26 234 Vergaderingen interim- Committee en Development Committee

Nr. 170 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 april 2015

Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister van Financiën, de Nederlandse inzet bij de Voorjaarsvergadering (VJV) van de Wereldbank Groep (WBG). De VJV vindt plaats op 17–18 april a.s. in Washington DC.

Door de aanwezigheid van vrijwel alle relevante partners in ontwikkelingssamenwerking biedt de VJV een uitgelezen kans om vooruitgang te boeken in de voorbereiding op de Financing for Development (FfD) conferentie in juli, cruciaal voor het realiseren van de nieuwe duurzame ontwikkelingsdoelen die de VN-Top in september naar verwachting zal aannemen. Financing for Development vormt dan ook de rode draad tijdens mijn aanwezigheid in Washington: het staat geagendeerd tijdens de vergadering van het Development Committee (DC), ik zal deelnemen aan het Financing for Development Flagship event van de Bank, ik voer hierover gesprekken met mijn internationale collega’s, én het is hoofdthema van het gelijkgezindendiner waarvan ik dit jaar gastvrouw ben.

Naast Financing for Development, verdienen de voortdurende onrust in enkele landen in Afrika en het Midden-Oosten, alsook de effecten van lage olieprijzen op ontwikkelingseconomieën de aandacht van ontwikkelingspartners. Deze onderwerpen staan daarom eveneens op de agenda van de VJV. Uiteraard zal ik mijn gesprekken en interventies ook aanwenden om recente ontwikkelingen en discussies in en over de Bank aan de orde te stellen, zoals de herziening van de safeguards en de discussie over voice.

In deze brief informeer ik u over mijn inzet bij de verschillende onderdelen en geef ik u een overzicht van ontwikkelingen rondom de BRICS-bank zoals toegezegd in het algemeen overleg van 2 oktober jl. (Kamerstuk 26 234, nr. 165). U bent op 28 maart jl. per Kamerbrief1 reeds geïnformeerd over het toetreden van Nederland als prospective founding member van de Asian Infrastructure and Investment Bank (AIIB), een initiatief van BRICS-land China.

1. Algemeen

In mijn optiek dienen de aandeelhouders van de Wereldbank deze VJV te benutten om de WBG duidelijk te positioneren in het nieuwe internationale ontwikkelingsspeelveld. De opkomst van andere internationale publieke actoren, zoals de AIIB, en de grotere toegang van ontwikkelingslanden tot private geldstromen het afgelopen decennium maken dit onvermijdelijk. Ik zie dit niet als een bedreiging of negatieve ontwikkeling voor de WBG, maar als een kans om de Bank te herpositioneren. De WBG vervult als grootste en belangrijkste ontwikkelingsbank ter wereld nog steeds een sleutelrol en mijn inzet is om die rol ook voor de toekomst zeker te stellen.

Naast algemene waardering voor de WBG als ontwikkelingspartner voor Nederland, hetgeen zich uit in een gestaag groeiende strategische samenwerking op dossiers als water, voedselzekerheid en gender, wil ik in mijn gesprekken en bijeenkomsten tijdens de VJV de volgende kernboodschappen afgeven:

  • De WBG moet haar activiteiten in dienst stellen van de uitvoering van de nieuwe ontwikkelingsagenda. Dit impliceert dat de WBG tijdens de aankomende Financing for Development-conferentie in Addis Abeba en bij de implementatiefase erna een voortrekkersrol moet spelen. Dit betekent ook dat de WBG zich sterker moet concentreren op fragiele staten, waar immers de grootste achterstanden bestaan in ontwikkeling

  • Tegelijkertijd reken ik op de WBG om te helpen voorkomen dat landen financieel tussen wal en schip raken en terugvallen in armoede – te rijk om voor OS-programma’s in aanmerking te komen, maar te arm en onderontwikkeld om de eigen ontwikkeling met belastinginkomsten of kapitaalmarktleningen te kunnen financieren. Dit geldt voor zowel lage inkomenslanden als voor middeninkomenslanden. Dit is belangrijk voor onze partner- en kiesgroeplanden. Nederland steunt daarom de ontwikkeling van innovatieve financieringsinstrumenten en het onderzoeken van mogelijkheden om meer te doen met bestaand WB kapitaal.

  • De toegenomen concurrentie op het internationale ontwikkelingsveld mag geen aanleiding vormen tot een verwatering van de safeguards van de Bank. De safeguards dragen juist bij aan het comparatieve voordeel van de Bank en dat moet ook zo blijven. Ze mogen wel gebruiksvriendelijker worden, maar niet zwakker.

  • Het is hoog tijd dat de reorganisatie van de afgelopen jaren nu echt wordt afgerond, zodat de nieuwe themadirecties (global practices) zich ook daadwerkelijk kunnen gaan richten op het behalen van de voor hen relevante Sustainable Development Goals (SDG’s). Nederland houdt uiteraard, als actieve en betrokken aandeelhouder van de Bank, een vinger aan de pols.

2. Financing for Development

Ik verwelkom de centrale plaats die het onderwerp Financing for Development zal hebben tijdens het DC. In mijn plenaire statement2 tijdens de Jaarvergadering 2014 heb ik de Bank opgeroepen om, naast aandacht voor interne hervormingen, de blik weer naar buiten te richten. De grootste ontwikkelingsbank ter wereld dient voldoende oog te hebben voor de ontwikkelingsuitdagingen in de wereld. De twee centrale doelstellingen van de Wereldbankgroep 1) einde van extreme armoede en 2) gedeelde welvaart, sluiten goed aan op de post-2015 agenda. De WBG beschikt over zeer gedetailleerde kennisinfrastructuur, kan dit combineren met een wereldwijd landennetwerk en aanwezigheid in bijna alle ontwikkelingslanden. Hiermee is de WBG optimaal gepositioneerd om een voortrekkersrol te vervullen bij het vormgeven van de post-2015 agenda en het bereiken van de SDG’s.

De WBG kan met zowel financiering als technische assistentie een belangrijke bijdrage leveren aan de Nederlandse Financing for Development-prioriteiten (u ontvangt over dit laatste binnenkort een aparte brief), waaronder Domestic Resource Mobilization (DRM), belastingen, het tegengaan van illegale geldstromen, het creëren van innovatieve financiering, het opzetten van multi-stakeholder partnerschappen en de ondersteuning van private sector ontwikkeling. Daarnaast kan de WBG een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van infrastructuur door het bevorderen van de efficiëntie van publieke investeringen, het direct investeren in infrastructuurprojecten en het aantrekken van private gelden voor genoemde projecten, bijvoorbeeld van institutionele beleggers. Daarom volgt Nederland de ontwikkeling van innovatieve financieringsinstrumenten, zoals de Global Infrastructure Facility (GIF), met interesse. Ook steunt Nederland het onderzoeken van mogelijkheden om meer te doen met bestaand kapitaal bij de ontwikkelingsbanken, ook bij de International Development Agency (IDA) van de WBG. Daarbij moet dan wel voldoende aandacht blijven voor IDA’s core business om de allerarmste landen, in toenemende mate fragiele staten, te helpen bij het bereiken van de SDG’s.

Aan de hand van een gezamenlijk rapport van de WBG, IMF, alle regionale ontwikkelingsbanken en EIB, zal tijdens het DC worden ingegaan op de wijze waarop deze instellingen een actieve bijdrage kunnen leveren aan de post-2015 agenda. Ik ben van mening dat de discussie over de precieze rol van de verschillende Internationale Financiële Instellingen (IFIs) in de bestuursorganen van deze instellingen zelf gevoerd moet worden, maar zet mij in voor nauwe betrokkenheid van deze IFIs bij het Financing for Development-traject gezien het mandaat, de expertise en de ervaring van deze instellingen. Een duidelijke werkverdeling tussen de verschillende ontwikkelingspartners, gebaseerd op comparatieve voordelen, zie ik als voorwaarde voor effectieve ontwikkelingssamenwerking. Dit zal ik meenemen in mijn interventie.

Bovenstaande inzet zal ik ook inbrengen tijdens het diner van gelijkgezinden, een groep van landen3 die vanuit een gezamenlijke wens tot versterking van de effectiviteit van hulp, op weg naar Busan, besloot samen op te trekken op delen van deze agenda. Dit diner biedt een goede mogelijkheid om een discussie te voeren over hoe deze groep kan bijdragen aan het succes van de Addis conferentie. Voorts kan het Global Partnership for Effective Development Cooperation (GPDEC) een bijdrage leveren aan het succes van de Post-2015 agenda door best practices in te brengen, bijvoorbeeld op het gebied van monitoring van commitments, DRM en ontwikkelen van multi-stakeholder partnerships.

Verder ben ik zeer verheugd te kunnen aankondigen dat op 21-22 mei de WBG het Development Finance Forum organiseert en daarbij Rotterdam heeft verkozen tot locatie voor dit evenement. De Wereldbankgroep, regionale ontwikkelingsbanken, private fondsen, bedrijfsleven en denktanks zullen hierbij op hoog niveau worden vertegenwoordigd. Zowel ontwikkelde landen als ontwikkelingslanden zullen aan dit Forum deelnemen. Het Forum zal werken aan een nadere concretisering van de politieke afspraken die worden gemaakt in het DC tijdens de VJV en zullen als input dienen voor Addis. Ik zie uit naar een constructieve bijeenkomst.

3. Lagere grondstof- en olieprijzen

Een belangrijke ontwikkeling dit laatste half jaar is de sterke daling van de grondstofprijzen. Gezien de potentiële economische gevolgen van lagere grondstofprijzen voor verschillende landen, onderschrijf ik het belang van dit agendapunt. Niet alleen daalde de olieprijs sterk sinds september vorig jaar, ook de prijs van andere grondstoffen zijn gedaald, zoals metaal en agrarische grondstoffen. De belangrijkste verklaring voor de lagere olieprijs is de groei van het aanbod van olie, onder meer door de schaliegasrevolutie in de VS. De mondiale lagere vraag, onder andere veroorzaakt door afkoeling van de Chinese economie en energiebesparende maatregelen in ontwikkelde economieën, speelde hierbij een kleinere rol. In de bouwsector zorgde lagere groei in China voor een sterke afname van metaalprijzen. Daarnaast steeg het aanbod van ijzererts de afgelopen jaren sterk. Agrarische grondstoffen daalden in prijs vanwege de goede oogst, maar dit kan van jaar tot jaar verschillen.

De «positieve aanbodschok» heeft in ontwikkelde landen op korte termijn een stimulerend effect op de groei vanwege hogere beschikbare inkomens en hogere winstmarges voor bedrijven, waardoor consumptie en investeringen worden aangejaagd. In opkomende economieën en lage inkomenslanden is dit effect op korte termijn mogelijk beperkter, zeker indien overheden er voor kiezen om de structuur van hun economieën te versterken door energiesubsidies af te bouwen. In veel landen wordt brandstof zwaar gesubsidieerd met gevolg dat het een groot beslag heeft op de overheidsbegroting en overmatige consumptie stimuleert. Lagere olieprijzen bieden een ideale opening om deze subsidies te verminderen en daarmee middelen vrij te spelen die kunnen worden ingezet voor basisdiensten en sociale programma’s. Op de langere termijn kan de afbouw van subsidies tot hogere groei leiden en daarmee armoede verder terugdringen.

4. Ontwikkelingen WBG

Herziening safeguards en aanbestedingsbeleid

Het proces4 van de herziening van de safeguards, de interne controlemechanismen van de Wereldbank die schadelijke gevolgen van bankprojecten voor mens en milieu moeten identificeren, is vanaf 1 maart jl. in een nieuwe fase beland. De tweede ronde van nationale consultaties (met zowel nationale overheden als maatschappelijk middenveld) is inmiddels afgesloten. Sinds aanvang van het herzieningsproces heeft de Bank duizenden partijen wereldwijd geraadpleegd, waardoor met recht van een inclusief consultatieproces kan worden gesproken.

De Nederlandse overheid heeft zowel tijdens een consultatiebijeenkomst van de Bank in Brussel in november 2014, als tijdens het zogenaamde jaarlijkse beleidsoverleg tussen Nederland en de WBG in Washington in februari jl., het belang van effectieve en gebruiksvriendelijke safeguards benadrukt, en aangegeven dat de Bank voldoende middelen zal moeten vrijmaken voor het t.z.t. implementeren van het nieuwe raamwerk. De meeste voor Nederland belangrijke uitgangspunten (o.a. mensenrechten, een juiste balans tussen ex-ante beoordeling van projecten en monitoring/supervisie gedurende de looptijd van projecten) lijken bij de Bank te zijn «geland». Ik zal er op toezien dat op andere punten de Bank nog slagen zal maken, zoals op het terrein van arbeidsrecht en rechten van inheemse volkeren.

Aangezien het herzieningsproces nog niet is afgerond, zal Nederland zich blijven richten op het bereiken van voortgang op dit onderwerp, waarbij de algemene inzet inhoudelijk ongewijzigd blijft: (1) de safeguards moeten effectief, gebruikersvriendelijk en overkoepelend zijn; (2) het is zaak om de safeguards zodanig toe te passen dat milieu, individuen en gemeenschappen effectief beschermd worden, zonder dat dit evenwel de uitvoering van projecten in fragiele staten of situaties (waar zowel de risico’s als de behoefte aan ontwikkelingsprojecten het grootst zijn) onmogelijk maakt of nodeloos vertraagt. Medio 2015 zal de Bank een nieuw voorstel presenteren aan de Board waarin de nieuwste inzichten zullen zijn verwerkt.

Herziening aanbestedingsbeleid

De herziening van het aanbestedingsbeleid is in een finale fase aangekomen en zal medio 2015 aan de Board worden voorgelegd. De huidige visie met nadruk op value for money (voldoende aandacht voor kwaliteit) beantwoordt aan de verwachtingen van Nederland. Aandachtspunt voor de Bank is capaciteitsversterking van Bankstaf: de trend om meer gebruik te maken van lokale procurement systemen mag niet ten koste gaan van kwaliteits- en duurzaamheidsoverwegingen. Ik onderschrijf het belang van versterking van Bankstaf en lokale -procurementsystemen, op landenniveau en in Washington.

Voice

In 2010 heeft de Raad van Gouverneurs besloten om iedere vijf jaar een discussie over aandeelhouderschap en vertegenwoordiging binnen de IBRD te voeren. Tijdens de Jaarvergadering 2015 in oktober a.s. zal de Board over de voice-discussie rapporteren aan de Raad van Gouverneurs. De eerste besprekingen binnen de Raad van Bewindvoerders vinden reeds plaats.

Met steun van Nederland is de stem van ontwikkelingslanden binnen de Wereldbank de afgelopen jaren sterk vergroot. Zo is als onderdeel van de kapitaalverhoging in 2010 het aantal zetels in de Raad van Bewindvoerders met een extra zetel voor Afrikaanse landen uitgebreid naar 25. Ook andere maatregelen die de WBG dichter bij de cliënt brengen kunnen voice helpen versterken, zoals de inzet van meer WBG-personeel in fragiele staten. Nederland stelt zich constructief op in de discussie en staat open om verschillende opties te bezien om de voice te versterken, maar een kapitaalverhoging acht ik op dit moment niet opportuun. Het proces van de kapitaalverhoging van 2010 is immers nog gaande, en de deadline voor betaling is recentelijk verschoven naar 2018, omdat het leeuwendeel van de ontwikkelingslanden de betaling voor nieuwe aandelen nog niet had voldaan.

Salarissen

Het blijkt een harde dobber te zijn om verandering aan te brengen in het beloningsbeleid van de Wereldbankgroep. Tijdens de voorjaarsvergadering en jaarvergadering van 2014 heb ik opgebracht dat het niet meer dan logisch is om beloningsbeleid van de Bank in lijn te brengen met het ontwikkelingsmandaat.

Recent is het concept-onderzoeksrapport van Zweden en het VK over het beloningsbeleid van de Bank met NL gedeeld. Het betreft een feitelijk, beschrijvend rapport waarin de beloningssystemen van de ontwikkelingsbanken en VN-organisaties met elkaar worden vergeleken. Ik zal tijdens de VJV mijn Zweedse en VK-collega’s vragen naar een definitieve versie, waarna ik hoop deze spoedig met u te kunnen delen. De belangrijkste bevindingen in het rapport onderschrijven in algemene zin de inzet die ik steeds heb gepleegd, en die ik voort zal zetten tijdens de VJV, alwaar ik opnieuw mijn woorden van vorig jaar zal aanhalen: «it is a vocation to work for the Bank».

Rapport Oxfam

Ik heb kennis genomen van het rapport van Oxfam «The Suffering of Others». Oxfam uit daarin kritiek op de IFC die de eigen IFC performance standards zou schenden, door zich te veel te richten op klanten in de financiële sector en vervolgens onvoldoende toezicht te houden op deze financiële intermediairs, zoals banken en investeringsfondsen. Ander punt van kritiek is dat IFC onvoldoende transparantie biedt over de investeringen van haar financiële sector klanten. Ik neem het rapport zeer serieus. Nederland blijft zich stevig inzetten voor het naleven van de performance standards door IFC. Deze lijn draag ik ook uit in de gesprekken die ik tijdens de voorjaarsvergadering heb met Oxfam en IFC’s CEO Jin-Yong Cai, waarbij ik ook de reactie van IFC op het rapport van Oxfam zal aanhoren en zal vragen naar de voortgang op het actieplan dat IFC in 2014 heeft opgesteld naar aanleiding van de Honduras casus, welke ook in het Oxfam-rapport wordt aangehaald.

5. Recente ontwikkelingen BRICS Bank

Ik heb tijdens het vorige AO Wereldbank op 2 oktober jl. aan uw Kamer toegezegd een nadere toelichting te geven op ontwikkelingen rondom de BRICS Bank. De BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) hebben op 15 juli 2014 tijdens de BRICS-top in Fortaleza een overeenkomst getekend voor de oprichting van deze New Development Bank (NDB) en een valutareservefonds genaamd Contingent Reserve Agreement (CRA). De oprichting van de NDB komt mede voort uit de onvrede van de BRICS-landen over de huidige ondervertegenwoordiging in zowel de WB als IMF.

De oprichting van de bank betekent niet dat de BRICS-landen afstand nemen van het huidige multilaterale stelsel. De behoefte aan financiering voor infrastructuur in lage- en middeninkomenslanden is groter dan het huidige aanbod, en aanwending van spaartegoeden van opkomende economieën voor productieve investeringen in infrastructuur in arme landen draagt dus bij aan economische ontwikkeling. De NDB kan dus complementair zijn aan de Wereldbank, maar mist vooralsnog de ervaring en know-how die de WBG met zich meebrengt, voor vele landen een belangrijke toegevoegde waarde voor ontwikkelingsprogramma’s. Inmiddels zijn deze ontwikkelingen bovendien ingehaald door de oprichting van de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB), waartoe alle BRICS-landen met uitzondering van Zuid-Afrika zijn toegetreden, Het daarmee de vraag in hoeverre de BRICS Bank tot verdere ontwikkeling zal komen. Nederland zal verdere ontwikkelingen rond de NDB en haar activiteiten desalniettemin nauwlettend blijven volgen

6. Recente ontwikkelingen

Ebola

Nederland blijft betrokken bij de aanpak van de Ebola crisis, ook na de noodhulpfase. Dit doen we op twee manieren: ten eerste wil Nederland een actieve deelnemer zijn bij het verbeteren van de mondiale paraatheid bij gezondheidscrises. Ten tweede neemt Nederland een leidende rol bij handelsbevordering en economische ontwikkeling van de regio. Zo ben ik voornemens over enkele maanden met een bedrijfsleven missie terug te keren naar de door Ebola getroffen landen, en internationale aandacht te vragen voor het belang van handel bij de wederopbouw van de regio. Als follow-up van de Ebola High Level Conferentie van 3 maart in Brussel over de noodhulpfase en het herstel, vindt tijdens de VJV een evenement plaats over het economisch herstel van de drie landen. Daar zal ik aan deelnemen, met als inzet om de afstemming tussen Wereldbankactiviteiten en onze programma’s te optimaliseren.

Beleidsoverleg, Washington DC

Op 2 en 3 februari jl. vond beleidsoverleg plaats tussen Nederland (Rijksbreed) en de WBG waarbij is teruggekeken op ontwikkelingen van het afgelopen jaar en prioriteiten zijn gesteld voor het komende jaar. Er zijn tijdens het beleidsoverleg stappen gezet naar de invulling van een strategisch partnerschap met de Wereldbank op het thema voedselzekerheid en er is voortgang geboekt ten aanzien van de verdere uitwerking van het strategisch partnerschap op het terrein van water, waarvoor tijdens de Jaarvergadering 2014 een samenwerkingsovereenkomst was getekend.

Ook op de thema’s veiligheid & rechtsorde (fragiele staten), gender, SRGR en private sectorontwikkeling is vooruitgang geboekt. Voor wat betreft fragiele staten heeft Nederland aangegeven bezorgd te zijn over de impact van de hervormingen en bezuinigingen van de WBG op de inzet in deze landen – terwijl dit de afgelopen jaren juist verbeterd was. In dit licht heeft Nederland aangedrongen op versterking van het expertisecentrum fragiele staten in Nairobi. Op het gebied van gender is afgesproken om nauwer te gaan samenwerken. Zo is besloten om bij te dragen aan het Umbrella Facility Gender Equality, dat de vernieuwing en opschaling van effectief genderbeleid en -uitvoering binnen de gehele WBG ondersteunt. Kernactiviteiten zijn gericht op systematische verzameling van genderdata in landen, opschaling van effectieve interventies en vormgeven van innovatieve partnerschappen met onder meer de private sector. Verder ben ik gevraagd zitting te nemen in de Advisory Council on Gender and Development, dat en marge van de VJV advies zal uitbrengen over de nieuwe genderstrategie van de WBG. Tenslotte hebben de WBG en Nederland de voorlopige balans opgemaakt van hun gezamenlijk streven de Nederlandse Trust Fund portefeuilles bij de Wereldbank en de IFC te stroomlijnen. Ik verwelkom de voortgang die is gemaakt op het tegengaan van de fragmentatie van de opbouw en samenstelling van de Nederlandse Trust Fund (TF) portefeuille bij Wereldbank en IFC.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen


X Noot
1

Kamerstuk 33 652, nr. 152

X Noot
2

Zie de integrale tekst in Kamerbrief «Verslag van de Nederlandse inzet bij de Jaarvergadering Wereldbank 2014» – Kamerstuk 26 234, nr. 168

X Noot
3

De groep bestaat uit: Australië, Denemarken, Duitsland, Canada, Nederland, Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk en Zweden

X Noot
4

Het herzieningsproces is in oktober 2012 van start gegaan.

Naar boven