Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201123987 nr. 117

23 987 Uitbreiding van de Europese Unie

Nr. 117 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 juni 2011

Naar aanleiding van de motie van het Lid van Bommel d.d. 22 juni stuur ik u hierbij, vooruitlopend op het reguliere verslag van de Europese Raad, informatie over het beoogde monitoringsmechanisme voor Kroatië.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

Europese Raad en IGC

De Europese Raad van 23–24 juni besloot dat de toetredingsonderhandelingen met Kroatië zullen worden afgesloten. Tevens sprak de Europese Raad de verwachting uit dat het toetredingsverdrag voor het einde van 2011 zal worden ondertekend. Daarna zal het Verdrag aan de parlementen van de lidstaten ter goedkeuring worden voorgelegd.

De Europese Raad spoort Kroatië aan om zijn hervormingen te blijven implementeren, in het bijzonder op het vlak van de rechtelijke macht en fundamentele rechten. De ER concludeert voorts dat er toezicht (monitoring) komt op deze hervormingen. Mede op Nederlands aandringen stelt de ER voorts dat de Raad, op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid passende maatregelen kan nemen.

Op 30 juni 2011 zullen de lidstaten (in een Intergouvernementele Conferentie) en Kroatië bijeenkomen. De vier resterende hoofdstukken (8/mededinging; 23/rechtelijke macht en fundamentele rechten; 33/budgettaire bepalingen; 35/overige bepalingen) zullen dan worden afgesloten. Als separaat besluit zullen daarmee de toetredingsonderhandelingen formeel worden afgerond.

Het streven is het toetredingsverdrag vervolgens in december 2011 te ondertekenen. Daarna moet het toetredingsverdrag door alle overeenkomst-sluitende staten worden bekrachtigd volgens hun grondwettelijke bepalingen (art. 49 EU Verdrag). Voor Nederland betekent dit dat het toetredingsakkoord ter uitdrukkelijke goedkeuring zal worden voorgelegd aan het parlement conform de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen. Nadat alle partijen het verdrag hebben geratificeerd, treedt het in werking en zal Kroatië toetreden tot de Europese Unie.

Monitoring

Mede gezien het hierboven geschetste tijdpad voor afronding van de toetredingsonderhandelingen en de door de Tweede Kamer op 22 juni aanvaarde motie-Van Bommel, hecht het Kabinet er aan u nu reeds te informeren over het beoogde monitoringsinstrument betreffende Kroatië.

De Europese Commissie stelde in haar slotaanbeveling van 10 juni 2011 dat de ingezette koers van de hervormingen in Kroatië duurzaam en onomkeerbaar is. Het kabinet deelt deze inschatting. Wel zal Kroatië verder moeten werken aan de ontwikkeling van een «track record». Veel hervormingen zijn immers van recente datum.

Vanuit een grondhouding van vertrouwen, wil het Kabinet zekerheden inbouwen voor de periode tussen afronding van de toetredingsonderhandelingen en daadwerkelijke EU toetreding. Een verscherpt monitoringsinstrument waarborgt dat Kroatië ook bij toetreding nog steeds geheel gereed is om als volwaardig 28ste lid aan de EU deel te nemen.

  • 1. Het monitoringsinstrument wordt vastgelegd in onderhandelingshoofdstuk 35 (overige bepalingen) èn vervolgens in het toetredingsverdrag.

  • 2. De monitoring zal betrekking hebben op het gehele acquis. Waarbij toezicht zal worden gehouden of de ingezette hervormingen in Kroatië verder verduurzamen. In het najaar van 2011 en 2012 zal de Commissie alomvattende voortgangsrapportages hierover presenteren. Deze zullen worden gestuurd naar de Eerste en Tweede Kamer en in de Raad Algemene Zaken worden besproken. De Commissie zal hierbij ook gebruik maken van bijdragen van het maatschappelijk middenveld en «peer reviews» waarbij lidstaten worden betrokken. Via de structuren van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst EU-Kroatië (Stabilisatieraad, Stabilisatiecomité, sub-comité»s) zal over deze vraagstukken met Kroatië worden overlegd.

  • 3. In het bijzonder zal de Commissie aandacht besteden aan de «track record» van Kroatië op de volgende gebieden:

    • rechtelijke macht en fundamentele rechten (waaronder het functioneren van de rechterlijke macht; de strijd tegen corruptie; en de afhandeling van lokale oorlogsmisdaden-zaken);

    • justitie, veiligheid (waaronder grensbewaking, politie samenwerking, bestrijding georganiseerde misdaad, en justitiële samenwerking in civiele en strafzaken);

    • mededinging (waaronder de herstructurering van de scheepswerven).

    Bovenstaande aandachtspunten zullen ook expliciet in het toetredingsverdrag worden opgenomen.

    De Commissie zal over deze specifieke onderwerpen separate, zesmaandelijkse, rapportages opstellen.

    Deze bepalingen in het toetredingsverdrag voor Kroatië zijn geheel nieuw in het uitbreidingsdossier. Nederland heeft zich hier vanaf het begin van de onderhandelingen sterk voor gemaakt. Enkele andere (grote) lidstaten hebben zich bij onze positie aangesloten. Maar er was aanvankelijk in de Raad ook aanzienlijk verzet aangezien vele landen betoogden dat Kroatië een dergelijk vorm van toezicht niet nodig heeft omdat het land voldoet aan alle criteria en zelfs op onderdelen beter presteert dan sommige lidstaten van de EU.

  • 4. Mocht er op bepaalde punten van het acquis terugval worden geconstateerd, dan zal de Commissie vroegtijdige waarschuwingsbrieven sturen. Er zal voorts een bepaling worden opgenomen dat bij structurele problemen «passende maatregelen» kunnen worden genomen. De besluitvorming over het inroepen van deze maatregelen zal plaatsvinden conform de vaste bepaling in het Werkingsverdrag van de EU (dwz: gekwalificeerde meerderheid op voorstel van de Commissie). Zoals het Kabinet stelde tijdens het plenair debat met de Tweede Kamer op 22 juni, verstaat Nederland hieronder in ultimo ook de mogelijkheid om de toetredingsdatum voor Kroatië uit te stellen.

  • 5. Als Kroatië eenmaal lid is van de EU, zal de Commissie te zijner tijd een rapport opstellen dat zal worden meegewogen bij het besluit dat de Raad zal nemen over de eventuele toetreding van Kroatië tot de Schengen zone. In dit rapport zullen expliciet de verplichtingen aan de orde komen die Kroatië is aangegaan in de toetredingsonderhandelingen op onderwerpen die relevant zijn voor het Schengen-acquis.

    Nederland is sterk voorstander geweest van deze (nieuwe) bepaling die ook zal worden opgenomen in het toetredingsverdrag.

    Een groot aantal lidstaten was aanvankelijk geen voorstander van deze bepaling.

Vrijwaringsmaatregelen

Naast de monitoringsstructuur zal het toetredingsverdrag met Kroatië ook de gebruikelijke vrijwaringsmaatregelen bevatten.

  • een algemene vrijwaringsmaatregel (tot drie jaar ná Kroatische toetreding kunnen lidstaten maatregelen nemen indien er – als gevolg van de Kroatische toetreding – serieuze problemen ontstaan in een bepaalde economische sector).

  • een specifieke vrijwaringsmaatregel over het functioneren van de interne markt.

  • een specifieke vrijwaringsmaatregel over vraagstukken mbt Justitie en Binnenlandse Zaken.

Slot

De hierboven geschetste robuuste monitoringsstructuur moet in samenhang worden bezien met de (in 2006) aanzienlijke aanscherping van de methodiek van de toetredingsonderhandelingen. Na de laatste toetreding (van Roemenië en Bulgarije) is het strenge stelsel met openings- en sluitingsijkpunten ingevoerd. Ook werd het cruciale hoofdstuk 23 (rechtelijke macht en fundamentele rechten) geïntroduceerd.

De EU geeft naar het oordeel van het Kabinet opvolging aan de verscherpte uitbreidingsstrategie van 2006 en de geleerde lessen uit voorgaande toetredingen.