Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201626150 nr. 154

26 150 Algemene Vergadering der Verenigde Naties

Nr. 154 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 september 2016

Met deze brief wordt u geïnformeerd over de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden voor de 71ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) in New York, waarvan de zogeheten minsteriële week op 19 september a.s. begint.

De hoofdlijnen van het beleid van het Koninkrijk ten aanzien van de Verenigde Naties (VN) zijn vrede en veiligheid, mensenrechten en internationale rechtsorde, en ontwikkeling. Hieronder wordt de inzet van het Koninkrijk op deze drieonderwerpen voor het komend jaar uiteen gezet.

De afgelopen jaren heeft het Koninkrijk campagne gevoerd voor een zetel in de VN-Veiligheidsraad. Dit heeft geresulteerd in het lidmaatschap in 2018. In deze brief komen de campagne en het lidmaatschap kort aan de orde. Over de beleidsinzet voor het lidmaatschap en samenwerking met Italië ontvangt u volgend jaar een toelichting.

Voorafgaand aan het Algemeen Debat van de 71ste AVVN, op 19 september, zal er een VN-top plaatsvinden over vluchtelingen en migratie: de High-Level Meeting on Large Movements of Refugees and Migrants. Op deze bijeenkomst moeten mondiale afspraken worden gemaakt om de huidige crisis van ongeveer 65 miljoen gevluchte en ontheemde mensen wereldwijd gezamenlijk het hoofd te kunnen bieden. Uw Kamer zal begin september in een separate brief nader worden geïnformeerd over de inzet van het Koninkrijk voor deze top.

1. De VN als dé internationale organisatie

Mondiaal antwoord op mondiale uitdagingen

Voor het Koninkrijk der Nederlanden is en blijft de Verenigde Naties de belangrijkste internationale organisatie voor de internationale vrede en veiligheid, mensenrechten en ontwikkeling. De omvang en schaal van de huidige problemen op het gebied van onder meer veiligheid, klimaat, migratie, en ontwikkeling kunnen alleen door landen gezamenlijk en in goed overleg effectief worden aangepakt. Het is bij uitstek van belang de betrokkenheid van landen bij het multilaterale stelsel te behouden en de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor mondiale kwesties te blijven benadrukken.

Veiligheidsraadkandidatuur en -lidmaatschap

Die gezamenlijke verantwoordelijkheid is ook een van de redenen geweest voor het Koninkrijk om zich kandidaat te stellen voor een tijdelijke zetel in de VN-Veiligheidsraad (VNVR) voor de termijn 2017–2018. De voorgaande jaren is daartoe intensief campagne gevoerd. Nederland, Aruba, Curaçao en St. Maarten zijn in deze lobby samen opgetrokken als Koninkrijk.

Tijdens de verkiezingen in de AVVN op 28 juni 2016 behaalde het Koninkrijk in de eerste ronde bijna het benodigde aantal stemmen om direct verkozen te worden. Na vier daaropvolgende stemronden waarin de stemmen keer op keer staakten, zijn het Koninkrijk der Nederlanden en Italië overeengekomen het lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad te delen door het op te splitsen in twee termijnen van ieder een jaar: Italië in 2017; het Koninkrijk der Nederlanden in 2018.

Het kabinet kijkt terug op een succesvolle campagne. In Zweden (dat in de eerste ronde verkozen werd) en Italië had het Koninkrijk twee sterke concurrenten. De campagne heeft het Koninkrijk internationaal op de kaart gezet als betrouwbare partner voor vrede, gerechtigheid en ontwikkeling. Het heeft ons internationale netwerk niet alleen verdiept maar ook duurzaam verbreed, bijvoorbeeld met de Small Island Developing States. De campagne kenmerkte zich binnen het Koninkrijk door intensieve en constructieve samenwerking tussen de vier Koninkrijksdelen; een samenwerking die ook in aanloop naar en tijdens het lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad voortgezet zal worden.

Het lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad in 2018 zal in hoge mate bepaald worden door crises en conflicten in de wereld die op de agenda van de Raad staan. Daarbij zal de aandacht van het Koninkrijk onder meer uitgaan naar conflictpreventie, een geïntegreerde benadering ten aanzien van vrede, veiligheid en ontwikkeling en Protection of Civilians. Het aanpakken van grondoorzaken van instabiliteit, en vredesopbouw na afloop van conflicten zijn daarbij prioriteiten die ook integraal onderdeel uitmaken van ons ontwikkelingsbeleid. Eveneens zal aandacht besteed worden aan de bedreiging die klimaatverandering kan vormen voor de internationale vrede en veiligheid.

Het Koninkrijk zal gedurende de periode 2017–2018 intensief samenwerken met Italië, alsook met andere verkozen leden van de Raad, zoals Zweden.

Hervormingen: noodzakelijk maar weerbarstig

VN-hervormingen zijn noodzakelijk om de organisatie de nodige slagkracht te geven om relevant en effectief te blijven. De urgentie ervan wordt steeds groter naarmate de mondiale uitdagingen waarvoor de VN zich gesteld ziet toenemen. Tegelijkertijd laten de moeizame discussies over de hervormingen zien hoe weerbarstig de realiteit is. Als hervormingen om de VN fit for purpose te maken echter te lang op zich laten wachten dreigt de effectiviteit van de organisatie hier sterk onder te lijden, zoals de patstelling in de Veiligheidsraad ten aanzien van Syrië pijnlijk illustreert.

Het Koninkrijk zal tijdens de 71ste zitting wederom actief betrokken zijn bij het onderhandelingsproces over de hervormingen van de Verenigde Naties. Bij de discussies in de AVVN pleiten we voor uitbreiding van zowel het aantal permanente als tijdelijke leden van de VNVR. Tegelijkertijd dient, om de effectiviteit te waarborgen, de VNVR niet te groot te worden. Op termijn zou het ook mogelijk moeten worden voor regionale organisaties, zoals de EU, om vertegenwoordigd te zijn in de VNVR.

Wanneer het Koninkrijk plaatsneemt in de Veiligheidsraad in 2018 kan het, wanneer dit aan de orde komt, ook meepraten over aanpassing van de werkmethodes van de Raad. Het Koninkrijk zal pleiten voor transparantere en efficiëntere werkmethoden en het beter betrekken van de landen waarover in de VNVR wordt gesproken. De steun voor het Frans-Mexicaanse initiatief om het vetogebruik vrijwillig te beperken in het geval van grootschalige mensenrechtenschendingen kan ook binnen de Raad worden uitgedragen.

Op dit moment is het selectieproces gaande voor de benoeming van de nieuwe secretaris-generaal dit najaar. Vorig jaar nam de AVVN resolutie 69/321 aan waarin wordt aangedrongen op een transparanter en inclusiever proces en lidstaten expliciet worden opgeroepen om ook vrouwelijke kandidaten voor te dragen. Ook werd besloten alle kandidaten voor de positie van secretaris-generaal uit te nodigen voor een informele dialoog met de Algemene Vergadering. Deze voorstelrondes hebben inmiddels plaatsgevonden. Nu buigt de Veiligheidsraad zich over de selectie om vervolgens een aanbeveling voor benoeming voor te leggen aan de AVVN ter stemming.

Hervorming van het VN-ontwikkelingssysteem

Elke vier jaar komen VN-lidstaten tot een visie over de hervormingen van het VN-ontwikkelingssysteem, die dit jaar zal resulteren in de zogeheten «Quadrennial Comprehensive Policy Review» (QCPR) resolutie. De VN heeft de afgelopen jaren hard gewerkt aan de uitvoering van de vorige QCPR-resolutie uit 2012. Zo hebben VN-organisaties resultaten beter op elkaar afgestemd en nieuwe financieringsmodellen ontwikkeld. Daarnaast werkt de VN nu volgens het Delivering as One-model om duplicatie en fragmentatie tussen VN-organisaties te verkleinen. Er valt echter nog veel winst te behalen, voornamelijk door betere coördinatie, en vereenvoudiging en gelijktrekken van procedures. Door de nieuwe wereldwijde ontwikkelingsdoelen in 2015 (Global Goals) is er hernieuwd momentum voor deze hervormingsdiscussie. De thematische insteek van deze doelen vereist namelijk een organisatie-overstijgende aanpak, en meer aandacht voor andere vormen van financiering (bijvoorbeeld thematische fondsen).

Het Koninkrijk blijft bij de onderhandelingen in aanloop naar de QCPR-resolutie inzetten op die speerpunten van het Nederlands beleid waar het binnen de VN-kaders een voortrekkersrol kan nemen. Zo ijvert het Koninkrijk voor het ontwikkelen van brede partnerschappen tussen VN-organisaties en de private sector, en het verbinden van humanitaire hulp, ontwikkelingssamenwerking en handel.

2. Vrede en veiligheid

Vredeshandhaving

Gezien de discussies over de slagkracht van de VN en de vele conflicten die de wereld teisteren en de (gevoelde) toename van veiligheidsdreigingen, is de capaciteit van de VN om internationaal de vrede te bewaren en burgers te beschermen tegen geweld cruciaal voor het bestaansrecht van de organisatie.

In 2015

heeft de VN drie grote evaluaties uitgevoerd: de VN-vredesoperaties (Peacekeeping Operations), de VN-architectuur op het gebied van vredesopbouw (Peacebuilding Architecture) en de inzet van de VN om vrouwen te betrekken bij vredesprocessen (VNVR-resolutie 1325: Women, Peace and Security) zijn gedetailleerd onder de loep genomen. Nu is het zaak dat de VN en de lidstaten de aanbevelingen van deze drie evaluaties in de praktijk brengen; een proces waar het Koninkrijk zich hard voor maakt in de AVVN, onder andere in de begrotingsdiscussies.

Om te komen tot duurzame vrede moeten politieke oplossingen voor conflicten hand in hand gaan met veiligheid, vredeshandhaving, rule of law, wederopbouw en mogelijkheden om te voorzien in levensonderhoud. Het Koninkrijk bepleit daarom een geïntegreerde benadering vóór, tijdens en na conflictsituaties, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van diplomatieke, civiele, militaire, en politionele inzet en ontwikkelingsinstrumenten.

Dit is ook het uitgangspunt voor de inzet van het Koninkrijk ten opzichte van de aanbevelingen uit de reviews van VN-vredeshandhaving, VN-vredesopbouw en resolutie 1325. Het Koninkrijk heeft zeker een rol te spelen bij de uitvoering van die aanbevelingen: als troepenleverancier (waaronder ook politie) en als grote donor van programma’s op het gebied van conflictpreventie en vredesopbouw. Nederland was dan ook een van de voortrekkers van de Leaders Summit over VN-vredeshandhaving van september 2015 en is medegastland van de conferentie van Ministers van Defensie over vredesoperaties die op 8 en 9 september 2016 in Londen plaats zal vinden.

Nederland is, met Rwanda en de VS, een van de trekkers van de Kigaliprincipes. Deze principes zijn een praktische uitwerking van een aantal van de aanbevelingen uit het evaluatierapport van de vredesoperaties. Ze werden in mei 2015 in Kigali opgesteld en zijn inmiddels door meer dan 30 troop contributing countries is ondertekend. In de Kigaliprincipes gaat, net als in de evaluatie zelf, veel aandacht uit naar training van vredestroepen om ze beter toe te rusten voor hun vredesmissietaken. Dit wordt door Nederland uitgevoerd door dit najaar samen met Rwanda en de VS trainingen te verzorgen voor vredestroepen waarin onder andere aandacht wordt besteed aan goed leiderschap, gendersensitiviteit, discipline en herkennen en voorkomen van sexual and gender based violence.

Nederlandse deelname aan VN-vredesoperaties

De Nederlandse krijgsmacht neemt op dit moment deel aan vijf VN-missies: MINUSMA (United Nations Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali) UNMISS (United Nations Mission in Sudan), UNDOF (United Nations Disengagement Observer Force), UNTSO (United Nations Truce Supervision Organization) en UNAMA (United Nations Assistance Mission in Afghanistan). De geïntegreerde VN-missie in Mali kent de grootste Nederlandse troepeninzet.

Nederland heeft sinds 2014 met ongeveer 450 militairen bijgedragen aan de MINUSMA. Het mandaat van MINUSMA is gericht op ondersteuning van de Malinese partijen bij de uitvoering van het vredesakkoord, het bevorderen van stabiliteit, het beschermen van de burgerbevolking, herstel van het staatsgezag in het noorden van Mali en het mogelijk maken van humanitaire hulp. De bijdrage van het Koninkrijk aan MINUSMA richt zich vooral op het verzamelen van inlichtingen en versterken van de inlichtingenketen binnen de missie. Dit helpt de missie om haar mandaat effectiever uit te voeren. Het Koninkrijk heeft naast de militairen ook tot 30 politiefunctionarissen en een genderexpert in de missie geplaatst.

Het huidige mandaat van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA loopt tot eind 2016. In de loop van 2016 zijn door Nederland een aantal taken in MINUSMA overgedragen aan andere Europese landen waaronder Duitsland, Tsjechië en Denemarken. Daardoor bestaat de huidige bijdrage uit circa 375 militairen. Het kabinet onderzoekt zoals bekend de wenselijkheid en mogelijkheid voor een bijdrage aan MINUSMA in 2017 en zal uw Kamer informeren zodra hierover een besluit is genomen.

Vredesopbouw, Pledging Conference Peacebuilding Fund

In reactie op het rapport van het High-Level Panel over de VN-vredesopbouwarchitectuur hebben de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering op 27 april 2016 elk een bijna identieke resolutie aangenomen over vredesopbouw (a/res/70/262 en s/res/2282). Hierin wordt voor het eerst vastgelegd wat precies wordt verstaan onder duurzame vrede. Deze resoluties zijn een belangrijk signaal dat de lidstaten in toenemende mate bereid zijn politiek, mensenrechten, ontwikkeling en vredesopbouw met elkaar te verbinden. Er wordt afstand genomen van het traditionele idee dat vredesopbouw alleen ná een conflict plaatsvindt. De rol van jongeren neemt nu bij vredesopbouw een centrale plaats in. Het Koninkrijk heeft een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van deze resoluties die een effectievere VN-aanpak van (de oorzaken en gevolgen van) conflict beogen. Het kabinet zal dan ook actief betrokken zijn bij discussies over opvolging ervan door de VN en haar lidstaten.

Dit jaar zal tijdens de ministeriële week van de AVVN voor het eerst een pledging conference voor het Peacebuilding Fund (PBF) van de VN plaatsvinden, op initiatief van het Peacebuilding Support Office. Nederland, als lid van de Peacebuilding Commission en stabiele donor van het PBF, is mede-voorzitter. Na een aarzelende start functioneert het PBF nu goed, zo blijkt uit het rapport van het High-Level Panel. Het kan een belangrijke rol spelen bij het uitvoeren van de eerder genoemde resoluties. Nederland zal op de conferentie een bijdrage toezeggen van 10 miljoen euro voor de periode 2016–2018, waarvan 2,5 miljoen euro voor 2016.

Vrouwen, vrede, veiligheid

Het is zestien jaar geleden dat de VN-Veiligheidsraad resolutie 1325 over de cruciale rol van vrouwen bij het bevorderen van vrede en veiligheid aannam. Door deze resolutie en de vervolgresoluties bestaat inmiddels internationale consensus over het belang van het betrekken van vrouwen bij vredesprocessen. Een aantal landen heeft een Nationaal Actieplan geformuleerd om hieraan handen en voeten te geven.

De ambities van de verschillende resoluties staan echter in schril contrast met de werkelijkheid. De situatie van vrouwen in conflictgebieden is nauwelijks verbeterd en soms zelfs verslechterd.Vrouwen zijn in toenemende mate het doelwit van extremistische ideologieën, die hun burgerrechten en vrijheden inperken. Seksueel geweld en de slavernij van vrouwen en meisjes wordt hierbij ingezet als oorlogswapen én propagandamiddel.

Nederland zet zich op verschillende manieren in voor de versterking van de positie van vrouwen in (post-)conflictsituaties. Het kabinet geeft uitvoering van VNVR-resolutie 1325 een centrale plek in het buitenland- en veiligheidsbeleid. Nederland werkt intensief samen met het maatschappelijk middenveld aan de uitvoering van het derde Nationaal Actieplan dat op 8 maart 2016 is gepubliceerd, onder andere door het uitvoeren van concrete projecten in de acht doellanden van het actieplan.

Ook tijdens de 71ste zitting van de AVVN zal het Koninkrijk zich sterk maken voor een actieve bijdrage van vrouwen aan vredesopbouw en wederopbouw en voor de bestrijding van (seksueel) geweld tegen vrouwen. Het Koninkrijk zal onderstrepen dat het hoog tijd is om resolutie 1325 in de praktijk te brengen, in vredesoperaties en in de door de VN geleide vredesprocessen. Het kabinet zal het belang benadrukken van Nationale Actieplannen voor de uitvoering van resolutie 1325. Ook zal het Koninkrijk pleiten voor het opnemen van voldoende vrouwelijke missieleden in de Speciale Politieke Missies van de VN en voldoende vrouwelijke vredestroepen in VN-operaties, ook op leidinggevende posities. Gezien het Nederlandse lidmaatschap van de VNVR in 2018 streeft het kabinet ernaar om dit zoveel mogelijk samen te doen met de andere Europese landen in de Veiligheidsraad – Spanje, Zweden en Italië – die het onderwerp ook hoog op de agenda hebben staan.

Bescherming burgerbevolking cruciaal

De bescherming van de burgerbevolking in gewapend conflict is prioriteit in de meeste mandaten van VN-vredesmissies. Die bescherming laat in de praktijk vaak te wensen over. Verbetering van Protection of Civilians kreeg in de evaluatie van vredesoperaties dan ook veel aandacht. Meer aandacht voor omgevingsanalyses met inbreng van álle actoren, taakverantwoordelijkheid, discipline en missiegerichte trainingen zullen de impact van VN-vredesoperaties op dit terrein aanzienlijk verbeteren. Gezien de ervaringen met de missies in Mali en Zuid Soedan (respectievelijk MINUSMA en UNMISS) is Nederland goed in staat om daaraan een actieve bijdrage te leveren.

Het Koninkrijk dringt daarom in dit kader aan op een helder mandaat voor VN-missies, wat recht doet aan de civiele, militaire en politiële aspecten van een missie. Hierbij moet worden ingezet op een zo doeltreffend mogelijke combinatie van instrumenten en actoren om veiligheid en stabiliteit in fragiele staten en conflictgebieden te bevorderen.

Het voorkomen van conflicten blijft de beste (en minst kostbare) manier van conflictbestrijding. Het Koninkrijk pleit daarom voor meer aandacht en meer fondsen voor conflictpreventie en bemiddeling bij geschillen. Het Koninkrijk ondersteunt het Department of Political Affairs (DPA) en diverse VN-gezanten hierbij, benadrukt het belang van early-warningmechanismes en vraagt aandacht voor intensiever gebruik van de mogelijkheden onder hoofdstuk VI van het VN-handvest (vreedzame geschillenbeslechting).

Het Koninkrijk onderschrijft de aanbevelingen over vernieuwing van de VN-politie-inzet (UNPOL) uit het rapport «External Review of the Functions, Structure and Capacity of the UN Police Division van 31 mei 2016. Dit rapport gaat eveneens in op de mogelijkheden voor UNPOL-inzet bij de bescherming van burgerbevolking in conflictgebieden, hetgeen aansluit bij het toenemende aandeel van politie-inzet in vredesoperaties.

Seksueel misbruik door vredestroepen

Het afgelopen jaar kwamen er schokkende berichten naar buiten over seksueel misbruik door VN-vredestroepen, bijvoorbeeld van minderjarigen in de Centraal Afrikaanse Republiek. De VN voert een Zero-Tolerancebeleid tegen seksuele uitbuiting en misbruik (Sexual Exploitation and Abuse – SEA) door militairen van vredesmissies. Elk geval van misbruik door vredestroepen raakt de legitimiteit van VN-vredesoperaties in ernstige mate, en schaadt de bescherming van de toch al kwetsbare burgerbevolking in conflicten.

Het aantal aantijgingen van seksueel misbruik op jaarbasis is aanzienlijk. De aanbevelingen uit het rapport van de SGVN van 16 februari 2016 (Special measures for protection from sexual exploitation and sexual abuse) vormen goede maatregelen om hier tegen op te treden. Het kabinet verwelkomt in het bijzonder de aandacht voor de slachtoffers, het bekendmaken van het land dat de betrokken militairen uitzond, de transparantie over al dan niet vervolging door lidstaten en de maatregelen om dit wangedrag te voorkomen. De eerste UN Chiefs of Police Summit (UN COPS) op 3 juni 2016 te New York besteedde extra aandacht aan de noodzaak seksueel misbruik te bestrijden en onderstreepte de belangrijke rol die de VN-politie UNPOL hierbij moet spelen. Het kabinet juicht de recente aanstelling door de SGVN van een speciale coördinator tegen seksueel misbruik, mw. Jane Holl-Lute, toe. Nederland draagt door detachering van een expert concreet bij aan de versterking van haar team.

Uitbanning van massavernietigings-, biologische en chemische wapens

Om bij te dragen aan een veiligere en stabiele wereld streeft het Koninkrijk naar volledige uitbanning van massavernietigingswapens, op een wijze die de internationale stabiliteit bevordert en die is gebaseerd op het beginsel van onverminderde veiligheid voor alle landen. Het kabinet zet in op versterking van de internationale non-proliferatie- en ontwapeningsarchitectuur en de naleving en handhaving van internationale normen en regelgeving op dit terrein. Naar verwachting zal tijdens deze zitting van de AVVN speciale aandacht uitgaan naar het verslag van de Open-Ended Working Group (OEWG) die tot doel heeft verdere stappen op het gebied van nucleaire ontwapening te identificeren. Daarnaast blijft het Koninkrijk onder meer inzetten op de inwerkingtreding van het Alomvattend Kernstopverdrag en worden initiatieven die de totstandkoming van een Splijtstofstopverdrag tot doel hebben actief gesteund.

De inzet van het Koninkrijk voor de universalisering, uitvoering en handhaving van alle belangrijke ontwapeningsverdragen geldt ook voor biologische en chemische wapens. Als gastland van de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) voelt het Koninkrijk hiervoor een speciale verantwoordelijkheid. Ook behoudt het Koninkrijk aandacht voor conventionele wapens. Aandacht wordt daarbij onder andere geschonken aan de bestrijding en voorkoming van proliferatie van en illegale handel in kleine en lichte wapens, landmijnen en clustermunitie. Ook blijft het Koninkrijk streven naar ratificatie door meer landen van het Wapenhandelsverdrag (Arms Trade Treaty), dat op 24 december 2014 voor Nederland in werking is getreden.

Noodzaak van aanpak van terrorisme en voorkomen van gewelddadig extremisme

Het Koninkrijk ziet de VN-strategie voor terrorismebestrijding UN Global Counter-Terrorism Strategy uit 2006 nog altijd als maatgevend voor de internationale samenwerking ten aanzien van terrorismebestrijding. Op 30 juni en 1 juli 2016 heeft de Algemene Vergadering de tweejaarlijkse anti-terrorismeresolutie aangenomen waarin recente ontwikkelingen en prioriteiten op het gebied van terrorisme en de bestrijding uiteen worden gezet. Daarin is onder meer aandacht besteed aan het Actieplan van de Secretaris-Generaal van de VN om gewelddadig extremisme te voorkomen. Het Koninkrijk neemt een voortrekkersrol bij de uitvoering van de VN-strategie en naleving van de aanbevelingen uit de resolutie en vraagt daarbij specifiek aandacht voor de aanpak van foreign terrorist fighters en het voorkomen van gewelddadig extremisme. Dit doen we vanuit onze leidende rol op dit onderwerp binnen het Global Counterterrorism Forum (GCTF) samen met Marokko, en binnen de Anti-ISIS-coalitie met Turkije. Voor het Koninkrijk staat hierbij het vinden van een goede balans tussen preventieve en repressieve anti-terrorismemaatregelen, waarbij respect voor de mensenrechten niet verloren gaat, voorop.

Omdat het Koninkrijk vorig jaar september het co-voorzitterschap van het GCTF van de VS heeft overgenomen, zal de Minister van Buitenlandse Zaken de ministeriële bijeenkomst ervan voorzitten, samen met zijn Marokkaanse collega. Op deze bijeenkomst, die tijdens de AVVN zal plaatsvinden, worden de behaalde resultaten sinds de vorige ministeriële bijeenkomst geïnventariseerd. Ook bekijkt het Koninkrijk de mogelijkheden om als forum nauwer samen te werken met de VN bij het uitvoeren van de VN Global Counter-Terrorism Strategy.

3. Mensenrechten en internationale rechtsorde

Het eerbiedigen van de mensenrechten en bevorderen van de internationale rechtsorde is een kerndoelstelling van de Verenigde Naties. Het is ook een van de pijlers van het buitenlands beleid van het Koninkrijk. De VN, met zijn verschillende mensenrechtenorganen, is een belangrijk forum voor het uitvoeren van ons mensenrechtenbeleid zoals beschreven in de nota «Respect en recht voor ieder mens» (Kamerstuk 32 735, nr. 78, 14 juni 2013). De prioritaire thema’s die hierin zijn uitgewerkt, waaronder gelijke rechten voor vrouwen en LHBTI’s en de bescherming van mensenrechtenverdedigers, zijn leidend voor de bredere inzet van het Koninkrijk op het gebied van mensenrechten tijdens de 71ste AVVN.

Binnen de VN werkt het kabinet op mensenrechtengebied voornamelijk in EU-verband, vanuit de gedeelde waarden van de Unie en omdat we samen sterker staan tegenover krachten die de verworvenheden op mensenrechtengebied willen terugdringen. De EU zal wederom resoluties indienen over afschaffing van de doodstraf, vrijheid van godsdienst of levensovertuiging, kinderrechten, en Noord-Korea.

Het beginsel van non-discriminatie en de gelijke behandeling van vrouwen blijven prioriteiten voor het Koninkrijk. Samen met Frankrijk zal dit jaar opnieuw de tweejaarlijkse resolutie over geweld tegen vrouwen worden gepresenteerd. De resolutie richt zich dit jaar in het bijzonder op huiselijk geweld. Het tegengaan van geweld en discriminatie op grond van seksuele oriëntatie en genderidentiteit blijft ook een belangrijke prioriteit. Net als voorgaande jaren zal het Koninkrijk zich verzetten tegen pogingen om in de resolutieteksten afbreuk te doen aan gelijke rechten voor LHBTI’s of een beroep op tradities, cultuur, religie, normen en waarden om rechten van individuen of groepen in te perken of te ontzeggen.

Het Koninkrijk zal aandacht vragen voor de krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de belangrijke rol van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers. Tevens maakt het Koninkrijk zich opnieuw sterk voor de participatie van ngo’s bij de VN. Ook zal het Koninkrijk elke poging tot inperking van de onafhankelijkheid van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en meer controle op zijn werkzaamheden en die van zijn kantoor bestrijden.

Gezien de nijpende mensenrechtensituaties in deze landen zal het Koninkrijk in het bijzonder aandacht schenken aan de landenresoluties over Iran, Noord-Korea en Syrië. Het is van belang dat het werk van de speciaal rapporteur (Iran) en de Commissions of Inquiry (Noord-Korea, Syrië) worden voortgezet. Nederland zal pleiten voor doorverwijzing door de VNVR van Syrië en Noord-Korea naar het Internationaal Strafhof. De VN-commissie die onderzoek heeft gedaan naar de mensenrechtensituatie in Eritrea schreef eerder dit jaar een zeer kritisch rapport.

De Mensenrechtenraad in Genève heeft op 1 juli 2016 een resolutie aangenomen, waarin de AVVN wordt verzocht dit rapport door te geleiden aan alle relevante VN-organen «for consideration and appropriate action». Het Koninkrijk zal – conform motie Voortman (Kamerstuk 22 831, nr. 114) – erop aandringen dat het onderzoeksrapport wordt voorgelegd aan de Veiligheidsraad.

Internationale rechtsorde en het bestrijden van straffeloosheid voor internationale misdrijven

Het Koninkrijk zet zich in voor de bevordering van de internationale rechtsontwikkeling. Tijdens de 71ste zitting zal het jaarlijkse rapport van de International Law Commission worden besproken. Als gastland van het Internationaal Gerechtshof en het Permanente Hof voor Arbitrage blijft het Koninkrijk pleitbezorger van de vreedzame beslechting van geschillen en een intensiever gebruik van de diverse mogelijkheden hiertoe onder Hoofdstuk VI van het VN-Handvest.

De strijd tegen straffeloosheid blijft een beleidsprioriteit. Opnieuw is het Koninkrijk dit jaar trekker van de resolutie over het Internationaal Strafhof, waarmee de steun voor het Internationaal Strafhof wordt onderstreept.

Sinds 2012 ijvert het Koninkrijk samen met Argentinië, België en Slovenië voor de totstandkoming van een nieuw verdrag inzake rechtshulp en uitlevering voor internationale misdrijven dat samenwerking tussen landen bij opsporing en vervolging van verdachten van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven zal vergemakkelijken. Het aantal landen dat dit initiatief actief steunt neemt gestaag toe. Het Koninkrijk heeft dit voorjaar dan ook aangekondigd binnen een jaar te willen beginnen met verdragsonderhandelingen.

Responsibility to Protect:

Sinds de aanvaarding in 2005 is het beginsel Responsibility to Protect, oftewel de verantwoordelijkheid van staten om hun burgerbevolking te vrijwaren van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en etnische zuivering, in de VN een algemeen aanvaard onderdeel van de dialoog over staatssoevereiniteit en -verantwoordelijkheid geworden. Daarmee is het echter nog geen gegeven in de praktijk. De komende jaren zal de nadruk dan ook meer op de uitvoering moeten liggen. Hierbij zal het Koninkrijk, dat als co-voorzitter (met Rwanda) van de Group of Friends of Responsibility to Protect een voortrekkersrol heeft binnen de VN, inzetten op het voorkómen van grootschalige mensenrechtenschendingen, onder andere door het verbeteren van early-warningmechanismes, en het vertalen van waarschuwingssignalen in politieke maatregelen.

Een toename van individuele mensenrechtenschendingen in een land of regio kan een indicatie zijn van ophanden zijnde internationale misdrijven. Om hier alerter op te kunnen zijn ijvert het Koninkrijk voor meer aandacht voor Responsibility to Protect in het werk van de VN-mensenrechteninstellingen in Genève. Dit jaar heeft Nederland in samenwerking met het VN-kantoor van de Speciaal Adviseur van de SGVN voor Responsibility to Protect en enkele lidstaten een Geneefse Group of Friends of Responsibility to Protect opgericht die aansluiting zoekt bij het werk van zowel de VN-mensenrechteninstellingen als de bredere humanitaire gemeenschap. Het Koninkrijk en Rwanda delen net als in New York het voorzitterschap van deze regionaal gevarieerde groep van vijftig landen.

4. Ontwikkeling

De Verenigde Naties streeft naar het verbeteren van de levensomstandigheden van mensen wereldwijd. Het Koninkrijk vraagt tijdens de 71ste zitting van de AVVN aandacht voor de armste, vaak fragiele landen die zonder hulp niet effectief de armoede kunnen bestrijden en ontwikkeling kunnen bevorderen. Het Koninkrijk zet in op het tegengaan van ongelijkheid, waaronder genderongelijkheid, en het uitbannen van extreme armoede.

De Global Goals, Leaving No One Behind

Eind september 2015 bereikten de regeringsleiders van 193 VN-lidstaten een historisch universeel akkoord over de aanpak van mondiale sociale, economische en ecologische uitdagingen, de Agenda voor Duurzame Ontwikkeling 2030. De zeventien Global Goals vormen de kern van deze nieuwe agenda en zullen de komende vijftien jaar centraal staan in de werkzaamheden van VN-organisaties en lidstaten.

Het Koninkrijk stimuleert uitvoering van de Global Goals via internationale fora, de EU, via een Nederlandse bijdrage aan uitvoering elders in de wereld en via nationale implementatie. In de AVVN zal het kabinet zich vooral richten op het blijven betrekken en assisteren van landen bij de nationale uitvoering van de Global Goals. De Kamer zal separaat per brief geïnformeerd worden over het plan van aanpak voor de nationale uitvoering van de Global Goals en de indicatorenrapportage van de Monitor Duurzaam Nederland door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Nederland heeft de nationale uitvoering van de Global Goals voortvarend opgepakt met de benoeming van een coördinator voor de nationale implementatie, een interdepartementaal netwerk van contactpersonen, een inventarisatie van het huidige beleid en diverse maatschappelijke initiatieven, zoals het Global Goals Charter met 80 betrokken partijen. Hierover is de Kamer per brief [Kamerstuk 33 625, nr. 213 (herdruk)] op 24 mei 2016 geïnformeerd. In Curaçao zijn de Global Goals opgenomen in het National Development Plan 2016–2020 en de doelstellingen zullen nader worden uitgewerkt op nationaal niveau. De Global Goals gelden voor alle lidstaten, en dus ook voor het Koninkrijk.

De resultaten van de uitvoering van de doelen worden eens per vier jaar op het hoogste niveau besproken in de AVVN, voor het eerst in 2019. Nederland wil dan zowel de nationale uitvoering als de internationale bijdrage (hulp en handel) van Nederland aan de doelen voor het voetlicht te brengen. Naast de vierjaarlijkse bespreking in de AVVN wordt de voortgang van de Global Goals jaarlijks geëvalueerd tijdens het High-Level Political Forum (HLPF) on Sustainable Development. De eerste editie van dit forum vond plaats van 11 tot en met 20 juli 2016 in New York. Het overkoepelende thema was Leaving No One Behind. Tijdens de bijeenkomst hebben 22 landen een zogeheten national voluntary review gehouden met als doel verantwoording af te leggen over de nationale implementatie van de doelen. Nederland zal in 2017 een dergelijke nationale rapportage bij het forum presenteren.

Tijdens het forum organiseerde Nederland samen met Kenia en het Overseas Development Institute een bijeenkomst over «Early Action to Leave No One Behind: delivering for the world's poorest people». Doel van de bijeenkomst was te zorgen dat de kloof met de allerarmsten niet nog groter wordt. Hoe langer het duurt voordat deze mensen bereikt worden, hoe lastiger het wordt om hun situatie te verbeteren en de Global Goals in 2030 te behalen. Dit terwijl het mogelijk is om met de juiste beleidsinitiatieven de situatie van gemarginaliseerde groepen sneller te verbeteren. De bijeenkomst bood landen een gelegenheid om succesvolle voorbeelden hiervan uit te wisselen. Tevens werd een coalitie gevormd van landen, VN-organisaties, de Wereldbank en organisaties uit het maatschappelijk middenveld die ter plekke publiekelijk toezegden zich in hun werk op de allerarmste en gemarginaliseerdste mensen te zullen richten. Nederland kondigde hierbij aan de betrokken partijen uit te zullen nodigen follow-up te verzorgen.

Partnerschappen, hulp &handel, belastingen

Nieuwe doelen vragen om een nieuwe aanpak; één die het Koninkrijk al langer uitdraagt en uitvoert. Partnerschappen met bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere partijen worden belangrijker. Een verbreding van financiële en niet-financiële middelen is nodig om de duurzame doelen te bereiken. Op de Financing for Development conferentie in 2015 zijn VN-lidstaten overeengekomen dat samenwerking tussen VN-instellingen, overheden, bedrijven, ngo’s, kennisinstellingen, filantropen en andere maatschappelijke organisaties nodig is om mondiale problemen te kunnen oplossen. Het in praktijk brengen van die samenwerking is een behoorlijke uitdaging.

Het Koninkrijk zal in 2016 inzetten op het stimuleren van privaat-publieke partnerschappen binnen de VN, onder andere door te laten zien wat werkt op nationaal niveau. Het Koninkrijk loopt hierin voorop, bijvoorbeeld met de sectorconvenanten, het Global Goals Charter, de Maatschappelijke Alliantie in Nederland, de Smart Islands Economies Operation op Aruba en het Actieprogramma Jeugdontwikkeling in Curaçao.

Ook stimuleert het kabinet duurzame ontwikkeling, door de mogelijkheden voor het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden te vergroten en de ontsluiting van nieuwe markten te bevorderen. Met onder andere de steun aan de Global Commission for Business and Sustainable Development beoogt het kabinet de Global Goals meer bekendheid te geven onder het bedrijfsleven. De Global Commission wil laten zien hoe bijdragen aan de Goals ook hun eigen business model kan verbeteren.

Bestaande investeringen moeten in alle opzichten duurzamer worden gemaakt, hetgeen op ontwikkelingssamenwerking een grote impact kan hebben. Nieuwe investeringen worden aangetrokken en belastingen worden beter geïnd. Het kabinet zet bijvoorbeeld specifiek in op ondersteuning van partnerlanden bij domestic revenue mobilisation. Het vergroten van de overheidsinkomsten draagt bij aan financiering van de Global Goals en moet landen geleidelijk ook minder afhankelijk maken van financiële hulp. Het Koninkrijk verdubbelt de komende jaren de beschikbare fondsen voor het ondersteunen van overheden bij verbetering van belastingbeleid en belastinginning, in lijn met de Nederlandse toezeggingen onder het zogeheten Addis Tax Initiative.

Vrouwenrechten en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten

Er wordt wereldwijd nog altijd te weinig voortgang geboekt op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en vrouwenrechten. Het Koninkrijk grijpt daarom elke kans aan om het belang van deze beleidsprioriteiten in internationale afspraken en maatregelen te benadrukken. De aanname van Global Goals 3 over gezondheid en 5 over gendergelijkheid, met daarbij doelstellingen over toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg, reproductieve rechten, het tegengaan van geweld en discriminatie van vrouwen en meisjes, kindhuwelijken, genitale verminking en de aidsepidemie, zijn een steun in de rug om uitvoering, monitoring en verantwoording van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en vrouwenrechten hoog op de VN-agenda te houden. Daarbij ligt de focus op het terugdringen van ongelijkheid en de belangrijke rol van maatschappelijke organisaties.

Nu is het zaak dat de doelstellingen worden bereikt. Het Koninkrijk werkt daaraan op nationaal niveau en in derde landen, maar zal ook in de AVVN aandringen op actie. Dit kan via het High Level Political Forum dat in 2017 in het teken staat van deze twee Global Goals. Door het Nederlandse vice-voorzitterschap van de 50ste zitting van de Commission on Population and Development kan het kabinet de urgentie van het naleven van het actieprogramma van de Caïro-conferentie over bevolking en ontwikkeling uit 1994 en Agenda 2030 aan de orde stellen. Hierbij zal de aandacht gericht worden op de bevolkingsdynamiek en gevolgen voor duurzame ontwikkeling, met name de rechten en het potentieel van adolescenten en jongeren. Ook in de Commission on the Status of Women zal het Koninkrijk bij overige lidstaten, VN-organisaties en ngo’s blijven aandringen op concrete resultaten en samenwerking. In deze bijeenkomsten wordt ook aandacht gevraagd voor zaken die niet (expliciet) in Agenda 2030 voorkomen maar die essentieel zijn voor het behalen van de doelen: toegang tot veilige abortus, seksuele rechten, seksuele voorlichting, en rechten van jongeren en van key populations. Om te zorgen dat deze discussies leiden tot daadwerkelijke verandering in individuele landen werkt het kabinet samen met de Jongerenambassadeur Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten en met diverse maatschappelijke organisaties in strategische (srgr-)partnerschappen.

5. Humanitaire hulp

Wereldwijd kunnen 125 miljoen mensen zonder humanitaire hulp niet overleven of een menswaardig bestaan opbouwen. De VN speelt een belangrijke rol in de coördinatie en uitvoering van die humanitaire hulp. Op initiatief van de SGVN vond op 23 en 24 mei 2016 de World Humanitarian Summit plaats in Istanbul. Over de uitkomst van deze top bent u geïnformeerd in het verslag over de WHS (Kamerstuk 32 605, nr. 184) van 16 juni 2016. De World Humanitarian Summit heeft tot belangrijke afspraken geleid om de humanitaire sector effectiever en efficiënter te maken. Zo behelst de zogeheten Grand Bargain afspraken tussen meer dan dertig partijen, waaronder de grootste humanitaire donoren en de belangrijkste uitvoeringsorganisaties, over onder andere grotere transparantie, lagere overheadkosten, flexibele financiering, meer gebruik van cash-based transfers en minder rapportageverplichtingen. Voor het uitvoeren van deze afspraken door de VN is constante aansporing van lidstaten cruciaal.

Het Koninkrijk blijft haar positie als een van de tien grootste humanitaire donoren gebruiken om het internationale noodhulpsysteem te verbeteren. Het Koninkrijk zal zich er het komende jaar bij de VN hard voor maken dat de toezeggingen die zijn gedaan tijdens de World Humanitarian Summit door VN-organisaties, VN-lidstaten en andere betrokken partijen, ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Het kabinet zal aandringen op een (licht) monitoringsysteem van de gemaakte afspraken, opdat deze zich vertalen naar betere hulp voor slachtoffers van crises. Het Koninkrijk zal het werk op de transparantieagenda van de Grand Bargain voortzetten door toe te werken naar een open data- en digitaal platform om de transparantie van humanitaire hulp en -besluitvorming te vergroten.

6. Klimaatverandering

Het Koninkrijk heeft zich binnen de United Nations Framework Coalition for Climate Change sterk ingezet voor een ambitieus en juridisch bindend klimaatakkoord. Voortbouwend op de succesvolle klimaatconferentie in Parijs van december 2015 vindt op 21 september a.s. en marge van de ministeriële AVVN-week een ratificatiebijeenkomst plaats om spoedige inwerkingtreding van het Parijsakkoord te bevorderen. De lidstaten van de Europese Unie zullen het Parijsakkoord gezamenlijk ratificeren; de Europese Commissie heeft haar ratificatievoorstel recentelijk gepresenteerd. Het kabinet heeft het ratificatieproces voor Nederland al in gang gezet. De Tweede Kamer ontvangt het wetsvoorstel tot goedkeuring van het akkoord en de bijbehorende memorie van toelichting zo spoedig mogelijk.

Klimaatverandering is van invloed op veel terreinen waar het Koninkrijk zich in VN-verband voor inzet, zoals vrede en veiligheid en duurzame ontwikkeling. Een succesvolle uitvoering van het Parijsakkoord is dus van groot belang. Internationale en sectoroverstijgende samenwerking is daarvoor een voorwaarde. Het Koninkrijk zet zich dan ook in voor aandacht voor klimaatverandering in alle relevante VN-programma’s en voor het betrekken van niet-statelijke actoren, waaronder de private sector en steden, bij de uitvoering van het Parijsakkoord.

Nederland ondersteunt ontwikkelingslanden bij het terugdringen van broeikasgasuitstoot en voorbereiding op de gevolgen van klimaatverandering voor onder meer water- en voedselvoorziening. Zie hiervoor Kamerstuk 31 793, nr. 158, verzonden op 13 juli 2016. Twaalf landen ondertekenden in mei 2016 in Rotterdam de Deltacoalitieverklaring waarin ze aandacht vragen voor delta’s in de New Urban Agenda. Ondertekening van deze New Urban Agenda en aandacht voor Sustainable Urban Deltas is de inzet van het Koninkrijk tijdens de derde UN-HABITAT conferentie later dit jaar in Quito.

Kleine eilandstaten

De Small Island Developing States of kleine eilandstaten nemen wereldwijd een speciale positie in vanwege de bijzondere omstandigheden waarmee ze te maken hebben. Factoren als een kleine bevolking en omvang en een afgelegen ligging hebben een negatieve invloed op de sociaal-economische ontwikkeling van deze landen. Daarnaast bedreigt een stijgende zeespiegel als gevolg van klimaatverandering het voortbestaan van veel van deze eilanden. Voor het Koninkrijk is de kleine eilandstaten-problematiek van bijzonder belang omdat drie van de vier Koninkrijkslanden – Aruba, Curaçao en Sint Maarten – zelf kleine eilandstaten zijn.

Mede daarom heeft het Koninkrijk zich onder meer in onderhandelingen over een mondiaal klimaatakkoord en de Global Goals ingezet voor erkenning van de specifieke uitdagingen waarmee kleine eilandstaten te maken hebben, waaronder die op het terrein van vrede en veiligheid. Het Caribische deel van het Koninkrijk vervult voor de kleine eilandstaten een voorbeeldfunctie in het vinden van duurzame oplossingen voor zaken als armoedebestrijding, economische ontwikkeling, gebruik van hernieuwbare energiebronnen, klimaatverandering, waterproblematiek en behoud van biodiversiteit. Ook in de campagne voor een niet-permanente zetel in de VNVR kwam de problematiek van kleine eilandstaten nadrukkelijk naar voren. Het Koninkrijk blijft zich hiervoor inzetten, ook omdat deze staten zelf – vanwege hun kleine omvang – daartoe beperkte mogelijkheden hebben.

7. Migranten en vluchtelingen

Op dit moment zijn er wereldwijd ongeveer 65 miljoen mensen gedwongen op de vlucht of ontheemd. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het aantal mensen dat huis en haard heeft moeten verlaten niet zo hoog geweest. Dit heeft grote gevolgen voor de mensen zelf, voor de regio’s waar zij worden opgevangen en voor Europa en Nederland. Op 19 september 2016 komen de lidstaten van de Verenigde Naties bijeen om afspraken te maken over het verbeteren van de internationale samenwerking op het gebied van grootschalige vluchtelingen- en migrantenstromen. Naast vertegenwoordigers van regeringen zullen ook internationale organisaties, het maatschappelijk middenveld, vluchtelingen- en migrantengemeenschappen en de private sector deelnemen aan deze top.

Tijdens de top zal een politieke verklaring worden aangenomen met de uitgangspunten voor onderhandelingen over twee zogeheten global compacts, of afsprakenpakketten, voor vluchtelingen enerzijds en migranten anderzijds. Deze onderhandelingen moeten in 2018 leiden tot één global compact met afspraken over een betere verdeling van verantwoordelijkheden voor vluchtelingenstromen en een tweede global compact met afspraken voor gereguleerde, ordelijke en veilige migrantenstromen. Over de modaliteiten voor de onderhandelingen wordt na de top besloten. Ierland en Jordanië traden in de aanloop naar de top op als co-facilitatoren bij het inmiddels afgeronde onderhandelingsproces over de politieke verklaring. De Europese Unie onderhandelde namens Nederland en de andere EU-lidstaten.

Het Koninkrijk is positief over de inspanningen van de Verenigde Naties om tot gezamenlijke afspraken te komen over betere internationale samenwerking op dit gebied. Uitgangspunt van de Nederlandse inzet voor beide global compacts is in ieder geval dat er sprake moet zijn van een gebalanceerde aanpak, waarbij zowel aandacht is voor de veiligheid, mensenrechten, opvang en integratie van vluchtelingen en migranten, als voor de terugkeer van alle onrechtmatig verblijvende migranten, goede grensbewaking en grensbeheer.

Nederland zal tijdens de top specifiek aandacht vragen voor de bescherming van kwetsbare groepen, waaronder vrouwen en meisjes. Daarnaast pleit Nederland voor heldere afspraken over de aanpak van grondoorzaken van migratie, waaronder respect voor mensenrechten en sociaal-economische oorzaken zoals grootschalige werkloosheid onder jongeren. Nederland streeft ook naar beter georganiseerde en ordelijkere vluchtelingen- en migratiestromen, onder meer door afspraken te maken over terugkeer, hervestiging en partnerschappen. Tot slot zal Nederland pleiten voor maatregelen om de effectiviteit van en samenwerking tussen VN-organisaties te verbeteren. Daarbij wordt voortgebouwd op die afspraken die recent tijdens de World Humanitarian Summit zijn gemaakt die relevant zijn voor grootschalige vluchtelingen- en migrantenstromen.

Conform het verzoek van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zal uw Kamer nader schriftelijk geïnformeerd worden over de voorbereidingen voor deze VN-top.

8. Antibioticaresistentie

Antibioticaresistentie vormt een grote bedreiging voor de wereldwijde volksgezondheid. Resistente bacteriën, maar ook resten antibiotica, verspreiden zich via milieu, voedsel en reizigers over de hele wereld. De aanpak ervan vraagt daarom zowel internationale als sectoroverstijgende samenwerking, met name tussen de gezondheids- en veterinaire sector. Een dergelijke aanpak vormt de kern van het Global Action Plan on Antimicrobial Resistence, dat in mei 2015 door de World Health Assembly (de jaarvergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie) is aangenomen.

Op 21 september vindt de United Nations High-Level Meeting on Antimicrobial Resistance plaats. Het doel is om, aansluitend bij het mondiale actieplan van de Wereldgezondheisdsorganisatie, landen op niveau van regeringsleiders bewust te maken van de potentiële impact van antimicrobiële resistentie en te stimuleren tot urgente actie in meerdere sectoren.

Nederland heeft binnen Europa, maar ook wereldwijd, een voorbeeldfunctie als het gaat om de (multi-sectorale) aanpak van antimicrobiële resistentie. Over de Nederlandse aanpak is de Kamer recent geïnformeerd in Kamerstuk 32 620, nr. 176, 7 juli 2016. Het voorkomen en bestrijden van antimicrobiële resistentie is een zwaartepunt van het Nederlandse internationale volksgezondheidsbeleid. Tijdens het voorzitterschap van de Europese Unie is Nederland erin geslaagd het ambitieniveau in de hele Unie te vergroten. Agendering van het onderwerp tijdens de AVVN is een logische volgende stap. Namens het Koninkrijk zal de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deelnemen aan deze top.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen