Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201426642 nr. 127

26 642 Europees Sociaal Fonds (ESF)

Nr. 127 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 april 2014

Tijdens het algemeen overleg van 13 november 2013 (Kamerstuk 26 642, nr. 125) over de inzet van het Europees Sociaal Fonds (ESF) heb ik de stand van zaken met betrekking tot het terugvorderen van de aan Stichting Opleidingsfonds Groothandel (SOG) en vier andere opleidingsfondsen verstrekte voorschotten met u besproken. Ik heb aangegeven u te kunnen informeren over de definitieve uitkomst als de zaak is afgewikkeld en dat is naar verwachting in het najaar van 2014. Mijn voorganger en ik hebben in eerdere brieven1 over dit onderwerp aangegeven u halfjaarlijks op de hoogte te houden van de voortgang van de afwikkeling.

Wat is er in het kort gebeurd?

Het budget voor ESF bedroeg voor de periode 2007–2013 830 miljoen Euro en is ingezet voor re-integratie, bestrijding jeugdwerkloosheid, arbeidstoeleiding van moeilijk lerende kinderen, scholing van laagopgeleide werknemers en sociale innovatie. Tienduizenden mensen hebben dankzij ESF een opleiding genoten en hun kansen op de arbeidsmarkt versterkt.

Vijf opleidingsfondsen uit de sectoren pluimvee (OFP), horeca (SFH), bouwmaterialen (HIBIN), isolatie (OOI) en groothandel (SOG), hebben via SOG in het kader van het ESF-programma 2007–2013 projectaanvragen bij het Agentschap SZW ingediend om voor ESF-subsidie in aanmerking te komen. Bij de ontvangen einddeclaraties van deze fondsen bleek in 2011 dat de einddeclaraties in een aantal gevallen lager waren dan de uitgekeerde voorschotten. Het Agentschap heeft toen de teveel betaalde voorschotten teruggevorderd bij de fondsen. In totaal ging het om een bedrag van 7,7 miljoen Euro. De fondsen hebben in reactie op de terugvordering aangegeven dat zij dit bedrag niet terug konden betalen. De reden dat de fondsen niet terug konden betalen was betalingsonmacht van SOG Facilitair Bedrijf (SOG FB), de door SOG opgerichte stichting die de ESF-subsidieregelingen voor deze fondsen uitvoerde. De fondsen hadden contractueel afgesproken de voorschotten van het Agentschap SZW door te storten naar SOG FB. Naast de uitvoering onderhield deze stichting ook de contacten met de bedrijven. De feitelijke administratie was door SOG FB ondergebracht bij een administratiekantoor, De Administratie BV.

Het niet kunnen terugbetalen van de voorschotten heeft uiteindelijk geleid tot het faillissement van het administratiekantoor, SOG FB en het opleidingsfonds SOG.

Wat is nu de stand van zaken?

In totaal hebben de vijf fondsen voor 29,2 miljoen Euro aan voorschotten ontvangen. Het Ministerie van SZW ondersteunt de fondsen om de subsidieprojecten ondanks de faillissementen zo goed mogelijk af te wikkelen. Hoe meer kan worden afgewikkeld, hoe meer de fondsen van hun schuld kunnen aflossen en hoe kleiner de financiële problematiek voor het Rijk. Dit betekent dat de fondsen en het ministerie hun uiterste best doen om de projectadministratie zo compleet mogelijk te maken. Een zo compleet mogelijke administratie is van belang om de projecten bij de Europese Commissie te kunnen declareren.

In de reguliere audits die uitgevoerd zijn naar de projecten waarvan de uitvoering was belegd bij SOG FB, zijn onregelmatigheden geconstateerd die duiden op mogelijke strafbare feiten. Het Agentschap SZW heeft hiervoor aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie is hierop een onderzoek gestart.

Naast de aangifte bij het Openbaar Ministerie heb ik, in overleg met de Europese Commissie, in februari van dit jaar melding gedaan bij OLAF, het Europese bureau dat onderzoek doet naar onregelmatigheden bij ESF-projecten. De directe aanleiding hiervoor waren de bevindingen uit de tweedelijnscontrole van de Audit Autoriteit over het jaar 2007. Het Agentschap SZW is verplicht een melding te doen bij OLAF als de bevindingen van de Audit Autoriteit leiden tot een financiële correctie (onregelmatigheid) in het gedeclareerde bedrag bij de EC als deze groter is dan 10.000 Euro2. OLAF is op basis van de melding een onderzoek gestart. Zodra ik u meer kan melden over de bevindingen van de onderzoeken, zal ik u daarover informeren.

Buiten de bevindingen die hebben geleid tot de aangifte is er op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat er andere kwesties spelen waarbij vermoedens zijn van mogelijke strafbare feiten.

De controles van alle projecten van de vijf fondsen op basis van de beschikbare administraties zijn eind 2013 afgerond. Hieruit is gebleken dat de projectadministratie zeer onvolledig is. De ontbrekende bewijsstukken in de projectadministratie zijn vervolgens door de vier niet-failliete fondsen opgevraagd bij hun eigen achterban (de deelnemende bedrijven) en bij de achterban van het opleidingsfonds SOG. Zowel door de fondsen als het Agentschap SZW wordt veel energie gestoken in het ondersteunen van de bedrijven om de gevraagde informatie aan te leveren en zo de administratie zoveel mogelijk te herstellen.

De informatie van bedrijven die de gevraagde gegevens inmiddels hebben aangeleverd, wordt op dit moment gecontroleerd. Nadat alle aangeleverde informatie is gecontroleerd en verwerkt, worden de controlerapporten opgemaakt. Daarna volgt de tweedelijnscontrole door de Audit Autoriteit. De verwachting is dat alle controles in het derde kwartaal 2014 definitief afgerond kunnen worden. Alle kosten die twijfelachtig zijn, worden zekerheidshalve als niet-subsidiabel aangemerkt. Op basis van de uitkomst van de eerste- en tweedelijnscontrole zal ik u in het najaar wederom informeren over de afwikkeling van deze zaak.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma


X Noot
1

De twee meest recente brieven zijn Kamerstuk 26 642, nr. 122 en Kamerstuk 26 642, nr. 123.

X Noot
2

De financiële correctie betrof € 592.000 van het bij de EC gedeclareerde bedrag van € 4,6 mln.