Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201923987 nr. 310

23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie

Nr. 310 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 februari 2019

Zowel tijdens het AO Brexit van 23 januari jl. als tijdens de plenaire vergadering over de Verzamelwet Brexit op 24 januari jl. (Handelingen II 2018/19, nr. 45), heeft uw Kamer vragen gesteld over de twee voorstellen die de Europese Commissie heeft gedaan tot wijziging van bestaande verordeningen om de gevolgen te verzachten die een no-deal Brexit zou kunnen hebben voor de Europese vissers die momenteel in Britse wateren vissen. Gezien de toezegging de Kamer spoedig te informeren over de voorstellen en het kabinetsstandpunt heb ik besloten om u mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken (BZ) per brief te informeren. De snelheid van het Brusselse onderhandelingsproces noopt ertoe om af te wijken van de gebruikelijke procedure via de BNC-fiches en uw Kamer via deze brief tijdig te informeren voordat definitieve besluitvorming plaatsvindt1. Dit uiteraard in nauw overleg met andere betrokken Ministeries (waaronder BZ, Economische Zaken en Klimaat, Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

De voorstellen maken onderdeel uit van het bredere pakket aan maatregelen dat door de Commissie is gepresenteerd ter voorbereiding van de Unie op de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU – in principe op 30 maart 2019. Het gaat hierbij om de volgende twee maatregelen die specifiek zien op een no-deal situatie en alleen van toepassing zijn als er geen terugtrekkingsakkoord komt:

  • a) een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 wat betreft bepaalde voorschriften met betrekking tot het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, wegens de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie2;

  • b) een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2403 wat betreft vismachtigingen voor Unievissersvaartuigen in wateren van het Verenigd Koninkrijk en visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het Verenigd Koninkrijk in wateren van de Unie3.

Beide voorstellen volgen de gewone wetgevingsprocedure, dat wil zeggen dat de Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid en dat het Europees Parlement een medebeslissingsrecht heeft. De Europese Commissie zal nu met het Europees Parlement en de Raad samenwerken om ervoor te zorgen dat de voorgestelde wetgevingshandelingen worden aangenomen en van toepassing kunnen zijn indien nodig.

Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

Het eerste voorstel zal het mogelijk maken dat vissers en eigenaren van vissersvaartuigen van de EU-lidstaten een vergoeding ontvangen in het kader van het Europees fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) voor de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten. Hiertoe wordt aan artikel 33 van Verordening (EU) nr. 508/2014, dat toeziet op steun voor maatregelen voor de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten, een bepaling toegevoegd dat deze steun ook verleend kan worden om de gevolgen het hoofd te bieden van het feit dat het Verenigd Koninkrijk (VK) geen toegangsrechten tot de wateren van het VK meer verleent voor vissersvaartuigen van de Unie die sterk afhankelijk zijn van die wateren voor hun visserijactiviteiten. Dit kan in een no-deal scenario zo nodig de impact van een plotselinge sluiting van Britse wateren voor vissersvaartuigen uit de EU verzachten. Het voorstel geeft lidstaten enkel meer flexibiliteit ten aanzien van de inzet van de steunmaatregelen; het wijzigt niet het budget van het EFMZV noch de verdeling daarvan over de lidstaten (de zogenaamde nationale enveloppes).

Subsidiariteit

De voorgestelde handeling beoogt een wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 zodat Unievaartuigen financieel kunnen worden vergoed ter verzachting van de gevolgen van een mogelijke sluiting van de wateren van het Verenigd Koninkrijk naar aanleiding van de terugtrekking van dat land uit de Europese Unie. Daarom is optreden op Unieniveau onontbeerlijk en zou het resultaat niet kunnen worden behaald door optreden op het niveau van de lidstaten. De bepalingen van dit voorstel worden uitgevoerd onder gedeeld beheer overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad.

Proportionaliteit

Het kabinet is van oordeel dat het voorstel in overeenstemming is met het proportionaliteitsbeginsel en niet verder gaat dan noodzakelijk en geschikt is. De voorgestelde verordening wordt beschouwd als proportioneel aangezien zij beoogt de ernstige economische gevolgen van de terugtrekking van het VK uit de Unie te verzachten.

Financiële consequenties

Het voorstel heeft geen financiële consequenties noch voor de EU-begroting noch voor de begroting van de rijksoverheid of decentrale overheden. Conform de regels van budgetdiscipline zullen eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement.

Krachtenveld

Het voorstel van de Europese Commissie om vissers die schade lijden door stilliggen vanwege een verlies aan visgronden als gevolg van een no-deal Brexit tijdelijk te compenseren, is warm ontvangen door omringende landen.

Vismachtigingen voor Unievissersvaartuigen in wateren van het VK en visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het VK in wateren van de Unie

Het tweede voorstel wijzigt de verordening betreffende het duurzaam beheer van de externe vloten. Het doel hiervan is om de EU in staat te stellen om Britse schepen toegang te blijven verlenen tot EU-wateren, op voorwaarde dat EU-schepen ook gelijke toegang krijgen tot de Britse wateren. Het gaat onder meer over procedures voor het verkrijgen van vismachtigingen, visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het VK in de wateren van de Unie, maar ook over de overdracht en uitwisseling van quota. Dit voorstel geldt enkel voor 2019 en is gebaseerd op de overeenkomst in de Raad Landbouw en Visserij van 17 en 18 december 2018 over de vangstmogelijkheden in 2019. Op basis daarvan regelt het voorstel ook dat visserijorganisaties in de verschillende lidstaten via hun lidstaat informele besprekingen met het VK en de visserijorganisaties in het VK kunnen blijven voeren over de overdracht of uitwisseling van quota. (Dit doen ze momenteel minstens 1000 keer per jaar rechtstreeks). Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting.

Subsidiariteit

Het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) en de controle hierop zijn krachtens artikel 3, onder d), van het Verdrag een exclusieve bevoegdheid van de EU en het subsidiariteitsbeginsel is daarom niet van toepassing.

Proportionaliteit

Het kabinet is van oordeel dat voorstel is in overeenstemming met het proportionaliteitsbeginsel en niet verder gaat dan noodzakelijk en geschikt is. Het voorstel beoogt de status quo in termen van toegang van vaartuigen van de Unie tot wateren van het VK te handhaven door wederzijdse machtigingsvoorwaarden vast te leggen. Op die manier worden ernstige verstoringen en vertragingen van de machtigingsprocedures vermeden. Met de voorgestelde verordening wordt de mogelijkheid tot uitwisseling van quota met het VK eveneens voortgezet, zoals het geval was tijdens het lidmaatschap van het VK van de Unie.

Financiële consequenties

Het voorstel heeft geen financiële consequenties noch voor de EU-begroting noch voor de begroting van de rijksoverheid of decentrale overheden. Conform de regels van budgetdiscipline zullen eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement.

Essentie Nederlands beleid

In het regeerakkoord 2017 heeft het Kabinet zich gecommitteerd in het kader van de Brexit-onderhandelingen op te zullen komen voor de Nederlandse visserijbelangen. De voorgestelde noodmaatregelen passen binnen dit beleid.

Nederlandse positie ten aanzien van de voorstellen

Ten algemene is het goed dat de Europese Commissie zich inzet voor de visserij. We bereiden ons in de EU allemaal voor op de mogelijkheid van een no-deal Brexit en dat heeft potentieel ook gevolgen voor onze visserijsector. Nederlandse vissers halen immers een belangrijk deel van hun vangsten uit Britse wateren. Met de voorstellen geeft de EU een duidelijk signaal af dat Europa klaar staat voor de vissers.

Beide noodmaatregelen zullen niet volledig de impact wegnemen van een scenario waarin het VK uit de EU treedt zonder het terugtrekkingsakkoord te ratificeren. Evenmin bieden zij dezelfde voordelen als lidmaatschap van de EU of zijn zij gelijkwaardig aan de voorwaarden van een overgangsperiode, zoals bepaald in het terugtrekkingsakkoord. Zij gelden alleen voor deze specifieke gebieden waarop bescherming van de vitale belangen van de EU absoluut noodzakelijk is en waar voorbereidingen treffen alleen niet volstaat. De voorgestelde maatregelen zullen van tijdelijke aard zijn, beperkt in omvang en eenzijdig door de EU worden aangenomen en in het geval van het voorstel over vismachtigingen mede op voorwaarde van wederkerigheid.

Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

Nederland verwelkomt het voorstel om EFMZV-middelen aan te kunnen wenden om vissers die schade lijden door een verlies aan visgronden als gevolg van een no-deal Brexit tijdelijk te compenseren. Er zijn nog diverse technische vragen en details uit te werken hoe dit voorstel precies moet gaan werken. Nederland zal zich ervoor inzetten dat het voorstel zodanig wordt ingericht dat de Nederlandse visserij er optimaal gebruik van kan maken.

Het voorstel mag niet leiden tot veranderingen in de hoogte van de nationale enveloppes of de enveloppe van het VK raken. Zo bedraagt de nationale enveloppe voor Nederland voor de periode 2014–2020 € 101 miljoen, aangevuld met € 29 miljoen nationale cofinanciering. Verder is er de vraag wanneer gesproken kan worden van «vissersvaartuigen van de Unie die aanzienlijk afhankelijk zijn van toegang tot Britse wateren voor hun visserij-activiteiten». Het begrip «aanzienlijk afhankelijk» is betrekkelijk vaag. Om te voorkomen dat hier verschillen van inzicht over ontstaan tussen lidstaten en er een ongelijk speelveld ontstaat, wenst Nederland dat dit begrip nader ingevuld wordt en dat er voorzien wordt in een berekeningsmethode voor het vaststellen van de hoogte van de compensatie.

Daarnaast is het van belang om op te merken dat deze compensatie via artikel 33 EFMZV wordt mogelijk gemaakt. Nederland heeft er bij het opstellen van Operationeel Programma 2014–2020 voor gekozen om daarin niet de in artikel 33 bedoelde steunmaatregelen voor de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten op te nemen, maar er de voorkeur aangegeven het EFMZV-instrumentarium vooral te richten op innovatie (voor selectievere vismethoden en rendementsverbetering), datacollectie en controle & handhaving. Om steun op grond van artikel 33 te kunnen geven, zal daarom binnen het Operationeel Programma herprioritering moeten plaatsvinden

Vismachtigingen voor Unievissersvaartuigen in wateren van het VK en visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het VK in wateren van de Unie

Het tweede voorstel over vismachtigingen voor Unievissersvaartuigen in wateren van het VK en visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het VK in wateren van de Unie heeft de volledige instemming van Nederland.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten