Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202023987 nr. 363

23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie

Nr. 363 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 september 2019

De Europese Raad in artikel 50 samenstelling (ER artikel 50) heeft op 11 april 2019, met instemming van het Verenigd Koninkrijk (VK), het besluit genomen om de artikel 50 VEU-termijn verder te verlengen tot en met 31 oktober 2019. Met het oog op de naderende Brexit-datum heeft de Commissie op 4 september jl. een zesde mededeling uitgebracht over de stand van zaken in de voorbereidingen van contingency maatregelen voor de Brexit (COM (2019) 394). Deze brief bevat de kabinetsappreciatie van deze mededeling.

Tegelijkertijd met deze mededeling heeft de Commissie nog vijf wetgevende voorstellen uitgebracht1. Drie van deze voorstellen over (1) wegtransport/luchtvaart, (2) visserij en (3) de EU begroting, hebben betrekking op de periode waarin deze reeds vigerende contingency-verordeningen van toepassing zijn. Deze brief bevat de beoordeling van de voorstellen. Daarnaast bracht de Commissie twee wetgevende voorstellen uit over de inzet van het Europees Globaliseringsfonds (COM(2019) 397) en het Europees Solidariteitsfonds (COM(2019) 399), waarin wordt voorgesteld om de werkingssfeer van beide fondsen uit te breiden met het oog op een no deal Brexit. Hierover wordt een BNC-fiche opgesteld dat uw Kamer binnenkort zal toekomen.

I Essentie mededeling Europese Commissie nr. 394 d.d. 4 september over contingency voorbereidingen

De mededeling opent met de constatering dat, gelet op de korte tijd die nog resteert tot de Brexit-datum van 31 oktober in combinatie met de politieke situatie in het VK, de kans op een no deal scenario aanmerkelijk is toegenomen. De Commissie herhaalt het standpunt dat het terugtrekkingsakkoord de beste oplossing is voor een ordelijke terugtrekking van het VK uit de EU. Een no deal scenario zal daarentegen aanzienlijke disrupties veroorzaken in zowel de EU27 als in het VK en contingency maatregelen kunnen niet alle mogelijke effecten mitigeren. De Commissie benadrukt dat een extra verlenging tot na 31 oktober allerminst zeker is en dat actoren hier dan ook niet op zouden moeten koersen. De Commissie roept alle actoren in alle lidstaten dan ook nogmaals op om zich voor te bereiden op alle mogelijke scenario’s. Specifiek voor bedrijven heeft de Commissie daarom naast de mededeling een zogenaamde «Brexit preparedness checklist» gepubliceerd om belanghebbenden te helpen in de voorbereidingen op een no deal scenario en wijst op vergelijkbare instrumenten die lidstaten aanbieden.

De mededeling belicht vijf belangrijke beleidsterreinen waarop de EU27 in aanloop naar de eerdere Brexit-datum van 29 maart 2019 al uitgebreide voorbereidingen troffen, maar waar de komende maanden desalniettemin voortgezette en nauwgezette aandacht en waakzaamheid nodig is:

  • 1. Verblijfsrechten en socialezekerheidsrechten van burgers

  • 2. Grenscontrole en handel

  • 3. Geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en chemische stoffen

  • 4. Financiële diensten

  • 5. Visserij

Daarnaast vermeldt de Commissie dat het tegelijkertijd met deze mededeling een aantal wetgevende voorstellen heeft uitgebracht om de werkingsduur van enkele EU contingency-verordeningen met een bepaalde periode te verlengen.

Ten slotte geeft de Commissie aan om in het geval van een no deal Brexit klaar te staan om aanvragen van lidstaten snel in behandeling te nemen indien zij een deel van hun landenenveloppe onder de cohesiefondsen of budget van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij beschikbaar willen maken voor contingency-maatregelen. Bovendien stelt de Commissie voor een wijziging door te voeren waardoor het COSME-programma2 gebruikt kan worden door het mkb om investeringen te doen in organisatieaanpassingen na een no deal Brexit. Als het voorstel beschikbaar is, zal het kabinet dit bestuderen en nadrukkelijk letten op de voorwaarden en of het Nederlandse mkb hiervoor in aanmerking kan komen.

Het Ierse eiland

In de mededeling is een korte paragraaf opgenomen over gevolgen van een no deal scenario op het Ierse eiland. De Commissie licht in haar mededeling toe dat in het geval van een no deal scenario er twee verschillende fiscale en regulatoire gebieden ontstaan op het Ierse eiland. Onder WTO-regelgeving3 zijn de EU en het VK verplicht om elkaars producten qua tarieven en quota op dezelfde manier te behandelen als goederen uit andere derde landen. Om de integriteit van de interne markt, en hiermee de gezondheid en veiligheid van EU-burgers, bedrijven en milieu te beschermen en fiscale verplichtingen na te komen, zullen goederen die Ierland binnenkomen gecontroleerd moeten worden.

De Commissie en Ierland blijven samenwerken om een harde grens op het Ierse eiland te voorkomen en de integriteit van de interne markt te beschermen en zoeken gezamenlijk naar oplossingen voor de periode direct na een no deal en een structurele oplossing voor de periode hierna. De backstop voor de grens op het Ierse eiland is de enige gevonden oplossing die het Goede-Vrijdagakkoord vrijwaart, de nakoming van de internationaal rechtelijke verplichtingen waarborgt en de integriteit van de interne markt bewaart.

EU coördinatie in het geval van verstoringen bij een no deal

De Commissie benadrukt dat een no deal scenario onvermijdelijk gepaard zal gaan met verstoringen. Om een gecoördineerde aanpak tussen lidstaten te bevorderen heeft de Commissie een contactcentrum opgezet voor lidstaten. Hiermee hebben lidstaten snel en makkelijke toegang tot de expertise van en een directe communicatielijn met de Commissie. Ook voor burgers, bedrijven en andere belanghebbenden heeft de Commissie een klantcontactcentrum opgezet om vragen te beantwoorden.

II Nederlandse positie ten aanzien van Commissie inspanningen, inclusief appreciatie

Met deze mededeling geeft de Commissie navolging aan haar mededeling van 12 juni jl. waarin de technische aanpassing van een aantal EU contingency maatregelen werd aangekondigd. Het kabinet steunt de voorgestelde verlengingen voor wegtransport, luchtvaart, visserij en EU budget. De appreciatie van de wetgevende voorstellen over de uitbreiding van financiële steun komt uw Kamer later toe via een BNC-fiche.

Nederland kan zich vinden in het in de mededeling verwoorde standpunt dat belanghebbenden niet kunnen rekenen op uitstel voorbij de Brexit-datum van 31 oktober. Het kabinet blijft daarom belanghebbenden onverminderd oproepen om hun verantwoordelijkheid te nemen, en de extra tijd te benutten om zich zo goed als mogelijk voor te blijven bereiden. Dit is namelijk ook de insteek van het kabinet. Nederland is positief over de rol die de Commissie neemt om stakeholders te activeren om voorbereidingen te treffen. Het kabinet kan zich vinden in de genoemde terreinen waar specifieke aandacht en waakzaamheid nodig is. Dat een no deal scenario ondanks alle voorbereidingen op Europees en nationaal niveau gepaard kan gaan met de nodige verstoringen wordt onderkend. Nederland waardeert daarom de inzet van de Commissie om een gecoördineerde aanpak te bevorderen in het geval van verstoringen bij een no deal scenario. Het kabinet steunt de gezamenlijke inzet van de Commissie en Ierland om een harde grens op het Ierse eiland te voorkomen en de integriteit van de Interne Markt te borgen, en erkent dat, gegeven de Britse rode lijnen, de backstop de beste oplossing voor het Ierse grens probleem is.

Het kabinet verwelkomt het voornemen van de Commissie om een coördinerende rol te vervullen op het terrein van crisisbeheersing, in geval van een no deal scenario. Het contactcentrum dat op Europees niveau opgezet wordt is een goede aanvulling op de maatregelen en voorzieningen die het kabinet in dit kader zelf op nationaal niveau treft.

Bevoegdheid

De grondhouding ten aanzien van de bevoegdheid voor de mededeling is positief: ofwel is de Unie bevoegd op de verschillende beleidsterreinen waar de mededeling betrekking op heeft, danwel noopt de bijzondere context van de terugtrekking van het VK ertoe dat zaken, voor de looptijd van de contingency maatregelen, op EU-niveau worden geregeld. Het kabinet is uitermate waakzaam om een definitieve verschuiving van bevoegdheden, buiten de context van de Brexit om, te voorkomen.

Subsidiariteit

Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van de subsidiariteit met betrekking tot de mededeling en de wetgevende voorstellen op het gebied van, wegtransport/luchtvaart, visserij en de EU begroting. Conform het gestelde in de Appreciatie over deze mededeling, is optreden en coördinatie vanuit de EU op de terreinen die daarin zijn meegenomen noodzakelijk om ernstige verstoringen in het geval van een no deal scenario te voorkomen.

Proportionaliteit

Optreden op EU-niveau is in dit geval noodzakelijk om ernstige verstoringen in geval van een no deal te voorkomen. De verlenging van maatregelen is een noodzakelijke aanvulling op de nationale no deal voorbereidingen. De verlenging van deze maatregelen gaat niet verder dan noodzakelijk om het doel van het voorkomen van ernstige verstoringen in geval van een no deal scenario te bereiken.

Verblijfsrechten en socialezekerheidsrechten van burgers

De Commissie heeft op haar website een overzicht opgesteld met alle nationale maatregelen van de 27 lidstaten en heeft gezorgd voor een coherente lijn van de EU27 op dit gebied, met flexibiliteit op nationaal niveau waar nodig. Voor wat betreft de EU-burgers in het VK wordt in de mededeling verwezen naar beschikbare openbare informatie van de Britse autoriteiten. De Commissie blijft daarnaast de acties van het VK met betrekking tot de verblijfsrechten van EU burgers in het VK monitoren.

De Commissie wijst erop dat sociale zekerheid voor burgers in sommige lidstaten is vastgelegd in unilaterale contingency maatregelen voor de periode na de terugtrekking van het VK uit de EU. Ook van deze maatregelen biedt de Commissie een overzicht op haar website.

Het kabinet dankt de Commissie voor het samenstellen van het overzicht op deze onderwerpen. Het beschermen van burgerrechten is en blijft een top prioriteit. De rechten van Britse burgers in Nederland en van Nederlandse burgers en andere gerechtigden met een Nederlandse uitkering in het VK worden gewaarborgd middels de verschillende onderdelen van de fatsoenlijke regeling, waar ik uw Kamer afgelopen voorjaar over informeerde (Kamerstuk 23 987, nr. 299 en voor sociale zekerheid Kamerstuk 23 987, nr. 315). De fatsoenlijke regeling blijft in zijn geheel overeind, ook met het opschuiven van de datum waarop Brexit plaatsvindt. Informatie over de regeling voor Britse burgers in Nederland blijft beschikbaar op de gebruikelijke informatiekanalen (ind.nl/Brexit en rijksoverheid.nl/Brexit). Recent is deze informatie uitgebreid met informatie over VK-burgers die in het VK of in een andere lidstaat van de Europese Unie wonen maar in Nederland werken (grenswerkers) en VK-burgers die voor hun in het VK gevestigde werkgever tijdelijk in Nederland diensten verrichten onder het vrij verkeer van diensten (gedetacheerden). Sinds september wordt de voorlichting richting Britse burgers in Nederland weer geïntensiveerd.

Zoals eerder aan uw Kamer gemeld (Kamerstuk 23 987, nr. 362) heeft het kabinet op het gebied van sociale zekerheid een unilaterale contingency maatregel getroffen voor een no deal Brexit. Deze regeling dient om de nadelige gevolgen van een no deal Brexit voor uitkeringsgerechtigden in een grensoverschrijdende situatie met het VK zo veel mogelijk te voorkomen. In dezelfde Kamerbrief is vermeld dat het vanwege het unilaterale karakter van deze regeling ter bescherming van sociale zekerheidsrechten niet mogelijk is om eventuele gevallen van dubbel en onverzekerd zijn, en van dubbele of geen premieafdracht voor personen die zich bevinden in een grensoverschrijdende situatie met het VK te voorkomen. Hiervoor zijn operationele afspraken nodig over toepasselijke wetgeving en gegevensuitwisseling. Inmiddels kan ik uw Kamer melden dat technische besprekingen hierover bijna zijn afgerond. Een AMvB om deze technische afspraken te implementeren is naar verwachting voor Brexit-datum gereed. Ook voor het zorgdomein is wetgeving voor dit specifieke onderwerp in voorbereiding. Deze contingency maatregel geldt bij een no deal Brexit voor de periode van één jaar na de datum waarop het VK de EU verlaat. De informatievoorziening op de websites van de SVB, UWV en Belastingdienst zal geactualiseerd worden.

Het kabinet benadrukt dat ook de rechten van Nederlandse burgers in het VK de volle aandacht van het kabinet genieten. Bij een no deal is de regering in het VK verantwoordelijk voor het nakomen van de toezeggingen die aan EU-burgers zijn gedaan. Zoals de Commissie in haar mededeling aangeeft, monitoren de diplomatieke vertegenwoordigingen van de EU27 lidstaten in Londen en de Commissie gezamenlijk de stappen van de Britse regering hieromtrent. Deze partijen zijn ook beschikbaar om vragen van burgers te beantwoorden. Het kabinet roept burgers dan ook op om zich goed over de situatie in het VK te informeren via de beschikbare informatiekanalen (bijvoorbeeld rijksoverheid.nl/brexit, onder het kopje Nederlanders in het VK).

Het kabinet is bekend met de zorgen onder EU-burgers in het VK, ondanks de stappen die de Britse regering heeft genomen om burgerrechten in ieder scenario te garanderen. De Commissie heeft, op initiatief van Nederland, toegezegd een breed burgerrechten seminar te organiseren waarin onder meer de zorgen van EU-burgers besproken kunnen worden. Dit seminar zal helpen om de situatie onder de aandacht van de Britse regering te brengen. Nederland ziet het seminar als een welkome aanvulling op de bestaande overlegstructuren in Londen. Ook blijft Nederland op politiek niveau aandacht vragen voor de situatie van Nederlandse burgers in het VK.

Grenscontrole en handel

In de mededeling benadrukt de Commissie dat in het geval van een no deal op 1 november het VK als derde land zal worden behandeld. Deze behandeling houdt in dat het volledige formaliteitenstelsel van het Douanewetboek van de Unie (DWU) van toepassing is op de goederenstromen van en naar het VK. Daarnaast zullen tarifaire en non-tarifaire bepalingen van toepassing zijn en zullen controles plaatsvinden. Nederland is voorbereid om hier uitvoering aan te geven. Vanaf 1 november zullen goederen die vanuit het VK de EU binnenkomen, met importheffingen belast worden. Deze tarieven verschillen per productgroep, bijvoorbeeld 10% voor auto’s en 44,8% voor zuivelproducten. Producten zullen gecontroleerd moeten worden op naleving van EU-productregelgeving waaronder veiligheidseisen en certificatie.

Voor de sectoren die handelen met het VK betekent dit dat zij zich moeten voorbereiden op de douaneformaliteiten zoals documentatieverplichtingen en eventuele controles, het betalen van invoerrechten en mogelijke sanitaire en fytosanitaire controles die hiermee gepaard gaan. Niet alleen bedrijven gevestigd in lidstaten dichtbij het VK zullen hier de gevolgen van ondervinden, maar ook bedrijven die in andere lidstaten gevestigd zijn en onderdeel uitmaken van de logistieke keten. Bij export vanuit de EU naar landen waar een handelsakkoord mee gesloten is, zullen de regels van oorsprong effect hebben op goederen met materialen uit het VK erin verwerkt. Alle bovenstaande extra verplichtingen zullen zeer waarschijnlijk leiden tot langere wachttijden bij de grens.

Ook benadrukt de Commissie het belang dat zowel nationale overheden als geassocieerde organisaties als de Kamers van Koophandel, burgers en bedrijven blijven voorzien van informatie om zich zo goed mogelijk te kunnen voorbereiden op een no deal Brexit. De Commissie geeft in haar mededeling aan haar meertalige communicatie campagne te intensiveren en online informatie aan te bieden om belanghebbenden te informeren, maar blijft benadrukken dat belanghebbenden zelf verantwoordelijk zijn om voorbereidingen te treffen. In de mededeling geeft de Commissie aan dat bepaalde lidstaten significante investeringen hebben gedaan in personeel en infrastructuur om een goede doorstroom van goederen zo goed als mogelijk te faciliteren. Er wordt specifiek gerefereerd naar Nederlandse, Belgische en Franse websites waarop specifieke informatie over grenscontroles te vinden is.

Het Nederlandse kabinet wijst in dit verband naast de in de mededeling genoemde website www.getreadyforbrexit.eu ook op www.brexitloket.nl als een centrale up-to-date informatiebron. Het kabinet steunt de oproep aan marktdeelnemers om zich voor te bereiden en de zienswijze van de Commissie dat het daarbij van belang is dat alle verschillende partijen in de toeleveringsketen zich bewust moeten zijn van hun verantwoordelijkheid om te voldoen aan de formaliteiten en de benodigde documenten en vergunningen op orde te hebben.

Geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en chemische stoffen

De mededeling stelt dat op het vlak van centraal en nationaal toegelaten geneesmiddelen er veel voortgang is gemaakt om producten met een afhankelijkheid van het VK te laten voldoen aan de EU wet- en regelgeving wanneer een no deal scenario realiteit zou worden. Het gaat dan onder meer over het overzetten van handelsvergunningen en het aanwijzen in een EU27 lidstaat van een vrijgifte- en/of kwaliteitscontrole locatie. Met name enkele kleine EU landen met een grote afhankelijkheid van het VK zijn hier volgens de Commissie nog kwetsbaar.

Zoals gemeld in de brief van de Minister voor Medische Zorg en Sport (MZS) van 19 maart jl. (Kamerstuk 23 987, nr. 331) heeft ons land voor alle producten op het overzicht van kritieke geneesmiddelen zoals opgesteld door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) een oplossing gevonden en/of een plan van aanpak beschikbaar voor wanneer een no deal scenario zich voordoet. De oplossingsmaatregelen en instrumenten die in voornoemde brief genoemd zijn, blijven van kracht, zoals de reeds bestaande ontheffing van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) voor de invoer van specifieke geneesmiddelenproducten uit derde landen wanneer deze niet langer op de Nederlandse markt beschikbaar zijn.

Voor wat betreft medische hulpmiddelen stelt de Europese Commissie in haar mededeling dat er nog steeds fabrikanten zijn met medische hulpmiddelen en/of in-vitro diagnostica op de Europese markt die hun CE-certificaten niet hebben overgezet naar een notified body in een EU27 lidstaat. De Commissie roept fabrikanten en VK notified bodies die certificaten uitgeven en beheren dan ook op om zo snel mogelijk deze registraties in de EU27 in orde te brengen, zodat de producten aan de EU wet- en regelgeving blijven voldoen. Bij verandering van notified body, moet dit ook worden aangegeven op het etiket.

Ook in ons land maken zorginstellingen soms gebruik van producten met CE-certificaten die nog niet zijn overgezet naar een notified body gevestigd in de EU27. Ook heeft de VK notified body LRQA (Lloyds) haar werkzaamheden medio september 2019 gestaakt. Alle bij deze instantie geregistreerde CE-certificaten dienen zo snel mogelijk bij een notified body in een EU27 lidstaat te worden ondergebracht, omdat deze producten zonder certificaat uitgegeven door een in de EU27 gevestigde notified body niet meer in de handel gebracht mogen worden. Leveranciers van medische hulpmiddelen in Nederland en de daarbij aangesloten zorginstellingen doen er daarom goed aan om proactief contact op te nemen met fabrikanten die certificaten hadden ondergebracht bij LRQA.

Ondanks alle getroffen voorbereidingen is het van groot belang dat bedrijven en instellingen in de zorg zich blijven voorbereiden op een no deal scenario. De kans bestaat nog steeds dat verstoringen zich voordoen in de leveringsketen van geneesmiddelen of medische hulpmiddelen, bijvoorbeeld door opstoppingen bij de grens. Deze effecten kunnen zich ook enige tijd na de Brexit-datum zelf voordoen. De komende weken zal de Minister van MZS hier onverminderd aandacht voor blijven vragen, onder meer via informatiebijeenkomsten en andere kanalen.

De Commissie constateert in haar mededeling dat 52% van de onder de REACH-verordening door Britse bedrijven geregistreerde stoffen is overgezet naar een registratiehouder binnen de EU-27. Dit cijfer heeft alleen betrekking op die stoffen waarvoor slechts één registratiehouder, gevestigd in het VK, bij ECHA bekend is. Nog ongeveer 700 van deze registraties wachten op actie door de registrant, dit is ca. 3% van het totaal aantal onder REACH geregistreerde stoffen. Omdat ECHA vanuit een registratie geen gegevens heeft over waar het eindgebruik van een stof plaatsvindt, is op basis van de constatering van de Commissie geen uitspraak te doen over de mogelijke impact van uitblijvende actie door een Britse registrant. Uit voorzorg heeft ECHA recent haar communicatie naar deze groep registratiehouders onlangs weer geïntensiveerd. Alleen de registratiehouder zelf kan actie ondernemen om een registratie over te schrijven naar een bedrijf in de EU-27. Nederlandse bedrijven die een stof uit het VK importeren kunnen bij de REACH-helpdesk nagaan of hun geïmporteerde stof tot de groep behoort waar nog actie van de registrant nodig is.

Financiële diensten

De Commissie wijst allereerst op de contingency maatregelen die zij reeds heeft genomen voor Britse CCPs en CSDs ter bescherming van de financiële stabiliteit in de EU27.4 Zoals bekend beoordeelt het kabinet deze door de Commissie genomen maatregelen als positief. De maatregelen zijn gericht op terreinen die van belang zijn voor de EU financiële stabiliteit. De genomen maatregelen hebben een tijdelijk karakter. Daarmee kan worden bezien of de Britse wet- en regelgeving ook in de toekomst blijft voldoen aan de EU-standaarden. Op het gebied van CCPs is in de EU een akkoord bereikt over een versterkt equivalentieraamwerk met additionele instrumenten om de EU financiële stabiliteit te borgen door toezicht te kunnen houden op CCPs gevestigd in derde landen die voor de EU27 als systeemrelevant worden gezien. Dit nieuwe raamwerk zal binnenkort in werking treden. De Commissie geeft aan de situatie op financiële markten na een terugtrekking te blijven monitoren en waar nodig passende maatregelen te treffen, waarbij ook dit nieuwe raamwerk voor derde landen CCP’s in ogenschouw zal worden genomen.

De Commissie geeft verder aan dat voorbereidingen van de financiële sector op een eventuele no deal Brexit vergevorderd zijn, onder meer doordat financiële instellingen contracten hebben aangepast of activiteiten hebben verplaatst. Financiële instellingen dienen de komende periode te gebruiken om de resterende stappen te zetten. Het kabinet deelt de mening van de Commissie dat financiële instellingen moeten doorgaan met het treffen van voorbereidingsmaatregelen waar dat nog nodig is. Het Financiële Stabiliteitscomité heeft hiertoe ook opgeroepen.5 Het is aan de toezichthouders om op deze voorbereidingen toe te zien.6 Met de maatregelen die daarnaast op EU en nationaal niveau zijn getroffen, zijn de belangrijkste risico’s van een no deal voor de financiële sector en voor de financiële stabiliteit naar huidig inzicht reeds geadresseerd.7 DNB, AFM en het Ministerie van Financiën richten zich in de resterende Brexit voorbereidingen op resterende risico’s en mogelijke marktontwikkelingen in aanloop naar de uittredingsdatum. Daarbij werken zij waar nodig intensief samen.

Visserij

De Commissie is in nauw overleg met de meest betrokken lidstaten over de mogelijke gevolgen van de Brexit voor toegang tot viswateren, met name in geval van een no deal scenario. Het kabinet is zoals ook eerder aangegeven blij met de mogelijkheid van een tijdelijke stilligregeling om eventuele ernstige gevolgen op te kunnen vangen. Er wordt tussen de lidstaten en de Commissie ook samengewerkt ten behoeve van gezamenlijke monitoring van visserij activiteiten in EU wateren. Nederland heeft regelmatig overleg met de sector over Brexit. Het kabinet verwelkomt daarnaast de inzet van de Commissie om informatie voor de sector op toegankelijke wijze, middels Q&A’s, te delen.

III Essentie en appreciatie aanpassing wetgevende voorstellen

De Commissie heeft zoals aangekondigd in haar vijfde mededeling van 12 juni jl. de implicaties van de verlenging tot en met 31 oktober 2019 voor de diverse contingency maatregelen onderzocht, met als conclusie dat er geen inhoudelijke aanpassingen of nieuwe maatregelen nodig zijn. In enkele gevallen behoeft de geplande einddatum voor een tijdelijke maatregel een technische aanpassing van het tijdpad.

Niet-wetgevende contingency maatregelen die zijn verlopen door de verlenging van de Brexit-datum tot en met 31 oktober worden geïnventariseerd door de Commissie en worden opnieuw aangenomen voor 1 november, mits het VK de nodige garanties biedt.

Voor een aantal maatregelen wordt met de voorstellen die hieronder staan beschreven een technische verlenging van kracht.

1. Luchtvervoer en wegtransport (COM(2019) 396)

De contingency verordening die begin dit jaar in aanloop naar de eerdere Brexit datum van 29 maart 2019 van kracht is geworden8 regelt eenzijdig de verkeersrechten en de toegang tot de interne EU-markt voor VK-luchtvaartmaatschappijen onder de voorwaarde dat het VK dezelfde verkeersrechten en toegang verleent aan EU-luchtvaartmaatschappijen. Het VK heeft guidance gepubliceerd waarin ze voldoen aan deze voorwaarde. De verordening is van toepassing tot 30 maart 2020. De Commissie stelt voor de periode waarin de verordening van toepassing is te verlengen tot 24 oktober 2020. Ook deze nieuwe datum sluit aan bij het IATA schema voor de verkoop van vliegtickets. De bepaling dat de verordening zijn toepassing verliest zodra er een nieuw EU-VK luchtvaartakkoord in werking treedt of voorlopig toegepast wordt, blijft gehandhaafd. Nederland steunt het voorstel om de toepassingsduur van de bestaande verordening met circa een jaar te verlengen, maar tekent maar tekent daarbij aan – net als bij de bestaande contingency verordening – dat ook nu weer een structurele uitoefening van een (gedeelde) bevoegdheid door de Unie op het gebied van verkeersrechten moet worden voorkomen.

In het voorstel stelt de Commissie een verlenging voor van de toepassingsperiode van de bestaande contingency verordening (2019/501) voor basisconnectiviteit op het vlak van weg- en personenvervoer tot en met 31 juli 2020. Uw Kamer is op 18 januari jl. over deze contingency maatregel geïnformeerd.9 Mocht het Verenigd Koninkrijk zich zonder akkoord terugtrekken uit de EU op 31 oktober, dan is de aanvankelijk voorziene overgangsperiode tot en met einde dit jaar te kort om het beoogde doel te verwezenlijken. Het uitgangspunt was namelijk, zoveel als mogelijk, «business as usual» totdat er een andere (communautaire, dan wel bilaterale) oplossing voorhanden is. Nederland steunt het voorstel om de toepassingsduur van de bestaande verordening met een jaar te verlengen. Het Commissievoorstel bevat geen voorstellen om de overige bepalingen, inclusief de uitfasering voor cabotage, te wijzigen. Ook Nederland ziet daar geen aanleiding toe.

2. Visserij (COM(2019) 398)

Voor de visserijsector zijn waar mogelijk eerder maatregelen getroffen om de ergste effecten op te vangen. EU-schepen kunnen autorisatieverzoeken indienen voor toegang tot VK-wateren, zodra de noodverordening aangaande visserij machtigingen van toepassing wordt tot eind 2019. De Commissie doet nu het voorstel voor een aanpassing op deze eerder genomen maatregel10. Het voorstel betreft wederom een aanpassing van de verordening betreffende het duurzaam beheer van de externe vloten. Het doel hiervan is om de EU in staat te stellen om Britse schepen toegang te blijven verlenen tot EU-wateren, op voorwaarde dat EU-schepen ook gelijke toegang krijgen tot de Britse wateren. Het gaat onder meer over procedures voor het verkrijgen van vismachtigingen, visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het VK in de wateren van de Unie, maar ook over de overdracht en uitwisseling van quota. Het voorstel over de nieuwe einddatum van 2020 voor de vismachtigingen voor Unievissersvaartuigen in wateren van het VK en visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het VK in wateren van de Unie heeft de volledige instemming van Nederland.

Het kabinet waardeert de inspanningen van de Commissie en naar mening van het kabinet heeft de Commissie adequate stappen gezet. Wel maakt het kabinet zich zorgen over de situatie indien het VK bij een no deal Brexit op 31 oktober uit de Unie stapt zonder (proces)afspraken over het beheer van de visserij in 2020. De voorbereidingen voor de vaststelling van de vangstmogelijkheden voor 2020 zijn op 31 oktober al in gang gezet, inclusief de voorbereiding van de onderhandelingen hierover met de betreffende kuststaten. Het kabinet roept daarom de Commissie op een uiterste inspanning te doen, om met het VK voorafgaand aan uittreding op 31 oktober al (proces)afspraken te maken over de vaststelling van de vangstmogelijkheden in 2020 waarbij de toegang tot wateren ook is gekoppeld aan markttoegang.

3. EU-begroting (COM(2019) 461)

De Commissie heeft op 4 september tevens een voorstel gedaan voor een verordening met maatregelen voor de implementatie van de EU-begroting voor het jaar 2020 bij een no deal Brexit. Met het voorstel wordt geregeld dat het VK bij een terugtrekking zonder akkoord nog steeds aan haar financiële verplichtingen kan blijven voldoen door bij te blijven dragen aan de EU-begroting. Indien het VK gebruik maakt van deze mogelijkheid kunnen de betalingen uit de EU-begroting aan begunstigden in het VK ook doorgang blijven vinden. Het voorstel vormt hiermee een verlenging van de in juli door de Raad aangenomen soortgelijke verordening voor de EU-begroting voor het jaar 2019, waarover uw Kamer in een brief van de Minister van Buitenlandse Zaken op 5 april jl. is geïnformeerd.11

Nederland steunt het voorstel van de Commissie. Zoals bekend streeft Nederland nog steeds naar een terugtrekking van het VK met een akkoord inclusief afspraken over de wederzijdse financiële verplichtingen, maar hecht tegelijkertijd waarde aan goede contingency maatregelen. Het voorstel maakt het mogelijk dat het VK ook bij een terugtrekking zonder akkoord de financiële verplichtingen op de korte termijn kan nakomen, waarmee de EU-begroting dan zonder onzekerheid en problemen kan worden uitgevoerd. Verder verwelkomt Nederland dat, net als in de maatregel voor het jaar 2019, ook in dit voorstel een oplossing is opgenomen voor het behoud van de zogenoemde korting op de Britse korting, om het onbedoelde herverdelingseffect tussen landen die deze korting ontvangen en de andere lidstaten te neutraliseren. De oplossing houdt in dat een deel van de bijdrage vanuit het VK apart wordt uitgekeerd aan de vier lidstaten ter compensatie.12

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok


X Noot
1

COM(2019) 396, Voorstel voor een verordening van het Europees parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2019/501 en Verordening (EU) 2019/502 wat de toepassingsperioden betreft

COM(2019) 398, Voorstel voor een verordening van het Europees parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2403 wat betreft vismachtigingen voor vaartuigen van de Unie in wateren van het Verenigd Koninkrijk en visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het Verenigd Koninkrijk in wateren van de Unie

COM(2019) 461, Proposal for a COUNCIL REGULATION on measures concerning the implementation and financing of the general budget of the Union in 2020 in relation to the withdrawal of the United Kingdom from the Union

COM(2019) 397, Proposal for a REGULATION OF THE EuropEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL amending Regulation (EU) No 1309/2013 on the European Globalisation Adjustment Fund (2014–2020)

COM(2019) 399, Proposal for a REGULATION OF THE EuropEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL amending Council Regulation (EC) No 2012/2002 in order to provide financial assistance to Member States to cover serious financial burden inflicted on them following a withdrawal of the United Kingdom from the Union without an agreement

X Noot
2

COSME is het EU-programma voor het verbeteren van het concurrentievermogen van mkb-ondernemingen.

X Noot
3

Artikel 1 van GATT beschrijft het meest-begunstigde-natie beginsel.

X Noot
4

Kamerstuk 22 112, nr. 2753.

X Noot
5

Bijlage bij Kamerstuk 32 545, nr. 104.

X Noot
8

COM(2018)893, verordening 2019/502 van het Europees parlement en de Raad van 25 maart 2019 betreffende gemeenschappelijke regels ter waarborging van basisconnectiviteit in het luchtvervoer in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie.

X Noot
9

Zie voor uitgebreidere toelichting Kamerstuk 22 112, nr. 2753.

X Noot
10

Zie voor uitgebreidere toelichting Kamerstuk 23 987, nr. 310.

X Noot
11

Zie voor uitgebreidere toelichting Kamerstuk 23 987, nr. 347.

X Noot
12

Zie voor uitgebreidere toelichting Kamerstuk 23 987, nr. 347.