschappelijk en toepassingsgericht, nationaal en regio, privaat en publiek) een selectie te maken voor noodzakelijke strategische investeringen in alle vormen van onderzoeksfaciliteiten bij universiteiten, TO2-instellingen en RKI’s.

De werkzaamheden voor de Strategische Agenda voor de toepassingsgerichte faciliteiten van de TO2-instellingen zijn inmiddels gestart. Hierbij heb ik de TO2-instellingen bereid gevonden met mij samen te werken op basis van mijn inventarisatie, die ik u als bijlage bij mijn brief van 12 oktober 2015 heb toegestuurd. Bij dit proces zoek ik afstemming met de activiteiten van de Permanente Commissie voor Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur bij NWO en met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die verantwoordelijk is voor de wetenschappelijke onderzoeksfaciliteiten.

Voor het opstellen van de Strategische Agenda voor Toepassingsgerichte Onderzoeksfaciliteiten 2017–2021 is het nodig te beschikken over een eenduidige definitie van het begrip «faciliteit voor toepassingsgericht onderzoek» en heldere (rangschikkings-)criteria voor het selectieproces. Hierbij bouwen we voort op de kennis die al eerder (samen met TO2) is opgebouwd en mijn ervaringen met het selectieproces voor het Toekomstfonds, waarvoor de voorstellen op dit moment worden beoordeeld.

De TO2-instellingen onderzoeken of nieuwe, aanvullende en innovatieve investerings- en exploitatiearrangementen mogelijk zijn waarin – naast eigen middelen van de instituten – meer en mogelijk ook andere partijen dan in het verleden bijdragen aan de faciliteiten. Hierbij onderzoeken de TO2-instellingen samenwerkingsmogelijkheden met andere instituten, universiteiten, bedrijven, departementen en NGO’s. Samen met de TO2-instellingen kijk ik ook naar de tariefstructuur en het gelijke speelveld op internationaal niveau. Ook hier betrek ik de ervaringen die ik op dit moment opdoe bij de beoordeling van de voorstellen die zijn ingediend bij het Toekomstfonds.

Bovenstaande activiteiten zijn volgens planning dit voorjaar gereed. De door de TO2-instellingen voorgestelde nieuwe financieringsconstructies en -arrangementen zal ik in samenwerking met kennispartijen in de zomer op haalbaarheid toetsen aan de hand van een aantal concrete business cases.

Om de lijst met wensen voor investeringen te kunnen vertalen in een geprioriteerde shortlist zal ik in samenwerking met de vakdepartementen en met raadpleging van de Permanente Commissie voor Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur bij NWO een selectiemethode ontwikkelen. De criteria en selectiemethode kunnen mogelijk ook worden toegepast voor het rangschikken van onderzoeksfaciliteiten bij RKI’s. Deze kennen een vergelijkbare problematiek voor de instandhouding van hun faciliteiten. Het uitwisselen van kennis en ervaring vanuit het traject rond de Strategische Agenda kan bijdragen aan een oplossing.

Gelet op bovenstaande activiteiten en planning streef ik ernaar de Strategische Agenda in het najaar 2016 aan uw Kamer aan te bieden.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Kamerstuk 32 637, nr. 204.

X Noot
2

Wetenschapsvisie 2025, bijlage bij Kamerstuk 29 338, nr. 141.