25 295 Infectieziektenbestrijding

32 793 Preventief gezondheidsbeleid

29 683 Dierziektebeleid

CI1 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 oktober 2024

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport2 heeft in het voorjaar van 2024 gesproken over het voorkomen en bestrijden van toekomstige pandemische dreigingen, uitbraken van besmettelijke (dier)ziekten en zoönosen en geconcludeerd dat het de regering en de overheid in ruime zin ontbreekt aan een samenhangend overheidsbreed kader van taken en bevoegdheden om te komen tot een effectief, efficiënt en controleerbaar handelen.

Naar aanleiding hiervan is door de commissie op 14 mei 2024 een brief gestuurd aan de toenmalige Minister voor Medische Zorg, waarbij is verzocht een initiële reactie te mogen ontvangen vóór 1 juli 2024

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 17 oktober 2024 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Minister voor Medische Zorg

Den Haag, 14 mei 2024

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft onlangs van gedachten gewisseld over het voorkomen en bestrijden van toekomstige pandemische dreigingen, uitbraken van besmettelijke (dier)ziekten en zoönosen en geconcludeerd dat het de regering en de overheid in ruime zin tot op heden ontbreekt aan een samenhangend overheidsbreed kader van taken en bevoegdheden om te komen tot een effectief, efficiënt en vooral ook controleerbaar handelen.

Tijdens en na de recente coronapandemie maar ook al ver daarvoor is in verschillende verbanden3 gesproken over de rol van de (Rijks)overheid en andere betrokken actoren, de verdeling van taken en bevoegdheden en in het bijzonder de democratische inbedding daarvan alsmede over de vraag wie in een concrete kritieke situatie beschikt over (landelijke) doorzettingsmacht4. Ongetwijfeld zal een en ander opnieuw aan de orde komen in (de aanbevelingen naar aanleiding van) de parlementaire enquête over het coronabeleid.

De leden van de commissie VWS zijn van mening dat tot nu toe onvoldoende voortgang is geboekt bij het oplossen van de hierboven geschetste vraagpunten. Tevens signaleren zij zorgelijke recente ontwikkelingen5 die ertoe nopen op korte termijn te komen tot noodzakelijke oplossingen.

Het voorgaande brengt de leden van de commissie ertoe het (toekomstige) kabinet via u te verzoeken om vóór het einde van het kalenderjaar 2024 aan de Kamers de contouren te presenteren van een samenhangend overheidsbreed kader van taken en bevoegdheden om te komen tot een effectief, efficiënt en vooral ook controleerbaar handelen in geval van toekomstige pandemische dreigingen, uitbraken van besmettelijke (dier)ziekten en zoönosen.

De commissie roept nadrukkelijk op bij de totstandbrenging van het samenhangend kader uit te gaan van de vele reeds beschikbare onderzoeken en rapporten en niet – althans zo min mogelijk – over te gaan tot nieuwe of aanvullende studies, zodat kort na de presentatie al in de loop van het jaar 2025 kan worden begonnen met de uitrol en de implementatie ervan. Daar waar het samenhangend kader noodzaakt tot (aanpassing van) wetgeving, verzoekt de commissie die voorstellen met prioriteit ter hand te nemen.

De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport zien met belangstelling uit naar uw initiële reactie en ontvangen deze graag vóór 1 juli 2024.

Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport G. Prins

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 oktober 2024

In uw brief van 14 mei jl. verzoekt u het kabinet om vóór het einde van het kalenderjaar 2024 aan de Kamers de contouren te presenteren van een samenhangend overheidsbreed kader van taken en bevoegdheden om te komen tot een effectief, efficiënt en vooral ook controleerbaar handelen in het geval van toekomstige pandemische dreigingen, uitbraken van besmettelijke (dier)ziekten en zoönosen. Met deze brief reageer ik op uw verzoek.

Momenteel ben ik bezig met de ontwikkeling van het Landelijk Crisisplan Infectieziekten (LCP-I). Dit plan heeft als doel om op hoofdlijnen de landelijke en regionale crisisstructuren vast te leggen en om het overzicht te bieden voor het landschap van infectieziektebestrijding. Het LCP-I beschrijft de rollen, taken, verantwoordelijkheden, afspraken en, waar relevant, overige processen. Het richt zich op infectieziekten met landelijke gevolgen die gezamenlijke voorbereiding vereisen van de rijksoverheid en de veiligheidsregio’s in afstemming met overige betrokken publieke en private partners. Het door u gevraagde samenhangend overheidsbreed kader van taken en bevoegdheden wordt in het LCP-I dus vastgelegd. Ik zet me in om het LCP-I zo spoedig mogelijk af te ronden, naar verwachting in het voorjaar van 2025.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M-F. Agema


X Noot
1

De letters CI hebben alleen betrekking op 25 295.

X Noot
2

Samenstelling:

Van Wijk (BBB), Van Knapen (BBB), Lievense (BBB) Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Fiers (GroenLinks-PvdA), Roovers (GroenLinks-PvdA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Geerdink (VVD), Kaljouw (VVD), Klip-Martin (VVD), Van de Sanden (VVD), Prins (CDA) (voorzitter), Bakker-Klein (CDA), Moonen (D66), Van Meenen (D66), Bezaan (PVV), Koffeman (PvdD), Baumgarten (JA21), Van Aelst-Den Uijl (SP), Talsma (CU), Van den Oetelaar (FVD), De Vries (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
3

Genoemd kunnen o.a. worden het rapport van de commissie-Van Dijk over het Q-koortsbeleid in Nederland in de periode 2005–2010 (Kamerstukken I, 2010/11, 28 286, D), de deelrapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) over de corona-aanpak (deel 1: Kamerstukken I, 2021/22, 25 295, AC; deel 2: Kamerstukken I, 2022/23, 25 295, BB en deel 3: Kamerstukken I, 2023/24, 25 292, CC) en de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid inzake de Routekaart modernisering (staats)nood- en crisisrecht (Kamerstukken I, 2023/24, 29668/26 956/36 194, E).

X Noot
4

Hier kan worden verwezen naar de op 26 mei 2020 door de Tweede Kamer aangenomen motie-Ouwehand c.s. (Kamerstukken II, 2019/20, 25 295, 364).

X Noot
5

Zij verwijzen in dit verband naar uw brief van 4 april 2024 over een recent geval van humane besmetting met het vogelgriepvirus in de Verenigde Staten (Kamerstukken II, 2023/24, 28 807, 298), naar uw brief van 23 april 2024 over de toename van het aantal meldingen van mazelen en het OMT-advies mazelen (Kamerstukken II, 2023/24, 32 793, 746) en naar de brief van de Minister van LNV van 24 april 2024 over het eerste geval van Q-koorts besmetting op een melkschapenbedrijf sinds 2016 (Kamerstukken II, 2023/24, 29 683, 286).

Naar boven