Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201624587 nr. 632

24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 632 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 1 februari 2016

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over zijn brief van 12 oktober 2015 inzake de beëindiging van het gebruik van de PI Tilburg door België (Kamerstuk 24 587, nr. 624).

Bij brief van 29 januari 2016 heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie deze vragen beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Ypma

Adjunct-griffier van de commissie, Hessing-Puts

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Begripvol hebben de leden van de VVD-fractie kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarin de Tweede Kamer wordt geïnformeerd over het besluit van de Belgische Minister van Justitie dat de Belgische regering na 31 december 2016 niet langer gebruik zal maken van de penitentiaire inrichting (PI) Tilburg. Deze leden vinden dit spijtig, gelet op het feit dat gebruik door België van deze PI tot gevolg heeft dat de personen die in deze PI werken hun baan kunnen behouden en dat het gebouw niet leeg staat. Zij realiseren zich echter ook dat een dergelijke afspraak eenzijdig kan worden opgezegd.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie

Na een periode van zeven jaar wordt het verdrag met België over de plaatsing van 500 tbs’ers in PI Tilburg stopgezet. Dit heeft direct gevolgen voor het personeel van de PI in Tilburg. Deze leden lezen we dat er 400 fte’s moeten verdwijnen. Over het verdwijnen van deze arbeidsplaatsen en de gevolgen hiervan voor het personeel hebben zij enkele vragen.

Is de sluiting van de PI voldoende en helder gecommuniceerd met het personeel? Op welke manier en wat is de rol van de ondernemingsraad geweest?

Voornoemde leden merken op dat de afgelopen jaren veel PI-medewerkers van andere detentiecentra een andere baan hebben moeten zoeken omdat er minder cellen nodig zijn ten gevolge van de dalende criminaliteit. Deze PI-medewerkers hebben gebruik kunnen maken van het programma Van-Werk-Naar-Werk. Kunt u de laatste stand van zaken geven over het aantal PI-medewerkers dat weer een vaste baan heeft gekregen binnen de overheid per regio, graag met speciale aandacht voor de krimpgebieden? Hoeveel mensen zitten nog in het programma en zijn op zoek naar een vast dienstverband? Hoeveel medewerkers zijn niet herplaatst binnen de overheid en moeten zelf een nieuwe baan zoeken of hebben die gevonden of zitten in de Werkloosheidswet? Aangezien het programma Van-Werk-Naar-Werk al enkele jaren loopt kunnen de aan het woord zijnde leden zich voorstellen dat de banen (tijdelijk dan wel vast) binnen de overheid dun gezaaid zijn. Klopt dat en hoe waarschijnlijk is het dat de medewerkers van de PI Tilburg een baan vinden binnen de overheid door middel van het programma Van-Werk-Naar-Werk?

De leden van de PvdA-fractie vragen of de gehele PI in Tilburg sluit of dat er nog enkele afdelingen overblijven. Als er nog enkele afdelingen overblijven, dan zouden deze leden graag willen weten welke dat zijn en hoe tot dit besluit is gekomen. Zaten er nog gedetineerden onder het Nederlands regime in de PI in Tilburg? Zo ja, wat zijn de gevolgen van deze geplande sluiting voor die Nederlandse gedetineerden?

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie vragen naar de redenen voor de Belgische regering om niet tot verdere verlenging over te gaan. Hoe groot is de kans dat er in de toekomst alsnog redenen zijn voor de Belgische regering om aan Nederland te vragen celcapaciteit ter beschikking te stellen? Klopt het dat Nederland dan niet meer aan dat verzoek tegemoet zal kunnen komen door sluiting van PI Tilburg?

Deze leden zijn benieuwd bij welke organisaties medewerkers van PI Tilburg alsnog kunnen worden ondergebracht in het kader van het «Van Werk Naar Werk»-beleid. Wie begeleidt de medewerkers in hun (vrijwillige) zoektocht naar ander werk en wat kunnen medewerkers aan hulp en begeleiding verwachten?

Voornoemde leden vragen hoe verstandig het is tot sluiting van PI Tilburg over te gaan aangezien er nog steeds duizenden criminelen hun gevangenisstraf moeten uitzitten. Kunt u uw antwoord toelichten? Het precieze aantal openstaande vrijheidsstraffen varieerde in het verleden tussen de 12.000 en de 15.000. Kunt u aangeven hoeveel criminelen hun celstraf op dit moment nog dienen te ondergaan? Kunt u uw antwoord toelichten?

De aan het woord zijnde leden zijn benieuwd wie eigenaar is van PI Tilburg en wat er met de eventuele huur- en onderhoudskosten gebeurt na de sluiting. Wie is daarvoor verantwoordelijk? Om welke bedragen gaat het? Bij welke begroting worden deze kosten ingeboekt? Is er zicht op verkoop of opzegging van het huurcontract en aan welke termijnen moet dan worden gedacht? Welke meerkosten zijn daaraan verbonden?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris. Zoals eerder meermaals aangegeven betreuren deze leden de keuze middels het Masterplan DJI om deze goedlopende inrichting te sluiten. Derhalve is de uitkomst van de gesprekken met de Belgische regering over verlenging van verhuur van deze inrichting dan ook teleurstellend. In dat kader hebben zij nog enkele vragen.

Deze leden vragen wat de reden is dat België niet langer gebruik wenst te maken van de PI Tilburg. Waarom was voortgezette huur voor België geen optie?

Klopt het dat de achterliggende reden hiervan is dat Nederland vast wilde houden aan een minimumperiode van drie jaar voor verhuur en België maximaal twee jaar wilde huren?

Bij beantwoording van feitelijke vragen bij de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor het jaar 2016 is aangegeven dat duur van een eventuele verlenging in het geheel niet aan de orde is geweest. Dat bevreemdt voornoemde leden, immers gaan zij er vanuit dat alle opties op tafel zijn gelegd om de Belgische regering ertoe te bewegen de huurperiode van de PI in Tilburg voort te zetten. Graag vernemen deze leden hierop een reactie.

De leden van de CDA-fractie vragen of de gesprekken met de Belgische regering nu definitief tot een einde zijn gekomen of dat u blijft openstaan dan wel zal initiëren opnieuw over de verhuurvoorwaarden te spreken en hoe reëel u deze mogelijkheid in 2016 acht om hierover in gesprek te gaan en/of blijven met uw Belgische ambtsgenoot.

Deze leden merken op dat het personeel in PI Tilburg zeer inventief is geweest in kostenbesparend werken de afgelopen jaren. Zij hebben hiertoe ook enkele pilots opgezet. De aan het woord zijnde leden vragen of u dit ook zo beoordeelt en een nadere beschrijving kan geven van deze pilots. Ook vragen zij op welke wijze de opgedane expertise gewaarborgd blijft en/of toegepast kan worden in het gevangeniswezen.

De leden van de CDA-fractie vragen om een actualisatie met betrekking tot het aantal geldboetevonnissen, vrijheidsstraffen en omgezette taakstraffen dat in 2015 is geëxpireerd. In 2014 was tot ontzetting van deze leden de uitvoerbaarheid van 15.301 geldboetevonnissen, 1.206 vrijheidsstraffen en 173 omgezette taakstraffen verjaard.

Deze leden vragen om een reflectie op deze cijfers in het kader van de beschikbare celcapaciteit in de PI Tilburg en overige door de regering gesloten inrichtingen de afgelopen jaren, nog los overigens gezien van de momenteel ruim 12.000 openstaande vrijheidsstraffen.

Daarbij vragen voornoemde leden hoe de regering uitvoering geeft aan de aangenomen motie-Oskam c.s. (Kamerstuk 34 300-VI, nr. 36), waarin de regering wordt verzocht intensievere opsporing te laten plaatsvinden en strakker te sturen op executie van straffen teneinde te voorkomen dat deze verjaren. Daarnaast wordt verzocht om te onderzoeken hoe de wettelijke verjaringstermijn ex artikel 76 Wetboek van Strafrecht verlengd kan worden om zo een langere periode straffen te kunnen uitvoeren. Deze leden zijn benieuwd hoe de regering hieraan gevolg gaat geven en kijken uit naar een reactie hierop, waartoe de motie ook verzoekt.

Zij vragen of u de mening deelt dat de intensievere opsporing waartoe bovengenoemde motie aldus verzoekt, zowel op korte als lange termijn zou moeten leiden tot inkrimping van het aantal openstaande vrijheidsstraffen en voorkomen van verjaring van vrijheidsstraffen. In 2014 waren dat er 1.206. Welke gevolgen kan de belofte daar werk van te maken zou dit kunnen hebben voor het vermeende cellenoverschot in het Nederlandse gevangeniswezen, juist en ook al in 2016? Houdt u in de prognoses van de celcapaciteit zowel op korte als lange termijn rekening met deze wens van de Kamer om intensievere opsporing naar te executeren straffen te laten plaatsvinden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de bovengenoemde brief. Naar aanleiding hiervan hebben zij de volgende vragen.

Deze leden hebben gevraagd of de Staatssecretaris bereid is, gezien de asielzoekersproblematiek en de waarschijnlijkheid dat een deel van deze asielzoekers strafbare feiten pleegt, in gesprek te gaan met de PI Tilburg over vreemdelingendetentie gezien haar eerdere ervaring hiermee. Uw antwoord dat er gesprekken lopen over de opvang van asielzoekers in de PI Tilburg door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is geen antwoord op deze vraag. Kunt u alsnog ingaan op het gebruik van de PI Tilburg als vreemdelingendetentie?

De leden van de PVV-fractie hebben uit betrouwbare bronnen vernomen dat de Belgische regering wel bereid was om de overeenkomst met Nederland na 2016 per jaar te bekijken en eventueel te verlengen. Klopt dit? Zo ja, waarom zijn de onderhandelingen dan zonder resultaat gebleven?

II. Reactie van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

Vraag 1 (PvdA)

Is de sluiting van het personeel voldoende en helder gecommuniceerd met het personeel?

Antwoord op vraag 1

Het personeel is tijdens een personeelsbijeenkomst op 12 oktober 2015 geïnformeerd door de Nederlandse directeur van de penitentiaire inrichting (PI) Tilburg. Vervolgens hebben alle personeelsleden thuis een brief ontvangen met daarin informatie over de effectuering van de sluiting.

Vraag 2 (PvdA)

Op welke manier en wat is de rol van de ondernemingsraad geweest?

Antwoord op vraag 2

In het Masterplan DJI 2013–2018 is opgenomen dat de PI Tilburg zal worden gesloten als het verdrag met België is beëindigd. Het personeel van de PI Tilburg komt – net als alle andere medewerkers van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) – in aanmerking voor het Van Werk Naar Werk-beleid (VWNW-beleid). De wijze en de termijn waarop dat gebeurt, is conform de regels rond het VWNW-beleid voor advies voorgelegd aan de vakbonden. De ondernemingsraad van de PI Tilburg heeft daarover een positief advies uitgebracht.

Vraag 3 (PvdA)

Wat is de laatste stand van zaken over het aantal PI medewerkers dat weer een vaste baan heeft gekregen binnen de overheid per regio, graag met speciale aandacht voor de krimpgebieden?

Vraag 4 (PvdA)

Hoeveel mensen zitten nog in het programma en zijn op zoek naar een vast dienstverband?

Vraag 5 (PvdA)

Hoeveel medewerkers zijn niet herplaatst binnen de overheid en moeten zelf een nieuwe baan zoeken of hebben die gevonden of zitten in de Ww?

Vraag 6 (PvdA)

Klopt het dat de banen binnen de overheid (vast dan wel tijdelijk) inmiddels dun gezaaid zijn en hoe waarschijnlijk is het dat de medewerkers van de PI Tilburg een baan vinden binnen de overheid dmv het VWNW beleid?

Vraag 12 (SP)

Bij welke organisaties kunnen medewerkers van de PI Tilburg alsnog worden ondergebracht in het kader van het VWNW beleid?

Antwoord op de vragen 3, 4, 5, 6 en 12

DJI geeft in verband met de krimp en/of sluitingen uitvoering aan het rijksbreed geldende VWNW-beleid. Als gevolg hiervan heeft er binnen DJI een aanzienlijke interne mobiliteit plaatsgevonden. Hoewel de mate waarin en de snelheid waarmee medewerkers van PI Tilburg in de toekomst een baan binnen (of buiten) de overheid zullen vinden afhankelijk is van vele factoren, waaronder de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, hebben veel medewerkers vallend onder het VWVW-beleid reeds een andere functie verworven. Zo hebben er tot en met december 2015 vanuit de inrichtingen waar de vrijwillige VWNW-fase van kracht is (geweest), circa 1.100 medewerkers een andere structurele baan binnen de DJI organisatie gevonden. Ditzelfde geldt voor 254 medewerkers uit de verplichte VWNW-fase. Op peildatum 31 december 2015 hadden binnen deze verplichte VWNW-fase 270 medewerkers nog geen andere structurele functie gevonden, hiervan was meer dan helft (154 medewerkers) werkzaam binnen de regio Zuid en Zuid West en 18 binnen de regio Noord Oost. Tot op heden hebben VWNW-kandidaten geen beroep hoeven doen op een Werkloosheidsuitkering. Evenmin is sprake van een beëindiging van de begeleiding van werkzoekende medewerkers van de zijde van DJI.

De groep verplichte kandidaten is per 1 januari 2016 aanzienlijk toegenomen – met circa 450 kandidaten – vanwege de sluiting van enkele locaties (zoals Masterplan DJI 2013–2018 voorschrijft) met name in de regio Noord West. De verwachting is dat de interne mobiliteitsmogelijkheden binnen DJI zullen afnemen. Daarom heeft DJI ervoor gekozen de focus bij de uitvoering van het VWNW-beleid nog meer op externe mobiliteit te leggen. Teneinde de kansen van de DJI medewerkers op de arbeidsmarkt te vergroten heeft DJI de afgelopen jaren met convenantpartijen zijnde o.a. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de Douane, de Politie, de Rijksbeveiligingsorganisatie (RBO) en Rijkswaterstaat (RWS) afspraken gemaakt over het vroegtijdig aanbieden van functies aan medewerkers van DJI. Dit heeft reeds zijn vruchten afgeworpen: 65 DJI-medewerkers hebben een vast dienstverband bij de douane; de Politie heeft 32 DJI-medewerkers aangesteld en de RBO heeft 137 DJI-medewerkers structureel geplaatst. Omdat medewerkers van DJI niet verplicht zijn melding te maken van nieuwe werkgevers – al dan niet binnen de overheid – is de reeds gerealiseerde structurele externe mobiliteit niet in alle gevallen bekend.

Vraag 7 (PvdA)

Sluit de hele PI Tilburg of blijven nog enkele afdelingen open? Als er nog afdelingen open blijven, welke zijn dit en hoe is dit besluit genomen?

Antwoord op vraag 7

Conform het Masterplan DJI 2013 – 2018 sluit de PI Tilburg in zijn geheel.

Vraag 8 (PvdA)

Zaten er nog Nederlandse gedetineerden onder het Nederlandse regime in de PI Tilburg? Zo ja, wat zijn de gevolgen van deze geplande sluiting voor die Nederlandse gedetineerden?

Antwoord op vraag 8

In de PI Tilburg worden enkel Belgische vonnissen naar Belgisch recht ten uitvoer gelegd. Dat betekent dat er op dit moment geen Nederlandse gedetineerden in de PI Tilburg gehuisvest zijn.

Vraag 9 (SP)

Wat zijn de redenen voor de Belgische regering om niet tot verdere verlenging over te gaan?

Vraag 10 (SP)

Hoe groot is de kans dat er in de toekomst alsnog redenen zijn voor de Belgische regering om aan Nederland te vragen celcapaciteit ter beschikking te stellen?

Vraag 11 (SP)

Klopt het dat Nederland dan niet meer aan dat verzoek tegemoet zal kunnen komen door sluiting van de PI Tilburg?

Vraag 20 (CDA)

Klopt het dat de achterliggende reden is dat Nederland vast wilde houden aan een minimumperiode van drie jaar voor verhuur en België maximaal twee jaar wilde huren? Zijn alle opties op tafel gelegd om de Belgische regering ertoe te bewegen de huurperiode van de PI Tilburg voort te zetten?

Vraag 21 (CDA)

Zijn gesprekken met België nu tot een definitief einde gekomen of blijft u open staan dan wel zult u initiëren opnieuw over de verhuurvoorwaarden te spreken en hoe reëel acht u deze mogelijkheid in 2016 om hierover in gesprek te gaan of te blijven met uw Belgische ambtsgenoot?

Vraag 31 (PVV)

Uit betrouwbare bron heeft de PVV vernomen dat de Belgische regering wel bereid was om de overeenkomst met Nederland na 2016 per jaar te bekijken en eventueel te verlengen. Klopt dit? Zo ja waarom zijn de onderhandelingen dan zonder resultaat gebleven?

Antwoord op de vragen 9, 10, 11, 20, 21 en 31

In zijn Justitieplan van 18 maart 2015 heeft de Belgische Minister van Justitie reeds het voornemen aangekondigd een einde te maken aan het huren van cellen in Nederland. Het plan houdt rekening met een stopzetting van de gevangeniscapaciteit te Tilburg tegen eind 2016. In de beantwoording van vragen van uw Kamer op 26 november 20151 heb ik reeds aangegeven dat er van Nederlandse zijde tijdens een regulier halfjaarlijks evaluatie-overleg van het project Nova Belgica op 22 september 2015, de bereidheid is uitgesproken om de PI Tilburg ook na 31 december 2016 aan België ter beschikking te stellen. Tijdens dit evaluatie-overleg is van Nederlandse zijde aangegeven dat een aantal uitgangspunten van belang is bij een eventuele verlenging van het verdrag – mits België daartoe een verzoek zou doen. Deze uitgangspunten hadden betrekking op de duur van het verdrag en op de kosten. Zo werd door Nederland in dit evaluatie-overleg ingestoken op een minimale looptijd van een eventueel nieuw verdrag van 3 jaar. België heeft echter geen verzoek van dien aard aan Nederland gedaan. In tegendeel: expliciet is door België aangegeven, geen verdere verlenging na te streven. De Minister van Justitie van België heeft in recent onderhoud nogmaals aan mij bevestigd dat deze beslissing gehandhaafd blijft, daar er van Belgische zijde geen behoefte bestaat aan verdere verlenging. Nu het besluit van de Belgische regering het verdrag met Nederland niet te verlengen een Belgische aangelegenheid is, zijn de achterliggende redenen op grond waarvan zij tot deze beslissing is gekomen mij onbekend. Evenmin ben ik op de hoogte van de toekomstige kabinetsplannen van België. Uiteraard ben ik, indien de situatie zich aandient, bereid het gesprek te voeren over de mogelijkheden tot voortzetting of hervatting van de terbeschikkingstelling als daar van Belgische zijde behoefte aan is. Of en zo ja welke mogelijkheden er zijn, zal ik op dat moment bezien.

Vraag 13 (SP)

Wie begeleidt de medewerkers in de (vrijwillige) zoektocht naar ander werk en wat kunnen medewerkers aan hulp en begeleiding verwachten?

Antwoord op vraag 13

Het VWNW-beleid is erop gericht om medewerkers structureel naar een andere baan te begeleiden. Het VWNW-beleid is ook van toepassing op de medewerkers die werkzaam zijn in de PI Tilburg. Om de medewerkers van PI Tilburg zo goed mogelijk te begeleiden in de uitvoering van het VWNW traject, is binnen PI Tilburg een mobiliteitsbureau ingericht dat ondersteuning biedt bij de uitvoering van het VWNW-traject. Daarnaast geeft het mobiliteitsbureau voorlichting en beantwoordt het vragen over mobiliteit.

Binnen het VWNW-traject wordt door de loopbaanadviseur ondersteuning geboden aan de medewerkers en leidinggevenden bij het uitvoeren van het VWNW-onderzoek en het VWNW-plan. Zo wordt er groepsgerichte loopbaanbegeleiding gegeven waarbij medewerkers voorbereid worden op het zoeken naar een baan op de arbeidsmarkt. Daarnaast organiseren loopbaanadviseurs en mobiliteitsmakelaars arbeidsmarktactiviteiten voor VWNW-kandidaten, zoals banenmarkten, open dagen en ontmoetingen met bedrijven. Ook worden sollicitatie-workshops gegeven. Voor medewerkers die op zoek zijn naar externe dienstbetrekkingen zijn mobiliteitsmakelaars doorlopend op zoek naar passende vacatures en andere kansen, zoals werkervaringsplaatsen, stages en detacheringen.

Daarnaast worden er binnen DJI specifieke korte opleidingen aangeboden. Deze opleidingen vormen een handreiking bij de overstap naar een andere functie binnen DJI of naar een van de organisaties waarmee DJI samenwerkingsafspraken heeft gemaakt.

Ten behoeve van de informatievoorziening over het VWNW-beleid voor de medewerkers is er een VWNW-site op het intranet van DJI ingericht. Aan de medewerkers die zich in een VWNW-fase bevinden, worden voorlichtingsbijeenkomsten gegeven, tevens kunnen zij zich wenden tot de lokale aanspreekpunten. Voorts wordt in een periodieke VWNW-nieuwsbrief de laatste informatie opgenomen en is er DJI-breed een brochure over het VWNW-beleid aan iedere DJI-medewerker uitgereikt.

Vraag 14 (SP)

Hoe verstandig is het tot sluiting van de PI Tilburg over te gaan aangezien er nog steeds duizenden criminelen hun gevangenisstraf moeten uitzitten? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord op vraag 14

In de capaciteitsplanning voor het gevangeniswezen, en daarmee bij het besluit tot sluiting van PI Tilburg, is rekening gehouden met de totaal benodigde celcapaciteit om alle opgelegde vrijheidsstraffen onverkort en onverwijld ten uitvoer te kunnen leggen. Daarnaast zijn reserves ingebouwd vanwege reguliere fricties in capaciteit en mogelijk onvoorziene fluctuaties in de instroom. Zie overigens het antwoord op de vragen 28 en 29.

Vraag 15 (SP)

Het precieze aantal openstaande vrijheidsstraffen varieerde in het verleden tussen de 12.000 en 15.000. Kunt u aangeven hoeveel criminelen hun celstraf op dit moment nog dienen te ondergaan? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord op vraag 15

Zoals toegezegd ontvangt uw Kamer jaarlijks een voortgangsbrief over de aanpak en omvang van de openstaande vrijheidsstraffen. In mijn brief van 13 augustus 20152 heb ik aangegeven dat het gaat om 2.843 openstaande vrijheidsstraffen (peildatum 1 mei 2015). Dat zijn de openstaande zaken, die vanwege strafduur (120 dagen of meer) en indicaties of iemand in Nederland verblijft in aanmerking komen voor actieve opsporing. Het totaal aantal openstaande vrijheidsstraffen ligt hoger en bedroeg op dat moment 12.059 zaken. Dat aantal omvat aldus ook de zaken, die op basis van nadere analyses niet in aanmerking komen voor actieve opsporing (bijvoorbeeld door verblijf in het buitenland). Deze zaken staan ter signalering geregistreerd. Dat wil zeggen dat deze personen worden aangehouden indien zij in aanraking komen met de justitiële autoriteiten in Nederland.

Vraag 16 (SP)

Wie is de eigenaar van de PI Tilburg en wat gebeurt er met de eventuele huur- en onderhoudskosten na de sluiting?

Vraag 17 (SP)

Wie is daarvoor verantwoordelijk? Om welke bedragen gaat het?

Vraag 18 (SP)

Bij welke begroting worden deze kosten ingeboekt?

Vraag 19 (SP)

Is er zicht op verkoop of opzegging van het huurcontract en aan welke termijnen moet dan worden gedacht? Welke meerkosten zijn daaraan verbonden?

Antwoord op de vragen 16, 17, 18 en 19

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is de eigenaar van de PI Tilburg. Het RVB hanteert voor de PI Tilburg een huurcontract voor onbepaalde tijd, met een opzegtermijn van een half jaar. In het Masterplan DJI is opgenomen dat DJI de PI Tilburg zal sluiten zodra België geen gebruik meer maakt van de PI. Het RVB is hiervan formeel al in kennis gesteld. Aan deze opzegging zijn geen meerkosten verbonden. Na de sluiting en overdracht zal het RVB de verantwoordelijkheid overnemen van DJI. Na sluiting, afkoop en overdracht van de PI Tilburg door DJI aan het RVB betaalt DJI geen huur- of onderhoudskosten meer. In de afkoopsom is een kostencomponent opgenomen voor de uitvoering van beheer en onderhoud door het RVB in de periode na de overdracht door DJI aan het RVB. De geraamde afkoopsom bedraagt circa € 6,7 miljoen. Zoals is aangegeven in de begroting van Veiligheid en Justitie voor 20163 (blz. 89) staan de hiervoor benodigde middelen vooralsnog gereserveerd op de zogeheten aanvullende post bij het Ministerie van Financiën.

Vraag 22 (CDA)

Het personeel in de PI Tilburg is zeer inventief geweest in kostenbesparend werken de afgelopen jaren. Zij hebben hiertoe ook enkele pilots opgezet. Beoordeelt u dit ook zo en kunt u een nadere beschrijving geven van de pilots? Op welke wijze blijft de opgedane expertise gewaarborgd en/of wordt deze toegepast in het gevangeniswezen?

Antwoord op vraag 22

De directie van de PI Tilburg heeft – in samenspraak met het personeel – manieren gevonden om het personeel zo efficiënt mogelijk in te zetten. Deze inzichten hadden betrekking op de wijze waarop het Belgische regime uitgevoerd diende te worden voor eveneens Belgische gedetineerden. De inzichten die hiermee zijn opgedaan kunnen daarom niet zonder meer overgenomen worden door andere PI’s. Evenwel kunnen ervaringen in algemene zin gebruikt worden binnen het gevangeniswezen. Zo is tussen de inrichtingen in Tilburg en Veenhuizen, waar Noorse gedetineerden gehuisvest zijn, nauw contact geweest om de ervaringen te delen met betrekking tot het werken met buitenlandse gedetineerden.

Het personeel van de PI Tilburg heeft in het unieke internationale samenwerkingsproject Nova Belgica een indrukwekkende prestatie neergezet. De positieve ervaringen worden bevestigd in het WODC-eindrapport «Zeg maar Henk tegen de Chef». Bovendien is project bekroond met een «European Public Sector Award (EPSA) Best Practice Certificate». Het personeel van de PI Tilburg verdient hiervoor mijn waardering.

Vraag 23 (CDA)

Graag een actualisatie van het aantal geldboetevonnissen, vrijheidsstraffen en omgezette taakstraffen dat in 2015 is geëxpireerd.

Antwoord op vraag 23

In 2015 ging het om de volgende aantallen (CJIB, peildatum 3 januari 2016):

  • a) 14.389 geëxpireerde boetevonnissen;

  • b) 1.501 geëxpireerde principale vrijheidsstraffen;

  • c) 178 geëxpireerde omgezette taakstraffen.

Vraag 24 (CDA)

Kunt u op deze cijfers reflecteren in het kader van de beschikbare celcapaciteit in de PI Tilburg en overige door de regering gesloten inrichtingen de afgelopen jaren, nog los van de 12.000 openstaande vrijheidsstraffen momenteel.

Antwoord op vraag 24

Bij het ramen van de benodigde celcapaciteit, en daarmee bij het besluit tot sluiting van PI Tilburg, is rekening gehouden met de verschillende juridische gronden waarop detentie kan plaatsvinden. Het gaat dan zowel om principale vrijheidsstraffen en hechtenisstraffen, als subsidiaire hechtenis vanwege het niet betalen van een strafrechtelijke boete of het niet (adequaat) vervullen van een taakstraf. Overigens verwijs ik u naar het antwoord op de vragen 14 en 28/29.

Vraag 25 (CDA)

Hoe geeft de regering uitvoering aan de aangenomen motie Oskam c.s. waarin de regering wordt verzocht intensievere opsporing te laten plaatsvinden en strakker te sturen op executie van straffen teneinde te voorkomen dat deze verjaren?

Antwoord op vraag 25

Zoals aangegeven tijdens de begrotingsbehandeling beschouw ik dit deel van de motie als ondersteuning van mijn beleid om strakker regie te voeren op de tenuitvoerlegging van sancties en het aantal openstaande straffen terug te dringen. Een belangrijke ontwikkeling in dat kader is het wetsvoorstel herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen en de komst van het Administratief en Informatiecentrum Executieketen (het AICE). Het AICE fungeert als centraal administratieknooppunt in de uitvoeringsketen strafrechtelijke beslissingen, waarmee onder verantwoordelijkheid van de Minister meer grip en zicht ontstaat op de tenuitvoerlegging van alle strafrechtelijke beslissingen. Het verbeteren van de informatie-uitwisseling tussen het AICE en de politie moet de politie in staat stellen de personen met een openstaande straf gerichter te kunnen opsporen.

De politie start dit jaar met het testen en gefaseerde uitrol van een nieuw informatiesysteem voor de executie van straffen. Dit stelt de politie in staat om een actueel en landelijk beeld van alle openstaande straffen snel op ieder moment beschikbaar te hebben. Daardoor wordt naar verwachting de opsporing van personen met openstaande straffen effectiever en de pakkans vergroot. Ik ga op deze ingeslagen weg door en blijf met onder andere de politie en het CJIB in gesprek om te bezien of we op koers liggen, dan wel dat verdere aanscherping van het beleid nodig is.

Vraag 26 (CDA)

Daarnaast wordt verzocht te onderzoeken hoe de wettelijke verjaringstermijn ex artikel 76 wetboek van strafrecht verlengd kan worden om zo een langere periode straffen te kunnen uitvoeren Hoe gaat de regering hier gevolg aan geven?

Antwoord op vraag 26

Zoals ik tijdens de begrotingsbehandeling heb aangegeven, ben ik bereid na te gaan of er aanleiding toe is om de wettelijke termijnen voor de tenuitvoerlegging verder te verruimen. Op basis van beschikbare informatie over de tenuitvoerlegging van sancties zal ik onderzoeken of verruiming een substantieel verhoogde kans op tenuitvoerlegging oplevert. De uitkomsten van dit onderzoek en de conclusies die hieruit volgen zal ik uw Kamer doen toekomen.

Vraag 27 (CDA)

Deelt u de mening dat de intensievere opsporing waartoe bovengenoemde motie aldus verzoekt, zowel op korte als op lange termijn zou moeten leiden tot inkrimping van het aantal openstaande vrijheidsstraffen en voorkomen van verjaring van vrijheidsstraffen?

Antwoord op vraag 27

Ik deel deze mening, daar die aansluit bij het ingezette beleid en de ambitie van dit kabinet om uitval in de strafrechtketen tegen te gaan.

Vraag 28 (CDA)

Welke gevolgen kan de belofte daar werk van te maken hebben voor het vermeende cellenoverschot in het Nederlandse gevangeniswezen, juist en ook al in 2016?

Vraag 29 (CDA)

Houdt u in de prognoses van de celcapaciteit zowel op korte als op lange termijn rekening met de wens van de TK om intensievere opsporing naar te executeren straffen te laten plaatsvinden? Zo ja op welke wijze? Zo nee waarom niet?

Antwoord op de vragen 28 en 29

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie stelt jaarlijks ramingen op voor de behoefte aan celcapaciteit volgens het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding. De capaciteitsplanning van het gevangeniswezen wordt hierop afgestemd. Dat betekent dat het gevangeniswezen altijd over voldoende capaciteit beschikt om alle door de rechter opgelegde vrijheidsstraffen onverwijld en onverkort ten uitvoer te leggen. Daarbij wordt naast een reguliere frictiecapaciteit tevens een buffer aan reservecapaciteit aangehouden om onvoorziene fluctuaties in het aanbod aan te detineren personen op te kunnen vangen. Voorts is in de begroting 2016 de maatregel getroffen om meerpersoonscellen in te zetten als eenpersoonscellen. Dit biedt een aanvullende flexibiliteit in de beschikbare capaciteit ter grootte van 1.000 plaatsen. Gezien ook de gefaseerde invoering van de verbetermaatregelen, verwacht ik dat de beschikbare celcapaciteit volstaat.

Vraag 30 (PVV)

Bent u bereid gezien de asielzoekers problematiek en de waarschijnlijkheid dat een deel van deze asielzoekers strafbare feiten pleegt, in gesprek te gaan met de PI Tilburg over vreemdelingendetentie gezien haar eerdere ervaring hiermee? Uw antwoord dat er geen gesprekken lopen over de opvang van asielzoekers in de PI Tilburg door het COA is geen antwoord op de vraag.

Antwoord op vraag 30

Zowel het gevangeniswezen als de huidige detentiecentra voor vreemdelingenbewaring beschikken thans over voldoende capaciteit voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen. Dit vormt dan ook geen reden om het al gevormde besluit de PI Tilburg te sluiten, te heroverwegen.


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 652

X Noot
2

Kamerstuk 29 279, nr. 271

X Noot
3

Kamerstuk 34 300 VI, nr. 1