26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Nr. 525 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 februari 2018

Zoals toegezegd bij de behandeling van de begroting 2018 van Binnenlandse Zaken (Handelingen II 2017/18, nr. 23, items 6, 9 en 12), informeer ik uw Kamer hierbij over de nieuwe inrichting van de governance voor de digitale overheid.

In het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) is afgesproken dat het kabinet een ambitieuze, brede agenda ontwikkelt voor de verdere digitalisering van het openbaar bestuur op verschillende niveaus. De opdracht aan de Nationaal Commissaris Digitale Overheid is onlangs beëindigd. Daarmee komt de verantwoordelijkheid voor de aansturing van de digitale overheid terug bij het kabinet.

De ontwikkeling van de digitale overheid komt in een nieuwe fase. In de afgelopen maanden is, in goed overleg met de medeoverheden, in dat kader een nieuwe inrichting van de governance ontwikkeld. Deze inrichting is vastgelegd in een Instellingsbesluit, dat ik u hierbij doe toekomen1. Het Nationaal Beraad Digitale Overheid heeft in zijn laatste vergadering van 17 januari jl. zijn steun hiervoor uitgesproken.

Het kabinet zal op basis van deze nieuwe governance samen met de medeoverheden de genoemde agenda ontwikkelen en uitvoeren. Hierbij staan de digitaliseringsvragen en -opgaven van de overheid, in het belang van burgers, maatschappelijke instellingen en bedrijven, centraal.

De nieuwe governance geeft uiting aan de politieke verantwoordelijkheid voor de digitale overheid die bij mij is belegd en verbindt deze met de sectorale verantwoordelijkheden die bij andere bewindspersonen en medeoverheden zijn belegd.

Een belangrijk doel van de nieuwe governance is dat de overheden de vraagstukken van de informatiesamenleving in gezamenlijkheid en met voldoende oog voor de uitvoering benaderen. Daarvoor is meer dan voorheen een duidelijke scheiding tussen beleid en uitvoering geregeld, zonder de noodzakelijke verbinding daartussen uit het oog te verliezen.

In de governance is voorzien in een bestuurlijk overleg, dat bijeenkomt wanneer dit naar het oordeel van mij of één van de andere bestuurlijke partijen wenselijk wordt geacht.

Daarnaast wordt overheidsbreed een hoogambtelijk beleidsoverleg ingericht om te komen tot een gezamenlijke visie op de digitale overheid, een agenda en effectief beleid.

Voor de uitvoering wordt een Programmeringsraad ingericht. Deze richt zich op de voorzieningen die bij Logius in beheer zijn of ontwikkeld worden. In deze raad vervullen de afnemers een belangrijke rol. De Programmeringsraad ontwikkelt jaarlijks een programmaplan Basisinfrastructuur, dat door mij wordt vastgesteld. Dit programmaplan kan worden gezien als de opvolger van het Digiprogramma. Het meest recente Digiprogramma, dat onder de verantwoordelijkheid van de Nationaal Commissaris Digitale Overheid tot stand gekomen is, voeg ik hierbij toe2.

Met de inrichting van deze nieuwe governance voor de digitale overheid wordt uitvoering gegeven aan de aanbevelingen uit de u eerder toegezonden evaluatiebrief van de Nationaal Commissaris Digitale Overheid3, het rapport «De Digidelta, samen versnellen» 4 van ABD Topconsult en het rapport «Maak Waar!»5van de Studiegroep Informatiesamenleving en Overheid. De rode draad in deze aanbevelingen was een heldere verantwoordelijkheidsverdeling, voldoende draagvlak, een programmeringscyclus en een gezamenlijke agenda.

Met deze brief heb ik tevens uitvoering gegeven aan de motie van de leden Middendorp en Van der Molen.6

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Evaluatiebrief van de Digicommissaris, d.d. 4 april 2017, bijlage bij Kamerstuk 26 643, nr. 459.

X Noot
4

Bijlage bij Kamerstuk 26 643, nr. 459.

X Noot
5

Bijlage bij Kamerstuk 26 643, nr. 460.

X Noot
6

Kamerstuk 34 775 VII, nr. 38.

Naar boven