Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201326642 nr. 122

26 642 Europees Sociaal Fonds (ESF)

Nr. 122 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 december 2012

Tijdens het AO Arbeidsmarktbeleid op 28 juni 2012 is door mijn voorganger toegezegd de Tweede Kamer voor de begrotingsbehandeling te informeren over de voortgang van de terugvordering van ESF-voorschotten bij een vijftal Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen (O&O-fondsen).

In deze brief wordt eerst een korte weergave gegeven van de situatie tot aan de zomer 2012. Daarna wordt ingegaan op de meest recente ontwikkelingen.

In het kader van het Europees Sociaal Fonds (ESF-programma 2007 – 2013) kunnen aanvragers1 projectaanvragen bij het Agentschap SZW indienen om voor ESF-subsidie in aanmerking te komen. Voor de subsidies die worden verstrekt in het kader van het thema «verbetering arbeidsmarktpositie van laaggekwalificeerde werkenden» zijn O&O-fondsen (hierna: de fondsen) de aanvragers. Wat de hoogte van de definitief vastgestelde subsidie uiteindelijk wordt, hangt af van de resultaten van de projecten (werkelijk gemaakte subsidiabele kosten).

Uitgangspunt van het kabinet bij de uitvoering van het ESF is om de beschikbare Europese middelen optimaal te benutten.

Ontwikkelingen tot zomer 2012

Bij de tot dusver ontvangen einddeclaraties van de fondsen bleek vorig jaar dat deze einddeclaraties in een aantal gevallen lager waren dan de uitgekeerde voorschotten. Conform de subsidievoorwaarden heeft het Agentschap SZW daarop de te veel betaalde voorschotten (€ 7,7 mln.) teruggevorderd bij de desbetreffende fondsen. De fondsen hebben in reactie op de terugvordering echter aangegeven dat zij dit bedrag niet terug kunnen betalen. De reden daarvoor was gelegen in het feit dat de fondsen het beheer en de administratie, inclusief de financiële middelen, van hun ESF-projecten hadden uitbesteed aan een aparte stichting, die op haar beurt de feitelijke administratie weer had ondergebracht bij een administratiekantoor. Dit administratiekantoor bleek niet in staat te zijn het gevorderde bedrag te kunnen terugbetalen.

Over de betalingsonmacht van dit administratiekantoor bent u schriftelijk geïnformeerd (TK 2011/12, 26 642, nrs. 120 en 121) en mondeling in het AO Arbeidsmarktbeleid (TK 2011/12, 29 544, nr. 409).

Recente ontwikkelingen

Faillissementen

Op 19 juni 2012 is het administratiekantoor failliet verklaard. Korte tijd later, op 17 juli jl., volgde het faillissement van de stichting aan wie de fondsen het beheer en de administratie hadden uitbesteed.

In augustus is ook één van de fondsen zelf failliet verklaard, te weten het fonds Stichting Opleidingsfonds Groothandel (SOG). Het fonds SOG heeft van alle vijf de fondsen die deze kwestie betreft, het grootste aandeel in de subsidieprojecten. Van de € 29,2 mln. die in totaal is bevoorschot aan de fondsen, is € 18,3 mln. aan voorschotten naar het fonds SOG gegaan. Curatoren zijn nu belast met de afhandeling van de boedel van deze faillissementen.

Inzet SZW

De inzet van SZW is er van meet af aan op gericht om de fondsen, die eindverantwoordelijk zijn voor de oplossing, waar dat kan te ondersteunen om de subsidieprojecten goed te kunnen afwikkelen. Op deze wijze wordt tevens bereikt dat het financieel risico van SZW wordt verminderd, omdat meer kosten bij de Europese Commissie kunnen worden gedeclareerd.

Het Agentschap SZW is daarom, samen met de Auditdienst Rijk, in gesprek gegaan met de Europese Commissie over de vraag hoe om te gaan met de ontstane situatie. De Commissie heeft zich constructief opgesteld, maar heeft wel aangegeven dat een goede borging van de projectadministratie essentieel is.

De hardcopy ESF-administratie van de fondsen is inmiddels door SZW veilig gesteld door deze te verhuizen uit de panden van de gefaillieerden naar het SZW-gebouw. Deze administratie wordt gebruikt om de einddeclaraties te controleren en de declaraties bij de Europese Commissie te verantwoorden.

Overige ontwikkelingen

In het kader van de ESF-projecten zijn tot nu toe tienduizenden werknemers geschoold.

De projectadministratie van de fondsen blijkt nog onvolledig en beperkt inzichtelijk te zijn. Hierdoor wordt de controle van de gedeclareerde projectuitgaven bemoeilijkt. Een grondige controle is noodzakelijk voordat gemaakte projectkosten kunnen worden gedeclareerd bij de Europese Commissie. De controles worden per tijdvak uitgevoerd. De fondsen hebben voor de projecten t/m 2010 voor een bedrag van € 33 mln aan declaraties ingediend. Gezien de ervaring zal dit bedrag na controle echter nog fors naar beneden toe moeten worden bijgesteld. Voor 2011 hebben de fondsen, vanwege de faillissementen, uitstel gekregen voor het indienen van declaraties. In nauw overleg met de betrokken fondsen, de Auditdienst Rijk en de Europese Commissie wordt de aanpak voor de verdere afwikkeling bepaald, met als doel om een zo groot mogelijk deel van de declaraties af te kunnen wikkelen. Het zal daardoor nog duren tot tenminste eind 2014 dat zowel de controles in de eerste lijn (door Agentschap SZW) als in de tweede lijn (door de Auditdienst Rijk) zullen zijn afgerond. Pas dan is duidelijk welk bedrag definitief kan worden gedeclareerd bij de Europese Commissie, hoe dat bedrag zich verhoudt tot de voorschotten en in hoeverre een financieel probleem resteert.

Het voorgaande brengt mij ertoe om met de werkgevers- en werknemersverenigingen om tafel te gaan zitten om een goede opmaat te maken naar een eventuele nieuwe ESF-programmaperiode. Overigens zal ik met het oog op een eventueel nieuw ESF-programma de mogelijkheden onderzoeken om risico» s rond de ESF-subsidieverlening in te perken. Voor de huidige ESF-programmaperiode heb ik inmiddels al het voorschotbeleid aangescherpt en worden er voor de nieuwe Actie E (duurzame inzetbaarheid sectoren) geen voorschotten verstrekt.

Ik zet mij in voor een zorgvuldige afwikkeling van dit dossier. Ik zal de Tweede Kamer halfjaarlijks schriftelijk rapporteren over de voortgang.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma


X Noot
1

O.a. gemeenten, UWV, ministerie van V&J, Praktijkscholen, O&O-fondsen en bedrijven.