Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201726419 nr. 66

26 419 Toerisme en recreatie

Nr. 66 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 december 2016

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft op 7 december 2016 overleg gevoerd met de heer Kamp, Minister van Economische Zaken, over:

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 21 juni 2016 ter aanbieding van het actieprogramma knelpunten gastvrijheidseconomie (Kamerstuk 26 419, nr. 64);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 25 november 2016 met de voortgangsrapportage Gastvrijheidseconomie (Kamerstuk 26 419, nr. 65).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de commissie, Vermeij

De griffier van de commissie, Nava

Voorzitter: Graus

Griffier: Nava

Aanwezig zijn vier leden der Kamer, te weten: Graus, Agnes Mulder, Mei Li Vos en Ziengs,

en de heer Kamp, Minister van Economische Zaken.

Aanvang 16.01 uur.

De voorzitter:

Ik heet de mensen op de tribune en de mensen die thuis dit overleg via het digitale kanaal volgen, van harte welkom. Ook de Minister en zijn gevolg en de aanwezige leden heet ik welkom. Er is één uur uitgetrokken voor dit overleg en daarom krijgen de leden maximaal twee minuten spreektijd. Als er niet meer Kamerleden aanschuiven, kunnen wij mogelijk overgaan tot drie minuten. We beginnen met twee minuten, maar ik zal coulant zijn.

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter. Mijn tekst begon met de opmerking dat twee minuten eigenlijk te kort zijn om het belang van de gastvrijheidseconomie te benoemen. Ik kan het niet nalaten dit te zeggen, want er werken meer dan 600.000 personen in deze sector; dat is goed voor 6% van het arbeidsvolume.

Ik vraag hiernaast aandacht voor vijf punten. Ik begin met het Kustpact. De RECRON, Koninklijke Horeca Nederland en de HISWA nemen geen deel meer aan de besprekingen. Het Kustpact zou een convenant moeten zijn tussen alle partijen die bij de kust betrokken zijn. Geef de bestaande ondernemers aan de kust ook een plek in dat overleg. Als ondernemers hun bedrijf niet meer kunnen moderniseren, zal hun terrein en daarmee het kustlandschap verloederen. Wil de Minister zijn invloed aanwenden om te komen tot heldere definities van wat wel en wat niet mag? Ondernemers willen duidelijkheid op dit punt. Ik weet dat dit bij een ander ministerie ligt, maar ik ken de Minister als iemand die de strijd best durft aan te gaan.

Ik vervolg met de pakketreizen. De aanscherping van de Europese richtlijn met betrekking tot pakketreizen heeft verstrekkende gevolgen. Voor de aanwezigen: pakketreizen zijn reizen waarin vervoer, verblijf en vermaak bij één aanbieder worden geboekt. Zo biedt KLM bijvoorbeeld een reis inclusief vlucht, hotel en huurauto. Na de aanscherping van de Europese richtlijn is KLM verantwoordelijk als het hotel ter plaatse failliet gaat. Dat heeft ook gevolgen voor onze binnenlandse ondernemers. Wat als een campingeigenaar ook kaartjes voor een attractiepark verkoopt of mountainbikes reserveert bij een ander bedrijf? Is hij dan ook pakketaanbieder? Daarom wil ik dat zij worden aangehaakt bij de consultatie en dat er duidelijke definities komen.

Ik kom op de deeleconomie. Airbnb en Uber zijn voorbeelden van de deeleconomie. Deze initiatieven hebben ongewenste bijeffecten. Momenteel worden op lokaal niveau problemen opgelost. Hierbij zou de Minister een regiefunctie op zich kunnen nemen. Zo kan hij ervoor zorgen dat er een «best practices»-agenda komt, net als bij de retailagenda is gedaan.

Nu ben ik bij het kopje «internet». De Minister heeft toegezegd dat hij richting de EU actie zal ondernemen ten behoeve van een snellere actie van het bedrijfsleven voor de aanleg van internet. Voor de gastvrijheidseconomie is het zeer belangrijk dat die stappen worden gezet. Wifi is onontbeerlijk op een camping of in een recreatiepark. Kan de Minister aangeven in hoeverre er al stappen gezet zijn?

Tot slot kom ik te spreken over de toeristenbelasting, als klapper. Ik kan er niet over ophouden. De toeristenbelasting is vaak de stopverf van de gemeentelijke begroting. De discussie over hervorming van het gemeentelijk belastinggebied komt op de agenda van het volgende kabinet, maar ik vraag de Minister nu al om de toeristenbelasting expliciet mee te nemen in de discussie over de verbreding van het gemeentelijk belastingdomein, het afwentelingsgevaar en de koppeling met de inwonersbelasting.

Dit was mijn inbreng in eerste termijn. Volgens mij ben ik dan nog redelijk binnen de tijd.

De voorzitter:

U bent prachtig binnen de tijd gebleven. U was in ieder geval binnen tweeënhalve minuut klaar.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Voorzitter. Nederland is een ontzettend mooi land. Wij hebben mooie steden en mooie natuurgebieden. Tegen buitenlandse toeristen zou je kunnen zeggen: met alleen een bezoek aan Nederland heb je eigenlijk heel Europa wel gezien. Er zijn oude steden en fantastische natuurgebieden, die laatst ook met een heel leuke verkiezing weer onder de aandacht zijn gebracht. De mensen die hier in de zaal zitten, zijn volgens mij allemaal ondernemers in de sector horeca en recreatie. Ik zie ook mensen van de RECRON. Zij laten dit allemaal zien. Daar ben ik heel blij mee. Collega Ziengs zei al dat heel veel mensen in deze sector werken. De sector biedt ook heel veel toegevoegde waarde voor Nederlanders die niet in de horeca werken, maar er wel heel veel profijt van hebben. Wat dat betreft heeft de PvdA warme woorden voor de ondernemers die hier zitten, ook voor het laten zien van het fantastisch mooie Nederland.

Nederland is veel meer dan Amsterdam. Ik woon in Amsterdam en ik ga het zo meteen ook hebben over Airbnb, maar Nederland heeft ook steden als Rotterdam – dat vind ik eigenlijk de enige echte stad van Nederland – fantastisch mooie Hanzesteden en de steden aan de Zeeuwse kust. Groningen is een gezellige stad. Ik was laatst in Nijmegen, de oudste stad. Dan hebben we nog een heleboel kleine steden en de G32. Voor elke stad geldt: als je aan een toerist laat zien wat er allemaal is, staat hij paf. Nederland is dus veel meer dan Amsterdam met zijn musea en zijn softdrugs.

De PvdA vindt het van belang om toeristen te spreiden over Nederland. Er staan een aantal plannen in de stukken, maar met het spreiden van toeristen slaan we twee vliegen in één klap. Er komt veel meer werkgelegenheid en handel in de gebieden buiten Amsterdam. De overlast die toeristen soms veroorzaken, wordt dan ook minder. Daarnaast geeft het een boost voor de economie in de regio. Het leuke aan Nederland is dat de reistijden relatief kort zijn. Ik zeg altijd: denk als een Amerikaan. Dat zeg ik ook tegen mezelf als ik 's avonds weer terug moet van Den Haag naar Amsterdam. Ik denk als een Amerikaan. Ik rij in drie kwartier van Amsterdam naar Den Haag; dat is goed te doen.

Voor drie onderwerpen vraag ik de aandacht van de Minister. In de voortgangsrapportage wordt gesproken over de metrolijnen, maar heeft de Minister ook ideeën over hoe hij de toeristen die metrolijnen kan laten volgen?

De voorzitter:

Kunt u de rest vlug doen? U moet al afronden.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Nu al?

De voorzitter:

De spreektijd is twee minuten.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Maar we zijn met weinig Kamerleden en er zitten heel veel mensen in de zaal. Het is ook een heel belangrijk onderwerp.

De voorzitter:

Maar dan had ik de heer Ziengs ook de kans moeten geven om langer te spreken. Die kans heb ik hem niet gegeven.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Het is goed. Ik zal afronden.

Er is een toegankelijk ov nodig. Er wordt gesproken over drie ov-kaarten, maar als wij Nederland willen marketen als Holland City, dan is het ook van belang dat er één kaart komt die duidelijk is voor de toeristen.

Mijn laatste punt is Airbnb. Ik steun van harte het pleidooi van Gastvrij Nederland. Het mag wel een tandje harder. Er is een motie aangenomen over de meldplicht van Airbnb (24 036, nr. 414). Onder anderen mevrouw Mulder heeft die motie ondertekend. Ook D66 en de SP hebben die motie ondertekend. Hoe staat het daarmee? Krijgen die gemeenten daadwerkelijk een instrument in handen om de overlast te beperken en om de hoteleigenaars, die er ook last van hebben, een handreiking te doen?

De heer Ziengs (VVD):

Mevrouw Vos pleit voor een toeristenpas of -kaart, maar volgens mij hebben we dat allemaal al bewerkstelligd. Ik kan mij uit een vorig AO, waar ook collega Mulder en collega Verhoeven bij aanwezig waren, herinneren dat we dat in gang hebben gezet. De Minister heeft in zijn beantwoording duidelijk gemaakt dat dit allemaal in gang is gezet. Dat is ook vanuit het andere ministerie aangegeven. Ik vraag mij af of we nu iets extra's gaan doen of dat we het wiel opnieuw gaan uitvinden. Ik hoor graag van mevrouw Vos wat zij hiermee bedoelt.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Ik heb het over die ene ov-kaart. Volgens mij is dat nog niet in gang gezet. We zien verschillende plannen. Het lijkt mij duidelijker voor de toeristen als die ene kaart er is. Ik ben dus heel benieuwd naar de voortgang van de plannen, maar ik zag te veel rumoer over verschillende kaarten.

De heer Ziengs (VVD):

Dan wachten wij de beantwoording van de Minister maar af. Volgens mij waren er altijd heel veel initiatieven, maar hebben we juist gepleit voor één zo'n pas. Ik heb in de stukken kunnen lezen dat er al stevige stappen zijn gezet. Maar ik wacht netjes de beantwoording af.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. Om met dit laatste punt te beginnen: de wens die het CDA, de VVD en ook andere partijen in de Kamer hadden, is in vervulling gegaan doordat de landelijk dekkende ov-kaart voor toeristen er komt. Maar ik hoor ook graag van de Minister wanneer die kaart er komt.

De grote steden klagen over te veel toeristen en de regio's klagen over te weinig toeristen. Toerismespreiding is daarom voor iedereen een win-winsituatie. Daarom steunt het CDA het idee van het NBTC (Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen) om Nederland, ook met verhaallijnen, als metropool neer te zetten. We zien alleen wel dat Groningen als enige provincie niet is betrokken bij de routes. Dat vinden wij toch een gemiste kans. Waarom is de provincie Groningen er niet bij betrokken? Het CDA wil verder van de Minister weten hoe in de retailagenda aandacht wordt gegeven aan toerismespreiding, om leegstand tegen te gaan en te zorgen voor leefbaarheid. Juist heel veel ondernemers zorgen daarvoor. Doordat er voldoende toeristen komen, kunnen winkels vaak nog open blijven.

Ik kom te spreken over Airbnb. Verschillende steden kiezen voor een keiharde aanpak om het uit de hand gelopen Airbnb aan te pakken. Zo kiezen Barcelona en San Francisco voor een verplichte vergunning voor bewoners. New York heeft een wet waardoor bewoners die hun woning minder dan 30 dagen aaneengesloten verhuren aan toeristen, een boete moeten betalen. Die boete kan zelfs oplopen tot 7.500 dollar. De stad Berlijn heeft vakantieverhuur van volledige appartementen verboden. Onze Nederlandse steden zijn zoekende. De gemeente Amsterdam en Airbnb hebben vrijwillig een deal gesloten over illegale woningverhuur: de website wordt zo ingericht dat het onmogelijk wordt een ruimte langer dan de toegestane 60 dagen per jaar te verhuren. Verhuurders kunnen echter net zo goed vervolgens via een ander platform hetzelfde huis verhuren. Een overeenkomst kan natuurlijk altijd worden opgezegd. Zou het niet beter zijn als gemeenten een instrument in handen krijgen, zodat ze ook richtlijnen kunnen opstellen op het gebied van Airbnb? Dan heb ik het bijvoorbeeld over richtlijnen voor het aantal dagen dat er wordt verhuurd, het aantal personen en de mogelijkheid om te klagen. Zou het niet beter zijn als gemeenten die richtlijnen verplicht kunnen stellen voor alle platformen die woningen in de stad aanbieden? Zo ja, hoe zou daaraan vorm kunnen worden gegeven?

De Kamer heeft in juli 2016 de motie Gesthuizen c.s. (24 036, nr. 414) aangenomen. Die motie is medeondertekend door het CDA. Ik zal afronden, voorzitter. In die motie wordt de regering verzocht het mogelijk te maken dat gemeenten een meldplicht instellen voor verhuurders die woonruimte voor vakantieverhuur aanbieden via een onlineplatform. In hoeverre is die motie inmiddels uitgevoerd?

De heer Ziengs (VVD):

Ik merk dat wij in ieder geval een onderwerp bij de kop hebben gepakt waarbij we een bepaald probleem signaleren. Dat probleem is: de bijeffecten van Airbnb en dergelijke. Zou wat ik net in mijn inbreng heb geschetst, voor mevrouw Mulder een oplossing zijn? Ik heb namelijk net voorgesteld om, gelet op de wijze waarop de Minister de retailagenda heeft opgepakt, aan de hand van een «best practices»-agenda en een stuurgroep en dergelijke in beeld te brengen hoe die dingen kunnen worden gedeeld. Anders zien we in die steden dat iedereen het wiel opnieuw aan het uitvinden is.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik denk dat ik daarin prima kan meegaan, want zoals het nu gaat, gaat het gewoon niet goed. Onlangs was er op televisie een programma over de bijeffecten van Airbnb. Daaruit bleek dat mensen die gewoon een kamer huren in Amsterdam, iedere dag weer «gezellig» met andere mensen aan een ontbijttafel zitten. Dat is natuurlijk volstrekt onwenselijk. Als er in één straat alleen maar meer verhuur is en gewone inwoners daar niet meer goed kunnen leven, dan zijn we volstrekt aan het doorschieten met Airbnb. Als het allemaal een beetje gecoördineerd kan worden opgelost en mensen van elkaar kunnen leren, lijkt mij dat een heel verstandige route. Op het moment dat het niet echt werkt, zul je toch ook moeten kijken naar regelgeving, zoals de steden hebben gedaan die ik net heb genoemd.

De heer Ziengs (VVD):

Dan zitten wij op dezelfde lijn. Ik wil voorkomen dat we onmiddellijk in de regeldrukmodus schieten met wetgeving en regelgeving. Je kunt inderdaad met coördinatie vaak al een hoop oplossen, omdat het toch een lokale aangelegenheid betreft.

De voorzitter:

Voordat ik het woord geef aan de Minister van Economische Zaken, zeg ik tegen de leden: mocht u de spreektijden te kort vinden, dan bent u zelf bij machte om tijdens een procedurevergadering om meer spreektijd en een langer algemeen overleg te vragen.

Minister Kamp:

Voorzitter. De heer Ziengs en mevrouw Vos hebben al gezegd dat de gastvrijheidseconomie in Nederland van grote economische betekenis is. In de sector gaat heel wat om: 626.000 banen en vorig jaar 73 miljard euro omzet. Het is dus echt heel groot. Een klein maar wel belangrijk deel van de gastvrijheidsindustrie is wat zich afspeelt met buitenlandse toeristen die naar Nederland komen. We hadden er vorig jaar 15,5 miljoen. Die toeristen hebben in het winkelbestand in Nederland voor zo'n 600 miljoen euro uitgegeven. 300 miljoen euro daarvan was voor mkb-bedrijven. Wat er in het toerisme gebeurt als onderdeel van de totale gastvrijheidseconomie, is van economisch belang. Het is ook van belang voor ondernemers. Die toeristen zijn van belang voor de ondernemers die op allerlei manieren producten en diensten aan hen leveren. Wij hebben er ook veel belang bij om dat vast te houden.

Er is nog veel mogelijkheid tot groei. Ik geloof dat er vorig jaar in de hele wereld 1,2 miljard reizen door buitenlandse toeristen zijn gemaakt. De helft daarvan, 600 miljoen, speelde zich af in Europa. Ik heb al gezegd dat 15,5 miljoen toeristen naar Nederland kwamen. Dat betekent dat er nog een behoorlijke groei is te realiseren. Wij hebben die groei in Nederland behoorlijk te pakken. Het NBTC is daarmee bezig. Het doet dat heel goed. Het bereikt ook goede resultaten. Bij handelsmissies ondersteunen wij dat ook. Ik heb dat zelf in China en Japan gedaan. Anderen hebben het in Indonesië en Zuid-Korea gedaan. We hebben een heel goed verhaal te vertellen over Nederland en in Nederland. Als toeristen eenmaal hier zijn, hebben we hun veel te bieden. Ik denk dat het van belang is dat we dat verder doorzetten, hoewel wij ons moeten realiseren dat het NBTC zich er ook voor inzet om toeristen uit Amsterdam weg te halen en hen verder het land in te krijgen. Het NBTC had daar al themaroutes voor, maar nu heeft het daar ook verhaallijnen voor. De toeristen gaan dan met een bepaald verhaal in gedachten naar Nederland. Dan krijgen ze een aanbieding die daarbij aansluit, waardoor ze niet alleen Amsterdam aandoen maar ook andere delen van het land. Ik denk dat het heel goed is dat we dat zo met elkaar organiseren.

De verwachting is dat het aantal toeristen dat naar Nederland komt, blijft groeien. We schatten in dat in 2020 16 miljoen toeristen naar Nederland komen. We denken dat deze groep, nog meer dan nu, geld zal uitgeven in het winkelbestand en dat de totale uitgaven die zij doen in Nederland, ook voor overnachtingen en voor allerlei andere diensten die zij afnemen, zullen doorgroeien naar een bedrag van 13,5 miljard euro. Dat betekent dat er ook op het punt van werkgelegenheid een verdere stap kan worden gezet. Wij schatten in dat de werkgelegenheid, die vorig jaar 82.000 banen bedroeg, tegen die tijd is opgelopen tot 90.000 banen. Dat betekent dat het belang voor de werkgelegenheid alleen al door deze buitenlandse toeristen de komende jaren nog weer verder toeneemt.

Misschien is het goed als ik nu meteen maar inga op de concrete vragen die door de woordvoerders zijn gesteld. De heer Ziengs sprak over het Kustpact. Wij moeten ons goed realiseren dat het Kustpact, waar mijn collega van I en M mee bezig is, zeker niet de bedoeling heeft om de kust op slot te zetten. Dat is absoluut niet het geval. Wij denken dat de kust een voorziening is waar velen uit binnen- en buitenland heel goed gebruik van maken en moeten kunnen blijven maken. Daarom is het Kustpact erop gericht om op een verantwoorde manier mogelijkheden te benutten. Het is voorbereid tussen de betrokken overheden en vertegenwoordigers van de recreatiesector en de natuursector. De teksten van het Kustpact zijn nog niet helemaal afgerond. Vanuit het Rijk zijn wij bezig met de laatste besprekingen. Vervolgens zullen wij bekijken waar wel en waar geen nieuwe bebouwing voor recreatieve functies kan komen en hoe dat verder ingevuld kan worden. Het is niet de rijksoverheid maar de provincie die dat nader moet uitwerken. De provincie zal zones moeten aanwijzen die gebruikt kunnen worden. Bij de aanwijzing en invulling van die zones zullen de maatschappelijke organisaties en de organisaties van ondernemers betrokken worden. Ook andere geïnteresseerden die willen meepraten, zullen daartoe in de gelegenheid worden gesteld.

De heer Ziengs (VVD):

Het gaat mij er met name om dat je in dit soort trajecten een beweging ziet plaatsvinden. De ene organisatie opereert wat sterker dan de andere. Ik heb daarnet gezegd dat Koninklijke Horeca Nederland, RECRON en HISWA op dit moment niet aan tafel zitten. Tijdens het proces ontstaat de angst dat de invulling van gebieden als oude landbouwgronden, die aan de andere kant van de duinen liggen, geblokkeerd wordt. In de beeldvorming is het alsof men aan de zeekant van alles wil volbouwen, maar in de praktijk gaat het vaak om de gronden achter de duinen. Die angst wil ik graag vooraf wegnemen door duidelijke voorwaarden te stellen. Welke rol kan de Minister daarin vervullen vanuit Economische Zaken?

Minister Kamp:

Ik denk dat het nuttig is om de organisaties die de heer Ziengs noemt, te betrekken bij de verdere invulling van de door de provincie aan te wijzen zones waar dingen wel of niet mogelijk zullen zijn. Dan gaat het bijvoorbeeld om nieuwe recreatieve bebouwing. Ik zal dit met mijn collega van I en M bespreken. Bij het verdere overleg over de invulling van de zones moet ook gekeken worden naar de organisaties die de heer Ziengs heeft genoemd.

De voorzitter:

Wanneer kan de Kamer daarover een terugkoppeling verwachten?

Minister Kamp:

Ik geef dit gewoon aan als punt. Als de Kamer niks hoort, worden de organisaties erbij betrokken.

De heer Ziengs (VVD):

Met deze toezegging kan ik uit de voeten.

Minister Kamp:

Ik kom op de pakketreizen. Ook de Nederlandse ondernemers hebben er belang bij dat de Europese Commissie zich hiermee bemoeit. Terwijl de concurrentie in Europa tussen landen en tussen maatschappijen in verschillende landen plaatsvindt, oriënteert de toerist zich heel internationaal. Het is heel nuttig als er vanuit de Europese Commissie een richtlijn is waarin uitspraken worden gedaan over aangeboden pakketreizen. Als een bedrijf een reis inclusief vlucht, hotel en huurauto aanbiedt en als het hotel failliet gaat, dan moet het bedrijf dat het pakket heeft aangeboden, daarvoor de verantwoordelijkheid dragen. Het lijkt mij logisch om dat zo te doen.

Wij zijn de Europese richtlijn aan het implementeren. Dat hebben wij twee keer met stakeholdersoverleg gedaan. In het allereerste begin hebben wij gesproken met de betrokken brancheorganisaties uit de luchtvaart en de reiswereld. Ook grote bedrijven zijn daarbij gehaald. Aan het eind van het hele proces hebben wij nog een keer het concept van de implementatiewet en de memorie van toelichting met alle betrokkenen besproken. Nadat het wetsvoorstel de ministerraad is gepasseerd, sturen wij het naar de Raad van State. Vervolgens komt het terug, mogelijk nog een keer in de ministerraad en daarna naar de Kamer. Het is de bedoeling om het wetsvoorstel nog deze maand bij de Raad van State te krijgen. Op die manier zit het tempo erin.

De heer Ziengs (VVD):

Ik begrijp uit het antwoord van de Minister dat wij er al een heel eind mee zijn, maar ik heb de constatering gedaan – als ik het mis heb, hoor ik dat graag – dat een aantal partijen niet betrokken is bij de consultatiefase. Ik heb het dan over de binnenlandse ondernemers. De consultatie is, zo heb ik begrepen, heel erg gericht geweest op de buitenlandse ondernemers. In hoeverre kunnen de binnenlandse ondernemers toch nog meedoen aan die marktconsultatie? Ik heb er een voorbeeld bij genoemd.

Minister Kamp:

Eigenlijk vind ik dat de heer Ziengs wel een punt heeft. Bij dit soort wetsvoorstellen is het gebruikelijk dat je een internetconsultatie doet. Dat betekent dat iedereen dan de gelegenheid heeft om mee te doen. Dan maak je geen onderscheid. Deze keer is ervoor gekozen om twee keer met stakeholders te overleggen. Ik denk dat wij dat met elkaar nog maar eens even goed moeten doornemen. Waarom is die keuze gemaakt en hoe is die uitgepakt? Ik zal de kritiek van de heer Ziengs daarbij betrekken. Ik zal er extra aandacht aan besteden of het stakeholdersoverleg aan de eisen heeft voldaan. Als dat niet zo is, zullen er gerichte, aanvullende consultaties moeten plaatsvinden. Nogmaals, ik zal de kritiek van de heer Ziengs gebruiken bij het terugkijken op het proces en bij het bepalen van de werkwijze bij een volgende keer.

De heer Ziengs (VVD):

Het is een antwoord, maar ik proef daar iets uit. Als de constatering is dat de consultatiefase hiermee is afgerond, dan is er dus eigenlijk geen gelegenheid meer voor de binnenlandse ondernemers om toch nog even aan te haken. Of is er toch een moment dat zij nog een inbreng kunnen leveren, bijvoorbeeld in de periode voordat het wetsvoorstel naar de Raad van State gaat?

Minister Kamp:

Ik wil dit soort processen niet te ingewikkeld maken. Wij hebben met elkaar afgesproken dat wij voor wetsvoorstellen waarbij dat qua inhoud relevant is, een internetconsultatie plegen. Dat hebben wij hier niet gedaan. Ik wil bekijken waarom wij dat besluit hebben genomen en hoe wij er nu tegen aankijken. Wij zijn met de beste bedoelingen met de stakeholders gaan praten. De heer Ziengs wijst erop dat sommigen daar niet bij betrokken zijn. Ik zal nagaan welke partijen wij mogelijk gemist hebben. De heer Ziengs heeft al een paar namen genoemd. Ik zal bekijken of er in de periode dat het wetsvoorstel bij de Raad van State ligt, aanvullend overleg kan plaatsvinden.

De heer Ziengs (VVD):

Prima.

De voorzitter:

De Minister kan zijn beantwoording vervolgen.

Minister Kamp:

Ik kom op het onderdeel van de gastvrijheidseconomie dat met name gaat over het delen van voorzieningen, in het bijzonder platforms als Airbnb. Het is een aanvulling die een gegeven is. Het komt uit de samenleving naar voren. Het is in algemene zin ook economisch nuttig om dingen zo veel mogelijk te benutten en te delen, maar de opkomst van platforms als Airbnb moet wel in goede banen worden geleid. Er zijn onderliggende publieke belangen die geborgd moeten worden. Wij weten allemaal waar het over gaat: het leefklimaat in de wijken, de overlast in de wijken, de veiligheid. Ook de financiële en fiscale belangen horen hierbij in beeld te zijn. Het is goed om te praten over wat daar gebeurt.

Wij kunnen vaststellen dat Airbnb vooral speelt in de grote steden, met name in Amsterdam. Verder is het nog een marginaal verschijnsel. Wij hebben bekeken of de regels die de gemeenten ter beschikking hebben, voldoende zijn om dit maatschappelijke gegeven van Airbnb en vergelijkbare platforms in goede banen te leiden. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat dat het geval is. Het is niet zo dat er een gebrek aan regels bij de gemeenten is. Ze hebben regels waar ze mee uit de voeten kunnen en die ze kunnen toepassen.

Wij hebben gesprekken gehad met de gemeenten die in dit verband relevant zijn, en Airbnb. Het waren positieve gesprekken, maar uiteindelijk hebben wij als Economische Zaken moeten constateren dat er nog onvoldoende draagvlak bij gemeenten is om nu afspraken te maken. Gemeenten kijken er verschillend tegen aan. De ene gemeente vindt dit belangrijk, de andere dat. Er is niet één lijn uit te halen op grond waarvan wij nu gezamenlijk afspraken zouden kunnen maken. Ik heb nog steeds de ambitie om te komen tot een citydeal over particuliere vakantieverhuur. Die deals zijn er altijd op gericht om, waar er vanuit meerdere invalshoeken belangen zijn dat iets in goede banen wordt geleid, met elkaar tot concrete afspraken te komen en elkaar op het naleven daarvan aan te spreken. Ik heb de ambitie om dat te gaan doen, maar ik heb daar wel draagvlak voor nodig bij de gemeenten. Ik zal met de gemeenten in gesprek blijven om te zien hoe zich dit ontwikkelt.

Los hiervan heeft de gemeente Amsterdam een afspraak met Airbnb gemaakt. Dat is een interessant gegeven waar wij en andere gemeenten van kunnen leren. Wij zullen bekijken hoe zich dat daar ontwikkelt.

Mevrouw Mulder sprak over de motie-Gesthuizen waarin een meldplicht aan de orde is gesteld. Een meldplicht is een mogelijkheid, maar er zitten wel haken en ogen aan. Mijn collega voor Wonen en Rijksdienst, Stef Blok, is daarover in gesprek met de gemeente Amsterdam. Dat gesprek heeft nog niet tot een conclusie geleid. Wij zijn van beide kanten tot het inzicht gekomen dat het nuttig is om de voor- en nadelen van een meldplicht verder uit te werken. Wij willen dat voor onszelf op een rijtje zetten en daar een eigen conclusie uit trekken, die wij in het voorjaar van volgend jaar bij de Kamer zullen brengen. Mogelijk dat ik bij die gelegenheid ook al verbetering kan melden op het punt van het draagvlak bij de overige gemeenten voor het afsluiten van een citydeal, iets waarvan ik, zoals ik heb gezegd, voorstander ben. Ik wil proberen dat voor elkaar te krijgen.

Op dit moment zijn wij al bezig met het trekken van lessen uit casussen die zich concreet voordoen. Ik heb Amsterdam genoemd, maar wij zijn in gesprek met alle gemeenten die aangeven dat dit bij hen een onderwerp is. Daar proberen wij met die gemeenten die het betreft, conclusies uit te trekken. Zo'n «best practices»-aanpak is er dus al in zekere zin. Ik zou het daar nu bij willen laten en volgen hoe het in Amsterdam gaat. Ik wil kijken of er draagvlak komt voor een citydeal. Als dat lukt, dan sluiten we zo'n deal. Verder blijven wij met de gemeenten in gesprek, zodat zij de juridische mogelijkheden die zij hebben om dit verschijnsel in goede banen te leiden, goed gebruiken.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Bij de motie en de meldplicht ging het niet alleen om een vraag uit Amsterdam. Het is een weloverwogen verzoek geweest. Ik snap niet zo goed waar het gesprek over zou moeten gaan en wat de nadelen zijn. Wij hebben hier gewoon te maken met horecaondernemers die al behoorlijk veel administratieve lasten hebben. Ik kan het mij voorstellen dat een meldplicht voor particuliere verhuurders een administratieve last is, maar dat weegt niet op tegen de concurrentievervalsing die gewone horecaondernemers ondervinden. Waar zit precies de onzekerheid? Is het alleen de gemeente Amsterdam die dit wil? Ik zou iets meer willen horen over de onduidelijkheden.

Minister Kamp:

Wij hebben tijdens het vorige algemeen overleg gesproken over de regeldruk. Wij willen graag dat de regeldruk in Nederland vermindert. Het ligt dan niet zo voor de hand om direct met regeldruk te reageren op een nieuw verschijnsel. Je moet kijken of het op een andere manier kan. Wij hebben vastgesteld dat de gemeenten daarvoor voldoende mogelijkheden hebben. De gemeente Amsterdam heeft er ook al gebruik van gemaakt. Zij heeft zelf een afspraak met Airbnb gemaakt die zij werkzaam acht. In andere gemeenten wordt daar verschillend tegen aangekeken. Ik denk dat het goed is om de ervaringen van Amsterdam af te wachten. Wij moeten de ontwikkeling van het draagvlak bekijken. Daarnaast willen wij het overleg met Amsterdam over de meldplicht afronden. Vervolgens kunnen wij het geheel in het voorjaar bij de Kamer brengen: zo staat het ervoor en zo denken wij dat ermee omgegaan moet worden. Ik ben er beducht voor om onmiddellijk met regels te reageren op dit verschijnsel daar waar de lokale regels voldoende zijn.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Ik sta daar niet zo geharnast in. Ik zie dat ondernemers al heel erg veel regels hebben. En dan zouden we vanwege regels voor particuliere verhuurders dit uitstellen. Ik begrijp dat de Minister overlegt, maar volgens mij was dat niet de bedoeling van de motie. Hier werd al heel lang om gevraagd en zo kunnen we dus nog een jaar wachten. Mevrouw Mulder haalde het ook aan: de afspraken die Amsterdam met Airbnb heeft gemaakt, laten onverlet dat er nog een heleboel andere platforms zijn en dat er veel illegale verhuurders zijn.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Of het niet veel sneller kan.

Minister Kamp:

Mijn collega voor Wonen en Rijksdienst is daarmee bezig. Hij heeft overleg gehad met de verantwoordelijke wethouder in Amsterdam. De conclusie is dat een aantal dingen nader uitgewerkt moeten worden. Ik zal met mijn collega in overleg treden en kenbaar maken dat de Kamer het van belang vindt om het niet langer te laten duren dan echt nodig is en dat zij het het liefst in het voorjaar al tot iets ziet leiden.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Zou de Minister daarin ook willen meenemen dat verschillende steden in de wereld een andere aanpak kiezen? Soms is dat een harde aanpak met hoge boetes. Daarmee krijg je overigens wel een level playing field voor de horecaondernemers die wel alles netjes moeten organiseren. Kan de Minister in die brief ook meenemen welke opties er zijn zodat wij die scherp in beeld hebben? Mocht de problematiek niet verbeteren, dan kunnen wij vervolgstappen zetten. Ik wil voorkomen dat we straks een jaar verder zijn en er nog steeds sprake is van overlast en oneerlijke concurrentie. Daar zit ik mee. Dit is niet sec een Nederlands probleem. Ik zou het enorm waarderen als de Minister wil inventariseren op welke manier dit probleem in het buitenland wordt aangepakt.

Minister Kamp:

Dit is iets wat particulieren onderling afspreken. De ene particulier wil zijn huis gedurende een bepaalde periode beschikbaar stellen en de andere particulier wil daar graag gebruik van maken. Mensen komen naar Nederland en slapen niet in een hotel maar in een woning van een particulier. Vervolgens geven zij wel geld uit in Nederland. Het zijn toeristen waar wij op zichzelf ook belang bij hebben. Ik behoor niet tot degenen die denken dat als er in Madrid hoge boetes worden uitgedeeld, wij dat ook meteen moeten doen. Bij het overzicht dat ik de Kamer wil geven van de stand van zaken met betrekking tot deze platforms kan het helemaal geen kwaad om kort aan te geven hoe andere relevante steden in Europa met deze problematiek omgaan.

De voorzitter:

Is mevrouw Mulder daar tevreden mee?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het is mooi als het in dezelfde brief die vroeg in het voorjaar komt, meegenomen kan worden. Ik waardeer dat.

Minister Kamp:

De heer Ziengs heeft gesproken over de internetaansluiting op campings. Ik denk dat wij in Nederland de beste infrastructuur voor internet van de wereld hebben. De combinatie van onze drie vaste en vier mobiele netten maken de situatie in Nederland optimaal, ook qua snelheid en dergelijke. Op een afgelegen camping in een natuurgebied is het echter mogelijk dat je de gasten geen optimale verbinding kunt aanbieden. Het is vaak een kwestie van geld. De ondernemer kan een glasvezelkabel laten aanleggen, maar hij kan ook proberen om het op een andere manier voor elkaar te krijgen, waarbij anderen de kosten dragen. Wij bekijken nu in het hele land hoe de in dat opzicht onrendabele percelen een snelle internetverbinding kunnen krijgen. Er is op dit terrein veel gaande in het buitengebied. Vorige week heb ik tijdens een overleg met de Kamer hierover informatie gegeven. In zes of zeven provincies wordt door bedrijven een mogelijkheid gezien om er zonder subsidie voor te zorgen dat bijna iedereen een aansluiting kan krijgen op snel internet. Wij brengen de laatste scholen in het buitengebied in beeld die nog niet op snel internet zijn aangesloten. Daar zullen de verblijfsmogelijkheden in het buitengebied ook bij betrokken worden. Zij zullen in die ontwikkeling meegaan. Ik zie geen mogelijkheid om apart iets voor deze sector te organiseren. De ondernemers hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Er zijn nu al mogelijkheden en er wordt gewerkt aan een verdere verbetering voor het buitengebied als geheel waar de ondernemers mogelijk van kunnen profiteren.

Ik kom op de toeristenbelasting. In 1978 kwam ik in de politiek. In mijn allereerste jaar waren er discussies over de toeristenbelasting. De gemeente vond het echt nodig om in het geheel van de belastingen die er al waren ook op dit punt enige belasting te heffen. Toeristen maken gebruik van voorzieningen die door anderen worden betaald. Het is dan geen slecht idee om toeristen daar ook aan mee te laten betalen. Degene bij wie de toeristen verblijven, betaalt de toeristenbelasting en brengt dit vervolgens in rekening bij de klant. Op die manier draagt de klant bij aan de instandhouding van voorzieningen waar hij zelf belang bij heeft. Je kunt daar iedere keer vanuit verschillende invalshoeken over praten. Geredeneerd vanuit de belangen van de ondernemers en de gastvrijheidseconomie zal men die belasting liever niet betalen. Gemeenten zullen zeggen dat zij deze mogelijkheid graag willen houden. In de verre toekomst, als de heer Ziengs de politiek verlaat, zal die discussie nog steeds spelen. Op dit moment is het niet anders.

De voorzitter:

Mijnheer Ziengs, ik sta u een derde interruptie toe, ook omdat u in spreektijd bekort bent ten opzichte van de dames.

De heer Ziengs (VVD):

Dank voor uw coulance. Het is fijn dat ik nu mijn derde interruptie mag plaatsen. Ik zit er toch iets anders in dan de Minister. Ik snap heel goed dat een dergelijke voorziening door een gemeente ingevoerd wordt. Dat is ook helemaal niet erg als ondernemers het ermee eens zijn dat de opbrengst voor zaken wordt gebruikt waarmee ook zij hun voordeel doen. Ik zei echter niet voor niets dat de toeristenbelasting vaak de stopverf van de gemeentelijke begroting is. Ik doelde op discussie over het gemeentelijk belastinggebied die in een volgend kabinet gevoerd moet worden. Ik heb met nadruk gevraagd of in die discussie ook de toeristenbelasting meegenomen kan worden. Het is voor een gemeente een lekkere knop om even aan te draaien. De eigen inwoners worden er niet door getroffen, dus die vinden het niet erg. Het is echter wel erg vervelend voor de toeristen en ook voor de ondernemers.

Minister Kamp:

Ik heb niet precies voor ogen wat er op dit punt in het verkiezingsprogramma van de partij van de heer Ziengs staat. Misschien kan hij dat nog even toelichten. Staat daar iets in over de toeristenbelasting en, zo ja, wat?

De heer Ziengs (VVD):

Het is fijn dat wij elkaar bevragen op het verkiezingsprogramma van de VVD, maar ik heb het niet over de toeristenbelasting an sich. Ik heb het over de discussie over het totale belastingdomein van gemeenten die nog moet plaatsvinden. Mijn vraag was of dit onderdeel meegenomen kan worden in die discussie.

Minister Kamp:

Als je praat over het belastinggebied van gemeenten is het niet redelijk om de toeristenbelasting daar helemaal buiten te laten. Ik wijs erop dat de toeristenbelasting al een lange voorgeschiedenis heeft en dat je er vanuit verschillende invalshoeken naar kunt kijken. Die discussie zal gevoerd blijven worden, ook nadat wij er conclusies uit hebben getrokken. De stelling van de heer Ziengs lijkt mij redelijk. Als het gemeentelijk belastinggebied als geheel in beeld komt, hoort daar ook aandacht voor de toeristenbelasting bij. Ik zal dit doorgeven aan degenen die zich hiermee bezig gaan houden.

De heer Ziengs (VVD):

Dank u wel. Dat is een toezegging.

Minister Kamp:

Mevrouw Vos benadrukte het belang van de spreiding van toeristen. Het is heel mooi dat zij vanuit Amsterdam ook andere steden en andere delen van Nederland toeristen gunt. Ik dank haar daarvoor. Zij zei dat ook Groningen erbij had moeten zijn. Ik kan mij dat voorstellen. Ik ben daar ook een grote fan van. De gesprekken met Groningen zijn al enige tijd gaande, maar die hebben nog niet tot iets geleid. Voor degenen die deze gesprekken voeren, zal de belangstelling van mevrouw Vos zeker een aansporing zijn.

Mevrouw Vos sprak over de ov-kaarten. Ik meen dat wij hebben gedaan wat wij nuttig achten. Wij willen graag dat toeristen zo veel mogelijk genieten als zij in ons land zijn en dat zij ook buiten Amsterdam komen. Als toeristen goed gebruikmaken van het openbaar vervoer en daarvoor betalen, dan is dat prima, ook voor de openbaarvervoerbedrijven. Met de sector is afgesproken dat er één landelijk dekkende kaart voor het openbaar vervoer is, namelijk het Holland Travelticket. Dat ticket is inmiddels ingevoerd. Toeristen kunnen daar gebruik van maken. Je moet een bepaald bedrag betalen voor een kaart die in het hele land geldig is. Het is denkbaar dat alleen bepaalde delen van het land de aandacht krijgen van een toerist en dat deze gebruik wil maken van een beperkte voorziening voor het openbaar vervoer voor een lager bedrag. Het is ook denkbaar dat lokale en regionale vervoerders daarop in willen spelen. Die mogelijkheid moeten wij hun niet onthouden. Ons belang is dat er een landelijke kaart is. Als er aanvullend daarop lokale en regionale initiatieven komen, lijkt mij dat prima. In de zomer van 2017 moeten wij bekijken hoe deze nieuwe ontwikkeling die in gang is gezet, uitpakt. Hoe wordt de landelijke kaart gewaardeerd? Hoe zit het met de aanvullingen daarop? Leidt dit wellicht tot een aanbod dat wat minder helder is voor de toerist? Wat kan er verbeterd worden? Bij de evaluatie in de zomer van het komende jaar zullen wij dat bekijken.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Amsterdam en Rotterdam hebben ook een eigen kaart. Dit kan verwarring scheppen. Ik begrijp dat er een evaluatie komt. Je hebt ook nog zoiets als Interrail. Je kunt daar zelfs kaarten kopen voor Oost- en Zuid-Europa. Wordt dit ook in de evaluatie meegenomen?

Minister Kamp:

Mevrouw Vos zal het met mij eens zijn dat het belangrijkste is dat wij nu die ene kaart voor Nederland hebben ingevoerd. Iedereen heeft daar belang bij: de ondernemers in de gastvrijheidssector, de overheden en ook de openbaarvervoerbedrijven. Het gaat erom dat wij dit op een goede manier doen. Er zijn daarnaast allerlei aanvullende initiatieven. Het geheel, inclusief de opmerkingen van mevrouw Vos, wordt bekeken in de zomer van 2017. We zullen die evaluatie natuurlijk met de Kamer delen en er met haar over spreken.

Ik zag net mevrouw Mulder bij uitzondering even ongelukkig kijken. Dat kwam omdat ik haar vraag over Groningen richting mevrouw Vos beantwoordde. Dat was een vergissing. Mevrouw Mulder maakte de opmerking over Groningen. Het antwoord dat ik aan mevrouw Vos gaf, was bedoeld voor mevrouw Mulder.

De voorzitter:

Dat hebt u bij dezen rechtgezet.

Minister Kamp:

Mevrouw Mulder heeft aandacht gevraagd voor Airbnb. Daar ben ik al op ingegaan. Zij heeft gezegd dat de gemeenten nog zoekende zijn. Zo is het ook. Dat geldt voor gemeenten in ons land, maar eigenlijk in de hele wereld. Tien jaar geleden hadden wij nog nooit gehoord van de deeleconomie. Je ziet wat internet allemaal losmaakt. We zijn er nog niet klaar mee. Vandaar dat ik erop gereageerd heb zoals ik heb gedaan.

Ik meen dat ik hiermee de vragen van de woordvoerders heb beantwoord.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik heb nog gevraagd naar de leefbaarheid, de leegstand en de rol die toerisme daarbij heeft. Kan de Minister daar nader op ingaan? We hebben een retailagenda. Ik vraag mij af hoe de spreiding van het toerisme kan worden gebruikt om de leegstand tegen te gaan. We zien dat de leefbaarheid zeker in kleine dorpen op het platteland overeind wordt gehouden door het toerisme. De sector zou daar erkenning voor moeten krijgen. Misschien kan de sector hier ook verder een positieve rol in vervullen.

Minister Kamp:

Ik kan daarover zeggen dat de buitenlandse toeristen ongeveer 600 miljoen euro uitgeven aan aankopen in winkels. 300 miljoen gaat naar de grote bedrijven en winkelketens en 300 miljoen gaat naar het mkb. Het varieert heel erg. Zoals mevrouw Mulder als geen ander weet, zijn er plaatsen waar veel toeristen komen en waar de ondernemers ervan profiteren, maar ook plaatsen waar minder toeristen komen. Dat is iets wat in ontwikkeling is. In algemeen zin kunnen wij zeggen dat ons land zowel voor de binnenlandse als voor de buitenlandse toeristen erg aantrekkelijk is. We hebben heel goede ondernemers die een uitstekend aanbod doen. We hebben mooie plaatsen, dorpen en gebieden. De groei zit erin en die zal er naar mijn overtuiging in blijven zitten. Met name buitenlandse toeristen zijn van belang voor het draagvlak van de winkelvoorzieningen in dorpen en steden. Het is goed om die ontwikkeling ook bij te houden. Ik heb het bedrag van 600 miljoen genoemd. Het is goed om te bekijken hoe het in de toekomst gaat.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dat lijkt mij een heel goede toezegging.

De voorzitter:

De Minister is klaar met zijn beantwoording. Is er behoefte aan een tweede termijn? Ik stel een spreektijd van een minuutje per spreker voor.

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter. Ik wil dit minuutje aangrijpen om het publiek, over het algemeen ondernemers die actief zijn in de gastvrijheidssector, te danken voor zijn inzet in de afgelopen jaren om de gasten in Nederland te houden. Ik durf daarbij te beweren dat deze Minister daar heel veel voor gedaan heeft. Ten eerste heeft hij ervoor gezorgd dat het Holland Travelticket er is gekomen, daarmee aantonend dat hij in staat is, op andere ministeries druk uit te oefenen om op te komen voor de gastvrijheidseconomie. Ik geef de Minister wel mee dat in de gastvrijheidseconomie de klant «gast» wordt genoemd.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Voorzitter. De Minister heeft de vragen keurig beantwoord. We blijven ondernemen in een heel erg leuk land om te bezoeken.

De voorzitter:

Die mening deel ik met u, mevrouw Vos.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. De Minister heeft verwezen naar het algemeen overleg over snel internet in het buitengebied. Wil de Minister bij de toezegging die hij in dat algemeen overleg aan mij heeft gedaan, heel specifiek kijken naar het belang van de recreatiesector? Voor het AO van 21 december krijgen we nog een brief van de Minister. Misschien kan hij in die brief daarop specifiek ingaan. Mocht dat niet lukken, kan dat dan worden meegenomen in de brief die we voor het volgende zomerreces krijgen over snel internet in het buitengebied?

Minister Kamp:

Voorzitter. De heer Ziengs maakte de opmerking over «gasten». Dat is een wezenlijke opmerking. Ik heb grote waardering voor de gastvrijheid van de ondernemers, werkzaam in deze sector. Ik deel dat gevoel van de heer Ziengs dus zeer.

Over snel internet in het buitengebied heb ik, als het gaat om de bedrijven, wat dubbele gedachten. Om te beginnen is snel internet belangrijk voor de ondernemers. Maar ze zijn wel verantwoordelijk voor hun eigen bedrijfsvoering en de kosten die daarmee gemoeid zijn. Ik wil die verantwoordelijkheid wat aansluiting op snel internet betreft, niet van hen overnemen. In de brief waarmee we in de loop van volgend jaar komen, zullen we aan dit belangrijke punt aandacht besteden.

De voorzitter:

Ik dank de Minister. Er is geen behoefte aan een VAO. Er is één toezegging gedaan.

  • De Kamer ontvangt in het voorjaar van 2017 een stand-van-zakenbrief over de verhuur van woonruimte voor vakantiedoeleinden via onlineplatforms, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de uitvoering van de motie van mevrouw Gesthuizen over de meldplicht.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Daarin wordt ook ingegaan op de maatregelen die elders in Europa worden genomen.

De voorzitter:

Dat zit er allemaal bij; de Minister bevestigt dat. Ik dank eenieder voor zijn/haar aanwezigheid.

Sluiting 16.51 uur.