Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201126956 nr. 110

26 956 Beleidsnota Rampenbestrijding

Nr. 110 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 augustus 2011

Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de beleidsreactie en de rapporten aan van het onderzoek van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (Inspectie OOV) naar de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk op 5 januari 2011 en het onderzoek van de Arbeidsinspectie naar de werkwijze van brandweer, politie en ambulancediensten tijdens het (na)blussen van deze brand1.

Ik wil voorop stellen dat door de aard en de omvang van de vloeistofbrand en het grote aantal betrokken partijen de brandbestrijding en de hulpverlening- en crisisprocessen complex en langdurig zijn geweest. Onder deze omstandigheden hebben de hulpverleners en betrokken bestuurders van de veiligheidsregio’s Midden- en West-Brabant en Zuid-Holland-Zuid zich volledig ingezet, waarvoor ik mijn waardering uitspreek.

De uitkomsten van het onderzoek van de Inspectie OOV vind ik zorgelijk. Zo waren de risico’s in de gemeente Moerdijk onvoldoende gekoppeld aan de voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de organisatie van de brandweerzorg, zijn er zowel op operationeel als bestuurlijk niveau gebreken in de leiding en coördinatie geconstateerd bij de daadwerkelijke brandbestrijding en was er op nationaal niveau onvoldoende regie op het vergaren van informatie. Evenals het bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en het Dagelijks Bestuur van het Veiligheidsberaad ondersteun en neem ik dan ook zonder voorbehoud alle aanbevelingen uit de onderzoeken van de Inspectie OOV en de Arbeidsinspectie over.

A. Inleiding

De brand bij Chemie-Pack in Moerdijk ontwikkelde zich in hoog tempo tot een zeer grote brand. Uiteindelijk verwoestte de brand vrijwel het gehele bedrijf en twee bedrijfshallen van een naburig bedrijf. Als gevolg van de brand ontstond een rookwolk die over een deel van Nederland trok en grote maatschappelijke onrust tot gevolg had.

Vanuit mijn verantwoordelijkheid voor veiligheid waaronder de coördinatie voor rampenbestrijding en crisisbeheersing heb ik de Inspectie OOV gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de bestrijding van (de effecten van) het grootschalige incident. De Arbeidsinspectie deed tegelijkertijd onderzoek naar de veiligheid van de hulpverleners tijdens de brandbestrijding en het vrijkomen van giftige stoffen. Aanleiding daartoe waren signalen over gezondheidsklachten van hulpverleners in de dagen na de brand. Beide inspecties zijn nauw met elkaar opgetrokken. Daarnaast is ook samengewerkt met de Vrom-Inspectie bij de Quick-scan van Brzo-bedrijven waar u eerder over geïnformeerd bent door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (TK 2010–2011, 26 956, nr. 108). Verder heeft de Inspectie OOV afgestemd met de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De focus van de Onderzoeksraad voor Veiligheid ligt bij de vraag hoe de brand kon ontstaan, de risicobeheersing en de incidentbestrijding door het bedrijf zelf en de crisiscommunicatie m.b.t. tot de meetgegevens en de interpretatie daarvan. Naar verwachting zal dit rapport in december 2011 verschijnen. Op de bevindingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zal ik tegen die tijd reageren, in nauw overleg met de andere betrokken bewindspersonen.

Zowel de Inspectie OOV, de Arbeidsinspectie als ik doen overigens geen uitspraken over het al dan niet strafrechtelijk handelen van het bedrijf. Hierover loopt nog een strafrechtelijk onderzoek.

B. Beleidsreactie op de aanbevelingen uit het rapport van de Inspectie OOV: De brand bij Chemie-Pack in Moerdijk

De Inspectie OOV doet aanbevelingen aan het bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, aan de besturen van alle veiligheidsregio’s en aan mij. Zoals ik reeds aangaf, worden alle aanbevelingen overgenomen. Ik heb gesproken met het bestuur van de Veiligheidregio Midden- en West-Brabant (VR MWB) en het Dagelijks Bestuur van het Veiligheidsberaad over hoe zij de aanbevelingen oppakken. Mede door deze gesprekken met de VR MWB en het Dagelijks Bestuur van het Veiligheidsberaad, kan ik u per aanbeveling aangeven welke acties hierop ingezet worden.

De VR MWB heeft direct na de brand een aantal tijdelijke maatregelen en voorzieningen getroffen, gericht op het versterken van de kwantitatieve en kwalitatieve inzet door de brandweer: de beschikbaarheid en paraatheid van brandweermensen inzetbaar voor het industrieterrein Moerdijk is uitgebreid, er is een versnelde aanbestedingsprocedure gestart voor specialistisch materiaal, zoals een schuimblusvoertuig en er zijn afspraken gemaakt voor noodzakelijk advies en bijstand met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en de DCMR Milieudienst Rijnmond. Tenslotte hebben de gemeente Moerdijk en de VR MWB direct afspraken gemaakt met de Regionale Milieudienst West-Brabant voor een intensivering van de handhaving en het toezicht, in het bijzonder voor de majeure risicobedrijven (Brzo-bedrijven). Er is dus niet gewacht op de resultaten van de onderzoeken, maar voortvarend actie genomen.

Basisbrandweerzorg

  • 1. Aanbeveling aan VR MWB: Breng de basisbrandweerzorg binnen de gemeente Moerdijk op orde, waaronder de opkomsttijd op het industrieterrein Moerdijk en de personele paraatheid in relatie tot de risico’s in het gebied.

    Op 7 juli 2011 heeft het algemene bestuur van de VR MWB de opkomsttijden brandweer vastgesteld. De normen voor de opkomsttijden zijn gebaseerd op het eveneens op 7 juli bestuurlijk vastgestelde regionale risicoprofiel en het brandspecifieke risicoprofiel. De VR MWB zet zich er maximaal voor in om in samenwerking met het bedrijfsleven, gemeente en havenschap zo spoedig als mogelijk is een nieuwe brandweerkazerne te realiseren op het bedrijventerrein zelf, waarvan een (gedeeltelijke) beroeps- en 24-uurs bezetting de kern vormen. Hierdoor worden de opkomsttijd en de paraatheid nog beter gekoppeld aan de mate van risico’s.

Bedrijfsbrandweer

  • 2. Aanbeveling aan VR MWB: Rond met voortvarendheid het aanwijstraject voor bedrijfsbrandweren op het industrieterrein Moerdijk af. Bezie de mogelijkheid van de oprichting van een publiek-private brandweer. Betrek hierbij de ervaringen van andere veiligheidsregio’s.

    Het bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant schrijft vóór 31 december 2011 alle daarvoor in aanmerking komende bedrijven formeel aan in het kader van artikel 31 Wet Veiligheidsregio. Thans wordt gewerkt aan een concreet plan van aanpak, samen met de gemeente en het Havenschap Moerdijk, voor het realiseren van publiek-private brandweerzorg voor het industrieterrein Moerdijk. Op 31 augustus 2011 is er een startbijeenkomst voor het bedrijfsleven Moerdijk om de concrete mogelijkheden daartoe te verkennen en afspraken te maken voor het gezamenlijk te ontwikkelen traject.

    De Inspectie OOV voert op dit moment een onderzoek uit naar de uitvoering van artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s over bedrijfsbrandweerplichtige bedrijven in Nederland. De resultaten van dit onderzoek verwacht ik in november 2011. In mijn reactie hierop zal ik in ieder geval ingaan op hoeveel bedrijfsbrandweren er in Nederland zijn2, de relatie tussen de bedrijfsbrandweer en de overheidsbrandweer, de verdergaande mogelijkheden voor publiek-private samenwerking en de relatie met de omgevingsvergunning.

Aanvalsplan integrale veiligheid

  • 3. Aanbeveling aan VR MWB: Sluit de preventietaken op het gebied van advisering, controle en handhaving zoals die thans door de gemeente Moerdijk wordt uitgevoerd en het repressie optreden op elkaar aan.

    In het voorjaar van 2012 ligt er een integraal veiligheidsplan voor het gehele haven- en industriecomplex. Onder leiding van de gemeente Moerdijk en de VR MWB wordt gewerkt aan een samenwerkingsconvenant integrale veiligheid met als doel een gecoördineerde aanpak van handhaving en toezicht neer te zetten door alle daarvoor verantwoordelijke partijen. Een centraal informatiepunt voor het uitwisselen van en het op elkaar afstemmen van informatie en aanpak maakt daar onderdeel van uit. Dit zal ook in het voorjaar van 2012 gereed zijn.

Expertregio’s

  • 4. Aanbeveling aan VR MWB: Baseer de verdeling van specialistische middelen op de spreiding van de risico’s binnen de veiligheidsregio en beoordeel of de huidige specialistische middelen gezien de risico’s toereikend zijn.

    Op 7 juli 2011 heeft het algemene bestuur van de VR MWB het zogenoemde spreiding- en dekkingsplan brandweerzorg vastgesteld. Daarin is expliciet rekening gehouden met de risico’s in relatie tot haven- en industriegebied Moerdijk. Het bestuur heeft tevens een bedrag van 1,1 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor het investeren in casu de aanschaf van een industrieel schuimblusvoertuig en een industrieel redvoertuig (hoogwerker). Zoals in het begin aangegeven zijn er al concrete afspraken gemaakt met de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond over advies en bijstand.

    Ik omarm deze samenwerking. Ik vind het belangrijk dat veiligheidsregio’s die zich geconfronteerd zien met specifieke risico’s zich hier op specialiseren: de zgn. expertregio’s. Dit is al in gang gezet voor de bestrijding van natuurbranden (TK 2010–2011, 26 956, nr. 104) en op het gebied van nucleaire, biologische en chemische stoffen bestaan al zgn. NBC-steunpuntregio’s. Gezien de gebeurtenissen in Moerdijk start ik samen met het Dagelijks Bestuur van het Veiligheidsberaad per direct de voorbereidingen om meer interregionale samenwerking te bevorderen op de terreinen waar specialistische kennis en kunde nodig zijn. Als het gaat om industriële veiligheid is het logisch om hiervoor aansluiting te zoeken bij de specialistische RUD’s (Regionale UitvoeringsDiensten) die voor de vergunningverlening aan en het toezicht op de majeure risicobedrijven (Brzo-bedrijven) in ontwikkeling zijn. Voor de ontwikkeling van het concept van expertregio’s stel ik een financiële bijdrage beschikbaar. Het LOCC optimaliseert en actualiseert dan periodiek het overzicht van waar specifieke expertises in het land te vinden zijn en coördineert de bijstandsvraag. Overigens zal hierbij nadrukkelijk gekeken worden naar de mogelijkheid om gemeenschappelijke taken op het gebied van kennis bij het in ontwikkeling zijnde Instituut Fysieke Veiligheid te plaatsen. Eind dit jaar informeer ik u over het landelijke dekkingsplan van de brandweer. De ontwikkeling van expertregio’s neem ik hierin mee.

Oefenen

  • 5. Aanbeveling aan VR MWB: Spits de vakbekwaamheid (het opleiden, oefenen en bijscholen) toe op de specifieke risico’s binnen de veiligheidsregio’s.

  • 6. Aanbeveling aan VR MWB: Betrek de randvoorwaarden, uitgangspunten en effecten van de operationele en bestuurlijke opschaling nadrukkelijk in het oefenprogramma.

    Het algemene bestuur van de VR MWB heeft op 7 juli 2011 het beleidsplan 2011–2014 voor multidisciplinair opleiden en oefenen vastgesteld, gebaseerd op het regionaal risicoprofiel en het brandrisicoprofiel. Jaarlijks wordt gewerkt met een jaarplanning opleiden en oefenen, waarbij de resultaten worden vastgelegd, geëvalueerd en besproken. Onderdeel van het beleidsplan is ook dat jaarlijks een integrale oefening plaatsvindt ten aanzien van de zogeheten operationele hoofdstructuur, waarvan de op- en afschaling (op basis van de GRIP-structuur3) expliciet onderdeel uitmaakt.

Leiding en coördinatie

  • 7. Aanbeveling aan VR MWB: Investeer in een robuust systeem van leiding en coördinatie, waarin aandacht is voor het opbouwen van routine en vakmanschap. Voorkom bij grootschalige incidenten dubbelfuncties in de bevelsstructuur.

    Jaarlijks worden in de VR MWB alle functionarissen die de rol van operationeel leider in het Commando Plaats Incident (COPI) en het Regionaal Operationeel Team (ROT) vervullen, getraind. Dit geldt eveneens voor de staffunctionarissen van de brandweer en de GHOR. Daarbij wordt rekening gehouden met de eisen die Inspectie OOV aan trainen en oefenen stelt, inclusief de registratie van deelname en resultaten. Naar aanleiding van de zeer grote brand in Moerdijk heeft de korpsleiding van de brandweer besloten om per direct dubbelfuncties in de bevelsstructuur op te heffen en te voorkomen.

    Ik zal het Veiligheidsberaad vragen om naar aanleiding van de lessen uit Moerdijk te bezien op welke punten, zoals opleiden en oefenen, extra maatregelen kunnen worden genomen4.

Gedeeld beeld en informatie-uitwisseling tussen veiligheidsregio’s

  • 8. Aanbeveling aan VR MWB: Draag er zorg voor dat de operationele hoofdstructuur van de rampenbestrijding in staat is om complete en actuele beelden op te kunnen stellen en deze te kunnen delen, zowel binnen als buiten de veiligheidsregio.

  • 9. Aanbeveling aan besturen veiligheidsregio’s: maak eenduidige afspraken over de wijze waarop in de praktijk invulling wordt gegeven aan de onderlinge informatie-uitwisseling bij incidenten die de regiogrenzen overstijgen.

    De VR MWB heeft op 1 januari 2012 de structuur en werkwijze netcentrisch werken5 gereed, inclusief de daarvoor noodzakelijke trainingen voor medewerkers. Op 7 juli 2011 heeft het algemene bestuur besloten om in de komende 3 jaren zes projecten in het kader van het verder verbeteren en versterken van de informatievoorziening te realiseren. Hiervoor is een investeringsbedrag van ruim 3 miljoen euro beschikbaar gesteld.

    Werken met het Landelijk Crisismanagement Systeem (LCMS) vind ik een belangrijke voorwaarde voor effectieve informatie-uitwisseling tussen alle betrokken partijen, daarom zal dit systeem nog verder verbeterd worden. De uitrol van de nieuwe versie van LCMS zal op 1 april 2012 in alle veiligheidsregio’s voltooid zijn. Om de geoefendheid met LCMS te vergroten wordt in alle grote oefeningen de komende periode met dit systeem gewerkt en geëvalueerd.

Ontsmetting

  • 10. Aanbeveling aan VR MWB: Draag bij toekomstige incidenten en oefeningen met gevaarlijke stoffen zorg voor het ontsmetten van de hulpverleningsdiensten.

    In 2011 is besloten om een extra impuls te geven aan het (sneller) implementeren van noodzakelijke verbeteringen in de arbeidsomstandigheden. Hiervoor zijn extra geldmiddelen beschikbaar gesteld en zijn goede afspraken gemaakt tussen de veiligheidsregio en de Arbeidsinspectie. De focus ligt daarbij nadrukkelijk ook op het omgaan met gevaarlijke c.q. chemische stoffen, waaronder procedures voor noodzakelijke ontsmetting. De brandweer zal explicieter aandacht hieraan geven in de opleidingen en oefeningen. Verder is besloten om bij incidenten met gevaarlijke stoffen een speciale functionaris aan te wijzen die enkel en alleen belast is met de integrale zorg voor de veiligheid, zorg en welzijn van alle hulpverleners die bij de bestrijding van het incident zijn betrokken.

Zorgen voor informatiedeling, afstemming besluiten en meer regie

  • 11. Aanbeveling aan besturen veiligheidsregio’s: Maak eenduidige afspraken over de wijze waarop bij bovenregionale incidenten wordt samengewerkt en hoe de besluitvorming in dergelijke gevallen verloopt. Betrek hier ook de opschaling bij.

  • 12. Aanbeveling aan minister VenJ: Herijk de onderlinge taak- en rolverdeling tussen het NCC, LOCC en de ICCB ten aanzien van het vergaren van informatie en communiceer hierover naar de veiligheidsregio’s.

  • 13. Aanbeveling aan minister VenJ: Stem de inhoud van de situatierapporten van het NCC nadrukkelijker af op de informatiebehoefte van veiligheidsregio’s.

  • 14. Aanbeveling aan minister VenJ: Onderzoek samen met de besturen van de veiligheidsregio’s op basis van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid op welke wijze voldoende invulling kan worden gegeven aan het koppelvlak tussen het regionale en het nationale niveau.

Ik onderschrijf de aanbeveling van de Inspectie OOV om te bezien hoe het koppelvlak tussen het regionale en het nationale niveau beter kan worden ingevuld6. Een ramp of crisis kan de grenzen van de veiligheidsregio overschrijden of anderszins een (inter)nationale impact hebben. Voor een adequate aanpak is een unité de doctrine nodig voor de werkwijze bij een crisis: er moet sprake zijn van goede onderlinge informatie-uitwisselingen, afstemming, helderheid over rollen en rolvastheid. Het Nationaal Crisis Centrum (NCC) en het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) hebben hier een centrale rol in. De opschalingstructuur voorziet in een interdepartementale besluitvormingsstructuur met daarin onder meer een rol voor de Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCB). Ik zal, conform de aanbeveling, de taak- en rolverdeling tussen deze partijen herijken en op korte termijn de veiligheidsregio’s hierover informeren.

Ik ga samen met het Dagelijks Bestuur van het Veiligheidsberaad de huidige GRIP-structuur zo inrichten dat er meer uniformiteit in en afstemming over de opschaling is tussen de veiligheidsregio’s onderling. Ook de aansluiting tussen het regionale en het rijksniveau wordt hiermee beter ingevuld. Ik wil hier nadrukkelijker de informatieplicht van de veiligheidsregio’s uit de Wet Veiligheidsregio’s aan koppelen. Ik ga in overleg met alle relevante partners om nadere afspraken te maken met betrekking tot de rol van het Rijk in de opschalingstructuur bij bovenregionale incidenten of als er sprake is van een (inter)nationale impact (zgn. GRIP 5). Het moet voor iedereen helder zijn wat het Rijk op welk moment doet en wat aan informatie verwacht wordt van de veiligheidsregio’s. Andersom moet de informatie vanuit het Rijk ook voldoen aan de behoefte van de veiligheidsregio’s. Ik zorg ervoor dat de situatierapporten van het NCC beter afgestemd worden op de informatiebehoefte van veiligheidsregio’s. Hiervoor zullen de situatierapporten nog dit jaar worden geoptimaliseerd op bruikbaarheid voor alle partijen en in relatie tot de ontwikkelingen rondom LCMS.

Ik ga ervan uit dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid in het onderzoek naar de brand in Moerdijk nog op dit thema zal terugkomen. De uiteindelijke aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid neem ik mee in het bovenstaande traject.

Crisiscommunicatie

De Onderzoeksraad voor Veiligheid zal de crisiscommunicatie tijdens de brand in Moerdijk verder evalueren. Goede crisiscommunicatie helpt de schade van de crisis te beperken en bouwt daarmee aan het vertrouwen in de overheid. Het is van belang dat betrokken partijen een eenduidige gezamenlijke communicatieboodschap hanteren. Zowel op regionaal als op rijksniveau acht ik versterking van de samenwerking op dit gebied nodig. Het Dagelijks Bestuur van het Veiligheidsberaad en ik delen dit gevoel voor urgentie. Daarom neem ik maatregelen om te zorgen voor eenheid van optreden en kwalitatief goede adviezen. Zo zullen de kwaliteitseisen aan crisiscommunicatie worden vastgelegd. Voor de veiligheidsregio’s zal dit gebeuren naar analogie van het Besluit Veiligheidsregio’s waar kwaliteitseisen in zijn gesteld. Het NCC gaat dit uitwerken in samenwerking met het veiligheidsberaad en de VORA (Voorlichtingsraad). Verder laat ik uitzoeken hoe de schaarse capaciteit van expertise op crisiscommunicatiegebied sneller ingezet kan worden. Ik denk op nationaal niveau bijvoorbeeld aan het sneller inzetten van de leden van het Nationaal VoorlichtingsCentrum (NVC, dit is de crisiscommunicatiepool van de rijksoverheid). Het Dagelijks Bestuur van het veiligheidsberaad gaat, samen met het NCC, invulling geven aan een pool van crisiscommunicatie professionals voor interregionale bijstand bij een lokale/regionale crisis. Het NCC vervult hier een makelaarsfunctie in.

U hebt mij tijdens het spoeddebat over Moerdijk op 13 januari 2011 een aantal concrete vragen gesteld die ik, zoals toegezegd, in deze brief beantwoordt.

Het NCC heeft na de problemen die ontstonden bij de brand in Moerdijk voortgang gemaakt in de verbetering van de website www.crisis.nl. Er wordt gewerkt aan een nieuwe versie van crisis.nl. Daarbij zijn vier voorwaarden gesteld: toegankelijkheid, betrouwbaarheid, betaalbaarheid en een zeer stevige hosting. Conform de wens van de Tweede Kamer wordt daarbij ook aangestuurd op het integreren van sociale media zoals Twitter op www.crisis.nl. De nieuwe website is naar verwachting begin 2012 (1e kwartaal) operationeel. Tot dat de nieuwe website operationeel is wordt door het nemen van enkele concrete maatregelen, voor de korte termijn het risico beperkt dat de huidige website in crisistijd gebreken vertoont.

De leden van het Nationaal Voorlichtingscentrum zijn in het voorjaar van 2011 getraind in de analyse en de inzet van social media tijdens crises. Het NCC stimuleert daarnaast gemeenten en veiligheidsregio’s om Twitter actief in te zetten tijdens een crisis en heeft daartoe in april 2011 concrete en praktische tips gepubliceerd.

C. Beleidsreactie op het rapport van de Arbeidsinspectie: Veilig werken hulpverleningsdiensten

Ik vind het belangrijk dat hulpverleners hun werk veilig kunnen doen. Dat is de verantwoordelijkheid van de werkgevers. De Arbeidsinspectie heeft gekeken of de werkgevers van de hulpverleningsdiensten conform de arbeidsomstandighedenwetgeving hebben gehandeld. Geconcludeerd is dat er tijdens de brand onvoldoende aandacht is geweest voor de veilige werkwijzen en procedures die bij een dergelijk incident met gevaarlijke stoffen horen. Daarnaast hebben de werkgevers vooraf niet genoeg aandacht besteed aan voorlichting en onderricht over gevaarlijke stoffen, waardoor de kennis en risicobewustzijn ten tijde van de inzet tekort schoten. De Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant heeft inmiddels maatregelen genomen om in het oefenprogramma het veilig werken met chemische en gevaarlijke stoffen mee te nemen inclusief het toezicht op veilig werken tijdens een incident.

In het rapport van de Arbeidsinspectie zijn concrete aandachtspunten geformuleerd voor vergelijkbare hulpdiensten in het land om hun arbeidsomstandighedenbeleid voor dit soort calamiteiten te toetsen en waar nodig te verbeteren. Het gaat hierbij om een goede risico-inventarisatie en evaluatie, voldoende kennis over gevaarlijke stoffen en risicobewustzijn bij hulpverleners, goede afspraken over en goed toezicht op veilig handelen en of de organisatie en kwaliteit van de toetsingen en evaluaties zelf voldoende in staat zijn om de kwaliteit en het functioneren van deze punten te beoordelen. Vanuit mijn directe verantwoordelijkheid voor de politie zal ik deze aandachtspunten nadrukkelijk langs het arbeidsomstandighedenbeleid van de politie leggen. Ik zal er op toezien dat eventuele knelpunten bij dit soort specifieke situaties door het politieveld worden opgepakt. Daarnaast zal ik de besturen van de Veiligheidsregio’s per ommegaande aanspreken op hun verantwoordelijkheid om al hun medewerkers bij de brandweer en GHOR goed voor te lichten over mogelijke risico’s en ook hun arbeidsomstandighedenbeleid te toetsen met behulp van de door de Arbeidsinspectie vermelde aandachtspunten. Verder wil ik dat tijdens een incident een functionaris in het COPI de expliciete opdracht heeft om ook het toezicht te houden op het veilig werken van alle hulpverleners ter plaatse. De besturen van de Veiligheidsregio’s zal ik hierop aanspreken, gezien de verantwoordelijkheid van de brandweer voor de veiligheid op het rampterrein. De minister van VWS zal via het traject Opleiden, Trainen en Oefenen ter voorbereiding op rampen en crises bij de ambulancediensten extra aandacht vragen voor de afstemming met politie en brandweer.

D. Concluderend

Samen met alle veiligheidspartners zal ik met voortvarendheid de bovenstaande concrete maatregelen nemen. Met elkaar werken we aan een verdere verbetering van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, van proactie tot nafase, van lokaal en regionaal tot nationaal. In de kabinetsreactie op het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid rapporteer ik u over de stand van zaken met betrekking tot de maatregelen uit deze brief.

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Dit betreft een toezegging in het spoeddebat Moerdijk op 13 januari 2011 n.a.v. kamervragen van de heren Elissen en Brinkman (TK 2010–2011, 1458).

X Noot
3

De veiligheidsregio’s maken sinds 2006 gebruik van het referentiekader Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP). Dit regionaal georiënteerde referentiekader kent vier opschalingniveaus en is in opdracht van de toenmalige Veiligheidskoepel opgesteld.

X Noot
4

Hiermee wordt invulling gegeven aan de Motie Dijkstra (TK, 2010–2011, 26 956, nr. 84)

X Noot
5

Het netcentrisch werken is een werkwijze waarin de verschillende hulpverleningsdiensten, gemeenten en andere partners in de crisis- en rampenbestrijding informatie met elkaar delen via LCMS (Landelijke crisismanagement systeem).

X Noot
6

Brief nationale veiligheid van 22 februari 2011 (TK 2010–2011, 30 821, nr. 12).