Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201526485 nr. 211

26 485 Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Nr. 211 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 juni 2015

Hierbij informeer ik u over de stand van zaken met betrekking tot de aanpak van misstanden in de steenkoolketen, mede naar aanleiding van het verzoek van de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hiertoe tijdens het AO Economische missies, gehouden op 25 februari 2015 (Kamerstuk 33 625, nr. 151).

In november vorig jaar tekende ik met de Nederlandse energieproducenten een convenant over de verbeteringen in de steenkolenketen. Een week later reisden vertegenwoordigers van de energieproducenten, Bettercoal, de Rotterdamse haven, overslagbedrijf EMO en maatschappelijke organisaties naar Colombia om meer inzicht te krijgen in de sector. Voor de missie heb ik om een verkenning gevraagd van de mogelijke rol van Nederland bij het verbeteren van de omstandigheden in en om Colombiaanse steenkolenmijnen. Dit resulteerde in het rapport «Understanding the Context of the Colombian Coal Sector». Mijn inzet is mede gebaseerd op deze verkenning, u toegekomen op 17 november jl. (Kamerstuk 26 485, nr. 195).

Samenwerking met Colombia

De problematiek in de steenkoolketen is breed en beperkt zich niet tot Colombia. De focus ligt echter wel op Colombia, omdat Nederland hier een groot deel van zijn steenkool inkoopt. De Nederlandse bijdrage wordt – conform het advies in de verkenning – volgens vier verschillende werkstromen ingezet:

  • 1. Bemiddelen bij het oplossen van conflicten tussen stakeholders;

  • 2. Aanmoedigen van de Colombiaanse overheid om proactief de maatschappelijke en milieuproblemen in de steenkoolsector te adresseren;

  • 3. Ondersteunen van betrouwbare en onafhankelijke datavergaring;

  • 4. Ondersteunen van thematische projecten die uitdagingen in de mijnbouwregio adresseren (bijvoorbeeld verbeteren van water management).

Tijdens de missie besprak ik met mijn Colombiaanse collega, viceminister voor Mijnen Ulloa Cruz, de optie van het afsluiten van een Memorandum of Understanding (MoU). Op 6 mei jl. hebben wij onze handtekeningen onder dit MoU gezet, waarin de volgende gebieden voor samenwerking zijn vastgelegd:

  • 1. Maatschappelijk verantwoord ondernemen in de mijnbouwsector, inclusief implementatie van MVO-standaarden en initiatieven op het gebied van mensenrechten transparantie.

  • 2. Technische samenwerking en kennisuitwisseling over praktische zaken als watermanagement, verzameling van betrouwbare data en bemiddeling bij mijnbouw gerelateerde conflicten.

Het MoU biedt een geschikt kader om verder te werken volgens de vier geïdentificeerde werkstromen. Hoewel het MoU specifieke aandacht besteedt aan de steenkoolketen, is het voor beide landen belangrijk dat het MoU over mijnbouw in het algemeen gaat. Zo zijn er in Colombia grote problemen met (artisanale) goudwinning, een kwestie waarbij Nederland ook graag behulpzaam is. Colombia heeft inmiddels al diverse afspraken uit het MoU opgepakt:

  • In het najaar 2015 zullen Nederlandse waterbedrijven in het kader van een handelsmissie naar Colombia afreizen voor een verdere verkenning van de samenwerking. Er is behoefte aan Nederlandse kennis en kunde op zowel hardware (o.a. dijktechnologie bij depots, watermanagement en waterzuivering) als software (o.a. waterfoodprint om impact van sector/bedrijf op watergebied in kaart te brengen).

  • Het Nederlandse NCP (Nationaal Contactpunt voor de OESO-richtlijnen) is uitgenodigd om in september 2015 een bezoek aan Colombia te brengen. Het NCP zal kennis en ervaringen uitwisselen met het Colombiaanse NCP en adviseren over de implementatie en klachtenprocedure van de OESO-richtlijnen.

  • De Colombiaanse arm van het Institute for Human Rights and Business (IHRB) kan de sociale gevolgen van mijnbouw in kaart brengen voor de productieketens steenkool, goud en bouwmaterialen dankzij financiële steun van o.a. Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Verder wordt gesproken over gezamenlijke activiteiten binnen het kader van de Voluntary Principles on Security and Human Rights (VP’s), het Extractive Industries Transparency Initiative (EITI) en versterking van initiatieven als de Responsible Mining Index (RMI) en Bettercoal. Tevens verkennen we of en hoe Nederland kan bijdragen aan capaciteitsopbouw en technische training voor artisanale mijnbouwbedrijven alsook voor lokale autoriteiten.

Op 6 mei tekenden viceminister Ulloa en ik niet alleen het MoU, we organiseerden ook een conferentie over een verantwoorde steenkoolketen. Alle belanghebbenden in de keten waren vertegenwoordigd: energiebedrijven, mijnbouwbedrijven, havens en overslagbedrijven, investeerders, NGO’s en internationale organisaties. Positief vond ik ook de aanwezigheid van de mensenrechtenadviseur van de Colombiaanse president, Guillermo Rivera, tijdens de conferentie. Colombia gaf aan vooruit te willen kijken en de ambitie te hebben mondiaal een voorbeeld te willen zijn op het gebied van verantwoorde mijnbouw. Door de inzet, de openheid en de serieuze aanpak van Colombia, zie ik een voorbeeldfunctie voor Colombia weggelegd op dit thema.

Genoegdoening voor slachtoffers Colombiaanse mijnbouwsector

Voor Colombia is de slachtofferproblematiek een prioriteit in het vredesproces. Omdat Nederland steenkool inkoopt uit Cesar, is het goed dat we aandacht hebben voor de slachtoffers van het gewapende conflict in deze regio. Tijdens mijn bezoek aan Colombia heb ik de hulp van de Grondstoffengezant aangeboden bij de verkenning van mogelijkheden voor dialoog tussen slachtoffers van het conflict in mijnbouwregio Cesar en de mijnbouwbedrijven.

Vanwege de complexiteit van het thema heb ik een onafhankelijke organisatie – de UNHCHR, het VN-Mensenrechtenkantoor in Bogota – gevraagd een verkenning uit te voeren wie de actoren zijn (slachtoffers en bedrijven), welke doelen zij nastreven, welke voorwaarden zij stellen aan proces en uitkomst en welke rol Nederland zou kunnen vervullen om een dialoog op gang te brengen. Doel van de verkenning is het creëren van een geobjectiveerde basis van bevindingen waar partijen zich in herkennen en die als startpunt kunnen dienen voor een dialoog. De Colombiaanse overheid overlegt nog met de UNHCHR over de uitvoering van de studie. Ik hoop dat de verkenning snel van start kan gaan en ik wacht de conclusies af om weloverwogen vervolgstappen te zetten.

Tevens zijn in Colombia hoopvolle ontwikkelingen gericht op mensenrechten en bedrijfsleven. Dit beleid ziet op de postconflictsituatie, en gaat ervan uit dat het (nationale en multinationale) bedrijfsleven een rol zou moeten spelen bij vredesopbouw en bescherming van de mensenrechten. Dit moet tegelijkertijd handvatten bieden voor het bespreekbaar maken dat diverse bedrijven in het verleden, direct of indirect, betrokken waren bij grootschalige mensenrechtenschendingen door paramilitaire groeperingen.

In het najaar van 2015 zal de Grondstoffengezant een eerste bezoek aan Colombia brengen. Op zijn voorstel zal hij niet alleen met relevante actoren uit de steenkoolketen spreken, maar ook aandacht besteden aan de goudsector. Juist in de goudsector zijn grote uitdagingen, vooral met betrekking tot illegale goudwinning, waaraan diverse gewapende groeperingen (FARC, ELN, maar ook ex-paramilitairen) zich schuldig maken. In de grootschalige goudmijnbouw spelen vergelijkbare uitdagingen als in de steenkoolmijnbouw. Ook Zwitserland heeft veel belangstelling voor dit thema. De Nederlandse en Zwitserse ambassades in Bogotá staan in goed contact met elkaar over intensievere samenwerking op dit dossier.

Voortgang steenkoolconvenant

In de eerste helft van 2015 vond regelmatig tripartiet overleg plaats tussen energiebedrijven, overheid en maatschappelijk middenveld om hun respectievelijke acties te bespreken. Een specifieke focus lag hierbij op Colombia, overleg vond dan ook plaats met de voorzitter en secretaris van het Colombia Platform (PAX en BBO). Ook de actieplannen ter implementatie van het convenant werden binnen dit overleg afgestemd (zie bijlage 1 voor het actieplan van de overheid en bijlage 2 voor het actieplan van de overheid1). Het maatschappelijk middenveld heeft geen eigen actieplan overlegd. Het tripartite overleg zal worden voortgezet om onder meer de resultaten van de acties van de verschillende actoren te bespreken, te monitoren en mogelijke additionele stappen te identificeren en daar afspraken over te maken.

Ons doel is om verbeteringen in de hele steenkolenketen te realiseren. In het derde kwartaal van dit jaar zullen zowel de energiebedrijven als de overheid rapporteren over de voortgang van de implementatie van het convenant. Ook wordt in het vierde kwartaal van dit jaar een stakeholderbijeenkomst georganiseerd. Voor mij is duidelijk dat er goede stappen worden gezet en er meer onderling vertrouwen is dan lange tijd het geval is geweest. Ik ben hier positief over gestemd en wil alle partijen bedanken voor hun bijdragen hieraan. Tegelijk roep ik betrokkenen op om constructief te blijven, elkaar ruimte en tijd te geven om aanpassingen door te voeren en gezamenlijk op te blijven trekken om een verantwoorde steenkoolketen te realiseren.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.